CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A VVD Turfmarktkerk.docx

Raadsvergadering 16 juni 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Debat Turfmarktkerk: oordeelsvorming3.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

: VVD Gouda, Paul Ruijgrok : 6 juni 2021 : Turfmarktkerk, commissievergadering 14 juni : Mirjam Hartkamp : 11 juni 2021

Op 6 juni 2021 heeft u technische vragen gesteld over het dossier Turfmarktkerk t.b.v. de raadsvergadering van 14 juni a.s.. Onderstaand de beantwoording van uw vragen. Vragen: Ter voorbereiding op de commissievergadering Turfmarktkerk, dien ik graag de volgende technische vragen in. Indien enkele antwoorden reeds geven worden in de raadsmemo dit het college nu voorbereid, volstaat verwijzing naar een exacte passage in dat memo. Vragen: 1. In de inbreng van het college op 26 mei jl. heeft wethouder van Vugt enkele keren benadrukt dat de rechter een uitspraak gedaan heeft met "de kennis van nu". De rechter heeft echter duidelijk uitgelegd hoe hij is omgegaan met nieuwe inzichten na het besluit (zie punt 11 van de uitspraak). De rechter stelt daarbij dat de "kennis van toen" onjuist en onvolledig was. a. Welke rol kent het college zichzelf toe in het ontbreken van de juistheid en volledigheid van kennis ten tijde van het besluit? De bouwkundige staat van de Turfmarktkerk was al jaren een punt van ernstige zorg. Op 17 en 18 oktober 2018 betreden toezichthouders de Turfmarktkerk en komen tot de conclusie dat het niet meer verantwoord is om de Turfmarktkerk nog te betreden. Bij de inspecties laten zij zich zorgvuldigheidshalve vergezellen door een extern deskundige bouwkundige van ingenieursbureau Peters & van Leeuwen.

Na het bouwkundige dossier te hebben bestudeerd en de bevindingen te hebben vergeleken met de bevindingen uit een eerdere inspectie, bericht ingenieursbureau Peters & van Leeuwen op 22 oktober 2018 het college het volgende over de bouwkundige staat van de Turfmarktkerk: ‘Conclusie: het bovenstaande leidt tot gevaar van instorting. Dit kan alleen worden weggenomen door de sloop van de kerk.’ Het college heeft op basis van deze informatie ingegrepen door middel van het op 24 oktober bekend maken van spoedeisende bestuursdwang teneinde de Turfmarktkerk zo spoedig mogelijk te stutten en te slopen om het gevaar weg te nemen. Bij het nemen van dit besluit stond het college onder grote druk omdat op korte termijn ingrijpende beslissingen moesten worden genomen. Er is bij de beslissing om spoedeisende bestuursdwang toe te passen niet alle tijd en ruimte geweest om rustig onderzoek uit te voeren. Spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast op basis van de kennis en wijsheid van het moment van handelen. In de uitspraak van de rechter leest het college dat de rechtbank van mening is dat de onderbouwing voor ingrijpen te dun was. Het college heeft conform te doen gebruikelijk gevaren op het vakoordeel van deskundigen, te weten de ODMH én een externe deskundige. b.

Welke rol ken het college toe aan de ODMH in het ontbreken van de juistheid en volledigheid van kennis ten tijde van het besluit? Een second opinion (ingenieursbureau Geelhoed Engineering, 10 december 2018) dat in opdracht van de gemeente is opgesteld bevestigt de conclusies van (de inspecteurs) van ODMH en Peters & Van Leeuwen.

c.

Welke rol ken het college toe aan overige betrokken partijen in het ontbreken van de juistheid en volledigheid van kennis ten tijde van het besluit? Zie het antwoord onder b.

2. In de inbreng van het college op 26 mei jl. heeft wethouder Van Vugt aangegeven het besluit tot "sloop met spoed" noodzakelijk te achten. Volgens onze informatie werd op dat moment van de eigenaar geëist dat de volledige sloop op 1 december gereed zou zijn. Klopt dit? Zo ja, a. Waarom kiest de gemeente ervoor om alleen sloop tot veilige hoogte over te nemen, terwijl er kennelijk eerder al tijdsdruk was om tot volledige sloop te komen? Het college schrijft KB Holding BV aan met een last onder bestuursdwang d.d. 25 juli 2018 ertoe strekkende dat de Turfmarktkerk voor 20 augustus 2018 moet zijn gestut en voor 20 september 2018 gesloopt. D.d. 15 augustus 2018 verlengt het college, op verzoek van KB Holding BV, de begunstigingstermijn, de Turfmarktkerk moet nu voor 10 september 2018 zijn gestut en voor 1 december 2018 zijn gesloopt. Later is het college gebleken dat slopen tot en met de fundering niet strikt noodzakelijk was om de overtreding op te heffen. Een herstelsanctie mag vanuit het beginsel van proportionaliteit niet verder strekken dan noodzakelijk om de overtreding op te heffen. Dat is dan ook de reden dat bij de spoedeisende bestuursdwang d.d. 25 oktober 2018 enkel het noodzakelijke: sloop tot veilige hoogte (ca. 6 meter boven het maaiveld) is gelast. b.

Wat was de verwachte einddatum van de sloop tot veilige hoogte op het moment dat het college het besluit tot bestuursdwang nam? De uiterlijke datum was 1 maart 2019. Deze datum is ook vastgelegd in de aannemingsovereenkomst die is gesloten met de partij voor de stut- en sloopwerkzaamheden (zie ook onder c). c. Wat was de datum waarop de gemeente de opdracht tot sloop aan haar leverancier verstrekte? Op 25 oktober 2018 is de opdracht verleend aan Van der Speld Bouw B.V. voor het verrichten van stutwerkzaamheden. Deze werkzaamheden zijn direct gestart, waarbij eerst nog tekeningen en berekeningen moesten worden opgesteld (voor nadere informatie hierover zie de tijdlijn). Op 30 oktober 2018 is de overeenkomst met Van der Speld Bouw B.V. gesloten voor stutwerkzaamheden en feitelijke sloop Turfmarktkerk. De sloopwerkzaamheden zijn op 13 november 2018 gestart. d. Op welk moment was de sloop tot veilige hoogte door de gemeente gereed? Op 6 februari 2019 is de sloop voltooid. Door een ordemaatregel van de voorzieningenrechter lag de sloop stil van 30 november - 19 december 2018. De totale sloop heeft circa 2 maanden in beslag genomen. 3. Op 17 en 18 oktober 2018 is door de adviseurs van de gemeente geconcludeerd dat er acuut instortingsgevaar dreigt.

Toch besluit het college pas op 19 oktober de omwonenden te adviseren het huis te verlaten en pas op 22 oktober wordt de noodverordening van kracht. Waarom heeft het college 5 dagen nodig om de veiligheid van de omwonenden te garanderen? Op basis van de rapportages van toezichthouders is direct aan ingenieursbureau Peters & van Leeuwen om advies gevraagd. Zij kenden de bouwkundige situatie van de Tufmarktkerk ook vanuit eerdere opdrachten. Vervolgens is besloten om niet direct een

noodverordening vast te stellen, maar te beginnen met een advies en eerstens een beroep te doen op zelfredzaamheid van bewoners om huis te verlaten. Op 19 oktober 2018 ontvangen de bewoners een brief met het dringend advies om hun woningen te verlaten. Er zijn tegelijkertijd medewerkers ter plekke geweest om de bewoners actief aan te zetten om op eigen beweging een ander onderkomen te zoeken. Op 22 oktober 2018 is door specialisten van de brandweer en Veiligheidsregio MiddenHolland in het Commando Plaats Incident (Copi) geadviseerd de noodverordening af te kondigen. Ook gelet op het feit dat nog niet alle huishoudens hun huis hadden verlaten en de actuele weervoorspelling (stevige wind). Op 23 oktober 2018 is de noodverordening van kracht gegaan. 4. Naast de sloop, neemt het college ook het stutten van de kerk uit handen van de eigenaar. a. De offertes voor het stutwerk dateren van juli 2018, 3 maanden voor het opleggen van bestuursdwang. Wat was daarvoor de reden? Onder last van bestuursdwang van 25 juli 2018 zijn in opdracht van KB Holding BV diverse werkzaamheden verricht. Er is een door Dekker Engineering ontworpen steiger geplaatst in en rondom de Turfmarktkerk, waarbij door middel van trekstangen de stabiliteit van de (hoge) gevels moest worden geborgd.

Uit controles (bevindingen van de toezichthouders en van Sweco die de stutwerkzaamheden op 14 september 2018 en 26 september 2018 uitvoerde) bleek echter dat de plaatsing niet goed is gedaan. Belangrijker nog bleek dat bij het uitvoeren daarvan, het ontwerp van Dekker Engineering in de praktijk geen ondersteuning bood aan (kort samengevat) het dak terwijl ook de balken waarop het dak steunden (ernstig) aangetast waren door houtrot. Dat moest ook worden ondervangen. Hiervoor zijn op 26 oktober 2018 door Dekker Engineering aanvullende tekeningen en berekeningen voor het vereiste stutwerk aangeleverd. b. Als de offerte voor het stutwerk al klaar lagen, waarom duurt het dan tot 31 oktober (9 dagen later) voordat daadwerkelijk met het stutten wordt begonnen. De stutwerkzaamheden zijn 25 oktober 2018 gestart. Er moesten echter ook nieuwe tekeningen en berekeningen worden gemaakt zodat het dak door het steigerwerk zou worden ondersteund. Daar was nog geen rekening mee gehouden. Complicerende factor was dat daarbij moest worden aangesloten op ondeugdelijk stutwerk. Op 2 november 2018 zijn de op dat moment uitgevoerde stut-/stabilisatiewerkzaamheden goedgekeurd en was het omgevingsgevaar voor direct omwonenden geweken. Er moesten echter nog steeds stutwerkzaamheden worden verricht t.b.v. het borgen van een veilige sloop.

De stutwerkzaamheden zijn 13 november 2018 in zijn geheel afgerond en dat is de dag dat de sloopwerkzaamheden zijn aangevangen. c. Als de stutten op 17 en 18 oktober kennelijk het acute instortingsgevaar niet wegnemen, hoe kan het dan dat er tussen de start van het stutten (31 oktober) en het voltooien daarvan (op 2 november) slechts 2 dagen zat? Er zat ruim 1 week tussen start van de stutwerkzaamheden en het moment dat - door de tot op dat moment uitgevoerde stut- en stabilisatiewerkzaamheden - het omgevingsgevaar voor direct omwonenden was geweken. Tussen de start van de stutwerkzaamheden en het voltooien van alle stutwerkzaamheden zat bijna 3 weken. Zie ook het antwoord onder b. d. De staat van de dakspanten was één van de oorzaken dat er sprake was van acuut instortingsgevaar. ODMH eist aanpassing daarvan. Is het correct dat deze aanpassingen nog niet gedaan zijn wanneer de omwonenden op 2 november weer naar huis mogen? Welk veiligheidsrisico hebben zij toen gelopen? Dat klopt. Omdat de Turfmarktkerk was gestut en omdat een duidelijker beeld was ontstaan over de gevolgen van het instorten voor de direct omwonenden kon de

noodverordening worden ingetrokken. De situatie was nog steeds gevaarlijk en er bestond nog steeds instortingsgevaar, maar de noodverordening werd niet meer nodig geacht. Immers, de kans op rondvliegend puin door omvallende/bezwijkende muren/dakdelen was door de maatregelen geminimaliseerd. Weliswaar was de Turfmarktkerk zelf dan nog gevaarlijk (o.a. afvallend puin), maar bij het instorten was het vanaf dat moment niet meer waarschijnlijk dat er gevaar zou zijn voor omwonenden die op het moment van instorten in hun woningen verbleven. e. Op 8 december 2018 constateert ODMH dat de scheuren in de kerk zijn toegenomen. Hoe kan dit gebeuren, terwijl de gemeente verantwoordelijk was op dat moment voor de sloop en dus de veiligheid op de slooplocatie? Welk veiligheidsrisico hebben de omwonenden tussen 2 november en 8 december gelopen? Geelhoed Engineering BV voert in december een inspectie uit en rapporteert daarover op 10 december 2018. Daarbij waren ook lintvoegmetingen van Geovalk beschikbaar. Geelhoed had eerder in oktober 2017 en juni 2018 inspecties uitgevoerd naar de bouwkundige staat van de kerk. Zij concluderen t.o.v. de eerder door hen uitgevoerde inspecties dat de situatie duidelijk was verergerd, waarbij de visuele inspectie door de lintvoegmetingen ondersteund werd. Conclusie van Geelhoed: het instorten van de kerk was op dat moment niet uit te sluiten.

Met betrekking tot de vraag over het veiligheidsrisico voor omwonenden wordt verwezen naar het antwoord onder d. 5. Begin dit jaar vraagt het college bureau Hageman een second opinion op het Stabrapport te doen. a. Waarom is het Stab-rapport niet in de opdrachtomschrijving genoemd, terwijl dit naar het oordeel van het college het belangrijkste te beoordelen stuk was? Prof. ing. S.N.M. Wijte, werkzaam bij bureau Hageman, tevens hoogleraar constructieve veiligheid, is gelet op zijn expertise gevraagd om een oordeel te vellen over de op dat moment bij de rechtbank voorliggende stukken. Dit was inclusief het StAB-rapport. Uitgangspunt bij het verstrekken van informatie aan prof. ing. S.N.M. Wijte was het beschikbaar stellen van alle relevante documenten om conclusies te kunnen trekken over de juistheid van het StAB-rapport. 6. In opdracht van het college wordt door bureau BMC een feitenrelaas opgesteld. a. Zowel de raad als private partijen (via een WOB-verzoek) hebben gevraagd om het toezenden van het concept rapport. Waarom heeft het college dat rapport tot op heden nog niet geleverd? Immers heeft het college naar eigen zeggen "gebruik gemaakt van de te doen gebruikelijke mogelijkheid van hoor en wederhoor. In dat kader is additioneel (technisch) feitenmateriaal aangeleverd o.a.

over vroegere jaren en technisch kader BWT, de voorbereidingen voor een mogelijk bouwinitiatief en overleg met de vorige eigenaar Timpaan." Waarom zou dit vertrouwelijk zijn? Overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van de Wob wordt ingeval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Gezien artikel 1 van de Wob wordt onder een persoonlijke beleidsopvatting verstaan: “een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten”. Onder intern beraad wordt verstaan: “het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan, dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een bestuurlijke aangelegenheid”. Ook documenten die afkomstig zijn van derden die niet tot de kring van de overheid behoren, kunnen worden aangemerkt als documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad indien de documenten met dat oogmerk zijn opgesteld.

Voor zover de informatie in het concept overeenkomt met die in de eindversie van het rapport, is deze reeds openbaar gemaakt en is de Wob daarop niet van toepassing. Het eindrapport van BMC is te raadplegen via de raadsstukken behorende bij de raadsvergadering van 13 juni 2019. b. Waarom is de email van Pelecon van 6 april 2017 over de stabilisatie van het kerkgebouw en hun conclusie dat het gebouw, na uitvoering van een aantal maatregelen, nog 10 jaar bruikbaar zou zijn? Graag ontvangen wij een afschrift van deze email. Pelecon (voorheen Peters & Van Leeuwen) heeft op verzoek van de gemeente als deskundige gereageerd op het StAB-verslag. Men is destijds benaderd door de heer K. Boutachekourt met het verzoek mee te denken om de toen al bouwvallige kerk te ‘stabiliseren’ zodat deze bruikbaar werd als congres-/ expositieruimte voor de periode van maximaal 10 jaar. Hiertoe is een advies opgesteld dat ook als bijlage onderdeel uitmaakt van het StAB-verslag. Uit visuele inspectie en de gegevens van de lintvoegmetingen bleek dat een deel van de kerk ernstige zetting vertoonde. De heer K. Boutachekourt had de wens om de achterbouw (voormalige consistorie) te slopen. Dit deel van het gebouw vertoonde de grootste zetting. Op basis van deze gegevens is er een herstelplan gemaakt. Later is de heer K.

Boutachekort de werkzaamheden in eigen beheer gaan uitvoeren in de periode van april 2017 tot juni 2017. Tegen het uitdrukkelijk advies in van Pelecon heeft de heer K. Boutachekourt geen overleg gehad met het bevoegd gezag en zijn de werkzaamheden zonder vergunning aangevangen. De sloop van de laagbouw aan de achterzijde van de kerk was een belangrijk onderdeel van het herstelplan. Het in stand houden van de laagbouw zonder funderingsherstel heeft de constructieve samenhang van de kerk negatief beïnvloed. De mail van Pelecon waarnaar wordt gevraagd was gericht aan de heer K. Boutachekourt. Deze heeft de betreffende mail gedeeld met derden. c. Waarom zijn de Statistische berekeningen steigerconstructie van Dekker op 13 juli 2018 en 26 oktober 2018 niet in het BMC rapport genoemd? Waren deze rapporten niet relevant? Wat heeft het de gemeente gekost om deze rapporten op te laten stellen? Graag ontvangen wij een kopie van deze rapporten. De berekeningen (en tekeningen) van 13 juli 2018 van Dekker zijn in opdracht van K.B. Holding BV opgesteld. Deze zijn door Wob-procedures openbaar gemaakt en ook ter beschikking gesteld aan de raad. De berekeningen (en tekeningen) van 26 oktober 2018 zijn opdracht van Van der Speld BV opgesteld door Dekker. Van der Speld BV was ingeschakeld voor de stut- en sloopwerkzaamheden als gevolg van de spoedeisende bestuursdwang.

Deze rapportage is bij het opstellen van een reactie op het StAB-verslag boven tafel gekomen en direct doorgestuurd naar belanghebbenden (eigenaar Turfmarktkerk en zijn echtgenote) en d.d. 4 november 2020 verstuurd naar de raad. BMC heeft binnen haar mogelijkheden alle relevante informatie in haar feitenonderzoek meegenomen. Maar gelet op de omvang van het dossier is het uiteraard mogelijk dat bepaalde informatie niet is meegenomen. Beide rapportages maken wel onderdeel uit van het definitieve StAB-verslag en daarmee de juridische procedure inzake de bestuursdwang. Toen het college de stutwerkzaamheden op basis van de spoedeisende bestuursdwang moest uitvoeren, was het noodzakelijk om niet alleen de tekeningen van de reeds uitgevoerde werkzaamheden te krijgen van Dekker Engineering, maar bleek ook alleen Dekker Engineering de resterende werkzaamheden te kunnen tekenen met de vereiste spoed. Dekker Engineering weigerde dit echter te doen, tenzij de openstaande factuur werd voldaan door of namens KB Holding. Het college werd toen gedwongen om deze factuur ter grootte van € 4.492,00 ex btw te voldoen.

Overigens vormde voor de gemeente uitgangspunt om met het oog op de kosten (proportionaliteitbeginsel) zoveel mogelijk gebruik te maken van partijen die door KB Holding BV waren ingeschakeld. Dekker voerde de werkzaamheden in het kader van de spoedeisende bestuursdwang onder regie uit van Van der Speld BV. De facturen van onderaannemers verliepen via Van der Speld BV en zo ook die van Dekker. d. De opdracht van BMC was een feitenrelaas op te leveren. Waarom is er dan toch sprake van dat "door BMC conclusies getrokken en aanbevelingen geformuleerd in relatie tot de algemene en beleidsmatige kaders die de gemeente Gouda hanteert of die in het algemeen in de bestuurlijke praktijk worden gehanteerd." (zie beantwoording technische vragen GBG/VVD op 13 juni 2019) Eén van de doelen van het uitvoeren van het feitenonderzoek was te leren van de opgedane ervaringen. Daartoe zijn door BMC conclusies getrokken en aanbevelingen geformuleerd. 7. Op 14 juni 2017 (1 jaar voor de last onder bestuursdwang) legt de gemeente de eigenaar al last onder dwangsom op om de sloop van de kerk op dat moment stil te leggen. De gemeente eist dat er binnen 1 week een omgevingsvergunning voor de sloop wordt ingediend. a. Is het correct dat deze eis in gegeven doordat er haast is vanwege acute veiligheidsrisico's? De herstelsanctie d.d.

14 juli 2017 zag op meerdere overtredingen waaronder het slopen zonder omgevingsvergunning in beschermd stadsgezicht. De maatregelen in de vorm van het stilleggen van de werkzaamheden en het binnen een week alsnog indienen van een aanvraag om een sloopvergunning, hebben in verband met die overtreding met name tot doel gehad om eventuele onomkeerbare gevolgen te voorkomen en zijn dus feitelijk niet ingegeven vanuit acute veiligheidsrisico’s. Dat laatste geldt uiteraard wel voor zover de maatregelen zijn opgelegd in verband met de in het besluit genoemde overtredingen van de Woningwet. b. Waarom duurt het dan tot 8 september alvorens de vergunning wordt verstrekt? Nadat de aanvraag is ingediend en als ontvankelijk is aangemerkt, heeft een inhoudelijke beoordeling plaatsgevonden. Daarbij heeft het college onder meer advies ingewonnen op het gebied van cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit. Dit zijn toetsingsgronden die van belang zijn bij sloop in beschermd stadsgezicht. De advisering en beoordeling heeft enige tijd in beslag genomen. De aanvraag is overigens zonder opschorting en/of verlening binnen de regulier beslistermijn afgehandeld. c.

Als er zoveel haast is, waarom neemt de gemeente in augustus/september 2018 toch de tijd om eerst een uitgebreid trillingsonderzoek te doen en eist de gemeente dat in de tussentijd de sloop stilligt? De sloop was in augustus/september 2018, circa een jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor sloop, niet gestart. KB Holding heeft nooit een sloopmelding gedaan voor de sloop van de gehele Turfmarktkerk (die wel was vereist voordat tot slopen zou kunnen worden overgegaan), noch (in het verlengde daarvan) een goedgekeurd sloopveiligheidsplan ter beschikking gesteld. Er was dus geen sprake van het stilleggen van de sloop. 8. Is het correct dat de gemeente in de zomer van 2017 een Cultuureffectrapportage heeft geëist? Wat is hiervoor de grondslag? Graag ontvangen wij een kopie van deze rapportage. Voor de Turfmarktkerk is eerder besloten om de cultuurhistorische waarden nadrukkelijk in de herontwikkeling en planvorming te betrekken. De Turfmarktkerk staat in het historisch

centrum van de stad Gouda dat is aangemerkt als beschermd stadsgezicht met monumentale waarden. Vanwege de cultuurhistorische waarde van de Turfmarktkerk plaatste de gemeente het kerkgebouw op de Quarantainelijst, een lijst met monumenten/te behouden stadsgezichten op potentiele ontwikkellocaties. Deze Q-lijst is vastgesteld met de Nota Cultuurhistorie die is vastgesteld in 2004. Op de bij de Nota Cultuurhistorie 2004 behorende 'gele vlekkenkaart' staat aangegeven dat dit op de hele Binnenstad van toepassing is. Wanneer een gebied (met te ontwikkelen objecten daarin) op de Q-lijst staat, moet een Cultuurhistorische analyse (CHA) of Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) worden opgesteld. Met een CHA worden alle belangrijke cultuurhistorische waarden in kaart gebracht, zodat deze betrokken kunnen worden in het planproces als inspiratiebron dan wel als ruimtelijke randvoorwaarde. Een CHER bestaat uit een CHA én een effectrapportage. Dit is een analyse van de CH-waarden waarmee de impact van het bouwplan op de omgeving (beschermd stadsgezicht) in beeld wordt gebracht. Dit geeft het college genoeg handvatten om de cultuurhistorische waarden van de ontwikkellocatie nadrukkelijk te betrekken bij de planvorming. Voor de herontwikkeling is op 17 april 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd bij de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH).

De ODMH heeft de vergunningsaanvraag beoordeeld en heeft op 15 mei 2018 om aanvullende informatie gevraagd. Naast een archeologisch – en bodemonderzoek is tevens een cultuurhistorische effectrapportage vereist. Dit onderzoeksrapport is bijgevoegd. 9. Is het correct dat de gemeenten in de zomer van 2017 de eigenaar verteld heeft dat de leges voor de bouwaanvraag tussen de € 50.000 en € 90.000 zouden belopen? Graag ontvangen wij de hieraan ten grondslag liggende berekeningen. Graag ontvangen wij een aantal vergelijkbare bouwaanvragen in de afgelopen 5 jaar waarbij de leges boven € 50.000 zijn geweest. Dit hebben we niet kunnen achterhalen, maar we sluiten niet uit dat hier, zoals wel vaker gebeurt, in toelichtende zin over is gesproken. In indicatieve zin kunnen - in relatie tot de omvang van het bouwplan - voornoemde bedragen in een gesprek aan bod zijn gekomen. Hierbij wordt in de regel opgemerkt dat dit afhankelijk is van de totale bouwkosten, en dat het legesbedrag een percentage is van de totale bouwkosten overeenkomstig hetgeen hierover is gesteld in de legesverordening Gouda. Een lijstje met recente bouwaanvragen waarbij de leges boven de € 50.000 bedroeg is bijgevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=648b2b83-2231-4cf3-8e9f-fa18fcbd6536