A VVD StAB Turfmarktkerk2303.docx
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: : : : :
VVD, Paul Ruijgrok 16 maart 2020 Sloop Turfmarktkerk
Vragen: Op 24 maart staat in de commissie Stad de Turfmarktkerk op de agenda. Ter voorbereiding van deze vergadering ontvangt de fractie van de VVD graag het antwoord op de volgende technische vragen. Mochten deze vragen al uitgebreid aan de orde komen in de vergadering zelf, dan is mondelinge beantwoording in de commissie ook prima. 1) Sloopvergunning a) Wat zijn in het algemeen de criteria om wel of geen sloopvergunning te vereisen? b) Wat zijn in het algemeen de criteria om wel of geen sloopvergunning te verlenen? c) Wat zijn in het algemeen de criteria om wel of geen sloopveiligheidsplan te vereisen? d) Wat zijn in het algemeen de criteria om een sloopveiligheidsplan wel of niet goed te keuren? 2) Trillingsonderzoek a) Hoeveel sloopvergunningen zijn er in de periode 2010-2020 aangevraagd? b) In hoeveel van de aangevraagde sloopvergunningen is er overgegaan tot het doen van een trillingsonderzoek? Bestuursdwang 3) a) Wat zijn de in het algemeen de criteria om te komen tot bestuursdwang? b) Welke stappen zijn te onderscheiden om te komen van een eerste waarschuwing tot en met het daadwerkelijk opleggen van bestuursdwang? 4) Noodverordening a) Wat zijn in het algemeen de criteria om te komen tot een, middels een noodverordening opgelegde, acute evacuatie van een sloopterrein en/of aangrenzende woningen? b) Welke stappen zijn er te onderkennen vanaf het eerste signaal van
acuut instortingsgevaar tot en met het daadwerkelijke besluit van evacuatie? 5) Cultuur historische effectrapportage a) Wat zijn in het algemeen de criteria om wel of geen cultuur historische effectrapportage te vereisen? b) Wat kunnen de consequenties van zo’n rapport voor de sloop en/of nieuwbouwplannen zijn? 6) Beleidsregels bouwoverlast a) In mei 2018 zij nieuwe beleidsregels bouwoverlast vastgesteld. Wat waren de verschillen ten opzicht van de daarvoor geldende beleidsregels?
Antwoorden: 1) a)
Sloopvergunning Wat zijn in het algemeen de criteria om wel of geen sloopvergunning te vereisen? Uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht volgt dat voor de volgende sloopactiviteiten een omgevingsvergunning is vereist: a. Slopen van een gemeentelijk of rijksmonument; b. Slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald;
b)
c)
d)
2) a)
b)
3) a)
b)
c. Slopen van een bouwwerk in beschermd stads- of dorpsgezicht. Wat zijn in het algemeen de criteria om wel of geen sloopvergunning te verlenen? Voor sloopactiviteiten gelden respectievelijk de volgende toetsingscriteria: a. Het belang van monumentenzorg mag zich niet tegen sloop verzetten; b. Het belang dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is opgenomen mag zich niet tegen sloop verzetten (bijvoorbeeld het voorkomen van onbebouwde percelen in gesloten stedenbouwkundige structuren); c. Het belang dat met de aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht is gemoeid mag zich niet tegen sloop verzetten. Wat zijn in het algemeen de criteria om wel of geen sloopveiligheidsplan te vereisen? Een sloopveiligheidsplan wordt vereist indien als gevolg van sloopwerkzaamheden maatregelen nodig zijn om een onveilige situatie en nadelige hinder te voorkomen. Wat zijn in het algemeen de criteria om een sloopveiligheidsplan wel of niet goed te keuren? Een sloopveiligheidsplan wordt getoetst aan de voorschriften van Afdeling 8.1 van het Bouwbesluit 2012. Trillingsonderzoek Hoeveel sloopvergunningen zijn er in de periode 2010-2020 aangevraagd? De sloopvergunning valt onder de Omgevingsvergunning.
In de onderstaande 3 gevallen is een sloopvergunning nodig voor het slopen: Het bouwwerk is een monument; Het bouwwerk ligt in een beschermd stads- of dorpsgezicht; In het bestemmingsplan staat dat een omgevingsvergunning nodig is. Er zijn in die periode 311 sloopvergunningen aangevraagd, waarbij het in 86 zaken ook slopen betrof (van een geheel pand tot binnenwanden). In hoeveel van de aangevraagde sloopvergunningen is er overgegaan tot het doen van een trillingsonderzoek? Dit soort informatie wordt wel vastgelegd in ons bouwregistratiesysteem, maar kunnen we niet met een druk op knop er uit halen. Omdat het meestal om los toegevoegde documenten gaat elk met hun eigen omschrijving. Trillingsmeters worden veelal toegepast bij het aanbrengen van (hei)palen in de bebouwde omgeving en in mindere mate bij sloopwerkzaamheden. Bestuursdwang Wat zijn de in het algemeen de criteria om te komen tot bestuursdwang? https://vng.nl/sites/default/files/2019-11/handhaving-door_20191017.pdf In zijn algemeenheid staan in hoofdstuk 3 en 4 criteria vermeld om te komen tot bestuursdwang. Welke stappen zijn te onderscheiden om te komen van een eerste waarschuwing tot en met het daadwerkelijk opleggen van bestuursdwang? De door uw raad vastgestelde nota VTH 2017-2020 gaat hier op in. Ook is nadere informatie te vinden op: https://vng.nl/sites/default/files/201911/handhaving-door_20191017.pdf.
Onder 5.11 staat een schematisch stappenplan last onder dwangsom en bestuursdwang. Bijgevoegd: Nota VTH 2017-2020
4) a)
Noodverordening Wat zijn in het algemeen de criteria om te komen tot een, middels een noodverordening opgelegde, acute evacuatie van een sloopterrein en/of aangrenzende woningen? Voor het vaststellen van een noodverordening is vereist, dat er sprake is van een oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheid, ramp of voor het ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Dit is vermeld in de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet. Een ramp is in de Wet Veiligheidsregio’s omschreven als een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel
b)
5) a)
b)
personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. Welke stappen zijn er te onderkennen vanaf het eerste signaal van acuut instortingsgevaar tot en met het daadwerkelijke besluit van evacuatie? Betrokkenheid van de veiligheidskolom vanaf het eerste signaal is een belangrijk uitgangspunt. Denk bijvoorbeeld aan (extra) bijeenkomsten van het COPI (Commando plaats incident/Veiligheidsregio) en de Veiligheidsregio. Cultuur historische effectrapportage Wat zijn in het algemeen de criteria om wel of geen cultuurhistorische effectrapportage te vereisen? In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in de ruimtelijke ordening “rekening te houden met aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten”. Om dit goed te kunnen doen, is het niet alleen van belang dat er een goed beeld is van de cultuurhistorische waarden, maar ook van de effecten van het bouwinitiatief daarop. Wanneer nog onvoldoende informatie bekend is, zal de initiatiefnemer moeten zorgen voor een Cultuurhistorische Effect Rapportage (CHER). Deze moet door een onafhankelijke partij worden opgesteld.
In een Cultuurhistorische Effect Rapportage (CHER) worden de effecten van geplande ruimtelijke (bodem)ingrepen op het cultureel erfgoed beschreven. De CHER is een belangrijk instrument bij de planvorming: • als middel voor de uitwisseling van cultuurhistorische kennis met ontwerpers en ontwikkelaars van een gebied, de belangenafweging en de plantoetsing. Door de CHER in een vroeg stadium van de planvorming te laten uitvoeren, kunnen de cultuurhistorische waarden in de diverse stadia van de planontwikkeling worden meegenomen; • als hulpmiddel voor de gemeente om een goed onderbouwd oordeel te kunnen vellen over de (cultuurhistorische) kwaliteit van ruimtelijke plannen; • als basis voor het beheer van de cultuurhistorische waarden op lange termijn. In CHER wordt op basis van het stedenbouwkundig, bouw- of inrichtingsplan en de cultuurhistorische analyse (CHA) aangegeven welke keuzes er worden gemaakt; • als onderbouwing voor keuzes en speelt een rol in de verdere procedure. Op basis van de CHER kan snel en duidelijk naar B&W, belanghebbenden, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) worden aangegeven wat met welke waarden in het plan is gebeurd. E.e.a. zoals vastgelegd door de raad vastgesteld in de Nota Cultuurhistorie 2004.
Wat kunnen de consequenties van zo’n rapport voor de sloop en/of nieuwbouwplannen zijn? Op basis van het beleid, zoals beschreven onder a, is het mogelijk om bij de planvorming vroegtijdig de cultuurhistorische-waarden in beeld te hebben, te gebruiken als inspiratie en deze bij de plantoetsing en besluitvorming voldoende mee te kunnen wegen. Bijgevoegd: Nota Cultuurhistorie 2004
6) a)
Beleidsregels bouwoverlast In mei 2018 zijn nieuwe beleidsregels bouwoverlast vastgesteld. Wat waren de verschillen ten opzicht van de daarvoor geldende beleidsregels? Dit betreft de beleidsregel Bouwoverlast gemeente Gouda 2018. Aanleiding voor deze beleidsregel vormde een dodelijk ongeval in Den Haag waarbij de Onderzoeksraad voor de Veiligheid in 2016 heeft aanbevolen om tot een verbeterd veiligheidsniveau op bouwplaatsen te komen. In 2017 en 2018 vond een aantal incidenten rondom bouwlocaties (o.a. Koningshof) in Gouda plaats op grond waarvan het college het wenselijk achtte hieromtrent beleid te ontwikkelen. Omdat het nog niet duidelijk was wanneer de Richtlijn op landelijk niveau ontwikkeld en in wetgeving (Bouwbesluit) verankerd zou worden, werd besloten om in afwachting hiervan reeds
een lokale beleidsregel vast te stellen. Op 22 mei 2018 stelde het college hiertoe de beleidsregel Bouwoverlast gemeente Gouda 2018 vast dat ziet op het voorkomen dan wel beperken van bouwoverlast rondom bouwplaatsen. Extra of aangescherpt t.o.v. de regelgeving (vóór mei 2018) was onder meer dat: De opdrachtgever het bouwveiligheidsplan overlegt met daarin onder meer de gemaakte afweging tussen verschillende heimethoden met bijbehorende trillingshinder en geluidproductie vooraf aan het bevoegd gezag Minimaal 5 dagen voor de start vindt er een bespreking plaats tussen de ODMH en de opdrachtgever over schade door trillingen Omwonenden en bedrijven binnen een cirkel van 100 meter rondom het project door de opdrachtgever geïnformeerd worden over de werkzaamheden en de maatregelen Indien tijdens de werkzaamheden blijkt dat de grenswaarden uit het Bouwbesluit e.d. worden overschreden, direct het bevoegd gezag dient te worden geïnformeerd. De resultaten van de trillingsmetingen dienen op eerste verzoek aan het bevoegd gezag te worden overgelegd. In 2019 ontving het college het advies van de VNG en de Vereniging Bouw- & Woningtoezicht Nederland om de inmiddels landelijk ontwikkelde Richtlijn Bouw- en sloopveiligheid vast te stellen als lokaal beleid. Deze is per 1 juli 2020 in werking getreden.
De voormalige lokale beleidsregel Bouwoverlast gemeente Gouda 2018 was inhoudelijk al afgestemd op de destijds nog in ontwikkeling zijnde Landelijke richtlijn. Inhoudelijk verandert er derhalve niet veel voor initiatiefnemers, zoals ontwikkelaar en aannemers. Bijgevoegd: Beleidsregel Bouwoverlast gemeente Gouda 2018, Landelijke richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid augustus 2018, VNG-brief landelijke richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid april 2019