CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A VVD Kwaliteitsplan binnenstad.docx

Raadsvergadering 17 mei 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Vaststellen kwaliteitsplan openbare ruimte binnenstad1.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp

: Ber van Loon : 23 april 2023 : Kwaliteitsplan Openbare Ruimte en LIOR binnenstad

Datum antwoord : 25 april 2023

Vragen: 1. Raadsvoorstel: Wat zijn de consequenties van de kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte in de binnenstad, zoals beschreven, voor het kwaliteitsniveau in de openbare ruimte in andere wijken heden in richting de toekomst (financiën, ambtelijke capaciteit etc.)? 2. Hoe verhouden het besluit nu over het KOR Binnenstad 2023 en het nog te nemen besluit omtrent het te hernieuwen KOR 2005 zich tot elkaar? 3. Blz. 31 KOR BS:: strategie gebiedsprofiel H. De strategie voor dit gebiedsprofiel richt zich primair op het herstel van de continuïteit van de groen- en waterstructuur. Vervolgens wordt niets gezegd over het herstel van de waterstructuur, en voor wat betreft het wordt er niets meer gezegd dan het autoluwe aspect. 4. Welke strategie is er binnen de KOR Binnenstad voor het herstel van waterstructuren? 5. Welke andere opties zijn er behalve het autoluw maken voor de groenstructuur in de binnenstad? 6. Blz. 31 KOR BS: Hoe verhoud de harde uitspraak over het verdwijnen van parkeerplaatsen in dit KOR zich tot de in het wijkmobiliteitsplan binnenstad uitgesproken voornemen onder voorwaarden? 7. Blz. 35 KOR BS: ‘’Het verbinden van groengebieden’’ wat is er voor nodig om een dergelijke verbinding te creëren, m.a.w., wat moeten we er objectief voor laten of opheffen? 8. Blz.

35 KOR BS: Spelen, groen èn water; hoe verhouden aspecten als spelen (voor kleine kinderen) en de gevaren van waterrijke plekken voor voornoemde doelgroep zich tot elkaar? 9. Blz. 37 KOR BS: in hoeverre spelen tegenstrijdige begrippen als rustig en bruisend een rol omtrent leefbaarheid in de afweging van het KOR? 10. Blz. 40 KOR BS: voorbeelduitwerking. We zien een voorbeelduitwerking voor de herinrichting van de Hoge Gouwe. Op zich is de gelaagdheid en inhoud en hetgeen geschreven goed te volgen. De praktische invulling blijft echter wat onduidelijk. 11. Wat draagt deze voorbeelduitwerking nu praktisch bij aan de Herinrichting van de Hoge Gouwe? 12. Had de praktische invulling heel anders geweest bij het oude plan, dan wel het ontbreken van een plan? Hoe had dit feitelijk invloed gehad? 13. Wordt er anders getoetst, veranderd het proces, gelden er andere feitelijke voorwaarden etc.?

14. Blz. 43 KOR BS: Welke mogelijke studies zijn er mogelijk op andere waarden dan groen, te denken aan ‘’Inrichting openbare ruimte t.b.v. economie en ondernemen’’, ‘’Studies die verband houden met (historische) water(gangen)’’ en De druk tussen de begrippen rustig en bruisend inzake het ‘gebruik’ van de binnenstad? Het betreft geen politieke vraag om op de voornoemde studies te reflecteren, maar technisch welke studies er nodig zijn voor een goede uitwerking van dit KOR. 15. Hoe is het participatieproces om te komen tot het Kwaliteitsplan vormgegeven? Welke (groepen) inwoners, belangengroepen en belangenorganisaties zijn bij het ontwerp van het nieuwe Kwaliteitsplan betrokken geweest? 16. Hoe is het participatieproces om te komen tot de LIOR vormgegeven? Welke (groepen) inwoners, belangengroepen en belangenorganisaties zijn bij het ontwerp van de nieuwe LIOR betrokken geweest? 17. Uit de hittestress kaart (pag 88 Kwalititsplan) blijkt dat wandelroutes tussen centrum en parkeergelegenheden langs de randen van het centrum alsmede druk bezochte winkelstraten slecht scoren. In hoeverre zijn de wensbeelden in het Kwaliteitsplan en LIOR vwbt inrichting met schaduwgevende bomen bepalend en maatgevend voor de kwantiteit aan te planten bomen? 18.

Wat is het te verwachten kwantitatieve effect op temperatuur, luchtvochtigheid en hittestress op plekken in de stad die slecht scoren op de hittestresskaart van A) aanplant van laagblijvend groen, van B) schaduwgevende bomen en van C) vernatting en van A), B) en C) gecombineerd? 19. Als het planten van schaduwgevende bomen niet overal in de stad mogelijk of wenselijk is, welke alternatieven voor schaduwvorming heeft u overwogen voor het geval de gevolgen van klimaatverandering tot onacceptabel gevaar voor hittestress leiden? 20. LIOR, keuze voor duurzame, inheemse en klimaatrobuuste beplanting. Klimaatverandering is een feit. In hoeverre zijn bomen en planten die nu als inheems worden beschouwd bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering? In hoeverre zijn bomen en planten die nu inheems zijn dat op lange termijn ook nog? In hoeverre verandert door klimaatverandering de samenstelling van de groep als inheems bekend staande soorten? Antwoorden: 1. Het kwaliteitsplan voor de openbare ruimte in de binnenstad heeft geen consequenties voor de kwaliteit van de openbare ruimte in de wijken buiten de binnenstad. Voor de wijken buiten de binnenstad gelden de uitgangspunten uit het KOR 2005. Het KOR 2005 bestaat uit het stedelijk kwaliteitskader, de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte en de beheerkwaliteit.

De financiën voor het onderhoud van de hele stad is opgenomen in budgetten voor het dagelijks beheer. Naast het dagelijks beheer is er een Beheerplan voor groot en vervangingsonderhoud. De actualisatie van dit beheerplan komt in juni in de raad. Hierin staan de

uitgangspunten en financiële consequenties voor groot- en vervangingsonderhoud in de gehele stad. Voor de binnenstad is een budget voor kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte beschikbaar . 2. In het te actualiseren KOR 2005 zal voor de binnenstad bekeken moeten worden welke beheerkwaliteit gaat gelden. In de KOR 2005 worden plusgebieden onderscheiden. Hiervoor geldt voor elementenverharding en voor zwerfvuil een hoger beheerniveau dan in de gebieden die niet onder een plusgebied vallen. Door de keuzes in het Kwaliteitsplan voor de binnenstad wordt de binnenstad in zijn geheel plusgebied in plaats van alleen het kernwinkelgebied. In de actualisatie van de KOR 2005 zal bepaald moeten worden hoe we met de kwaliteit van het beheer in de binnenstad om willen gaan. 3. In het plan is bij gebiedsprofiel H aangegeven dat de strategie zich primair richt op het herstel van de continuïteit van de groen- en waterstructuur. Verbetering hiervan is mogelijk door het aanbrengen van een goede samenhang en kwaliteit van de buitenruimte. Dit hoeft niet perse door het terugbrengen van water. Zie bijvoorbeeld de inrichting Achter de Waag waar de waterstructuur zichtbaar is gemaakt in de openbare ruimte. 4. Zie het antwoord op vraag 3. Voor herstel van waterstructuren kijken we vooraleerst naar de kansen om de intieme vaarroute te realiseren. 5.

In het plan worden op verschillende plekken extra bomen en groenstructuren aangebracht. Door het autoluw maken van de grachten (minder parkeerplekken) ontstaat er ruimte om op deze locaties meer te vergroenen. Als deze parkeerplekken gehandhaafd blijven is er minder ruimte voor groen. Doordat de grachten andere locaties verbinden, ontstaat er ook meer ecologische verbinding. 6. Het VCP en het wijkmobiliteitsplan zijn leidend. Het Kwaliteitsplan voor de openbare ruimte binnenstad (2023) is volgend op dit beleid. 7. Op pagina 91 staat een kaartje waarin de groengebieden meer met elkaar verbonden zijn. Het betekent onder andere bij de poorten verbindingen leggen met de aansluitende boom- en groenstructuren. Maar ook pleinen groener inrichten zodat zij de verbinding kunnen vormen. Het betekent dat er zowel ondergronds als bovengronds ruimte gemaakt moet worden voor groen en voor bomen. Ook autoluwere grachten kunnen met meer groen zorgen voor groene verbindingen. 8. Bij de inrichting van speelplekken met groen en water is veiligheid altijd een belangrijk uitgangspunt. Het gaat vooral om het realiseren van minder verharding en meer groen op speelplekken. 9. Het is belang dat er in de binnenstad een afwisseling is tussen drukkere/ bruisende gebieden en rustige gebieden. Daarom is de gelaagdheid van de binnenstad van belang.

Enerzijds de laag met de drukkere singels en grachten en anderzijds de laag met labyrint van steegjes, parkjes en plantsoenen waar ook oases van rust zijn te vinden. 10. De praktische invulling en uitwerking volgt na de analyse. In de voorbeelduitwerking is aangegeven hoe die analyse gedaan moet

worden. Op basis van de doorlopen stappen komen de uitgangspunten naar voren voor het ontwerp van het project. 11. Door de uitwerking van deze werkwijze ontstaat een uniforme aanpak van toekomstige projecten in de openbare ruimte en wordt duidelijk welke uitgangspunten vastliggen. 12. Zonder dit plan is er geen uniforme werkwijze waardoor iedere ontwerper en projectleider zelf bepaalt hoe hij/zij naar een opgave kijkt en deze aanpakt. Dit heeft als gevolg dat er geen eenduidige en herkenbare inrichting van de openbare ruimte is in de binnenstad. Met dit plan hopen we dit wel te bereiken. 13. Voor de AOK ligt er een nu een duidelijk kader waar zij plannen aan kan toetsen. Dat kader is er nu niet. De werkwijze zoals geschetst moet voor elk plan doorlopen worden. Een ontwerper kan aan de hand van de werkwijze uitleggen hoe hij/zij tot zijn ontwerp gekomen is. Daarnaast is de materialisatie veel verder uitgewerkt. In het huidige LIOR is dat heel beperkt omschreven waardoor er weinig eenheid is in materialisatie in de binnenstad. 14. De uitwerkingen zoals nu genoemd zijn de belangrijkste die naar voren zijn gekomen bij de opstelling van het plan. Met het Kwaliteitsplan wordt ook ingezet op economische kansen, door oa beter verblijfsklimaat en bijvoorbeeld het benutten van kansen voor extra terrassen. 15.

In een aantal gespreksrondes zijn interne afdelingen, de AOK en belangenorganisaties betrokken bij de totstandkoming van het plan. Het gaat om de volgende belangenorganisaties: SBG, Die Goude, Platform binnenstad en haar randen, Bewonersplatform binnenstad, Initiatiefgroep Raambuurt, GAB, KNNV, IVN en Tuinambassadeurs. 16. De LIOR voor de binnenstad is op dezelfde manier aangepakt als het Kwaliteitsplan voor de binnenstad. (zie vraag 15). Het betreft een ‘technische’ doorvertaling van het Kwaliteitsplan. 17. Bij het uitwerken van de plannen zal duidelijk worden hoeveel bomen precies geplant kunnen worden. Dit is afhankelijk van de beschikbare ondergrondse en bovengrondse ruimte. In de winkelstraten is dit blijkens de ervaringen tot op heden een uitdaging. 18. Het gaat erom dat de huidige situatie rondom hittestress verbetert. Daarbij heeft het planten van bomen het meeste effect. 19. Dan wordt het lastig om een goede oplossing te vinden. In het uiterste geval is het plaatsen van schaduwdoeken of zonnewering een mogelijke oplossing. 20. Het is van belang om bij de boomsoorten goed op de hoogte te blijven van ontwikkelingen. Daarom zal de LIOR ook regelmatig herzien moeten worden aan de hand van nieuwe ontwikkelingen en inzichten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=603e88f0-2226-448d-87d2-f97cd15b13fb