A VVD Regionale Laadvisie
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp
: VVD - Ber van Loon : 13-01-2026 : Regionale Laadvisie
Datum antwoord :
Vragen: 1. In de bijlage “Ruimte voor Laden” wordt verwacht dat in Gouda vanaf 2032 extra capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar komt. Het is belangrijk om duidelijk te krijgen of die extra capaciteit de toekomstige energiebehoefte zal dekken. Wat is het verwachte totaal benodigde piek- en nominaal elektrisch aansluitvermogen in 2032 in Gouda voor het laden van elektrische voertuigen, elektrische werktuigen, verwarming met warmtepompen en koeling met airco’s? Wat zal het totale elektrisch vermogen zijn van het Goudse elektriciteitsnet na het realiseren van de reeds door de netbeheerder geplande netverzwaringen omstreeks 2032? 2. De visie zwijgt over brandveiligheid van laadinfrastructuur en van de daarop aangesloten voertuigen. Hoe wordt dit opgelost? 3. Parkeren is voor ondernemers en voor veel inwoners van Gouda een belangrijke voorziening. Hoe wordt voorkomen dat toename van laadpunten in de publieke ruimte onevenredig zwaar ten koste gaat van parkeerplaatsen voor voertuigen met verbrandingsmotor? Hoe wordt op enig moment de actuele realistische behoefte aan extra laadpunten bepaald? 4. Is in kaart gebracht hoeveel potentiële bedrijfsuitbreiding (uitgedrukt in MegaWatt) in Gouda mogelijk zal worden verdrongen door de aanleg van laadinfrastructuur? Wat is het resultaat? 5.
De visie gaat uit van groei van het aantal elektrische voertuigen, toename van laadpunten en van verzwaring van het elektriciteitsnet. Welke alternatieve scenario’s zijn voorzien indien de benodigde netcapaciteit niet tijdig beschikbaar komt? Antwoorden: 1. Is de voorziene netverzwaring in 2032 voldoende voor de toekomstige vraag? De exacte toekomstige elektriciteitsvraag in Gouda – inclusief laden van voertuigen, elektrische werktuigen, warmtepompen en koeling – kan niet met voldoende zekerheid in één totaal vermogen worden uitgedrukt, omdat het gebruik sterk wordt beïnvloed door gedrag, technologische ontwikkeling en de toepassing van slimme en flexibele oplossingen. De netbeheerder is verantwoordelijk voor het plannen en realiseren van netverzwaringen en kan aangeven welk totaal vermogen na 2032 beschikbaar komt. De laadvisie gaat er daarom
niet van uit dat onbeperkte groei mogelijk is, maar stuurt op netbewuste inpassing, flexibiliteit en fasering zodat de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk wordt benut. 2. Hoe wordt brandveiligheid geborgd? Brandveiligheid is expliciet verankerd in de plaatsingscriteria en concessies voor publieke laadinfrastructuur. Voor private laadinfrastructuur zijn er landelijke richtlijnen voor elektrisch laden, parkeergarages en laadvoorzieningen. Dit betekent dat situering, bereikbaarheid voor hulpdiensten en technische veiligheidsnormen onderdeel zijn van vergunningverlening en exploitatie. 3. Hoe wordt parkeerdruk bewaakt? De groei van publieke laadpunten wordt gekoppeld aan de feitelijke en gemeten laadvraag. Parkeerplaatsen worden niet vooraf omgezet, maar pas wanneer bezettingsgraad, laadtijden en transacties aantonen dat extra capaciteit nodig is. Door deze datagestuurde aanpak en periodieke monitoring kan de gemeente steeds bijsturen, zodat de uitbreiding aansluit op de reële behoefte en niet leidt tot onnodig verlies van reguliere parkeerplaatsen. 4. Wordt bedrijfsuitbreiding verdrongen door laadinfra? Het is niet mogelijk om op gemeentelijk niveau te kwantificeren hoeveel potentiële bedrijfsuitbreiding in megawatt zou worden verdrongen door laadinfrastructuur.
De prioritering van schaarse netcapaciteit ligt wettelijk bij de netbeheerder op basis van het landelijke ACM-kader, en niet bij de gemeente. Daarnaast heeft de gemeente geen volledig inzicht in toekomstige uitbreidingsplannen van individuele bedrijven. De laadvisie stuurt daarom op efficiënt gebruik van netruimte via slim laden, clustering en gedeelde aansluitingen, zodat economische ontwikkeling en elektrificatie zoveel mogelijk naast elkaar kunnen plaatsvinden.