A VVD - Sportnota
Tekst van het document
Technische vragen Van Aan Datum vraag Onderwerp
: VVD Gouda, Ber van Loon, Paul Ruijgrok : L. v.d. Linden, commissiegriffier Cie SAM : 6 oktober 2024 : Sportnota
Datum antwoord
:
Vragen:
1. Ambities: Urban sports – gebruik openbare ruimte. Niet elke (urban) sporter zal gebruik maken van (nog aan te leggen) sportvoorzieningen. a. Hoe zorgt Gouda ervoor dat straten, fietspaden, pleinen, trottoirs en specifieke voorzieningen in het algemeen veilig genoeg zijn om er te kunnen freerunnen, skaten en skateboarden? b. Hoe verhoudt het herinrichten van straten (auto te gast, fietspaden weg, asfalt er uit, klinkers er in) en het accepteren van scheef- en losliggende stoeptegels (beeldkwaliteit FLO) zich tot het stimuleren van urban sports, wandelen, hardlopen en fietsen? 2. Subsidies 2.4: In Gouda zijn naast de door Sport.Gouda geïnitieerde activiteiten verschillende soorten sportverenigingen actief. Kunt u per sport en per vereniging aangeven hoeveel subsidie, omgerekend per sporter, wordt toegekend? 3. Goudse Aanpak Veilig & Plezierig Sporten. a. Zijn er naast voetbalverenigingen ook andere sportverenigingen of sportaanbieders die misstanden m.b.t. gedrag signaleren? Welke? b. Hoe wordt wangedrag op dit moment door verenigingen aangepakt? 4. Participatieavond Sportvisie: “Een relatief klein gezelschap”. Hoeveel personen van hoeveel verschillende sportverenigingen c.q. sporten waren aanwezig? 5. 5: Medespelers: “Gouda kent een groot aantal onderwijs- en welzijnsinstellingen.
Met veel daarvan is op regelmatige basis overleg vanuit het gemeentelijke sport, beweeg- en gezondheidsbeleid”. a. Wat is de concrete rol van scholen in deze visie? b. Hoe wordt het sporten op school vanuit deze visie gestimuleerd? 6. Betreft raadsmemo financiële situatie Sport.Gouda: De energielasten voor S.G zijn erg hoog, in de samenvatting wordt het gasverbruik van het zwembad specifiek genoemd. Gaat het hier om aardgas of propaangas?
7. Er wordt in het Raadsmemo gesteld dat er twee keer zoveel aanspraak wordt gemaakt op het Volwassenfonds. Op welke wijze wordt gemeten of dit ook leidt tot daadwerkelijke deelname aan sportactiviteiten of tot meer bewegen in het algemeen? 8. Neemt Gouda ook deel aan het Jeugdfonds Sport&Cultuur? Zo nee, waarom niet? Zo ja, in welke omvang wordt daar gebruik van gemaakt? 9. Gouda geeft per inwoner structureel meer geld uit aan sport dat gemiddeld in NL (zie waarstaatjegemeente.nl). Is er een benchmark gedaan waar dat verschil vandaan komt? Zo ja, wat is de uitkomst daarvan? 10. In 2023 is begonnen met SPORT*SUPPORT. Welke resultaten zijn daarmee bereikt? Hoeveel matches zijn er gemaakt en wat is de aard van de gemaakte matches? 11. Niet alle ondernemers doen mee aan POS-Gouda. Is bekend om welke redenen ondernemers niet meedoen?
Antwoorden:
1a. De openbare (verkeersruimte) moet vooral veilig zijn om te kunnen wandelen en fietsen. Vanuit het verkeersbeleid is daar aandacht voor. Voor de meer urban sporten zoals freerunnen, calisthenics en skateboarden zijn enerzijds specifieke plekken in de stad (al aanwezig of in ontwikkeling). Anderzijds kunnen die ook (juist) gebruik maken van de openbare ruimte omdat zij behoefte hebben aan afwisseling en stedelijke architectuur. Daarnaast is binnen SPORT•GOUDA binnenkort een buurtsportcoach actief speciaal op het thema ‘urban’, is er een medewerker die zich specifiek richt op sporten en bewegen in de openbare ruimte en wordt binnen de gemeente steeds meer domeinoverstijgend gewerkt als het gaat om openbare ruimte (zoals op thema’s als groen en spelen). 1b. Dat is een kwestie van balans. Oneffenheden in de openbare ruimte kunnen juist uitnodigen tot beweging. Tegelijkertijd moeten ze geen gevaar opleveren en moeten we ook zo veel mogelijk proberen om inwoners met een beperking vrij te kunnen laten bewegen. 2. De gemeente Gouda geeft geen subsidies aan verenigingen, alleen op projectbasis (bijvoorbeeld via de Subsidieregeling Investeringen Sportgebouwen). 3a. Nee, in ieder geval geen grote problemen. Wel merkt men sportbreed dat steeds meer mensen een ‘kort lontje’ hebben. 3b. Dat is wisselend per vereniging.
Over het algemeen probeert men mensen zo veel mogelijk rechtstreeks aan te spreken op hun gedrag. Ook zijn er korte lijntjes met de KNVB die in actie kan komen indien nodig. 4. Op deze avond waren zo’n 40 aanwezigen, van ongeveer 20 verschillende sportverenigingen.
5a. Scholen zijn primair verantwoordelijk voor het geven van bewegingsonderwijs. De gemeente moet ervoor zorgen dat dat kan in geschikte accommodaties of op geschikte plekken. Er zijn scholen die bewegen als een belangrijk thema benoemen. Met die scholen wordt gesproken over hoe er in samenwerking meer aan beweging ‘op en rondom de scholen’ georganiseerd kan worden. 5b. Dat gebeurt op diverse manieren. We zorgen ervoor dat gymzalen up-to-date zijn, organiseren sportkennismakingslessen en schooltoernooien, geven advies over beweegvriendelijke schoolpleinen, gymplus, netwerkvorming met vakdocenten, brede aandacht voor lesmethode Athletic Skills Model, inzet van beweegmakelaars voor scholen, NPO gelden, rijke schooldag, buurtsport, beweegcafés. 6. Aardgas. 7. Binnen de werkgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van gemeente, SPORT•GOUDA , Volwassenenfonds en een inwoner, is daar veel aandacht voor. We meten bij aanbieders en intermediairs of er veel sprake is van herhaalaanvragen en of mensen ook blijven komen. In de spelregels is voor aanbieders ook opgenomen dat ze sporters actief moeten begeleiden, omdat duurzaam sporten het doel is. De eerste monitoring geeft een positief beeld, uitgebreidere cijfers komen beschikbaar in 2025. 8. Nee, daar doet Gouda niet aan mee.
Vanuit het gemeentelijke armoedebeleid is er enkele jaren geleden voor gekozen om de Rotterdampas in te zetten, en niet daarnaast ook nog het Jeugdfonds Sport & Cultuur 9. Bij het Kenniscentrum Sport & Bewegen is nagevraagd hoe we deze cijfers moeten interpreteren. Daarop kregen we het antwoord dat “het lastige van deze openbare data is dat gemeenten soms de financiering van sport anders wegzetten en men eigenlijk niet kan achterhalen waarvoor de uitgaven precies bedoeld waren. Niet alle gemeenten hebben een Sportbedrijf of schrijven dit af op de posten van sport. Het kan zijn dat de kosten hoger uitkomen door het Sportbedrijf. Daarnaast moet je ook niet te hard focussen op het gemiddelde van Nederland. Want het blijkt uit analyses van het Mulier Instituut dat gemeenten die zeer sterk stedelijk zijn meer uitgeven aan sport en bewegen, dan andere gemeenten. Voornamelijk omdat de grotere gemeente een centrumfunctie heeft voor andere gemeenten en er relatief meer mensen met een lage sociaaleconomische positie wonen, waar meer aandacht voor nodig is om deze aan het sport en bewegen te krijgen.” 10. SPORT•SUPPORT is in 2023 gestart bij een bijeenkomst van Gouda IntoBusiness.
Met de andere uitdagingen op het gebied van verenigingsondersteuning is er behoefte aan meer personele capaciteit Omdat daar binnen SPORT•GOUDA geen financiële middelen voor zijn, is de uitvoering van SPORT•SUPPORT on hold gezet. 11. POS Gouda zit nog in het beginstadium. Er is voor gekozen om te starten met een klein groepje ondernemers waarmee al goede contacten waren. De bedoeling is een sneeuwbaleffect te creëren.