CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A VVD - APV

Raadsvergadering 14 maart 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp

: VVD, Kevin de Jonge : 17 januari 2023 : Wijziging van de APV Gouda 2020

Datum antwoord :

Vragen: 1. ‘’Het is in Gouda niet bekend hoe vaak straatintimidatie voorkomt. Een aantal gemeenten in Nederland heeft een meldpunt voor staatintimidatie.’’ Wat is er objectief voor nodig om zo’n meldpunt in te richten. 2. Op welke manier wordt ervoor gezorgd dat het begrip straatintimidatie geobjectiveerd wordt en blijft en we niet doorslaan naar een subjectieve sanctionering? 3. Op welke plek zou het in het raadsvoorstel benoemde preventieve beleid wellicht moeten gaan landen? Waar zouden we dit, als het doorgetrokken wordt, moeten regelen? 4. Klaarblijkelijk biedt het bestaande regelkader niet voldoende handvatten voor het tegengaan van overlast veroorzaakt door dieren (hanen). In hoeverre is een hanenverbod, of een bepaling inzake ‘’(Geluid)hinder door dieren’’ juridisch mogelijk en houdbaar? 5. Wat doet deze aanpassing van de APV met de druk op de politie en gemeentelijke handhaving (impact voor veiligheidsdiensten)? Antwoorden: 1. Het klopt dat een aantal gemeenten een dergelijk meldpunt heeft. Zo’n meldpunt kan een beeld geven van de locaties in de stad waar straatintimidatie door de melders wordt ervaren. Er kunnen dan eventueel gerichte (preventieve) acties worden ondernomen op die locaties. Zo wordt het meldpunt door meerdere gemeenten ingezet. Er zijn adviesbureaus die kunnen helpen bij het opzetten van een meldpunt. Hiervoor is voldoende budget nodig.

De precieze kosten hiervan is op dit moment niet bekend. Daarnaast moeten er afspraken gemaakt worden met diverse partijen over hoe de meldingen worden behandeld. 2. Door het toepassen van strafrecht wordt een objectieve aanpak gegarandeerd, omdat alle componenten moeten worden aangetoond bij een sanctie. Hiervoor blijven subjectieve beoordelingen buiten het sanctiebeleid. 3. Straatintimidatie gaat o.a. over normen en waarden en welk effect gedrag op iemand kan hebben. Het vraagt daarom vanuit de preventiekant meer om een maatschappelijke benadering dan een veiligheidsbenadering. De

gemeente kan hierin een rol pakken maar heeft hier haar netwerkpartners in de stad voor nodig waaronder bijvoorbeeld ook scholen. Vanuit maatschappelijk beleid wordt er hard gewerkt aan inclusie en het tegengaan van discriminatie. De netwerkstructuur die hiervoor is opgebouwd, kan ook gebruikt wordt om het onderwerp straatintimidatie en dan met name het voorkomen van straatintimidatie hierin mee te nemen. 4. De burgemeester beschikt reeds over een bevoegdheid waarmee ernstige en structurele overlast, die door dieren wordt veroorzaakt, kan worden tegen gegaan. Artikel 2:46 APV gaat over de aanpak van woonoverlast. Ingeval van ernstige en structurele overlast als gevolg van hinder van dieren kan een woonoverlasttraject op basis van dit artikel worden ingezet. De burgemeester kan dan een gedragsaanwijzing met een last onder dwangsom aan de eigenaar van het dier opleggen. Dit kan echter alleen als de burgemeester meent dat er redelijkerwijs geen andere geschikte wijze is om de ernstige hinder tegen te gaan, dus als eerdere maatregelen zoals bemiddeling e.d. niet tot het gewenste resultaat leiden. Daarvoor is dossiervorming nodig en ook moet worden geconstateerd, dat de haan ernstige en structurele overlast geeft. Het is daarmee geen maatregel die snel en lichtvaardig kan worden toegepast.

De aanpak via de verboden van geluidsoverlast op grond van de Verordening Fysieke Leefomgeving is niet toereikend, omdat deze verboden zien op geluid, dat wordt veroorzaakt door (bouw-)machines, toestellen en apparaten en niet op geluidsoverlast door dieren. Het opnemen van een aparte bepaling over geluidhinder in deze verordening door dieren is mogelijk, maar het toezien op de naleving ervan is lastig, omdat het lastig is om te constateren, wanneer sprake is van geluidshinder van een dier en daarvoor een normering te stellen. Een verbod tot het houden van bepaalde overlastgevende dieren is eenvoudiger te handhaven. Er behoeft slechts te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van de dieren. Er zijn dan geen geluidsmetingen en vaststelling van normen voor de geluidshinder e.d. nodig. Een verbod tot het houden van bepaalde huisdieren zoals hanen, in bepaalde gebieden, zoals woongebieden, in de Apv is juridisch mogelijk. Dit grijpt echter in op de individuele keuzevrijheden van inwoners om dieren te houden. Er zijn bij de gemeente slechts enkele overlastmeldingen van geluidsoverlast door dieren (of hanen) bekend. Ook wordt gewezen op de kinderboerderijen, scholen en huizen aan de rand van de gemeentegrenzen. Dit maakt, dat het college het niet proportioneel acht om een apart verbod in de APV op te nemen om bepaalde huisdieren te houden.

5.Ten aanzien van de in het wijzigingsvoorstel van de APV genoemde onderwerpen heeft de politie een signalerende en handhavende taakstelling. Eventuele inzet hierop heeft consequenties voor de belastbaarheid van de politiecapaciteit en zal dan ook op basis van geprioriteerde overlast worden bepaald. De voorgestelde wijzigingen van de APV zullen naar verwachting per saldo geen gevolgen hebben voor de druk op de gemeentelijke handhaving maar het heeft wel effect op de prioriteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=c0b501c9-da62-4323-830c-39447eba869d