A VVD GHR Ecopark
Tekst van het document
Technische vragen Van Aan Datum vraag Onderwerp
: VVD Gouda, Paul Ruijgrok : E. Blok, commissiegriffier Cie FLO : 1 september 2024 : Ecopark
Datum antwoord
: 10 september 2024
Vragen: 1. Vragen over de rapport GHR a. Aan de GHR i. GHR constateert dat er geen methodische vorm van risicomanagement is gehanteerd. In de risicoparagraaf van de jaarstukken 2021, 2022 en 2023 wordt Ecopark niet expliciet genoemd. In hoeverre zou dat, naar het oordeel van de GHR, wel passend zijn geweest, gezien het risicoprofiel van het project? ii. De GHR stelt “Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het gebrek aan administratieve grip op het project in 2022 heeft bijgedragen aan het ontstaan van de technische problemen in de uitvoering, met name de verzakking van de poeren.” Is er wel aanleiding om te veronderstellen dat dit heeft bijgedragen aan: 1. Het opgetreden effect op tijd, geld, kwaliteit van het project 2. Geldt deze uitspraak ook voor de grondverontreiniging? 3. En zo het effect van de grondverontreiniging op tijd, geld, kwaliteit kleiner zijn geweest als deze administratieve grip er wel was geweest? iii. In de periode na maart 2023 neemt de frequentie van de raadsinformatie toe. Er wordt in deze passage van het rapport geen inhoudelijke uitspraak over de verstrekte informatie gedaan. Heeft de GHR getoetst of de inhoud van de raadsinformatie voldoet aan de actieve informatieplicht van het college en deze alle informatie omvat die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taken? Welke leerpunten zijn hieruit getrokken? b.
Kan het college per aanbeveling aangeven: i. Welke concrete maatregelen het college reeds geïmplementeerd heeft ii. Welke concrete maatregelen het college van plan is te implementeren en wanneer die implementatie naar verwachting is afgerond 2. Vragen aan het college over reactie college op het rapport GHR a. In de reactie staat “Met de kennis van nu erkent het college dat de raad explicieter had kunnen worden geïnformeerd over de risico’s van funderen met poeren”. Welke nieuwe kennis is dan opgedaan tussen maart 2020 en het moment van het GHR-rapport. b. Het college stelt dat het beter was “een winstwaarschuwing over een mogelijke kostenoverschrijding te geven”. Om dit te kunnen doen is een
nauwkeurig en actueel overzicht van de reeds uitgegeven kosten en de nog te maken kosten van een project nodig. Welke concrete maatregelen gaat het college nemen om dit in de toekomst te versterken? c. In de reactie staat “In het Bestuursakkoord 2022-2026 Geef Gouda door! is tevens een aantal van de genoemde verbeteringen in brede zin onderkend. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot [] het verbeteren van het vastleggen van besluiten [].” Welke concrete maatregelen heeft het college hierin genomen in de periode tussen het vaststellen van het Bestuursakkoord en de aanvang van de interne evaluatie in 2023? d. In de reactie staat “Het college erkent daarbij dat het project Ecopark begon als een, juist ook voor onze ervaren uitvoeringsorganisatie, relatief overzichtelijk project dat zou bijdragen aan de duurzame ambities van de stad. Uiteindelijk mondde het door diverse factoren uit in een project waarvan de complexiteit, zo blijkt achteraf, onvoldoende onderkend is.”. Hoe verhoudt deze reactie zich tot: i. Dat juist ook de uitvoeringsorganisatie in het GHR-rapport als onvoldoende wordt gekwalificeerd; ii. Dat in 2021, in ieder geval ambtelijk, de complexiteit al duidelijker was. e.
In de reactie staat “in april 2022 was sprake van een mogelijke overschrijding van € 1.000.000,- (dit betreft een inmiddels grotendeels afgewezen claim van de aannemer) die in maart 2023 veranderd was naar een grotendeels andersoortige, daadwerkelijke overschrijding van €1.000.000,- (grotendeels als gevolg van verbeteren van de bodemgesteldheid).” i. Klopt het dat het inzicht van kostenoverschrijding door bodemgesteldheid in der periode april 22 – maart 23 is ontstaan? ii. Klopt het dat de risico’s van bodemgesteldheid en grondvervuiling al in 2019 zijn onderkend? iii. Klopt het dat in 2019 de geplande opleverdatum nog 31 december 2021 was? iv. Hoe kan dan de overschrijding als gevolg van bodemgesteldheid in april 2022 nog niet bekend zijn? 3. Vragen aan het college over de casus schade door vrachtwagen In het licht van de aanbevelingen van het rapport GHR, hebben wij de volgende vragen over de toepassing van deze aanbevelingen op de recente casus van schade door een vrachtwagen a. De GHR adviseert het risicomanagement te verbeteren, het college heeft in zijn reactie aangegeven met verbeteracties bezig te zijn. i. Welke verbeteracties zijn reeds uitgevoerd t.a.v. bedrijfsmatige en operationele veiligheid van het Ecopark? ii. Welke verbeteracties zijn nog in de toekomst uit te voeren? iii.
Hoe kan het gebeuren dat een schade op 3 augustus ontstaat, het Ecopark op normale wijze op 5 augustus in gebruik genomen wordt en er pas veel later beperkende maatregelen zijn genomen. iv. Welk risico hebben bezoekers van het Ecopark gelopen in de periode 5 augustus tot de datum waarop de maatregelen genomen zijn. v. Welke vervolgschade is er ontstaan door het normale gebruik van een kennelijk beschadigd platform? b. De GHR adviseert om de raad beter te informeren i. De schade is op 3 augustus geconstateerd. Op 23 en 28 augustus is er nader onderzoek gedaan. Waarom is er pas op 31 augustus een
raadsmemo gekomen, terwijl dit dossier ook op 21 augustus al op de agenda van de raad stond? c. De GHR adviseert om besluiten beter vast te leggen i. Op welke wijze is het besluit tot verkeersmaatregelen voor het beschadigde platform vastgelegd? ii. Door wie en wanneer is het besluit genomen? iii. Op welke wijze is het besluit tot het doen van aanvullend onderzoek (uitgevoerd op 23 en 28 augustus en het nog uit te voeren simulatie onderzoek) vastgelegd? iv. Door wie en wanneer is het besluit genomen? d. De GHR adviseert het risicomanagement te verbeteren, nu zijn er haarscheuren ontstaan in het beton i. Zijn deze scheuren een gevolg van verhinderde betonverhardingskrimp, verhinderde vervormingen bij temperatuurvariaties, zettingen van de onderliggende fundering of overbelasting? ii. Op welke wijze is dit vastgesteld en door wie?
Antwoorden: 1ai. Antwoord Groene Hart Rekenkamer: Ja. Voor 2021 had het risicoprofiel van het project in de jaarrekening vermeld kunnen worden aangezien nog niet volledig duidelijk was wat de consequenties zouden zijn van de claim van de aannemer en de stijgende materiaalkosten en krapte op de markt. In 2022 is het risico: ‘stijgende materiaalkosten en krapte op de markt’ opgenomen in de top 10 van financiële risico’s. Bij het opstellen van deze jaarrekening waren de problemen rond Ecopark bekend. In de jaarstukken is ook gemeld dat er sprake was van een forse financiële overschrijding en onvoorziene tegenslag met funderingspoeren. Het ging op dat moment technisch gezien niet om risico’s omdat de financiële overschrijdingen reeds hadden plaatsgevonden. Naar het oordeel van de Rekenkamer hadden deze overschrijdingen wel duidelijker in de jaarrekening moeten worden opgenomen, dit gold ook voor de financiële consequenties voor de afbouw van het Ecopark. Voor de jaarrekening van 2023 geldt dat de financiële consequenties van de overschrijdingen reeds waren verwerkt. De Rekenkamer heeft niet het beeld dat na het verrekenen van deze financiële consequenties de restrisico’s dusdanig waren dat deze apart in de jaarrekening hadden moeten worden vermeld. 1aii1.
Antwoord Groene Hart Rekenkamer: Het hebben van meer administratieve grip op het project zou op zichzelf geen impact hebben op het al of niet ontstaan van technische problemen, maar had wel kunnen zorgen voor een snellere doorlooptijd van besluitvorming. Kortere bouwtijd spaart ook geld uit. Desondanks heeft de Rekenkamer het beeld dat na het in beeld komen van de verzakkingen de besluitvorming voortvarend is geweest. De Rekenkamer heeft geen aanleiding te veronderstellen dat het gebrek aan administratieve grip een negatieve impact heeft gehad op de kwaliteit van het gerealiseerde project. 1aii2. Antwoord Groene Hart Rekenkamer: Nee, de in het rapport genoemde verontreinigingen hebben in 2019 een negatieve impact gehad op de planning, maar dit vond plaats op het moment dat er geen sprake was van verminderde administratieve grip. 1aii3. Antwoord Groene Hart Rekenkamer: Nee. 1aiii. Antwoord Groene Hart Rekenkamer: Zonder een alomvattende uitspraak te doen over het geheel aan informatie over het project heeft de Rekenkamer wel geconstateerd dat de informatievoorziening in deze periode is verbeterd. De raad is regelmatig betrokken bij de
voortgang van het project en binnen enkele maanden ligt er een raadsvoorstel met uitgewerkte scenario’s voor. Er zijn geen aanwijzingen dat de informatievoorziening niet voldeed aan de actieve informatieplicht of dat de raad informatie miste die wel nodig was voor een goede bestuurlijke afweging. 1bi. Voor elke aanbeveling en elk verbetertraject is inzichtelijk gemaakt wat er al aan is gedaan en wat het college nog voornemens is om te gaan doen, zie hiervoor bijlage 1 en bijlage 2. 1bii. Voor elke aanbeveling en elk verbetertraject is inzichtelijk gemaakt wat er al aan is gedaan en wat het college nog voornemens is om te gaan doen, zie hiervoor bijlage 1 en bijlage 2. 2a. Het risico van het verzakken van de poeren heeft zich voorgedaan. Dit rechtvaardigt achter een explicietere opname van dit risico. 2b. Het versterken van de financiele sturing, rapportage en risico management is een belangrijk speerpunt binnen het verbeterprogramma. 2c. Voor elke aanbeveling en elk verbetertraject is inzichtelijk gemaakt wat er al aan is gedaan en wat het college nog voornemens is om te gaan doen, zie hiervoor bijlage 1 en bijlage 2. 2di. Naar mening van het college kan de uitvoeringsorganisatie niet als onvoldoende worden gekwalificeerd, maar is er sprake van een ervaren uitvoeringsorganisatie. 2dii.
In het rapport wordt geconcludeerd dat de complexiteit ambtelijk en bestuurlijk in december 2021 nog onvoldoende was onderkend. 2ei. Het inzicht dat er kostenoverschrijdingen zijn m.b.t. de bodemgesteldheid ontstaat in de periode december 2022 - maart 2023. 2eii. Er is destijds aangegeven dat grondvervuilingen aanwezig kunnen zijn. 2eiii. In 2021 werd duidelijk dat de geplande opleverdatum niet werd gehaald. 2eiv. De overschrijdingen n.a.v. de problemen rondom de bodemgesteldheid en zakkende poeren openbaarden zich pas in maart 2023. 3ai – 3dii.: Dit betreft technische vragen over een dossier dat niet op de agenda staat. Deze vragen zullen beantwoord worden als technische vragen vreemd met een beantwoordingstermijn die daarbij hoort.