Addendum actualisatie beleidsnota sociaal domein.pdf
Tekst van het document
Addendum Actualisatie Beleidsnota Iedereen kan meedoen Vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda 12 april 2023
Aanleiding Bij de vaststelling van de beleidsnota “Iedereen kan meedoen” Gouds sociaal domein 2020-2023 op 28 oktober 2020 is in de nota vastgelegd hoe de raad en het college samenwerken aan de doelen; ambities en opgaven in deze nota. Daarbij is afgesproken dat na twee jaar op basis van een totaalbeeld van de voortgang in de uitvoering van de opgaven en actuele ontwikkelingen, de nota kan worden bijgesteld. Dit addendum is daar de weerslag van. Het maakt hiermee integraal onderdeel uit van de beleidsnota ‘Iedereen kan meedoen’.
Inhoud van het addendum: actualiseren met nieuwe opgaven De actualisatie is nodig op het niveau van de opgaven. De maatschappelijke doelen en beleidsthema’s blijven gelijk. Dit past bij de aard van de beleidsnota als zgn. paraplunota. De nieuwe opgaven of versterking van bestaande opgaven komen voort uit: • het Gouds bestuursakkoord ‘Geef Gouda door’. • de rapportage sturen op het sociaal domein (tot en met Q2 2022) • het regeerakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ en de daaruit voortvloeiende prioriteiten/programma’s voor het lokaal sociaal domein. De formulering van de beleidsthema’s is bij deze actualisatie aangepast zodat deze direct aansluiten bij de programmabegroting 2023-2026. Hieronder zijn per beleidsthema de nieuwe of versterkte opgaven weergegeven. Daarna volgt een beschrijving van de opgaven. Dit addendum sluit af met de actualisatie van de sturing op en verantwoording van de resultaten van beleid (H5). In Bijlage 1 is een totaal overzicht opgenomen van de thema’s en opgaven. Bijlage 2 geeft een beeld van huidig beleid, programma’s en juridisch kader.
Beleidsthema Iedereen kan meedoen: inclusieve en sociale stad Inzetten op kansengelijkheid en preventie
Passende zorg en ondersteuning: beschikbaar en betaalbaar houden
Integrale dienstverlening en kwaliteit
Nieuwe opgave of versterking van opgave Inclusief Werk en Participeren (versterkt)
Programma Buurtaanpak (nieuw) Brede preventieaanpak (IZA/GALA/SPUK) (versterkt) Huiswerkbegeleiding voor minima (nieuw) Ophogen inkomensgrenzen minimabeleid (nieuw) Aanpak laaggeletterdheid ( versterkt) Inburgering (versterkt)
Hervormingsagenda Jeugd (versterkt) Realistisch begroten Wmo (versterkt) Wonen, zorg en ondersteuning voor ouderen (WOZO) (versterkt) Mantelzorg (versterkt) Programma doorontwikkeling integrale uitvoeringsorganisatie (nieuw)
1.
Thema: iedereen kan meedoen
1.1. Inclusief werk en participeren Het is belangrijk dat inwoners zoveel mogelijk meedoen in de Goudse samenleving, hetzij door te werken, hetzij door vrijwilligerswerk of door op een andere manier sociaal actief te zijn. Om succesvol te zijn is de aanpak om meedoen te bevorderen afgestemd op de doelgroep. Een inwoner die bijstand aanvraagt en kan werken, wordt direct bemiddeld richting werk. Hierbij wordt o.a. samengewerkt met uitzendbureaus. Voor inwoners die meer begeleiding nodig hebben, werken de consulenten en de adviseurs van het Werkgevers Service Punt (WSP) intensiever samen. Ook aan de kant van de werkgevers wordt extra ondersteuning ingezet, bijvoorbeeld via functiecreatie en open hiring. De verdere samenwerking in het Werkcafé (van het WSP, het regionaal mobiliteitsteam en het Leerwerkloket) staat voor 2023 op de agenda. Dit past binnen de landelijke uitbreiding van de arbeidsmarktinfrastructuur, waarbij alle inwoners en werkgevers bij 1 loket terecht moeten kunnen met vragen rondom werk en/of ontwikkeling. Vanaf 2025 wordt de wettelijk taak van het RMC (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) om voortijdige schoolverlater te begeleiden uitgebreid van 23 jaar naar 27 jaar. Door deze uitbreiding ontstaat een doorlopende begeleidingslijn en blijven jongeren van 23-27 jaar die geen opleiding volgen of werk hebben in beeld.
Ook wordt de samenwerking tussen scholen, RMC en de Sociale Diensten versterkt. Gemeenten krijgen namelijk vanaf 2025 de taak om jongeren in een kwetsbare positie, in samenwerking met partners, al in hun laatste schooljaar te ondersteunen naar werk. De grootste groep inwoners met een bijstandsuitkering heeft intensieve begeleiding op maat nodig, waarbij er vaak meerdere stappen nodig zijn voordat de stap naar werk gemaakt kan worden. Voor deze inwoners (zgn. klantgroep 3) wordt Promen eerder ingezet voor intensieve begeleiding (in de vorm van het Talentenplein). Het WerkgeversServicePunt (WSP) richt zich ook meer op deze groep om de meest passende route naar werk vorm te geven. Steeds vaker wordt een inwoner die al aan het werk is alsnog onderzocht op toetreding tot het doelgroepenregister, zodat men kan werken met loonkostensubsidie. Daarnaast wordt onderzocht hoe het instrument loonkostensubsidie breder ingezet kan worden. Dit wordt meegenomen in de aanpassingen van de Re-integratieverordening naar aanleiding van de wet Breed Offensief. . Vanaf 2023 worden inwoners met een bijstandsuitkering met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt (zgn. klantgroep 4) gedurende 18 maanden intensief ondersteund en begeleid, met evidence based methodieken.
Dit draagt eraan bij dat bijstandsgerechtigden die ver af staan van betaalde arbeid, actiever kunnen worden in de samenleving en hun sociale netwerk groter kan worden.’ Juist in deze doelgroep komen de ondersteuning op grond van de Wmo en de Participatiewet samen met (psychische en fysieke) gezondheidzorg en verslavingszorg. Samenwerking met sociaal ontwikkelbedrijf Promen, andere maatschappelijke partners en de consulenten op de andere domeinen, is daarom essentieel. Met deze werkwijze willen we steeds ca. 25% van de doelgroep bereiken. Na 18 maanden is er weer een volgende groep aan de beurt voor de intensieve en frequente begeleiding. De overige cliënten blijven in beeld bij de hercontroles.
2.
Thema: Inzetten op kansengelijkheid en preventie
2.1. Programma Buurtaanpak Het is van belang dat elke Gouwenaar kan opgroeien en wonen in een leefbare, fijne en veilige buurt of wijk. In de meeste buurten en wijken is het fijn wonen, maar in Gouda zijn ook een aantal kwetsbare buurten en wijken waar verschillende problemen zich opstapelen en waar diverse maatschappelijke opgaven samenkomen. Dit leidt tot kansenongelijkheid en gezondheidsverschillen. De urgentie om met een vernieuwende domein overstijgende buurtaanpak aan de slag te gaan is groot. De coronapandemie heeft verschillende problemen versterkt en zichtbaar gemaakt. Het gaat om straten 2
en buurten waar de meest kwetsbare Gouwenaars wonen,de veerkracht laag is en er vaak sprake is van multi-problematiek zoals armoede, slechte fysieke leefomgeving, sociale en psychische problemen, criminaliteit en een hoge werkloosheid. De levensverwachting is in deze kwetsbare wijken aanzienlijk lager – circa zes jaar –dan in andere delen van de stad. Om de kansen in deze buurten te vergroten en om het welbevinden van buurtbewoners te versterken, start in 2023 een langjarige en integrale buurtaanpak samen met bewoners en de professionals in de stad. Gezien de omvang van deze opgave is hiervoor een programma opgezet. De programmamanager is inmiddels begonnen. Deze opgave vervangt de eerdere opgave Gezonde wijk.
2.2. Brede preventieaanpak (GALA/IZA/SPUK) Landelijk is het Integraal Zorgakkoord vanaf 2023 het kader om de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar houden. Het ministerie van VWS, de VNG en een groot aantal partijen in de zorg werken hierin samen. Preventie is één van de onderwerpen in het Integraal Zorgakkoord waarvoor de gemeente aan de lat staat. Het Gezond Actief Leven Akkoord (Gala) omvat een set afspraken om gezond leven voor inwoners makkelijker te maken en die samenwerking over de domeinen heen stimuleert. In het GALA hebben het rijk, gemeenten en verzekeraars afspraken gemaakt over hoe preventief gezondheidsbeleid kan worden versterkt en duurzaam kan worden geborgd, zodat gemeenten ook in positie zijn om doelen uit het IZA mede te realiseren. Er wordt een beweging gemaakt naar de voorkant. De doelen van het GALA sluiten aan bij het Nationaal Preventieakkoord en de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024, het IZA en het programma WOZO. 1. Het terugdringen van gezondheidsachterstanden; 2. Het bevorderen van de inrichting van een gezonde sociale en fysieke leefomgeving; 3. Het versterken van de sociale basis in wijken en buurten; 4. Het bevorderen van een gezonde leefstijl; 5. Het versterken van de mentale gezondheid van de inwoners; 6. Het ondersteunen van de inwoners bij het vitaal ouder worden.
Het GALA heeft een duidelijke link met het programma Wonen Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Dit heeft als doel om in te zetten dat ondersteuning en zorg zich aanpassen op de voorkeur van ouderen om zo lang mogelijk regie op het eigen leven te houden en dat zware, complexe zorgvragen zo lang mogelijk worden uitgesteld of zelfs worden voorkomen. De financieringsvorm voor het GALA is de Brede SPUK (specifieke uitkering), hieronder vallen zestien regelingen. In Gouda gebeurt binnen deze regelingen al veel. De kans die het GALA biedt om de huidige inzet op preventie te verstevigen en meer samenhang te creëren tussen beleid op diverse terreinen en de bijbehorende regelingen willen wij benutten. Dit komt samen in een integraal plan van aanpak dat najaar 2023 gereed moet zijn. Hierin moet een extra impuls gegeven worden aan de doelgroep ouderen, zodat zij zo lang mogelijk vitaal zijn, minder snel vallen (valpreventie) en hierdoor langer thuis kunnen blijven wonen.
2.3. Armoede en schulden: verhogen inkomensgrenzen minima en huiswerkbegeleiding voor minima Om armoede en schulden te voorkomen, dan wel de gevolgen te verzachten is extra inzet nodig op huiswerkbegeleiding voor minima en ophogen van de norm voor inkomensondersteuning. Huiswerkbegeleiding voor minima Huiswerkbegeleiding wordt een vast onderdeel van het Goudse armoedebeleid. Daarmee moet huiswerkbegeleiding, ongeacht het inkomen van de ouders, toegankelijk worden voor alle kinderen in Gouda. Het inzetten van huiswerkbegeleiding is een populair middel om de schoolresultaten van kinderen te verbeteren. Om er voor te zorgen dat juist ook de kwetsbare gezinnen dit middel in kunnen zetten, is het van belang dat ook deze kinderen toegang hebben tot huiswerkbegeleiding. Er zal in 2023 in kaart gebracht worden wat het huidige aanbod van huiswerkbegeleiding en aanverwante ondersteuning in Gouda precies is en waar (zowel qua locatie als vorm van ondersteuning) behoefte aan is vanuit de doelgroep.. Op basis van het aanbod en de behoefte van de doelgroep wordt een plan 3
opgesteld hoe de huiswerkbegeleiding toegankelijk wordt gemaakt voor alle kinderen in Gouda, ongeacht het inkomen van de ouders. Ophogen inkomensondersteuning naar 130% van de bijstandsnorm Uit de Minima Effect Rapportage van het Nibud, die ook in 2022 weer is uitgevoerd, blijkt dat het gebruik kunnen maken van gemeentelijke minimaregelingen van grote invloed is op de bestaanszekerheid van de Goudse huishoudens. In Gouda worden de verschillende minimaregelingen opgehoogd naar 130% van de bijstandsnorm. Daarmee krijgen alle huishoudens die vallen binnen deze inkomenscategorie toegang tot de Goudse minimaregelingen. Door de ongekende inflatie, waar sinds 2022 sprake van is, is het wordt de uitvoering met voorrang opgepakt. In 2022 is daarom, deels gekoppeld aan het Winterplan, de energietoeslag en de gemeentepolis reeds opgehoogd naar 130% van de bijstandsnorm. Per 1 januari 2023 geldt dit ook voor de bijzondere bijstand. In februari 2023 heeft de raad besloten over de ophoging naar 130% van de Rotterdampas en het daaraan gekoppelde kindpakket. Met uitzondering van de individuele inkomenstoeslag en de fietsregeling en het Kinderfonds van de Brede Schoo zijn daarmee alle gemeentelijke minimaregelingen (uitgezonderd de individuele inkomenstoeslag) opgehoogd.
Voor deze minimaregelingen zal in 2023 onderzocht worden of het wenselijk en budgettair gezien haalbaar is om ook deze regelingen op te hogen naar 130% van de bijstandsnorm.
2.4. Aanpak laaggeletterdheid Het belang van de aanpak van laaggeletterdheid is onverminderd groot. De ambitie voor de komende jaren is om de activiteiten uit te breiden en het bereik verder te vergroten. Landelijk en regionaal kader aanpak laaggeletterdheid geeft richting Gebrek aan basisvaardigheden vormt een obstakel om zelfstandig mee te doen in onze maatschappij. In Nederland beheersen ongeveer 2,5 miljoen mensen deze basisvaardigheden niet, waarvan 60% Nederlands als moedertaal heeft (NT1, bij NT2 is Nederlands de tweede taal). Het bieden van volwasseneneducatie (taalcursussen voor volwassenen) is een wettelijke taak die is vastgelegd in de Wet Educatie en Beroep (WEB). Daarnaast heeft het Rijk voor de periode 2021-2024 alle centrumgemeenten (waaronder Gouda) taken opgelegd. Het gaat om het verhogen van het bereik van laaggeletterden met Nederlands als eerste taal (NT1), meer inzicht krijgen in de kwaliteit en de effectiviteit van het nonformele aanbod en meer de verbinding maken met gemeentelijk beleid sociaal domein, de Onderwijsagenda en het beleid rond voortijdig schoolverlaten (taken RMC). Tot slot is opgelegd dat er regionale kaders worden gesteld en is regionale samenwerking vereist.
Regionale kaders vastgelegd met daarin focus op het bereiken van NT1 en verbinding met het sociaal domein In het Regionale Plan een (basis)vaardige regio Midden-Holland 2020-2024 is vastgelegd dat het bereik van laaggeletterden met Nederlands als eerste taal (NT1) moet worden vergroot. Focus ligt op NT1-ers die bij het UWV, gemeenten, werkgevers en zorginstanties lopen. Daarom zijn er vier actielijnen uitgewerkt die aansluiten op de focus op NT1: Arbeidsmarkt, Educatie, Onderwijs, Sociaal domein en gezondheid. Ook de NT2 doelgroep kan via deze actielijnen worden bereikt. Om meer zicht te krijgen op de kwaliteit van het formeel en informeel aanbod, is er in 2021/2022 gestart met het uitvoeren van een periodieke impactmeting. Voortaan zal periodiek de effectiviteit van het beleid worden gemeten. De impactmeting laat zien of deelnemers van cursussen een verbetering ervaren in het mee kunnen doen in de samenleving. Gouda bewaakt als centrumgemeente de voortgang van de actielijnen uit het regionale kader. In Gouda hebben vele partijen het Taalakkoord 2021-2024 ondertekend Lokaal hebben we de verantwoordelijkheid om de actielijnen uit het regionaal plan uit te voeren. Om dit kracht bij te zetten, is opnieuw een Taalakkoord getekend in Gouda. De ambitie van het Taalakkoord is een geletterd en inclusief Gouda.
De missie van het Taalakkoord is om de laaggeletterdheid jaarlijks met 1% terug te dringen. De ondertekenaars van het Taalakkoord hebben geconcretiseerd wat hiervoor wordt gedaan. Dit wordt jaarlijks geëvalueerd. Het Taalhuis heeft hierin een coördinerende rol. De aanpak van taal is ook één van de speerpunten van de onderwijsagenda. Gouda vervult een voorbeeldfunctie als ‘direct duidelijk’ gemeente (en als doorwijzer) In 2022 heeft de gemeente Gouda de ‘direct duidelijk’ deal afgesloten. Transparante en duidelijke brieven en e-mails waarvan de ontvanger direct begrijpt wat er staat. Ook de komende jaren wordt de communicatie van de gemeente onder de loep genomen en aangepast aan de direct duidelijk stijl. Er is 4
de komende jaren extra aandacht nodig voor de doorverwijsfunctie aan de gemeentelijke balies, zoals burgerzaken, schuldhulp, het WSP en het VvE-punt. Vanaf 2023 breiden het Taalhuis en de gemeente Gouda de activiteiten verder uit Er is in de begroting ruimte gemaakt om structureel te investeren in de lokale aanpak van laaggeletterdheid. Alleen regionale middelen en een strak landelijk kader is niet genoeg om laaggeletterden te bereiken. In de afgelopen jaren is ervaring opgedaan met het toeleiden van laaggeletterden naar het taalaanbod. In de komende jaren wordt het toeleiden naar het aanbod nog verder uitgebreid en het taalaanbod (NT1 en NT2) vergroot. De inzet van taalambassadeurs (ervaringsdeskundigen) zal helpen om in te zetten op wat werkt. 2.5. Inburgering Het is belangrijk dat ook nieuwe Gouwenaars zoveel mogelijk mee (kunnen) doen in de Goudse samenleving. De Wet inburgering is van toepassing op iedereen die vanaf 1 januari 2022 moet inburgeren. Dat zijn alle mensen tussen 16 en 67 jaar die zich vanuit een niet-Europees land vestigen in Nederland. We onderscheiden de volgende groepen: • Statushouders: Vluchtelingen die op grond van asiel een tijdelijke verblijfsvergunning voor 5 jaar hebben en de nareizende familieleden. Gemeenten hebben een jaarlijkse taakstelling voor huisvesten. In 2022 ging het om 99 personen.
Voor 2023 wordt een taakstelling van 180 – 200 verwacht. • Gezinsmigranten: Mensen die voor gezinsvorming (meestal huwelijk) naar Nederland komen of geestelijke bedienaren. Het gaat in Gouda om gemiddeld 50 personen per jaar. De gemeentelijke rol is voor deze groep kleiner dan voor statushouders. Vanuit het streven om mensen duurzaam uit te laten stromen naar (betaald) werk werken we met duale trajecten, dit houdt in dat taalontwikkeling en (vrijwilligers-)werk worden gecombineerd. De inburgeraar oefent taal in de praktijk en maakt kennis met de Nederlandse arbeidsmarkt. De opbouw van de duale trajecten leidt idealiter tot (betaald) werk. Om ervoor te zorgen dat de leerroutes/ duale trajecten een succes worden, hebben we in de regio Midden Holland besloten eerst een zogenaamd Turbotaaltraject aan te bieden, waarbinnen gedurende 8 weken versneld kennis gemaakt kan worden met de taal en lokale voorzieningen. Er zijn drie leerroutes: • B1-route: Goed leerbare mensen doen inburgering op B1 niveau. Dat is het niveau dat nodig is om een MBO opleiding te kunnen volgen. Afschalen naar een lager taalniveau (A2) is mogelijk binnen de B1 route. De taalscholing wordt verzorgd door NL Training. In 2023 verwachten we de eerste inburgeraars uit deze groep naar werk te kunnen gaan leiden in samenwerking met het WerkgeversServicepunt.
• Onderwijsroute: Mensen die kunnen doorstromen naar regulier onderwijs krijgen een intensief taalschakeltraject van 1,5 jaar en stromen daarna door naar Nederlands onderwijs. In de praktijk is er een maximumleeftijd van 30 jaar zijn vanwege de DUO-studiefinanciering. Goudse inburgeraars kunnen naar het Albeda college of de Erasmus Universiteit, met deze onderwijsinstellingen zijn (op regionaal niveau) contracten afgesloten. • Z-route: Als B1-niveau niet realistisch is, is er de zogenaamde Z-route gericht op zelfstandige participatie in de samenleving (zelfredzaamheidsroute). Op dit moment wordt invulling van de Z-route uitgewerkt door Promen, in samenwerking met NL Training. Er wordt door de gemeente uitvoering gegeven aan de nieuwe wet inburgering met een team inburgering. Iedere inburgeraar start met een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) met aandacht voor alle leefgebieden. In het PIP worden afspraken vastgelegd o.a. over de leerroute, participatie, ontzorgen en maatschappelijke begeleiding. Gouda gebruiktt daarnaast een ontwikkelplan waarin gedetailleerde afspraken staan voor de ontwikkeling van de inburgeraar. Waar nodig worden Goudse inburgeraars ook ondersteund voor financieel-administratieve zaken. Er is ook een cursus financiële zelfredzaamheid beschikbaar.
Om ervoor te zorgen dat nieuwe Gouwenaars hun weg vinden in Gouda, is er maatschappelijke begeleiding beschikbaar door Vluchtelingenwerk. Zij begeleiden ook het proces van gezinshereniging. Er wordt momenteel ingezet op de opvang van Oekraïners, de boot voor asielzoekers van het COA, en het opzetten van een nieuw AZC in de Molenwiek. De taallessen die aan asielzoekers op de COA-boot worden gegeven dragen bij aan een snellere integratie. Een deel van de asielzoekers blijft na het
5
verkrijgen van asielstatus in Gouda wonen. Doordat zij al eerder zijn gestart met het leren van de taal en diverse participatie-activiteit kunnen zij naar verwachting sneller inburgeren in Gouda. De inzet voor Oekraïners en asielzoekers heeft niet geleid tot minder inzet of minder aandacht voor de statushouders. Er is regionale samenwerking met de buurgemeenten en een netwerk aan ketenpartners, zoals de taalschool NLTraining, Vluchtelingenwerk en Promen. De begeleiding van statushouders wordt steeds verder versterkt en uitgebreid met maatwerk-trajecten.
3. Thema: Passende zorg en ondersteuning: beschikbaar en betaalbaar houden 3.1. Hervormingsagenda Jeugd Zeven jaar na de invoering van de Jeugdwet zijn de beloften van decentralisering - passende hulp, dichtbij huis, gezinsbreed, efficiënter en met minder kosten – nog niet waargemaakt. Een aantal hardnekkige knelpunten in de jeugdhulp doen zich voor die om – soms ook ingrijpende - hervormingen vragen. Ook laat de kostenontwikkeling en het aantal jongeren in jeugdhulp zien dat dit stelsel voor de toekomst niet houdbaar is. De jeugdzorg kan en moet veel beter. Dat vinden alle betrokken partijen. Het Rijk, de gemeenten (VNG), aanbieders en cliëntenorganisaties hebben de handen ineen geslagen voor een Landelijke Hervormingsagenda Jeugd. De agenda richt zich op acht actielijnen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
reikwijdte van de Jeugdwet afbakenen en helder positioneren in de bredere context van het sociaal domein; de gemeentelijke toegang met stevige lokale teams versterken: verbeteren regionale samenwerking en landelijke contractering specialistische zorg: kwaliteitsverbetering en zicht op effectiviteit afbouw residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk eenvoudiger uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten van marktwerking verbeteren inzicht in het jeugdstelsel met data en monitoring afspraken over financieel bestuurlijke verhoudingen en een meerjarig financieel kader.
De verwachting is dat de hervormingsagenda bij kan dragen aan het streven binnen het Gouds programma Sturen op Kosten om de uitgaven voor Jeugdhulp te beheersen en het aantal kinderen dat jeugdhulp ontvangt te verminderen naar 1:8 kinderen tot 18 jaar. Belangrijke voorwaarde is wel dat er overeenstemming is met het Rijk over het meerjarig financieel kader. De ontwikkelingen van de Landelijke Hervormingsagenda jeugd volgen elkaar snel op. Wij volgen en implementeren (zodra deze van kracht is) de hervormingsagenda lokaal en regionaal. Hierbij maken we de afweging, daar waar ruimte is voor een lokale eigen invulling, of de ontwikkelde maatregel bijdraagt aan de kwaliteit en/of beheersing van de uitgaven aan jeugdhulp. Maar Gouda wacht niet af. We zetten al in op een sterke (gemeentelijke) toegang; maken de grenzen van jeugdhulp bespreekbaar in het normaliseringsdebat en vertalen de afbakening ook in het juridisch kader (lokale verordening jeugdhulp en Wmo). Bij de kaders voor inkoop staan kwaliteit en effectiviteit centraal.
3.2. Realistisch begroten Wmo Vanaf 2023 is de omslag gemaakt van taakstellingen op de Wmo-voorzieningen naar het realistisch begroten van de toekomstige uitgaven voor Wmo. In programmabegroting 2023-2026 voor de Wmo een realistische reeks opgenomen. Dit is een verbeterde prognose voor de uitgaven Wmo op grond van demografische ontwikkelingen, de autonome groei door o.a. de aanzuigende werking van het abonnementstarief en de herijkte tarieven voor gecontracteerde maatwerkproducten. Uitgangspunt is dat de gemiddelde kosten per cliënt moeten stabiliseren. Aan de bijgestelde begroting zijn de volgende inhoudelijke doelstellingen verbonden: : 1. De gemiddelde kosten per cliënt per jaar voor begeleiding stabiliseren op het niveau van 2022 (ex. index). 6
2. De gemiddelde kosten per cliënt per jaar voor dagbesteding stabiliseren op het niveau van 2022 (ex. index) 3. De gemiddelde kosten per cliënt per jaar voor hulp bij het huishouden stabiliseren op het niveau van 2022 (ex. Index). 4. Voor hulp bij het huishouden brengen we om de besparing van € 322.000 te realiseren het aandeel inwoners van 65 jaar en ouder met een indicatie voor hulp bij het huishouden terug van 1 op 9,4 in 2021 naar 1 op 9,75 in 2025. Binnen het programma sturen op kosten treffen we maatregelen om de gemiddelde kosten per cliënt per jaar te stabiliseren. De focus is onder andere gericht op aanscherping van de toegang tot maatwerk Denk daarbij aan de inzet van toetsers en een gedragswetenschapper in de toegang naar begeleiding en dagbesteding, een aangescherpte werkinstructie, intervisie en (integrale) casuïstiekbespreking Kansen voor de komende jaren die we willen benutten zijn vooral gericht op eerder inzetten van, of afschalen naar een laagdrempelig preventief aanbod, een integrale vraagbenadering en net als bij de Jeugdhulp het normaliseringsdebat.
3.3. Wonen, zorg en ondersteuning voor ouderen (WOZO) In het advies dat de GASD in 2020 uitbracht naar aanleiding van de nota Iedereen kan meedoen, ging één van de adviezen over vergrijzing: “Besteed veel meer aandacht aan de grijze golf die op ons afkomt. Preventie, innovatie en experimenten zijn daarbij sleutelbegrippen. Kom met een concreet Aanvalsplan Vergrijzing waarin op overzichtelijke wijze de acties in de verschillende beleidsdomeinen in hun onderlinge samenhang worden gepresenteerd.” In de toelichting verwijst de GASD naar de dubbele vergrijzing en geeft aan dat we de zorgvraag die deze met zich meebrengt niet aankunnen. De GASD noemt als speciale opgaven de sociale cohesie, het huisvestingsvraagstuk en innovatieve ondersteuning. Hoewel vergrijzing in de eerste plaats een demografisch gegeven is en niet op voorhand een probleem, brengt de toename van het aantal inwoners met een ondersteuningsvraag natuurlijk wel uitdagingen met zich mee. Dit is al langer zo en duurt ook nog wel even. Landelijk is daarom het programma Wonen, zorg en ondersteuning voor ouderen (WOZO) medio 2022 gelanceerd. Daarmee wordt ingezet op het aanpassen van ondersteuning en zorg op de voorkeur van ouderen om zo lang mogelijk regie op het eigen leven te houden en dat zware, complexe zorgvragen zo lang mogelijk worden uitgesteld of zelfs worden voorkomen.
Het programma richt zich op samenwerking tussen verschillende partners om te komen beter passende huisvesting en zorg voor ouderen met de insteek om zo lang mogelijk vitaal te blijven, de zorg anders te organiseren en het naar elkaar omzien in de wijk te stimuleren. Dit alles vanuit de nieuwe norm “zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan”.. We zien het programma WOZO als een goede impuls om in Gouda tot een samenhangend plan van aanpak te komen. De verschillende actielijnen in het programma WOZO vormen een goede leidraad voor alles dat we al doen rond ouderen en aanvullend nog willen ontwikkelen met elkaar te verbinden Dat doen we samen met onze lokale en regionale partners en voor nieuwe initiatieven met inzet van budget dat hier nog voor beschikbaar komt. Een eerste beeld van de inzet tot nu toe geeft een mooi basis voor doorontwikkeling:
Actielijn 1 Samen vitaal ouder worden: ouderenvoorlichting, huiskamers van de wijk, mantelzorgondersteuning, preventief aanbod (verbinding met GALA) Actielijn 2 Sterke basiszorg voor ouderen: inzet van het sociaal team in de wijk, respijtzorg, en aandacht voor gedeelde zorg waarbij partijen met elkaar samenwerken. Actielijn 3 Passende Wlz-zorg: rond de transitiemiddelen in gesprek met het zorgkantoor, zorgaanbieders, gemeenten en woningcorporaties over het scheiden van wonen en zorg en de inzet van volledig pakket thuis. Actielijn 4 “Wonen en zorg” voor ouderen: in 2022 is het onderzoek naar langer thuis wonen uitgevoerd. We hebben nu inzichtelijk hoeveel geclusterde woningen, verpleegzorg thuis en nultredewoningen er nodig zijn voor de langere termijn. We zijn onder andere in gesprek met de woningcorporaties over versnelling van woningbouw en doorstroommogelijkheden voor ouderen.
7
Actielijn 5 Arbeidsmarkt en Innovatie: Inzet door Campus Gouda en daarbinnen de aansluiting bij The Living Lab. Hier is aandacht voor het aanleren van digitale vaardigheden voor vergelijkbare of verhoogde kwaliteit van zorg door de inzet van digitale hulpmiddelen.
Het samenhangend plan moet naast het bundelen van wat we al doen ook een analyse bevatten van de vragen die op ons afkomen. O.a. . met behulp van beschikbare data van het gebruik van voorzieningen.
3.4. Mantelzorg De knelpunten die we in de zorg ervaren en het streven om mensen met een zorgvraag zo lang mogelijk thuis te laten wonen hebben hun weerslag op de belasting van mantelzorgers. Binnen de mogelijkheden die er op gemeentelijk niveau zijn is het streven dat mantelzorgers in staat zijn de zorgtaken uit te voeren op een wijze die bij hen past en waar zij zich prettig bij voelen. Waarbij ze voldoende ruimte voor zichzelf overhouden, hun sociale netwerk kunnen onderhouden en blijven deelnemen aan de samenleving. Om dit te bereiken zetten we in op ondersteuning via respijtzorg, individuele ondersteuning (door het Sociaal Team), lotgenotencontact en themabijeenkomsten, Ook ondersteuning van vrijwilligers (respijtvrijwillgers) en maatjes is mogelijk. Jaarlijks organiseren we de dag van de mantelzorg. In de praktijk zien we dat het belangrijk is om alert te blijven op wat mantelzorgers nodig hebben. We zien een kans om bij de nieuwe inkoop Jeugdhulp en Wmo de vormen van geïndiceerde respijtzorg onder de loep te nemen. Op dit moment blijft het gebruik daarvan beperkt. Streven is het aanbod aan respijtzorg goed te laten aansluiten bij de vraag. Twee nieuwe initiatieven die we willen onderzoeken zijn het Odensehuis en het project Mockingbird .
Een Odensehuis is een informatie-, advies en ontmoetingsplek voor mensen met (beginnende) dementie, mantelzorgers en hun familie en vrienden. Iedereen die te maken krijgt met een beginnende vorm van dementie is welkom in een Odensehuis. Mockingbird is een concept dat vanuit de Verenigde Staten nu ook Nederland bereikt heeft. Het gaat om informele ondersteuning van pleegouders voor pleegouders: Een ervaren pleeggezin (zgn. Hubhome) wordt getraind en begeleid om de andere gezinnen bij te staan met een luisterend oor, advies en praktische ondersteuning. Midden- Holland is de eerste regio in Nederland waar Mockingbird van start is gegaan, in Waddinxveen. Op basis van de ervaringen in Waddinxveen willen we vaststellen of uitbreiding naar Gouda wenselijk is.
4.
Thema Integrale dienstverlening en kwaliteit
4.1. Programma doorontwikkeling integrale uitvoeringsorganisatie De Goudse integrale uitvoeringsorganisatie voor het sociaal domein (SD) heeft de ambitie om de inwoner integraal te benaderen en om naast de inwoner te staan. De uitvoeringsorganisatie is per 1 januari 2021 van start gegaan. De uitvoerende afdelingen zijn ingericht op ‘levensfase van de inwoner’. Bestaande taken en functies zijn herschikt, er is gestart met 1 integrale toegang voor de inwoners en de taken onderzoek en advies en regie jeugd zijn vanuit het Sociaal Team (ST) verplaatst naar de gemeente. Door deze veranderingen en het aansturen op integraal werken, is al veel bereikt. Uit de cliënttevredenheidsonderzoeken blijkt dat inwoners de ondersteuning van de gemeente positiever ervaren. Niettemin zien we ruimte voor verbetering en verdere versterking. Hiervoor zetten we de landelijk beschikbaar gekomen extra middelen ter versterking van de gemeentelijke dienstverlening in, de zogenaamde POK-middelen (Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)). Deze middelen zijn bedoeld voor versterking van het rechtsbeschermingssysteem; de versterking van de toegang tot hulp en ondersteuning; een impuls voor het integraal werken en het leren van andere gemeenten.
In 2023 start een meerjarig programma Doorontwikkeling integrale uitvoeringsorganisatie dat gericht is op vier punten: Verbetering van de toegankelijkheid van de frontoffice; Meer tijd en meer resultaat voor de inwoner/klant; 8
Faciliteren van de uitvoering om de vraag integraal op te pakken. Versterking van de rechtsbescherming (het sociaal raadsliedenwerk)
De doorontwikkeling vindt plaats vanuit de oorspronkelijke visie op de integrale uitvoeringsorganisatie: Werken vanuit de menselijke maat Eigen kracht is de basis Inwoners staan centraal, naast de inwoner staan Integrale cliënt benadering; Eén huishouden; één plan; één regisseur De gemeente voert regie en stuurt op resultaat De verbinding met de ambitie in het kader van ‘direct duidelijk’ kan hierbij versterkend werken.
5. Sturing en verantwoording De raad en het college maken afspraken over de gezamenlijke beeldvorming, zowel kwalitatief als kwantitatief over de voortgang van de kadernota Iedereen kan meedoen (inclusief addendum). Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de PenC cylus. Dit geeft de raad de gelegenheid om tijdig bij te sturen. De afgelopen twee jaar zijn daarbij een aantal instrumenten ingezet: Raadsmemo voortgangsinformatie sociaal domein Met deze raadsmemo informeert het college de raad ieder kwartaal over actuele nieuwsfeiten en ontwikkelingen in het (Goudse) sociaal domein. Belangrijke mijlpalen en resultaten worden hier beschreven. Rapportage sturen op het sociaal domein Deze rapportage per beleidsthema uit de nota laat zien aan welke opgaven en doelstellingen in de rapportageperiode is gewerkt, welke resultaten zijn behaald en wat eventuele afwijkingen zijn van de programmabegroting. Voor elk beleidsthema zijn de doelstellingen vertaald naar meetbare - en/of kwalitatieve indicatoren, waarop ook gerapporteerd wordt. Ten slotte beschrijft de rapportage de voortgang op de sturingsopgaven en kostenreductie voor maatwerkvoorzieningen Jeugd en Wmo (Programma Sturen op kosten). De rapportage is aanvullend op verantwoording via de PenC-cyclus Het gaat hier om monitoring van de voortgang en bereikte resultaten gedurende het lopende jaar.
Dit geeft de gelegenheid tot bijsturing als daar aanleiding toe is. Over de overige opgaven en financiën in het sociaal domein wordt de gemeenteraad geïnformeerd via de reguliere Planning en Control cyclus. Tussenevaluatie Aan de hand van de rapportages sturen op het sociaal domein is de raad bij de tussenevaluatie in de gelegenheid het beleid bij te sturen op het niveau van ambities; maatschappelijke doelen; beleidsthema’s en opgaven. In Q 4 2022 is de eerste tussenevaluatie besproken.
5.1. Nieuwe afspraken monitoring en verantwoording We zien dat de meeste indicatoren slechts eens per jaar beschikbaar zijn (b.v. meting via de jaarlijkse stadspeiling). Daarnaast blijkt dat de inhoudelijke verantwoording over de opgaven per thema grotendeels overlapt met de jaarstukken (1e ijkmoment). De raad ontvangt de raad vanaf 2023 de rapportage Sturen op het sociaal domein één keer per jaar bij het 2e ijkmoment. De beleidsnota heeft geen einddatum. Eens per twee jaar actualiseert de raad het beleid op basis van een tussenevaluatie. In schema ziet de monitoring en verantwoording er als volgt uit:
9
Wat
Inhoud
Planning
Rol van de raad
Programmabegroting
Prioritering wat we gaan doen en willen bereiken
2e ijkmoment
Kaderstellend
Derde/vierde kwartaal Rapportage Sturen op het sociaal domein
Raadsmemo voorgang sociaal domein
Jaarrekening en jaarverslag
Tussenevaluatie
Doelstellingen en Indicatoren per thema; Toelichting op ontwikkeling van de indicatoren; Beschrijving voortgang opgaven per beleidsthema.
Afgestemd op 2e ijkmoment
Brede opvatting van actieve informatieplicht van college: Actuele nieuwsfeiten/mijlpalen Informeren over landelijke/regionale of lokale ontwikkelingen Verantwoording financieel en inhoudelijk op de opgaven die voor het verantwoordingsjaar van toepassing zijn. Hebben we gedaan wat we zouden doen? Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? Op basis van tussenrapportage gelegenheid voor actualiseren van de beleidsnota op niveau van maatschappelijke doelen; beleidsthema’s en opgaven.
Ieder kwartaal
Controlerend: college legt verantwoording af Kaderstellend: mogelijkheid tot bijsturing via de programmabegroting Informerend
Eerste/tweede kwartaal
Controlerend: college legt verantwoording af.
Eens per 2 jaar.
Kaderstellend
Derde kwartaal
Eerstvolgende Q1 2025
De rapportage Sturen op het sociaal domein wordt geactualiseerd op basis van dit addendum. De indeling van beleidsthema’s volgt de programmabegroting, nieuwe opgaven worden opgenomen en gerealiseerde opgaven worden afgevoerd. Bij de indicatoren per beleidsthema wordt onderzocht welke indicatoren die zijn vervallen bij de (nieuwe) programmabegroting aan de rapportage kunnen worden toegevoegd. Daarnaast wordt bezien of voor nieuwe opgaven ook nieuwe indicatoren beschikbaar zijn. In bijlage 1 staat een overzicht van de beleidsthema’s en opgaven die in de rapportage worden opgenomen. Naast deze cyclus van informeren en verantwoorden informeert het college de raad via specifieke raadsmemo’s en kunnen periodiek bijeenkomsten of werkbezoeken georganiseerd worden om een gezamenlijk beeld te vormen van ontwikkelingen of specifieke onderwerpen in het sociaal domein. Deze bijeenkomsten bieden inzicht in het beeld achter de cijfers. Voor specifieke onderwerpen waar de raad kaderstellend of controlerend is, ontvangt de raad voorstellen van het college conform de gebruikelijke besluitvormingscyclus. Voor de komende periode zijn dat in ieder geval: Kaderstelling inkoop Jeugdhulp en Wmo
Q2/Q3
Verordening Jeugdhulp en Wmo
Q2/Q3
Reïntegratieverordening
Q3
10
Lokale Inclusieagenda
Q4
Beleidskader schuldhulpverlening
Q1 (2024)
In bijlage 2 is ter informatie een overzicht opgenomen van vastgesteld beleid; programma’s; akkoorden en juridisch kader.
5.2. Effectiviteit van beleid Onderliggend aan de monitoring en verantwoording op het niveau van smart geformuleerde doelstellingen en indicatoren ligt de vraag welke (beleids)interventies al dan niet effectief zijn. Welke inzet heeft bijgedragen aan het behalen van de doelstellingen en welke niet?. Deze effectiviteit meet het college op verschillende manieren. Tevredenheid cliënten Op cliëntniveau meten de integrale uitvoeringsorganisatie en het sociaal team of mensen vinden dat het resultaat dat zij wensten is behaald en hoe de bejegening is ervaren. De nieuwe vorm van cliënttevredenheidsonderzoeken geeft goede kwalitatieve en kwantitatieve informatie en inspiratie voor verbetering van de uitvoering. Dit gaat in nauw overleg met de GASD en GCR Werken met effectieve interventies Effectiviteit en meten van resultaat is ook onderwerp van de nieuwe inkoop van maatwerkvoorzieningen. Het werken met effectieve interventies is hier uitgangspunt. Dit geldt ook voor de inzet van preventieve interventies. Deze zijn vaak al (landelijk) op effectiviteit onderzocht. Evaluatie van pilots Bij nieuwe projecten onderzoekt het college de effecten voordat besloten wordt tot het al dan niet structureel inzetten. Goede voorbeelden zijn de huisartsenpilot (Jeugdhulp) en de pilot met de gedragswetenschapper( Wmo) die beide succesvol zijn geëvalueerd (programma Sturen op kosten).
Vernieuwende vormen van impact meten Monitoring en evaluatie van beleid in sociaal domein is niet alleen in cijfers te vangen. Om recht te doen aan de complexiteit willen we informatie halen uit ervaringen en gebeurtenissen in het dagelijkse leven vanuit het perspectief (verhaal) van de doelgroep. Dit doen we al bij de cliëntervaringonderzoeken. We gaan onderzoeken of we deze manier van monitoring en meten breder kunnen toepassen.
11
Bijlage 1: beleidsthema’s en opgaven Overzicht thema’s en opgaven (geactualiseerd) Iedereen kan meedoen: inclusieve en sociale stad Programma lokale inclusieagenda Gouda Aanpak laaggeletterdheid en duidelijke taal Brede blik op statushouders/inburgering Duurzame inzetbaarheid Inclusief werk en participeren Passend Wonen Langer Thuis Wonen/WOZO Passende fysieke leefomgeving Investeren in kansengelijkheid en preventie Sluitende preventieve aanpak jeugd Programma Buurtaanpak Brede preventieve aanpak Gezond en Actief leven (GALA) Aanpak armoede en schulden: nieuw daarbinnen Huiswerkbegeleiding voor minima Verhogen inkomensgrenzen minimabeleid Aansluiten Jeugdhulp en onderwijs Integrale dienstverlening en kwaliteit Programma doorontwikkeling integrale uitvoeringsorganisatie In dialoog met cliënten Oog voor de mantelzorger Doorontwikkeling sociaal team Integraal gemeentelijk ondersteuningsaanbod Hervormingsagenda Jeugd Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Overgang 18-naar 18+ Domeinoverstijgend samenwerken Samen veilig opgroeien Kwaliteit reïntegratietrajecten Maatschappelijke zorg Passende zorg en ondersteuning: betaalbaar en beschikbaar houden voor wie het het meest nodig heeft Afspraken gezamenlijke financiering maatschappelijke opgaven Programma Sturen op Kosten Vernieuwde sturing subsidiëring lokale(preventieve) basisinfrastructuur Gewoon Thuis volwassenen:
transformatie Beschermd wonen
Op basis van dit overzicht wordt de rapportage Sturen op het sociaal domein geactualiseerd.
12
Bijlage 2 Overzicht beleid en juridisch kader sociaal domein
Kadernota Iedereen kan meedoen Programma’s
Vastgesteld beleid (beleidsnota’s)
Akkoorden
Programma Sturen op kosten
Lokale Inclusie Agenda gemeente Gouda 2022 Nota SamenLeven
Preventieakkoord
Programma lokale inclusieagenda (domeinoverstijgend)
Actieplan dakloosheid Inclusief Jongerenperspectieffonds
Sportakkoord
Programma Buurtaanpak (domeinoverstijgend)
Regiovisie Jeugd en Wmo ‘Scherper aan de Wind’
Taalakkoord
Programma doorontwikkeling integrale uitvoeringsorganisatie
Woonzorgvisie 2030 (domeinoverstijgend)
Jaarplan Arbeidsmarktregio Midden-Holland
Regionaal Plan een (basis)vaardigen regio Midden Holland 20202024
Goudse Onderwijsagenda
Beleidskader Armoede en schulden Gouda Samen mee(r) doen (verlengd bij nota SD)
Goudse Standaard bij schulden
Omgevingsvisie (domeinoverstijgend) Social Return Arbeidsmarktregio Midden Holland Regionaal plan ‘een basisvaardige regio midden Holland 2020-2024
Kadernota Iedereen kan meedoen Juridisch kader Vastgestelde verordeningen en regelingen: Verordeningen worden door de raad vastgesteld en regelingen worden vastgesteld door het college. Jeugdhulp en Wmo: 1. Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2020 (op dit moment nieuwe verordening in ontwikkeling: planning Q2) 2. Regeling maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020(op dit moment nieuwe regeling in ontwikkeling: planning Q2) 3. Verordening leerlingenvervoer Gouda 2015 en beleidsregels leerlingenvervoer 4. Beleidsregels landelijke toegankelijkheid maatschappelijke opvang Midden-Holland 5. Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang sociaal medische indicatie 2019 6. Beleidsregels vervoer jeugdhulp Gouda 2018 Armoede en schulden: 7. Verordening individuele inkomenstoeslag 2018 8. Verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2023 en beleidsregels bevordering maatschappelijke participatie 9. Beleidsregels Schuldhulpverlening Gouda 10. Beleidsregels bijzondere bijstand Gouda 2023 11. Beleidsregels bijstandsbesluit zelfstandigen 12. Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Participatiewet 13. Tijdelijke beleidsregels eenmalige energietoeslag inkomens Gouda 2022 Participatiewet: 14. Re-integratieverordening en Re-integratieregeling Gouda 2022 15. Afstemmingsverordening Pw, Ioaw en Ioaz Gouda 2017 16.
Beleidsregels boete, terugvordering, invordering en verhaal Gouda 2013 17. Beleidsregels studietoeslag gemeente Gouda 2023 18. Beleidsregels verhuur en kostgangerschap Participatiewet 19. Beleidsregels tegenprestatie Participatiewet 20. Dienstverleningsovereenkomst Participatiewet - Promen Subsidies 21. Beleidsdoelstellingen subsidies 2022 (jaarlijkse update voorzien)‘ 22. Subsidieregeling onderwijsachterstandenbeleid 2020 23. Subsidieregeling Participatie in de Buurt 24. Tijdelijke subsidieregeling volwasseneducatie 2021-2024 25. Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Gouda Diversen: 26. Beleidsregels handhaving wet kinderopvang Gouda 2022 27. Verordening burger- en cliëntparticipatie 2015
14
15