A VVD 4e BW 2021 en 1e BW 2022
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: VVD : 24 november 2021 : 4e BW 2022 : J. Holdijk : 26 november 2021
Vragen: N.a.v. de gewijzigde 4e BW (versie 23 november) heeft de fractie van de VVD de volgende vragen: 1. p3. Zonnenpaneel Brandweer: is het correct dat dit de gemeente 10.000 euro per jaar meer oplevert dan het kost? 2. P3. BUIG-budget. Welk gedeelte van dit bedrag is gevolg van afname PW-uitkeringen en welk gedeelte van verhaal? 3. P3. BUIG-budget. Wat is de grondslag voor het verhaal van uitkeringen geweest? 4. P4. IHP. Wat is de oorzaak van deze grote overschotten? Waarom was dit niet al bij het opstellen van de programmabegroting 2022 bekend? Als dit (deels) een gevolg is van vertraging in het IHP, welke acties zet het college dan uit om de opgelopen achterstand later in te halen?
Antwoorden: 1. De kapitaallasten van de investering van totaal € 147.000 zijn verwerkt in het CIP. Bij het onderdeel ‘C Budgettaire wijzigingen (CIP)’ ziet u dat per 2023 de kapitaallasten ingaan van totaal € 11.000. Tegenover de kapitaallasten levert dit ook een voordeel. Dit voordeel is benoemd bij onderdeel ‘B. Budgettaire wijzigingen’. Het bedrag dat hierbij hoort is € 10.000 vanaf 2022. In 2022 is er een eenmalig voordeel van € 10.000. Vanaf 2023 is het effect op de gemeentebegroting budgettair neutraal. 2. De post BUIG is opgebouwd uit een aantal onderdelen: verwerken van de definitieve beschikking BUIG-budget 2021 (+ t.o.v. begroot), prognose uitkeringslasten (-/- t.o.v. begroot), verhaalde uitkeringen (+ t.o.v. begroot) en loonkostensubsidies (+ t.o.v. begroot). 3. Er is geen beleidswijziging geweest op uitkeringsverhaal. De grondslag voor Verhaal en Terugvordering van uitkeringen is landelijke en gemeentelijke regelgeving. 4. De verschuiving van de budgetten is nodig omdat de planning van de projecten uit het Uitvoeringplan 1e tranche IHP 2020-2024 is bijgesteld op basis van de actuele stand van zaken per project. Hierbij is een aantal investeringen doorgeschoven. Het effect hiervan is dat er een incidenteel voordeel ontstaat in de kapitaallasten. Het voordeel is opgenomen bij het onderdeel “C. Budgettaire
wijziging (CIP)”. Bij de uitwerking van de projecten is gebleken dat sommige projecten meer tijd vragen dan aanvankelijk gepland, de planning in het Uitvoeringsplan 1e tranche IHP 2020-2024 was immers ook een planning op hoofdlijnen. Middels het raadsmemo van 12 juli 2021 is dit aangekondigd, de afgelopen maanden is de planning verder uitgewerkt. De financiële consequenties daarvan, in concreto het doorschuiven van budgetten, zijn naar de 4e begrotingswijziging vertaald. Het versnellen van de reeds lopende IHP-projecten is niet mogelijk, de bouwprojectplanningen hebben reeds een strak regime. Het opstarten van de nog resterende IHP-projecten uit het Uitvoeringsplan 1e tranche vindt in overleg met de betreffende schoolbesturen plaats, waarbij rekening wordt gehouden met de reeds in het Uitvoeringsplan geschetste afhankelijkheden (waaronder de beschikbaarheid van tijdelijke huisvesting).