A VVD - Aanvullend beleid Externe Veiligheid
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp
: VVD, Kevin de Jonge : 10 september 2023 : Aanvullend beleid Externe Veiligheid
Datum antwoord :
Vragen: 1. Externe veiligheid en omgevingsveiligheid zijn dezelfde of sterk overlappende begrippen. Er wordt in de toelichting op het raadsvoorstel aangegeven: ‘’Met de bestaande Visie Externe Veiligheid is de veiligheid goed geborgd.’’. Bij de PlanMER bij de omgevingsvisie blijkt echter dat Gouda op omgevingsveiligheid (dus externe veiligheid) slecht scoort en deze in de ontwikkeling naar 2030 niet significant verbetert. Op basis van welke objectieve criteria kan de uitspraak dat de externe veiligheid goed geborgd is, onderbouwd worden? 2. Wat zouden de feitelijke gevolgen zijn van het aanwijzen van aandachtsgebieden als voorschriftgebieden conform het advies van de Veiligheidsregio Hollands Midden? 3. In de matrix in bijlage 1 wordt onder kwetsbaar gebouw binnen 0-30 meter van een brandaandachtsgebied de term ‘voldoende veilig’ gebruikt. Wat betekent deze term en waarom is deze bijvoorbeeld niet opgenomen onder de zeer kwetsbare gebouwen in het explosieaandachtsgebied 30-200 meter?
Antwoorden: 1. In de PlanMER is ervoor gekozen om voor een bepaalde benchmark te kiezen (landelijke benchmark PBL Telos). Deze benchmark gaat uit van aanwezigheid van verschillende typen kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden. Dat leidt in de PlanMER tot een bepaald kwaliteitsniveau (groen, oranje, rood). Het aanwezig zijn van ‘kwetsbare gebouwen’ (bijv. woningen) en ‘zeer kwetsbare gebouwen’ (bijv. basisschool, kinderdagverblijf of ziekenhuis) binnen aandachtsgebieden geeft respectievelijk een waardering ‘oranje’ en ‘rood’. Met de bestaande visie is al jaren het beleid om nieuwe ‘zeer kwetsbare gebouwen’ niet toe te staan binnen aandachtsgebieden en ‘kwetsbare gebouwen’ alleen na een uitgebreide verantwoording. De invloed van de gemeente gaat dus met name over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en op dat punt kan de gemeente de externe veiligheid goed borgen. Het verminderen of stoppen van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor ligt niet binnen de invloedssfeer van de gemeente. 2. Binnen een voorschriftgebied is het nemen van een pakket bouwmaatregelen vereist: Binnen het brandaandachtsgebied kan het hele of een deel van dit gebied worden aangewezen als ‘brandvoorschriftengebied’. Binnen een brandvoorschriftengebied gelden bij (vervangende) nieuwbouw eisen aan de brandwerendheid van het gebouw (60 minuten brandwerend).
Binnen het explosieaandachtsgebied kan het hele of een deel van dit gebied worden aangewezen als ‘explosievoorschriftengebied’. Binnen een explosievoorschriftengebied gelden bij (vervangende) nieuwbouw eisen aan de beglazing in het gebouw (scherfvrij glas). Het eisen van het dan vereiste pakket bouwmaatregelen is zeer ingrijpend, terwijl er discussie is over de noodzaak (wordt er daadwerkelijk meer bescherming bereikt bovenop wat al wordt gedaan). Ook is nog veel onduidelijk over wat de specifieke eisen zouden moeten zijn, die bijvoorbeeld aan ‘scherfvrij glas’ gesteld moeten worden. Wel is het pakket complex en vereist het ingrijpende investeringen.
Aanvullende bouwmaatregen zijn al verplicht voor nieuwe ‘zeer kwetsbare gebouwen’ binnen het gehele brand-, en explosieaandachtsgebied en voor nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen binnen 30 meter van basisnetspoor en A12.
3. De term ‘voldoende veilig’ zit verwerkt in de planologische kaders uit de huidige visie. Aan de hand van ‘functie, ‘inrichting’ en ‘maatregelen’ is in de visie aangegeven wanneer een ontwikkeling als ‘voldoende veilig’ kan worden beschouwd. De reden dat deze term niet terugkomt onder ‘zeer kwetsbaar gebouw’ is dat conform het bestaande beleid ‘zeer kwetsbare gebouwen’ sowieso niet gewenst zijn binnen aandachtsgebieden. Als er bij hoge uitzondering ‘zeer kwetsbare gebouwen’ toch mogelijk worden gemaakt is er altijd sprake van maatwerk. Hierbij worden ook de eisen voor ‘voldoende veilig’ getoetst..