A VVD RDOG-vragen.pdf
Tekst van het document
Antwoorden technische vragen RDOG HM Vraag: Op de presentatie van 4 maart 2021 kregen wij te horen dat er op dat moment al 40% extra kosten waren door Covid-19. Op hoeveel zit het nu? Het is nog steeds niet zeker of en hoe het Rijk gaat bijdragen aan deze kosten, heeft het Rijk al wel een bijdrage gegeven? Zo nee, hoe zijn deze kosten dan opgevangen? Antwoord: De werkzaamheden voor coronabestrijding zijn volledig bekostigd door het ministerie van VWS. De financiële meerkosten voor het uitvoeren van de werkzaamheden door coronamaatregelen (bijvoorbeeld uitvoering van het RVP op 1,5 meter) zijn eveneens gecompenseerd. Ondanks de enorme bedragen die het betrof waren de risico’s voor gemeenten niet groter dan in een regulier jaar. De meerkosten voor de Corona activiteiten voor de GGD worden volledig vergoed door het VWS Vraag: Naast kosten die direct met Covid-19 te maken hebben zijn er ook indirecte kosten, zoals de maatschappelijke effecten. Is er al bekend in hoeverre het Rijk hieraan gaat meedragen? Antwoord: Het is onduidelijk of VWS alle kosten vergoedt bij afschaling van de activiteiten pandemie. Door afschaling van de formatie treden frictiekosten op. Een reserve Frictiekosten Corona is hiervoor aangelegd.
Vraag: Hoe groot is de kans dat de gemeenten in de toekomst moeten bijspringen in het opvangen van de directe/indirecte kosten? Antwoord: Naar verwachting wordt er vanuit het Rijk op verschillende manieren geld beschikbaar gesteld voor interventies om de effecten van de crisis te beperken. De GGD zet in op een programma Maatschappelijke Effecten coronacrisis. In dit programma worden de extra activiteiten van de GGD gericht op de bestrijding van de effecten van de coronacrisis gecoördineerd. Extra inzet van de GGD zal naar verwachting allereerst gericht zijn op de monitoring van de gezondheid van de inwoners in de regio, leefstijlinterventies en interventies gericht op mentaal welbevinden en de versterking van de signalerende taken van de jeugdgezondheidszorg. Vraag: Vorig jaar waren de kosten voor Veilig Thuis groter dan beraamd, dit kwam door een stijging in het aantal meldingen veroorzaakt door de meldplicht. Dit jaar dalen de kosten. Heeft dit te maken met een andere berekening of omdat er minder meldingen zijn geweest? Antwoord: Het aantal meldingen bij Veilig Thuis is in 2020 ten opzichte van 2019 gedaald met 6%. Het aantal adviezen is met 4,3% gedaald. Voorts sloot de RDOG het jaar 2020 af met een behoorlijk positief resultaat. Door strakke kostensturing ten tijde van corona zijn kosten voor de reguliere werkzaamheden lager uitgevallen dan begroot.
Zo is er bijvoorbeeld direct gehandeld toen bleek dat er geen sprake was van de verwachte toename van het aantal meldingen voor Veilig thuis. Bovendien zijn er hier en daar werkzaamheden en investeringen uitgesteld. Vraag: Is er bekend waarom er nu meer slachtoffers zijn van mensenhandel? Antwoord: Het is lastig om hier antwoord op te geven. Mensenhandel is een ernstig delict en voorzichtig wordt de conclusie getrokken dat als meer zicht is op wat mensenhandel is er daardoor ook meer gemeld wordt; naarmate het aantal slachtoffers meer zichtbaar wordt er meer aandacht is voor beleid en opsporingsprioriteit.
Met de onderstaande uitleg wordt meer duidelijkheid gegeven over de verschijningsvormen op regionaal en landelijk niveau. Casuïstiek Hollands Midden In 2020 hebben zich tien casussen voorgedaan. Het ging in drie zaken om arbeidsuitbuiting en in zeven zaken om seksuele uitbuiting. Er zijn dus in 2020 geen slachtoffers gemeld op het gebied van criminele uitbuiting in tegenstelling tot het jaar 2019. De cliënten hadden binding met de volgende gemeenten: Leiden, Zoeterwoude, Gouda, Krimpenerwaard en Waddinxveen. Twee slachtoffers hebben gespecialiseerde begeleiding gekregen vanuit het Leger des Heils. Tevens heeft SHOP drie mogelijke slachtoffers mensenhandel doorverwezen naar een andere organisatie. Het aantal slachtoffers dat in beeld komt neemt over de jaren toe: 2016 2
2017 3
2018 4
2019 6
2020 10
Continuïteit van de inzet Hollands Midden 2021 Met een uitvoeringsplan en een handreiking voor gemeenten is het doel om het signaleren van mensenhandel in de komende jaren te verbeteren. Tevens is er recent landelijk een Kader aanpak mensenhandel opgeleverd en is door VNG in samenwerking met Comensha het Kompas aanpak mensenhandel ontwikkeld. Hierin wordt o.a. de aanbeveling gedaan om een aandachtsfunctionaris mensenhandel te benoemen, die de aanpak mensenhandel op de kaart houdt en de awareness bij organisaties vergroot. Dit vraagt om verdere uitwerking en een verkenning of er draagvlak is voor een regionale aandachtsfunctionaris voor Hollands Midden. Daarnaast is het belangrijk de samenwerking tussen medewerkers openbare orde, ondermijning en zorg te versterken en in te zetten op deskundigheidsbevordering van gemeentelijke medewerkers handhaving, woningtoezicht, burgerzaken enz. Immers, zowel in het Interbestuurlijk programma (IBP) als in het ‘Actieprogramma Geweld hoort nergens thuis’ en in het verlengde daarvan in onze eigen Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Hollands Midden 2019 - 2023 wordt de doelgroep slachtoffers van mensenhandel specifiek benoemd als prioriteit voor gemeenten.
Landelijk niveau Op landelijk niveau heeft de nationaal rapporteur het onderstaande rapport uitgebracht. https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/rapporten/2021/01/21/dadermonitor-mensenhandel-20152019 Dader (vanaf pagina 193) Conclusie Dit hoofdstuk beschrijft per vorm van mensenhandel wat op dit moment bekend is van de daders van die voorkomen in de strafrechtketen, namelijk drie basale persoonskenmerken: geslacht, leeftijd en geboorteland. Zorgen om hoog aantal jonge daders De Nationaal Rapporteur merkte in de Dadermonitor mensenhandel 2013-2017 al op dat mensenhandel opvallend veel jonge daders kent gezien de ernst van het delict. Zo’n een op de vijf gesignaleerde daders is jonger dan 23 jaar (incidenteel minderjarig, veelal adolescent). Van alle daders die zijn gedagvaard, veroordeeld en bestraft met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is dit zelfs een kwart. Daders van binnenlandse seksuele uitbuiting zijn nog vaker minderjarig of adolescent, ruim een derde is niet ouder dan 22 jaar. Dit grote aandeel jonge daders dat betrokken is bij de seksuele uitbuiting van Nederlandse (vaak minderjarige) slachtoffers is zorgelijk. Het suggereert een bepaalde mate van laagdrempeligheid die niet lijkt te passen bij een ernstig delict als mensenhandel waar zware straffen op staan en waar vanuit beleid, politie en OM hoge prioriteit aan wordt gegeven.
Het valt bovendien op dat jongere daders
pagina 2
wat vaker gedagvaard, veroordeeld en bestraft worden met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Zij worden naar verhouding dus wat harder aangepakt. Dat doet vermoeden dat het bij jonge daders dus ook niet om ‘lichte’ mensenhandelzaken gaat. Daders binnenlandse seksuele uitbuiting het jongst en vaakst in Nederland geboren Uit de kenmerken van daders blijkt een grote verscheidenheid, wat aangeeft dat er mogelijk verschillende typen daders van mensenhandel. Het is dan ook goed dat momenteel onderzoeken worden verricht naar de achtergronden en beweegredenen van daders. Zo is het namelijk belangrijk meer te weten te komen over daders van binnenlandse seksuele uitbuiting. Zij zijn, met een gemiddelde leeftijd van 27 jaar op het moment van plegen, het jongst en maken ook de jongste slachtoffers vergeleken met de andere mensenhandelvormen. Verder is bekend dat twee derde van deze daders in Nederland is geboren. Andere veel voorkomende geboortelanden zijn traditionele herkomstlanden van Nederlandse immigranten. Om tot een aanpak te komen die deze vorm van slachtofferschap en daderschap voorkomt en stopt, is er meer kennis nodig over daders. Wie zijn het? Wat maakte hen kwetsbaar om dader te worden? Om tot een beter begrip van de problematiek te komen, is het zowel belangrijk om te onderzoeken hoe vaak daderschap voorkomt, als om meer te leren van concrete casuïstiek.
Daders grensoverschrijdende seksuele uitbuiting uit EER-landen (EER=Europese Economische Ruimte) vaker strafrechtelijke aangepakt. Daders van grensoverschrijdende seksuele uitbuiting zijn meestal niet in Nederland geboren. Zij komen veel vaker dan daders van andere vormen van mensenhandel uit landen behorende tot de Europese Economische Ruimte (EER), met name Hongarije, Roemenië en Bulgarije. Deze daders van grensoverschrijdende seksuele uitbuiting worden vervolgens ook een stuk vaker gedagvaard, veroordeeld en gestraft met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf dan de daders van deze vorm van mensenhandel die geboren zijn in Nederland of een overig geboorteland. Daders arbeidsuitbuiting: relatief vaak vrouwelijke daders Bij zowel grensoverschrijdende seksuele uitbuiting als arbeidsuitbuiting gaat het relatief vaak om vrouwelijke daders, zo’n een op de vijf is vrouw. De grootste groep daders van arbeidsuitbuiting is buiten de Europese Economische Ruimte (EER) geboren. Hierbij gaat het vaak om Aziatische landen, waaronder Turkije en China. Deze daders zijn daarnaast gemiddeld het oudst: zo’n 42 jaar op het moment van plegen. Minderjarige en adolescente daders van arbeidsuitbuiting komen nauwelijks voor. Meer dan de helft van deze groep daders is zelfs maar liefst veertig jaar of ouder.
Bijna kwart daders criminele uitbuiting is minderjarig of adolescent Daders van criminele uitbuiting zijn daarentegen gemiddeld een stuk jonger, namelijk 32 jaar bij het plegen. Zo’n 22% van de daders van criminele uitbuiting die worden gedagvaard, veroordeeld en bestraft met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is niet ouder dan 22 jaar. Hoewel het percentage Nederlandse daders bij criminele uitbuiting niet zo hoog is als bij binnenlandse seksuele uitbuiting gaat het toch om ongeveer de helft van de daders. Zie factsheet+bij+Dadermonitor+mensenhandel+2015-2019
pagina 3
Factsheet bij de Dadermonitor mensenhandel 2015–2019 De dadermonitor geeft inzicht in de daders van de verschillende vormen van mensenhandel en in de fasen van de strafrechtelijke aanpak in de periode 2015-2019. Hoewel mensenhandel bij veel partijen op de agenda staat, is het nodig de gezamenlijke aanpak verder te verdiepen en te concretiseren. DE RESULTATEN Gemiddeld aantal daders van mensenhandel in de strafrechtketen, per jaar (2015-2019) PREVALENTIE (TOTALE OMVANG) ONBEKEND
21%
46%
33% *
BEGIN STRAFRECHTELIJKE AANPAK
BEGIN STRAFRECHTELIJKE AANPAK
7%**
84%
SIGNALERING >200
OPSPORING >180
47%
39%
48%
34%
9%
9%** 5%
60% DAGVAARDING 145
7%
11%
65-70% VEROORDELING ≈95-105
53%
34%
53%
36%
8%
6%
90% ONVOORWAARDELIJKE VRIJHEIDSSTRAF >85 gemiddelde duur van 1 jaar en 8 maanden
RESOCIALISATIE 25
84%
6% 5%
14%
2%
EINDE STRAFRECHTELIJKE AANPAK
EINDE STRAFRECHTELIJKE AANPAK RECIDIVE ONBEKEND
10 daders van mensenhandel
Veel jonge daders
onbekend aantal daders van mensenhandel
Weinig aandacht voor preventie
binnenlandse seksuele uitbuiting grensoverschrijdende seksuele uitbuiting
arbeidsuitbuiting criminele uitbuiting
Minder verdachten in beeld
Daders van binnenlandse Na 2016 neemt het aantal gesignaleerde verEr zijn weinig initiatieven seksuele uitbuiting vormen ondachten af: van 285 verdachten in 2016 naar 170 om daderschap te voorkogeveer de helft van de daders in 2019. Dit terwijl het aantal meldingen van men. Die noodzaak is er wel: in de strafrechtketen. Zij zijn mensenhandel steeg: van 575 in 2016 naar 1.045 zowel daders als slachtoffers gemiddeld ook het jongst: een in 2019. Ook het aantal opgespoorde verdachvan binnenlandse seksueop de drie is jonger dan 23 jaar ten daalt. In de periode 2015-2019 gaat het le uitbuiting en criminele op het moment van plegen. gemiddeld om 180 verdachten per jaar, maar in uitbuiting zijn vaak jong. Bij aantal daders de ook strafrechtketen, per jaar (2015-2019) Zo’n 5% à 9%Gemiddeld van de daders in van mensenhandel 2019 waren het er slechts 153. De doelstelling in die dadersin is vaak sprake de strafrechtketen is dader van de Veiligheidsagenda om de aanpak van menvan andere ernstige delicten. criminele uitbuiting. Ook zij zijn senhandel te intensiveren, met een streefcijfer Dader- en slachtofferschap jong: gemiddeld is een vijfde van 190 verdachten in 2019, wordt daarmee niet kunnen bovendien door van hen jonger dan 23 jaar. gehaald. elkaar lopen.
* Deze verdeling is onbekend, de weergegeven verdeling geldt voor de slachtofferpopulatie. ** Deze percentages zijn onderschattingen.
Meer sepots
Weinig toezichten
Arbeidsuitbuiting: aanpak blijft achter
Van de opgespoorde verdachten komt 60% voor de rechter. Het aantal technische sepots neemt toe. Eindigde in 2016 zo’n 27% van de zaken in een technisch sepot, in 2019 is dit 41%. Meestal seponeert het Openbaar Ministerie vanwege gebrek aan bewijs.
Er zijn weinig reclasseringstoezichten voor daders van mensenhandel in de periode 20152019. Het gaat jaarlijks om gemiddeld 25 daders t.o.v. 85 daders met een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Hoe vaak daders van mensenhandel recidiveren is onbekend.
Daders van arbeidsuitbuiting worden relatief minder vaak veroordeeld en krijgen minder vaak een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf dan andere daders van mensenhandel. Mede door het beperkte aantal zaken bestaat nog onvoldoende helderheid over waar ernstige benadeling ophoudt en arbeidsuitbuiting begint.
DE AANBEVELINGEN AANBEVELING 1 Zet gericht in op het voorkomen van daderschap van mensenhandel, specifiek onder jongeren
AANBEVELING 2 Onderzoek of de aanpak van resocialisatie aansluit bij de daders van mensenhandel om herhaald daderschap te voorkomen
AANBEVELING 3 Inventariseer kwetsbare sectoren en werknemers op lokaal niveau om de aanpak van arbeidsuitbuiting te sturen
Er zijn weinig initiatieven om daderschap te voorkomen. Dat is zorgelijk omdat niet alleen in deze monitor, maar ook in de Slachtoffermonitor mensenhandel en het casuïstiekonderzoek naar seksueel geweld tegen jonge vrouwen in Amsterdam, de jonge leeftijd van daders en slachtoffers in negatieve zin opvalt. Er moet meer ingezet worden op het voorkomen van daderschap. Daarvoor is kennis nodig over daders en over hoe en waarom ze anderen uitbuiten.
Weinig daders ontvangen naast hun straf reclasseringstoezicht. Resocialisatie is echter wel belangrijk om te voorkomen dat daders opnieuw de fout in gaan. Zeker omdat er veel jonge daders zijn. Dit is ook belangrijk om (herhaald) slachtofferschap te voorkomen. Een aanpak die aansluit bij deze specifieke groep daders is belangrijk voor een geslaagde resocialisatie. Meer kennis over de aard van daders, de problematiek die daarachter schuilgaat en welke aanpak daar het beste bij past, is noodzakelijk. Dit inzicht moet er niet alleen op nationaal niveau komen, maar ook op regionaal en lokaal niveau.
Er is steeds meer kennis over de mechanismen die werknemers en sectoren kwetsbaar maken voor misstanden. Het is van belang deze kennis ten volle te benutten in de aanpak van arbeidsuitbuiting. Het is belangrijk om lokaal te inventariseren welke werknemers en sectoren extra kwetsbaar zijn: per regio of gemeente kunnen daarin grote verschillen bestaan. Op basis van een gerichte aanpak kan arbeidsuitbuiting effectief aangepakt worden.