A VVD RIOOL 11 dec dd 2021-01-14.docx
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: : : : :
Paul Ruijgrok VVD 11 december 2020 Riool Jacoline Holdijk
Vragen: Op 8 en 9 december is een aantal vragen over de riool-heffing en -voorziening van de VVD door het college beantwoord. In de raadsvergadering van 9 december heeft het college, bij monde van wethouder Bunnik, nadere informatie verschaft. Dit levert de volgende vervolgvragen op: 1. Voor het bepalen van de opbrengst uit de rioolheffing, is cijfermateriaal gebruik van het BSGR. Genoemd is het aantal van 35.492 aansluitingen voor 2021. Graag ontvangen wij een afschrift van deze correspondentie en tevens voor de correspondentie betreffende de aantallen aansluitingen voor de jaren 2018, 2019 en 2020. Op welke wijze leidt dit aantal aansluitingen tot de opbrengsten en heffingen in de tabel in paragraaf 4.1.4. van de begroting. Graag een concrete berekening met de concrete cijfers van 2021. 2. In de antwoorden van 8 december wordt gezegd dat uitgaven 2020 lager zijn “uitgevallen”. Is dit lager ten opzicht van de primaire begroting, t.o.v. de 2e/3e BW of t.o.v. het GRP? Op welk moment is dit inzicht ontstaan? In welke P&C documenten zijn deze inzichten verwerkt? 3. De begroting 2020 verwacht te sluiten voor de voorziening Riool op € 11.448, de begroting 2021 gaat uit van een beginstand op € 21.069. Waar komt dit verschil van € 10 miljoen vandaan? 4.
In de antwoorden van 9 december staat “Dit is dan ook de reden waarom onze accountant hier tijdens de laatste jaarrekeningcontrole zeer nauwgezet naar heeft gekeken.” Bedoelt u hiermee de controle van de jaarrekening 2019? Zo ja, welke versie van de programmabegroting 2021 had de accountant toen tot zijn beschikking? Welke vragen zijn er toen door de accountant over de programmabegroting 2020 gesteld? Graag ontvangen wij een kopie van de correspondentie tussen gemeente en accountant over de controle van de programmabegroting 2020. 5. In de beantwoording van 9 december wordt verwezen naar de methodiek/systematiek van de gemeente. Graag ontvangen wij een kopie van deze methodiek/systematiek inclusief de cijfers die in deze methodiek/systematiek gebruikt zijn voor het opstellen van het GRP 2019 en de programmabegrotingen 2020 en 2021. 6. In de programmabegroting 2021 zijn de baten op taakveld Riool voor iedere genoemde jaarschijf hoger dan de lasten. Toch nemen de voorzieningen voor Riool in diezelfde programmabegroting voor alle jaarschijven af. Kunt u uitleggen hoe dit werkt?
Antwoorden: Vraag 1a: Voor het bepalen van de opbrengst uit de rioolheffing, is cijfermateriaal gebruik van het BSGR. Genoemd is het aantal van 35.492 aansluitingen voor 2021. Graag ontvangen wij een afschrift van deze correspondentie en tevens voor de correspondentie betreffende de aantallen aansluitingen voor de jaren 2018, 2019 en 2020.
De tariefberekening is gebaseerd op ramingen met globale cijfers. In de presentatie van 20 januari zal de achtergrond van deze methodiek worden toegelicht. Voor de begroting 2021 is uitgegaan van een rekenkundig aantal rioolaansluitingen van peiljaar 2020 (eigenaren en gebruikers) van 35.060, vermeerderd met 432 op te leveren woningen 2021. Aantal rioolaansluitingen 2021 telt dan op tot 35.492 Gebruikers, opgave BSGR:
Eigenaren, opgave BSGR:
Het aantal rioolaansluitingen in de voorgaande jaren is op eenzelfde wijze rekenkundig bepaald. Correspondentie / historische mailwisseling is niet voorhanden a.g.v. pensionering van onze collega.
Vraag 1b: Op welke wijze leidt dit aantal aansluitingen tot de opbrengsten en heffingen in de tabel in paragraaf 4.1.4. van de begroting. Graag een concrete berekening met de concrete cijfers van 2021.
Het totaal van inkomsten eigenaar en inkomsten gebruiker telt op tot € 17,7 mln. Zoals aangegeven zijn de aantallen die in de excel-berekening gebruikt zijn rekenkundig bepaald. Inkomsten grootverbruik zijn bijvoorbeeld niet separaat in de berekeningen opgenomen maar vormen en onderdeel van het totaal (plm. € 0,8 mln.). In paragraaf 4.1.4 is dit als volgt weergegeven:
Taakveld 7.2 Riolering: € 17,7 mln
Taakveld 6.3 inkomensregelingen: - € 0,7 mln
Vraag 2: In de antwoorden van 8 december wordt gezegd dat uitgaven 2020 lager zijn “uitgevallen”. Is dit lager ten opzichte van de primaire begroting, t.o.v. de 2e/3e BW of t.o.v. het GRP? Op welk moment is dit inzicht ontstaan? In welke P&C documenten zijn deze inzichten verwerkt?
Het “lager uitvallen” van de uitvoeringskosten is zowel ten opzichte van het GRP als ten opzichte van de primaire begroting. Dit inzicht is met name in 2020 ontstaan. Bij de 8maandsrapportage is dit verwerkt in de begroting 2020. Omdat het saldo van baten en lasten verrekend dient te worden met de voorziening riolering is dit een budgetneutrale wijziging geweest. Vraag 3: De begroting 2020 verwacht te sluiten voor de voorziening Riool op € 11.448, de begroting 2021 gaat uit van een beginstand op € 21.069. Waar komt dit verschil van € 10 miljoen vandaan?
Dit hangt samen met het antwoord op vraag 2.In de primaire begroting 2020 kon nog geen rekening gehouden worden met een lager uitgavenniveau, o.a. door. een toename van het % nieuwe rioolaansluitingen de terugname van taken van Cyclus een langere doorlooptijd projecten (m.n. Vogelbuurt, Kadebuurt en Kort Haarlem) een lagere omslagrente In combinatie met meer-inkomsten en het uitgangspunt dat het saldo verrekend dient te worden met de voorziening leidt dit tot een hogere stand van de voorziening. Vraag 4: In de antwoorden van 9 december staat “Dit is dan ook de reden waarom onze accountant hier tijdens de laatste jaarrekeningcontrole zeer nauwgezet naar heeft gekeken.” Bedoelt u hiermee de controle van de jaarrekening 2019? Zo ja, welke versie van de programmabegroting 2021 had de accountant toen tot zijn beschikking? Welke vragen zijn er toen door de accountant over de programmabegroting 2020 gesteld? Graag ontvangen wij een kopie van de correspondentie tussen gemeente en accountant over de controle van de programmabegroting 2020.
De accountant heeft de jaarrekening 2019 gecontroleerd en een accountantsverklaring afgegeven. Met betrekking tot riolering betreft de controle van BDO met name de voorziening riolering: specifiek de mutaties en het gesloten circuit van heffing en uitgaven. De accountant voert geen controle uit over de programmabegroting. Via de Audit commissie kan hierover een verder toelichting aan BDO worden gevraagd.
Vraag 5: In de beantwoording van 9 december wordt verwezen naar de methodiek/systematiek van de gemeente. Graag ontvangen wij een kopie van deze methodiek/systematiek inclusief de cijfers die in deze methodiek/systematiek gebruikt zijn voor het opstellen van het GRP 2019 en de programmabegrotingen 2020 en 2021.
In de presentatie van 20 januari zal de methodiek worden toegelicht. Grafisch kan dit als volgt worden weergegeven:
De financiële uitgangspunten van het GRP zijn in de MJB opgenomen. Op basis van de realisatie (in dit geval vanaf 2019) wordt de MJB van Gouda geactualiseerd. Het moment daarvoor is de achtmaands-rapportage waarbij zowel de lopende jaarschijf (tweede ijkmoment) als de komende jaren (MJB) meegenomen worden in deze actualisatie. Voor het cijfermatige overzicht verwijzen we naar het antwoord op vraag 1b. Vraag 6: In de programmabegroting 2021 zijn de baten op taakveld Riool voor iedere genoemde jaarschijf hoger dan de lasten. Toch nemen de voorzieningen voor Riool in diezelfde programmabegroting voor alle jaarschijven af. Kunt u uitleggen hoe dit werkt?
Het afnemen van de voorziening Riool de komende jaren is een direct gevolg van het raadsbesluit van 17 december 2014. In dit besluit is een methodiek vastgelegd waarin vanaf 2020 cash-out financiering wordt toegepast. Na enkele jaren gespaard te hebben (2015-2020) is de voorziening nu op voldoende niveau om te stoppen met kapitaliseren en te starten met het verrekenen van investeringen op cash-out basis. Hierdoor is de onttrekking per jaar met plm. € 10 mln toegenomen en is de onttrekking groter dan de inkomsten uit de rioolheffing. Bij de 8 maands actualisatie worden de actuele inzichten over baten en lasten - die bij de jaarrekening beschikbaar komen - verwerkt.