A VVD Regiovisie huiselijk geweld
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Raadsadviseur Datum antwoord
: : : : :
Bo Boxma 6 mei 2024 Regiovisie Huiselijk Geweld Hollands Midden 2024-2028 Lars van der Linden 7 mei 2024
Vragen: Op pagina 7 staat dat ‘1 gezin, 1 plan en 1 regisseur’ in de praktijk onvoldoende wordt uitgevoerd. Deze werkwijze vinden we ook terug in het sociaal domein. Hierover heb ik twee vragen: 1. Waarom is de uitvoering in de praktijk zo moeilijk? 2. Wat is er nodig om dit wel in de praktijk ten uitvoer te brengen? 3. Op pagina 13 staat dat het niet altijd duidelijk is wie de regie voert, of zelfs wat de regie is. Wat wordt gedaan om dit probleem op te lossen? Op pagina 10 staat dat niet alle meldingen bij Veilig Thuis binnenkomen maar dat er wel een meldplicht is. Wat wordt er gedaan tegen organisaties die niet melden? En als tweede vraag: wat kunnen we doen om de drempels bij organisaties om wel of niet melden doen? Op pagina 11 gaat het over dierenmishandeling wat een indicatie kan zijn voor huiselijk geweld. Hoe meldt een dierenarts dit? Wat is dan de verdere procedure? Antwoord: Op pagina 7 staat dat ‘1 gezin, 1 plan en 1 regisseur’ in de praktijk onvoldoende wordt uitgevoerd. Deze werkwijze vinden we ook terug in het sociaal domein. 1. Waarom is de uitvoering in de praktijk zo moeilijk? De kern van 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur is dat gezinnen, zo nodig ondersteund door de hulpverlener, zelf hun specifieke doelen stellen en mee bepalen welke ondersteuning nodig is om die doelen te bereiken.
Geconstateerd wordt dat in de praktijk nog verschillen bestaan in de kijk op de invulling van 1 gezin, 1 plan en 1 regisseur en specifiek het begrip ‘regie’. De moeilijkheid zit in de vraag hoe ver gaat de regie, bijvoorbeeld als betrokkenen een andere oplossing hebben dan de professionals. Een andere moeilijkheid zit in de invulling van regie vanuit het gedwongen kader (uitgevoerd door de gecertificeerde instellingen) gericht op bijvoorbeeld één kind in het gezin en regie in het vrijwillig kader dat gericht is op alle gezinsleden. Daarnaast blijkt het door overdrachten en personeelstekorten vaak nog lastig om te zorgen voor een vast gezicht voor een gezin dat betrokken is en blijft zo lang als nodig. 2. Wat is er nodig om dit wel in de praktijk ten uitvoer te brengen? Daar wordt al hard aan gewerkt aan het uitwerken van de begrippen casus-en procesregie, en de wijze waarop we deze invulling geven. Daarbij zijn we lerend en stellen we bij op basis van nieuwe inzichten. Vanuit de samenwerking in Hollands Midden op het Toekomstscenario, Kind-en
Gezinsbescherming zijn de begrippen regie, gezinsaanpak, verklarende analyse en veiligheid nader uitgewerkt en de drempels in de uitvoering vastgesteld. In het uitvoeringsplan 2024-2028 behorende bij de regiovisie is opgenomen om deze nader uit te werken, en te zoeken naar oplossingen. 3. Op pagina 13 staat dat het niet altijd duidelijk is wie de regie voert, of zelfs wat de regie is. Wat wordt gedaan om dit probleem op te lossen? Er zijn duidelijke samenwerkingsafspraken gemaakt over wie er wanneer in welke fase van een (gedwongen) traject regiehouder is en welke rol er bij andere partijen belegd kan zijn. In het Inkooptraject is eveneens nadrukkelijk aandacht besteedt aan de uitwerking van regie, waar we op voort bouwen. In de periode 2024-2028 wordt nadrukkelijk samen met partijen gewerkt aan een gedeelde visie op regie en het toewerken naar de doelen uit het programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. In Midden Holland doen we dit binnen het project Samen Veilig Opgroeien in Midden-Holland. Op pagina 10 staat dat niet alle meldingen bij Veilig Thuis binnenkomen maar dat er wel een meldplicht is. 4. Wat wordt er gedaan tegen organisaties die niet melden? De wet Verplichte meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling verplicht bepaalde professionals om de stappen van de meldcode te doorlopen bij vermoedens van huiselijk geweld.
De meldcode fungeert daarmee als een afwegingskader waarin als eerste de signalen moeten worden geïnterpreteerd als mogelijk signalen van huiselijk geweld. Vervolgens moet, in overleg met collega’s en/ of Veilig Thuis afgewogen worden of er hulp wordt ingezet, of dat er een melding moet worden gedaan. Dat is iets anders dan een meldplicht. De beslissing om vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling wel of niet te melden, berust (na overleg/ advies) bij de professional. 5. Wat kunnen we doen om de drempels bij organisaties om wel of niet melden doen? Preventie en vroegsignalering van huiselijk geweld begint met bewustwording en het bespreekbaar maken van het thema. De gemeente heeft als subsidieverstrekker de eis opgenomen in de verordening, zet als werkgever, net als organisaties in op voldoende scholing en werkbare meldcode protocollen en hulpverleners hebben de professionele verantwoordelijkheid om te zorgen dat zij getraind zijn. Gemeenten hebben daarnaast een rol in het doorbreken van het taboe dat nog steeds heerst rondom huiselijk geweld. Gemeenten en organisaties sluiten daarom aan bij landelijke campagnes om bewustwording te creëren en de weg te wijzen naar hulp. Vanuit Veilig Thuis en binnen diverse organisaties zijn voorlichting, informatie, advies en hulp beschikbaar voor inwoners en professionals die vermoedens hebben van huiselijk geweld.
In het Huis van de Stad zijn er ook meerdere aandachtsfunctionarissen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling die collega’s en inwoners van informatie, advies en hulp kunnen voorzien. Op pagina 11 gaat het over dierenmishandeling wat een indicatie kan zijn voor huiselijk geweld. 6. Hoe meldt een dierenarts dit? Wat is dan de verdere procedure?
Een dierenarts kan voor het melden van huiselijk geweld, net als ieder ander bij vermoedens van huiselijk geweld, terecht bij Veilig Thuis. We merken daarbij op dat we met elkaar willen toewerken naar een stevigere verbinding in het signaleren van geweld in het gezin naar mens en dier en hebben dit opgenomen in het uitvoeringsplan. Op de site van Veilig Thuis staat vermeld hoe dierenmishandeling kan worden herkend en waar een melding kan worden gedaan (bij het vermoeden) van dierenmishandeling.