A VVD re-integratie Participatiewet
Tekst van het document
Technische vragen Van Aan Datum vraag Onderwerp
: VVD Gouda, Paul Ruijgrok : L. v.d. Linden, commissiegriffier SAM : 10 januari 2025 : Re-integratie en participatie
Datum antwoord
: 14 januari 2025
Vragen: 1. Op pagina 23 van het verslag staat dat er in 2022 en 2023 medische diagnoses zijn uitgevoerd bij de klantgroep met grote afstand tot de arbeidsmarkt a. Zijn uit deze diagnoses ook cliënten naar voren gekomen, die naar aard van de medische situatie, eigenlijk in de WIA of Wajong of andere arbeidsongeschiktheidsregeling ondersteund moeten worden? b. Zo ja, op welke wijze zijn deze cliënten geholpen om in de juiste regeling terecht te komen? 2. Sommige gemeenten nemen al contact op met WW-ers enkele maanden voordat zij het einde van de WW-termijn bereiken en in de P-wet doorstromen. a. Heeft gemeente Gouda contact gezocht met cliënten voorafgaande aan de uitstroom WW? b. Zo ja, welke resultaten zijn daarmee geboekt? 3. Geldzorgen worden in het algemeen een belangrijke belemmering gezien om aan het werk te gaan. Schulden kan daar de oorzaak van zijn, maar ook het niet-gebruik van allerlei regelingen. Is hier in Gouda onderzoek naar gedaan en is dit integraal onderdeel van de re-integratie-aanpak?
Antwoorden: 1. a. Nee, de medische diagnose-onderzoeken en de belastbaarheidsonderzoeken zijn en worden ingezet om de mogelijkheden (en belemmeringen) van cliënten om te kunnen werken goed in beeld te laten brengen, met als doel de meest passende re-integratie dienstverlening naar werk in te kunnen zetten. Een WIA-uitkering of een ZW-uitkering wordt toegekend door het UWV; het zijn werknemersverzekeringen waarvoor premie wordt betaald als men in loondienst werkt. Op een eerder moment, namelijk als een inwoner bij de gemeente een bijstandsuitkering aanvraagt, wordt getoetst of de inwoner wellicht nog recht heeft op een UWV voorziening, zoals de WIA of de Ziektewet-
uitkering. Als inwoners hier nog recht op hebben worden ze geholpen om daar nog gebruik van te maken. Pas als geen recht meer bestaat op een dergelijke zgn. ‘voorliggende voorziening’ kan beroep op bijstand worden gedaan. Het komt wel voor dat mensen een gedeeltelijke WIA-uitkering van het UWV ontvangen en dan recht hebben op een aanvullende bijstandsuitkering. Mocht uit de medische diagnose-onderzoeken blijken dat cliënten niet kunnen werken, dan blijven ze in de bijstand, dat verandert niet. 1.b. Zie het antwoord op vraag 1.a. 2.a In de verslagperiode heeft de gemeente Gouda niet groepsgewijs contact opgenomen met werkzoekenden in verband met het aflopen van de WW-uitkering. Dit is vroeger wel gedaan als instroombeperkende maatregel om de doorstroom vanuit de WW naar de bijstand proberen te voorkómen. Echter, de samenstelling van de groep einde WW-ers is veranderd, waardoor die aanpak nu niet meer geschikt is en de samenwerking met het UWV is geïntensiveerd. Er is nu een beperkte groep die doorstroomt vanuit de WW naar de bijstand. Het UWV heeft deze mensen in beeld en de adviseurs van het UWV nemen dan contact op met de gemeentelijke adviseurs. Ze werken immers nauw samen binnen het WSP.
Verder is uit dossieronderzoek gebleken dat de inwoners die instromen in de bijstand vanwege “einde WW” (34 inwoners in 2023) voor de helft inwoners betreffen, die zijn opgenomen in het doelgroepregister. Denk hierbij aan arbeidsbeperkten van wie het contract voor een garantiebaan niet wordt verlengd. Omdat zij gewoonlijk werken met loonkostensubsidie en jobcoaching, staan zij reeds in contact met de gemeente, en wel met de consulenten werk met specialisatie arbeidsbeperkten. De andere helft van de inwoners die bijstand aanvragen na een periode van WW bestaat grotendeels uit inwoners die de volledige WW duur (2 jaar) hebben doorlopen. Dit zijn vaak mensen met diverse problematiek, met een afstand tot de arbeidsmarkt, die het UWV ook al heeft geprobeerd te bemiddelen naar werk. 2.b. Deze vraag is niet van toepassing. 3. Er is veel aandacht voor het niet gebruik van minimaregelingen. Er is bezien hoe minimaregelingen zo eenvoudig mogelijk kunnen worden aangevraagd om zo het gebruik te stimuleren. Als er 1 minimaregeling wordt aangevraagd, kunnen bij dezelfde aanvraag ook andere minimaregelingen aangekruist worden. Zodat het eventuele recht hierop meteen ook getoetst kan worden. Er wordt structureel ingezet op het vergroten van de bekendheid van de regelingen.
Bijvoorbeeld door het geven van presentaties aan sociale partners, door hierover te communiceren in de (sociale) media en door aan te sluiten bij bijeenkomsten waar de doelgroep aanwezig is. Inwoners voor wie het vermoeden bestaat dat zij in aanmerking komen voor minimaregelingen worden hier persoonlijk actief op geattendeerd.
Uit de Stadspeiling (2023) blijkt dat 84% van de inwoners van Gouda bekend is met tenminste 1 minimaregeling. Aandacht voor de financiële situatie, voor schulden en voor het gebruik van de minimaregelingen, is zeker ook onderdeel van de integrale dienstverlening. De consulenten van de verschillende domeinen, waaronder ook schuldhulpverlening, hebben onderling goed contact om de inwoner zo goed mogelijk te helpen. Wat betreft het gebruik van de minimaregelingen wordt meteen wanneer inwoners een bijstandsuitkering aanvragen gewezen op alle minimaregelingen waarop mogelijk recht is en hoe deze aan te vragen. Deze voorlichting wordt tijdens de dienstverlening geregeld herhaald, zowel tijdens de gesprekken met de consulenten werk als bij de heronderzoeken.