advies GAB verordening Wmo en jeugd 2023
Tekst van het document
Adviezen en opmerkingen van de GAB bij de concept verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023 Maart 2023 De GAB heeft de conceptverordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023 getoetst aan de uitgangspunten van het VN-verdrag handicap, aan de wet en aan de jurisprudentie. Hieronder geven we eerst een algemene reactie op de conceptverordening, en vervolgens gaan we artikelsgewijs in op de verordening en toelichting. In aparte bijlagen gaan we in op het nieuwe PGB beleid en het afwegingskader gebruikelijke hulp Wmo.
Algemeen Levenslang/levensbreed Omdat de groep levenslang/levensbreed (mensen die hun leven lang zorg, ondersteuning en voorzieningen nodig hebben om zelfstandig deel te kunnen nemen aan alle levensdomeinen) in een hele andere situatie zit dan de meerderheid van de Wmo cliënten die op oudere leeftijd zo lang mogelijk thuis willen kunnen blijven wonen, pleiten wij er sterk voor om aparte bepalingen en procedures in de Verordening en Regeling en het PGB beleid op te nemen voor deze groep. Anders wordt er geen recht gedaan aan de specifieke behoeften en situatie van deze groep. Het volstaat niet om hier aparte werkinstructies voor op te stellen, omdat dit de consulenten onvoldoende ruimte en legitimering geeft af te wijken van de regels. Deze bepalingen kunnen bijvoorbeeld gaan over: • het uitgangspunt dat gebruikt wordt, namelijk dat van eigen regie en ervaringsdeskundigheid van de cliënt met als doel het gelijkwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. • de aanvraag van (vervanging van) voorzieningen; hierbij zou een snelle toekenning mogelijk moeten zijn in plaats van iedere keer een nieuwe procedure te starten met melding en onderzoek. • (her)indicaties (inclusief medische beoordelingen) en evaluaties, hiermee moet de cliënt zo min mogelijk belast worden omdat zijn situatie niet verbetert. • het afgeven van indicaties voor lange tijd.
• De afwegingen bij gebruikelijke hulp en hulp uit het sociaal netwerk, waarbij een andere afweging plaatsvindt dan bij een gemiddelde cliënt omdat het netwerk van deze groep vaak al overbelast is en het gaat om levenslange en levensbrede ondersteuning. • het PGB en de controle en toetsing van de kwaliteit, waarbij ervan uitgegaan wordt dat de cliënt eigen regie heeft en zelf de kwaliteit van zijn ondersteuning controleert en aanstuurt en ook zelf de kwaliteitseisen bepaalt van zijn zorgverleners.
1
Nadere regels Het valt ons op dat de bepaling “het college kan nadere regels stellen inzake ….” of “het college stelt bij nadere regels vast….” in veel artikelen van de verordening opgenomen is. Hoe transparant zal dit zijn, zowel voor de adviesraden als voor de individuele cliënt? Worden de adviesraden tussentijds om advies gevraagd als er nadere regels gesteld worden? Overwegingen We zijn blij met de toegevoegde overwegingen. We zouden de overwegingen graag nog wat specifieker willen maken. De verordening zou veel meer uit moeten gaan van het sociale perspectief in plaats van het medische perspectief zoals nu. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat mensen met een beperking het leven moeten kunnen leiden dat ze willen. Maatschappelijke participatie is immers de doelstelling van de Wmo! Er moet veel meer aandacht zijn voor hoe de gemeente het leven van de burger met een beperking of aandoening makkelijker kan maken. Niet de zorg of de ondersteuning, maar het leven met een beperking of aandoening moet centraal staan. “Naast de inwoner staat en samen zoekt naar een oplossing passend bij wat de inwoner nodig heeft.” Nodig heeft waarvoor? Maak dit specifieker, zoals nodig heeft om gelijkwaardig te kunnen participeren aan de samenleving en zelfredzaam te zijn.
“Bij een structurele ondersteuningsvraag de inwoner niet vraagt iedere keer het hele verhaal te doen.” Dit is mooi, maar het is breder dan dit. Zie onze opmerkingen onder levenslang/levensbreed. De uitdaging voor de gemeente en aanverwante uitvoerders van regelingen is om samen te werken en voorbij het eigen domein te denken. Dit is een hele opgave, want zelfs tussen gemeentelijke domeinen en zelfs binnen het sociaal domein lukt het nu nog niet om integraal te werken in beleid en uitvoering! Artikelsgewijze opmerkingen Artikel 1 Begripsbepalingen Het college geeft aan dat in de begripsbepalingen alleen begrippen zijn opgenomen die niet in de Jeugdwet of de Wmo 2015 worden omschreven. De GAB begrijpt deze afweging, maar adviseert toch om voor bepaalde begrippen de omschrijving op te nemen in de verordening of de toelichting, omdat het dan laagdrempeliger en transparanter wordt voor de inwoner. Algemene gebruikelijke voorziening De criteria die opgenomen zijn in de toelichting komen niet overeen met een recente uitspraak van de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2019:3535 ). Neem de volgende criteria uit de uitspraak over: ▪ Niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, ▪ Daadwerkelijk beschikbaar is, ▪ Een bijdrage levert aan zelfredzaamheid of participatie ▪ En deze financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
2
Het laatste criterium kan tot verwarring leiden. Daarom adviseert de GAB de volgende omschrijving toe te voegen: Dit betekent niet dat de aanvrager daadwerkelijk een inkomen op minimumniveau moet hebben, maar dat gekeken wordt of iemand met een minimuminkomen deze voorzieningen financieel zou kunnen dragen. Algemene voorziening: In de toelichting bij een algemene voorziening adviseert de GAB toe te voegen dat aan een algemene voorziening meestal kosten verbonden zijn. Informele ondersteuning: Informele ondersteuning is breder, het gaat ook over mensen die ingehuurd kunnen worden die geen ZZP-er zijn en niet tot het sociaal netwerk behoren. Het is een misvatting om te denken dat informele zorg alleen uit het sociale netwerk wordt voorzien. gebruikelijke hulp: In de definitie van zou verwezen kunnen worden naar het afwegingskader gebruikelijke hulp.
Definitie eigen regie: Geef een nadere uitleg in de toelichting Definitie eigen kracht: geef een nadere uitleg in de toelichting De GAB adviseert aan dit artikel de volgende begrippen toe te voegen: Clientondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; Persoonsgebonden budget (PGB): een door het college verstrekt bedrag aan de cliënt of zijn ouders, waaruit de cliënt betalingen kan doen voor jeugdhulp, diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden betrekt.
Artikel 2 Toegang Algemene voorziening: De GAB adviseert in de toelichting van artikel 2 het volgende op te nemen: Bij de beoordeling of een algemene voorziening in de individuele situatie een passende oplossing is dienen altijd de volgende aspecten onderzocht te worden (deze criteria zijn afkomstig uit de jurisprudentie): Is de algemene voorziening daadwerkelijk beschikbaar voor de cliënt? Kan de algemene voorziening door de belanghebbende financieel gedragen worden? (Dit moet worden getoetst obv het uitgangspunt van het VN-verdrag, hetgeen inhoudt dat mensen met een beperking in dezelfde positie moeten worden gebracht als mensen zonder beperking) Biedt de algemene voorziening adequate compensatie?
3
Artikel 4 Zorgplicht college voor integrale toegang en intake In artikel 4 wordt bepaald dat het college zorgdraagt voor begrijpelijke informatie over het beleid en de uitvoering in het sociaal domein, als de inwoners daar om vragen. De GAB benadrukt dat deze informatie ook vindbaar moet zijn zonder dat de inwoner daar om vraagt. Dat is nu niet het geval. De informatie dient minimaal te bevatten deze verordening, de toelichting en de regeling maatschappelijke ondersteuning, inclusief de PGB Uitvoeringsregels en het afwegingskader gebruikelijke hulp. Deze regelgeving dient op een vindbare plaats op de website van de gemeente Gouda te worden geplaatst. De informatie dient ook toegankelijk te zijn voor mensen met een auditieve en visuele beperking en voor mensen met een leesbeperking. In de toelichting wordt een nuancering aangebracht in de reikwijdte van een integrale intake. Als uit de intake blijkt dat er meerdere gemeentelijke domeinen meespelen, krijgt de inwoner een onderzoek per domein of wordt hij doorverwezen naar de juiste wettelijke kaders en organisaties voor de verdere ondersteuning. Advies: Zorg dat de integraliteit niet ophoudt na de intake, maar dat ook in de verdere stappen van de hulpvraag integraal gewerkt wordt. Artikel 6 Melding en gesprek Wmo Het gesprek is bij uitstek het moment waarop de gemeente uitgaat van de eigen regie van de cliënt.
Wat wil diegene met zijn leven, wat is belangrijk voor hem. Dat zou de basis van het gesprek moeten zijn. Lid 2 In de huidige verordening is opgenomen dat er binnen 5 werkdagen na de melding contact opgenomen wordt met de aanvrager. Deze bepaling is geschrapt. De gemeente geeft aan dat er geen juridische grondslag voor was. Het gevolg hiervan voor de aanvrager is dat hij/zij niet weet wanneer er contact met hem/haar opgenomen wordt. Uit ervaringen blijkt dat dit meerdere weken kan duren. Dit leidt tot grote onzekerheid bij de aanvrager. Te meer daar men een melding heeft gedaan omdat er behoefte is/noodzaak is aan maatschappelijke ondersteuning. Advies: Neem in elk geval een termijn op waar binnen de aanvrager een reactie kan verwachten, en dat de cliënt bericht krijgt als het langer gaat duren, met een termijn waar binnen wel contact opgenomen wordt, zodat de cliënt weet waar hij aan toe is. In de toelichting bij lid 5 wordt beschreven welke informatie in het persoonlijk plan moet staan. In de toelichting bij lid 3 wordt eveneens een opsomming gegeven, maar nu van de onderwerpen die aan bod komen tijdens het gesprek. Beide opsommingen komen grotendeels overeen met elkaar. Het lijkt erop of de gemeente het persoonlijk plan wil gebruiken om de onderwerpen die in het gesprek besproken worden gemakkelijker af te vinken. Dat is niet de bedoeling van het persoonlijk plan.
Het persoonlijk plan is vormvrij, dus het college kan geen voorschriften stellen wat er in het plan opgenomen moet worden, dat bepaalt de cliënt. Met het stellen van deze lijst van voorschriften, werpt het college ons inziens een drempel op voor de aanvrager om een persoonlijk plan in te
4
dienen. Het persoonlijk plan is juist bedoeld om de cliënt te laten nadenken over de wijze waarop hij zijn leven wil leiden en op te schrijven wat hij daarvoor nodig heeft. Tevens ontbreekt als onderwerp voor het gesprek welke bijdragen in de kosten de cliënt, met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, verschuldigd zal zijn. Advies: Schrap in de toelichting de informatie die opgenomen moet worden in het persoonlijk plan. Voeg als onderwerp voor het gesprek toe welke bijdragen in de kosten de cliënt verschuldigd is. Lid 6: De Wmo 2015 bepaalt dat het college 6 weken de tijd heeft om de melding te behandelen en daarna 2 weken heeft om de aanvraag te behandelen en een beschikking te geven. (artikel 2.3.5, tweede lid). De GAB adviseert toe te voegen: Het college neemt binnen 2 weken nadat de aanvraag is ingediend, een besluit. In de huidige verordening is het mogelijk om in spoedeisende gevallen meteen een tijdelijke maatwerkvoorziening toegekend te krijgen, in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, met als wettelijke grondslag de Wmo artikel 2.3.3. Deze bepaling is geschrapt in de voorliggende verordening. Advies: neem deze bepaling ook op in de voorliggende verordening.
Artikel 13 Criteria voor een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning Lid 1 Vrijwillige hulp of mantelzorg kan het College niet afdwingen. Dus zij kan er ook niet van uitgaan dat inwoners elkaar helpen en dit als voorwaarde te stellen alvorens een maatwerkvoorziening wordt geïndiceerd. Bovendien hebben diverse onderzoeken zoals die van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid1 en van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit voor Humanistiek2 aangetoond dat de overheid te hoge verwachtingen heeft van het probleemoplossend vermogen van de burger en zijn netwerk, en dat grotere inzet van het netwerk meestal niet mogelijk is, en (meer) professionele hulp dus noodzakelijk. De volgorde waarin het college de aanvraag voor een maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo en een individuele voorziening in het kader van de jeugdwet beoordeelt, is onjuist. Dit blijkt ook uit de toelichting bij artikel 6. In de toelichting bij artikel 13 lezen we: De nadruk ligt eerst op de eigen kracht en hulp van anderen en daarna pas op een maatwerkvoorziening. In eerdergenoemde uitspraken van de CRvB d.d. 1 mei 2017 (Jeugdwet) en d.d. 21 maart 20183 (Wmo) wordt uitgelegd hoe het wel moet. Onderzoek naar de eigen mogelijkheden en het
1
WRR. Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid. 2017 De verhuizing van de verzorgingsstaat. 2018. 3 CRvB van 1 mei 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:1477) en 21 maart 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:819 2
5
probleemoplossend vermogen van het eigen netwerk, dat het college op nummer één zet, komt pas aan de orde nadat: a) de hulpvraag is vastgesteld; b) de onderliggende problematiek minutieus en onderbouwd in kaart is gebracht; c) de hulpbehoefte is vastgesteld die noodzakelijk is. Voor iedere stap moet voldoende deskundigheid beschikbaar zijn. Het college moet die deskundigheid waarborgen en ervoor zorgen dat deze naar discipline concreet kenbaar is voor de hulpvrager. Hier gaat het in Gouda vaak fout. Als de consulenten niet voldoende gekwalificeerd zijn om de stappen (a), (b) en (c) te onderzoeken, staren zij zich blind op de eigen kracht van de hulpvrager en zijn sociale netwerk, en weten ze onvoldoende met welke hulpbehoefte men zich zelf moet redden. De GAB adviseert de wijze van het onderzoek overeenkomstig de jurisprudentie in de verordening te regelen. Lid 2: toelichting: sommige voorzieningen zijn duurder, maar niet beter voor de cliënt. Wie bepaalt dat? Lid 4: “waardoor de inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven”. Deze bepaling zou hier weggelaten kunnen worden, voegt niks toe.
In de toelichting lezen we dat een financiële maatwerkvoorziening niet kostendekkend hoeft te zijn omdat de Centrale Raad van Beroep als voorwaarde stelt dat de financiële maatwerkvoorziening een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid en deelname aan de samenleving van de aanvrager. We denken dat het college hier een verkeerde interpretatie aan geeft. Want het betekent ons inziens niet dat de financiële maatwerkvoorziening slechts financieel een bijdrage is. De financiële maatwerkvoorziening dient ten alle tijden de meerkosten van een voorziening te vergoeden. Bijvoorbeeld de sportrolstoel: Deze dient volledig vergoed te worden. Geef dit duidelijker aan in de toelichting. De opsomming van de financiële maatwerkvoorziening is nu limitatief. Dit beperkt de mogelijkheid om andere voorzieningen toe te voegen. Wijzig dit in: De financiële maatwerkvoorzieningen bestaan in ieder geval uit: Artikel 15 Weigeringsgronden Lid 1a Er wordt geen voorziening verstrekt indien: a. een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat. De gemeente heeft in het kader van de integrale toegang de zorgplicht om te zorgen dat de aanvrager ook daadwerkelijk geholpen wordt.
Deze weigeringsgrond kan tot gevolg hebben dat de aanvrager tussen wal en schip valt, want dat er een andere regeling bestaat hoeft niet te betekenen dat de aanvrager de zorg en voorzieningen daadwerkelijk toegekend krijgt. Ook als er recht op een voorziening vanuit andere wettelijke regels bestaat, kan een voorziening vanuit de Wmo noodzakelijk zijn. Dit is des te belangrijker omdat wij merken dat inwoners met een ondersteuningsvraag soms ten onrechte door de gemeente worden verwezen naar een ander wettelijk domein, bijvoorbeeld de
6
Wlz, waar zij vervolgens niet voor in aanmerking komen of wat in de situatie van de inwoner niet passend is. De GAB adviseert daarom deze weigeringsgrond te wijzigen in: a. een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling daadwerkelijk kan worden toegekend. Lid 3 d: Deze bepaling is niet helemaal duidelijk. Betekent het dat onder andere een hellingbaan en automatische deuropeners niet vergoed worden op grond van deze bepaling? Ervaring uit onze achterban laat zien dat een hellingbaan in een gemeenschappelijke ruimte niet door de gemeente vergoed werd omdat het onder de gemeenschappelijke ruimte viel. De hulpvrager was in dit geval aangewezen op de financiële ruimte van de vereniging van eigenaren. lid 3 e en f: Er wordt geen woonvoorziening verstrekt indien de cliënt verhuist om redenen die niets met zijn beperkingen te maken hebben/geen medische noodzaak aanwezig is. In de vorige versie van deze conceptverordening was hieraan nog toegevoegd: “en er geen belangrijke reden voor verhuizen aanwezig is.” Deze bepaling is geschrapt in de voorliggende versie. Dat is jammer, want er kunnen inderdaad ook andere belangrijke redenen zijn waarom de cliënt wil verhuizen, bijvoorbeeld vanwege gezinsuitbreiding of vanwege zijn/haar werk.
Nu dit niet meer mogelijk is betekent dit in de praktijk dat als de cliënt bijvoorbeeld verhuist vanwege gezinsuitbreiding, er geen woningaanpassingen worden verstrekt. Dit is in strijd met het VN verdrag handicap4 5. Sociaal perspectief Hiermee gaat de gemeente uit van het medisch model. Er wordt uitsluitend gekeken naar de medische beperkingen om in aanmerking te komen voor een woonvoorziening. We stellen voor dit te veranderen naar het sociale perspectief. Advies Ga bij de toekenning van woonvoorzieningen voor mensen met een beperking niet uitsluitend uit van de medische situatie, maar ook van de sociale situatie. Zodat ook rekening gehouden wordt met de woonwensen, de levensfase, het sociale netwerk en de woonomgevingswensen van de de inwoner met beperkingen. Maak het mogelijk dat mensen met een beperking, net als ieder ander, vanuit een geschikte woning kunnen verhuizen naar een andere woning of een stap in hun wooncarrière kunnen maken en kunnen verhuizen naar een grotere aangepaste woning.
Verhuizen vanuit een andere gemeente Wat is er geregeld voor mensen met een beperking die vanuit een andere gemeente naar Gouda willen verhuizen (om economische en/of maatschappelijke redenen), en een aangepaste woning nodig hebben? Zij kunnen pas verhuizen als zij zeker weten dat er een geschikte aangepaste woning voor hen beschikbaar is, of dat zij de benodigde woningaanpassingen kunnen krijgen. Hoe gaat dit in zijn werk? Wordt een aanvraag voor woonvoorzieningen in behandeling genomen als zij nog in de andere gemeente wonen en dus nog niet ingeschreven staan in Gouda, omdat voor hen
4 5
VN-verdrag handicap artikel 19, 2, 22 en 28. College voor de rechten van de mens. Handreiking Artikel 19 VN-Verdrag Handicap.
7
meestal geldt dat de ondersteuning gekoppeld is aan de gemeente waar ze zijn ingeschreven? Wordt er rekening gehouden met sociale woonwensen? Verbeteragenda Toegang hulpmiddelen De VNG voert sinds 1 juni 2020 het project Verbeteragenda toegang hulpmiddelen6 uit. Het project heeft als doel een aantal landelijke vastgestelde actiepunten uit te werken en verbeteringen in de hulpmiddelenverstrekking in de praktijk te stimuleren. De landelijke actiepunten zijn gebaseerd op veelgehoorde klachten en problemen van WMO gebruikers. Vanuit het project Verbeteragenda toegang hulpmiddelen zijn twee convenanten opgeleverd om als gemeente in de uitvoeringspraktijk over te nemen: het convenant meeverhuizen van hulpmiddelen, dat afspraken bevat hoe te handelen wanneer een cliënt verhuist en zijn hulpmiddelen wil meenemen, en het convenant maatwerkprocedure toegang hulpmiddelen, dat als doel heeft dat de cliënt met een complex hulpmiddel of in een complexe situatie zo snel mogelijk een passend hulpmiddel krijgt. De VNG roept gemeenten op deze convenanten te ondertekenen en de daarin gemaakte afspraken in de uitvoeringpraktijk over te nemen. De gemeente Gouda heeft vorig jaar te kennen gegeven de convenanten niet te willen ondertekenen omdat ze niet conform de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp zijn.
Het is ons niet goed duidelijk in welke zin de convenanten indruisen tegen de verordening. De convenanten stellen de gebruiker centraal, hetgeen ook het uitgangspunt is van de verordening. De convenanten geven handvaten om hier uitvoering aan te geven. Kan het college uitleggen wat er op de convenanten tegen is en waar ze niet conform de verordening zijn? Is het misschien een idee om de verordening aan te passen aan de convenanten? Artikel 16 Kwaliteitseisen zorg in natura In deze verordening zijn geen nadere kwaliteitseisen opgenomen voor professionele zorgverleners/aanbieders, behalve wat betreft hulpmiddelen en wat betreft PGB ondersteuning. In de toelichting van dit artikel lezen we: De gemeente is verplicht in de verordening aan te geven welke eisen zij stelt aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.1.3 tweede lid en jeugdwet artikel 2.11). De gemeente en aanbieder zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van die voorzieningen. De eis voor een goede kwaliteit van een voorziening biedt de gemeente veel ruimte om in overleg met organisaties van cliënten en aanbieders te werken aan kwaliteitsstandaarden voor de ondersteuning.
Heeft de gemeente deze kwaliteitsstandaarden opgesteld in overleg met organisaties van cliënten en aanbieders? Waar zijn de eisen terug te vinden en hoe wordt gecontroleerd of zorgaanbieders hieraan voldoen? Door duidelijke kwaliteitseisen te formuleren kun je voorkomen dat een aanbieder alleen op basis van prijs gekozen wordt . Artikel 26 Onderzoek naar kwaliteit en recht -en doelmatigheid maatwerkvoorziening en PGB’s Tussentijdse evaluaties zouden dienstverlenend van aard moeten zijn om met de hulpvrager te bespreken of de ondersteuning nog aansluit bij de hulpvraag en of men tegen dingen aanloopt en
6
https://vng.nl/artikelen/vng-project-verbeteragenda-hulpmiddelen
8
daarbij eventueel hulp nodig heeft. Door steekproefsgewijs te werk te gaan kan het voorkomen dat hulpvragers meerdere malen onterecht worden bezocht, terwijl al is aangetoond dat alles goed functioneert. Als blijkt uit het dienstverlenende bezoek dat er onregelmatigheden naar boven komen mag men een vervolgafspraak maken om te kijken of alles goed is opgepakt waarbij aangegeven wordt dat er over een x aantal maanden een vervolgbezoek zal plaatsvinden. Artikel 27 Aanwijzen toezichthouder Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor het toezicht op de Wmo. De gemeente Gouda laat het toezicht op de Wmo uitvoeren door de GGD. Waarom is dit niet vastgelegd in deze verordening? Hoe heeft de gemeente Gouda het Wmo toezicht ingevuld? Artikel 28 Waardering mantelzorgers In de toelichting van dit artikel geeft het college aan dat de gemeente Gouda breder kijkt dan de Wmo aangeeft omdat zij uitgaan van de woonplaats van de cliënt, en dat de mantelzorger geen ingezetene hoeft te zijn van de gemeente Gouda om in aanmerking te komen voor mantelzorgondersteuning. Dit is echter exact wat in de Memorie van toelichting van de Wmo staat: Mantelzorgers wonen niet altijd in dezelfde gemeente als degene voor wie ze zorgen. De gemeente waar de cliënt woont aan wie de mantelzorger hulp biedt, is verantwoordelijk voor de ondersteuning van de mantelzorger.
Hoezo kijkt de gemeente Gouda dan breder dan de Wmo aangeeft? Artikel 29 Klachtregeling bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp In de Memorie van toelichting van de Wmo 2015 staat dat cliënten in beginsel moeten kunnen klagen over alles wat hen niet aanstaat in de manier waarop zij zich bejegend voelen. Dit kunnen dus ook klachten richting gemeente zelf zijn over het gedrag van een gemeenteambtenaar, of over het verloop van het gesprek. In de toelichting wordt verwezen naar de algemene wet bestuursrecht, maar deze regeling is naar onze mening niet laagdrempelig genoeg. De GAB is groot voorstander van een lokale ombudsfunctie, zodat eventuele geschillen tussen cliënt en gemeente op een laagdrempelige manier aan de voorkant opgelost kunnen worden, en de gang naar de rechter in zoveel mogelijk situaties voorkomen kan worden. De GAB adviseert om onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheid van een lokale ombudsfunctie. Lid 1: De klachtenregelingen van aanbieders dienen vindbaar te zijn op hun website of via folders. De gemeente zou daarop moeten controleren. Dit geldt ook voor medezeggenschap: elke zorgaanbieder dient een cliëntenraad te hebben, maar ook dit wordt niet gecontroleerd worden gemeente.
Worden aanbieders gevraagd om regelmatig aan het college te rapporteren over de klachten en wat daarmee gedaan is? Artikel 30 Medezeggenschap De GAB adviseert dat in de verordening wordt opgenomen dat de gemeente naast periodieke overleggen met aanbieders en het jaarlijks cliëntervaringsonderzoek ook periodieke overleggen organiseert met de GASD en de GCR, lokale belangenbehartigers zoals de GAB en de SSG en
9
cliëntenraden, om feedback te verkrijgen ten aanzien van de naleving van de medezeggenschapsregelingen. Het zou naar de opvatting van de GAB tevens aan te bevelen zijn in de concept-verordening een bepaling op te nemen dat het beleid en verordeningen worden aangepast wanneer de evaluatie met de ingezetenen, cliënten en hun vertegenwoordigers, daartoe aanleiding geeft.
Adviezen en opmerkingen bij de toelichting Omdat de begrippen eigen regie en eigen kracht heel vaak met elkaar verward worden terwijl elk een eigen betekenis hebben, adviseren we onderstaande toelichting bij eigen regie en eigen kracht op te nemen in de verordening. Uitleg onderscheid Eigen regie en Eigen kracht in toelichting Ieder mens moet in staat gesteld worden zijn eigen leven te leiden, eigen keuzes te maken en mee te kunnen doen in de samenleving, ook mensen die levenslang en levensbreed een beperking hebben. Dat iemand afhankelijk is van ondersteuning daarbij mag niet betekenen dat een ander invult wat iemand wil. Eigen regie strekt zich uit over alle levensterreinen, maatschappelijke rollen en relaties die iemand aangaat. Zo staat het ook in het VN-verdrag, dat uitgaat van de intrinsieke waarde van ieder mens. Om deze waardigheid tot zijn recht te laten komen, moet die waardigheid, die samenhangt met eigen regie, zelf steeds het startpunt van alle beleid zijn. Definitie eigen regie: eigen regie wil zeggen dat je als mens alle vrijheid en onafhankelijkheid hebt en zelf kiest hoe jij je leven inricht Onderscheid eigen regie en eigen kracht: Eigen regie gaat uit van wat iemand wil met zijn leven. Eigen kracht gaat over de mogelijkheden die iemand heeft zijn problemen aan te pakken samen met het eigen netwerk.
Wat iemand wil, is ruimer dan waartoe iemand zelf, samen met zijn netwerk in staat is of wat iemand kan realiseren. Om eigen regie te kunnen voeren moet er wel beroep gedaan worden op eigen kracht. Wanneer echter alleen uitgegaan wordt van eigen kracht loopt men het risico voorbij te gaan aan wat iemand wil. Eigen regie is dus wat anders dan het zelf regelen en organiseren van het invullen van je eigen leven. Artikel 6 In de toelichting bij artikel 6 wordt vermeld dat de cliënt voorafgaand aan het gesprek geïnformeerd wordt over de mogelijkheid van gratis cliëntondersteuning. In de Wmo 2015 is bepaald dat, mocht de cliënt twijfelen aan de objectiviteit van de cliëntondersteuner, hij de gemeente daarop mag wijzen en vragen om een andere ondersteuner. Het is zeer aan te raden om deze bepaling in de verordening toe te voegen om een compleet overzicht te geven van de rechten van de cliënt. Daarom adviseert de GAB in de toelichting bij de informatie over de gratis cliëntondersteuning de volgende zin toe te voegen: Mocht de cliënt twijfelen aan de objectiviteit van de onafhankelijk cliëntondersteuner, mag hij de gemeente daarop wijzen en vragen om een andere gratis onafhankelijk cliëntondersteuner.
10
Artikel 29 Om zorgvuldig toe te zien op de naleving van klachtregelingen van aanbieders, adviseren wij ook input te vragen van de GASD/GCR, lokale belangenbehartigers en cliëntenraden. Zij kunnen de signalen van hun achterban inventariseren en aan de gemeente terugkoppelen. De GAB adviseert de volgende criteria op te nemen ten aanzien van de klachtenregeling: De klachtafhandeling dient laagdrempelig, herkenbaar, toegankelijk, onafhankelijk en transparant te zijn. Ook dient duidelijk te zijn waar cliënten terecht kunnen als hun klacht bij een aanbieder niet goed is afgehandeld (bijvoorbeeld een verzoek tot handhaving). Wij adviseren om hiervoor een onafhankelijke partij in het leven te roepen. Dus een andere partij dan de gemeente of de aanbieder zelf. Ook vormen van alternatieve geschillenbeslissing of mediation kunnen hierbij in overweging worden genomen. Artikel 30 Wij vinden het van belang dat er in de medezeggenschap wordt geregeld dat cliënten vroeg in het besluitvormingsproces worden betrokken, dat zij de informatie en ondersteuning krijgen die nodig is om hun medezeggenschap effectief te kunnen uitoefenen. De GAB adviseert dit op te nemen in de toelichting. De GAB adviseert om zorgvuldig te bekijken wat de gevolgen van de medezeggenschapsregeling zijn voor kleine aanbieders. Hiervoor zijn wellicht andere vormen van medezeggenschap denkbaar.
Bijlagen: • Advies GAB PGB beleid Wmo • Advies GAB Afwegingskader Gebruikelijke Hulp Wmo
11