CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A (vervolg) CU intieme vaarroute.docx

Commissie Fysieke leefomgeving 11 oktober 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Oordeelsvorming: memo over motie Intieme Vaarroutes1.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

beantwoording technische vragen Fractie van ChristenUnie

afdeling

telefoon

gouda

Ruimtelijk beleid en advies

0182588462

29 september 2021

contactpersoon

uw kenmerk

dossiernummer

A.A. Fijan

-

-

onderwerp

Beantwoording schriftelijke vragen Intieme vaarroute Geachte fractie, Op 24 september 2021 heeft u schriftelijke vragen gesteld over het onderwerp: Intieme vaarroute. Onderstaand de beantwoording van uw vragen. 1. In de berekeningen van het waterschap van mei (zowel bij uitgangspunten als in berekening zelf) zijn ook al kosten voor kabels en leidingen opgenomen. Waarom zijn deze kosten nogmaals opgevoerd? Antwoord het document “Notitie bij schetsontwerpen peilscheidingen Turfmarkt en Zeugstraat” van RPS met referentie NL202008582.002- N21-056, d.d. 31 maart 2021 is als uitgangspunt gehanteerd voor de indicatieve SO-raming. Zie bijlage 2 “Deelraming Turfmarkt gemaal + sluis” van dit document. Onder post 4 Kabels en leidingen (K&L) zijn alleen kosten opgenomen voor K&L binnen constructies en tussen kast en sluis. Kosten voor K&L voor bijvoorbeeld scheepvaartseinen, besturing en bedieningspaneel zijn niet meegenomen. Om deze reden is binnen de raming een reservering opgenomen voor K&L. 2.

In de berekening zijn 2 kanosteigers opgenomen, deze zouden er ook komen in de variant zonder doorvaarbare peilscheiding? Waarom is deze in deze berekening dan opgenomen? Antwoord De kanosteigers zijn opgenomen in het schetsontwerp, omdat het doel van raming was om budget vrij te maken voor alle gemeentelijke werkzaamheden die nodig zijn voor het uitvoering van de sluis en daarbij hoorde ook de kano-oversteekplaats (zie Raadsmemo Invulling Raadsmotie doorvaarbare binnenstad van 18 mei).

bezoekadres: Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1, Gouda

bijlagen: -

correspondentieadres: postbus 1086, 2800 BB Gouda e-mail gemeente@gouda.nl telefoon: 14 01 82

3. Naar onze informatie opgevraagd bij een waterschap is een remmingswerk voldoende om te kunnen wachten voordat de sluis wordt ingevaren. Betekent het dan dat op de kosten van een steiger van 13 meter kan worden bespaard? Antwoord Dit is afhankelijk van de locatie van het remmingwerk. Binnen de SO-raming wordt echter onder remmingwerk verstaan geleidewerken (fuik) met als doel mechanische en visuele geleiding en aanvaarbescherming. De wachtplaats, te voorzien in de Turfmarktgracht, is separaat begroot. 4. Op basis waarvan is de lengte van de remmingswerken en de kosten daarvan bepaald ? Antwoord De lengte van de remmingwerken c.q. geleidewerken (fuik) zijn bij benadering ingeschat op basis van het schetsontwerp zoals opgenomen in bijlage 1 van document “Notitie bij schetsontwerpen peilscheidingen Turfmarkt en Zeugstraat”. Situering van de remmingwerken vlak voor en na de sluishoofden en langs de walmuren van de sluiskom Amsterdams Verlaat. De remmingwerken langs de walmuren van de sluiskom Amsterdams Verlaat zijn in het schetsontwerp niet opgenomen. Verder is een wachtplaats voorzien in de Turfmarktgracht. De 13 meter voor deze wachtplaats is gebaseerd op de 1e alinea in paragraaf 2.2 van document “Notitie bij schetsontwerpen peilscheidingen Turfmarkt en Zeugstraat”. Deze geeft aan Het type vaartuig dat moet kunnen passeren heeft een lengte van 13 m.

Gegevens over de breedte en de diepgang zijn niet verstrekt. De wachtplaats is in het schetsontwerp niet opgenomen. De kosten zijn verder gebaseerd op de standaard eenheidsprijzen (directe kosten) zoals deze in 2018 zijn vastgesteld voor ons beheersysteem GeoVisia. 5. In de berekening is een risicoreservering opgenomen van 15% voor bouw en engineerkosten van circa €80.000,-. In hoeverre is deze risicoreservering betrokken bij de nieuwe berekening? En als deze niet betrokken is, waarom niet?

Antwoord Zie antwoord 1. Voor de gehanteerde opslagen c.q. verhogingen is een gelijkvormige opbouw gehanteerd als binnen bijlage 2 “Deelraming Turfmarkt gemaal + sluis”. 6. In de berekening van mei staan ook al kosten geraamd voor elektrische voorzieningen. Zijn deze in mindering gebracht in deze nieuwe berekening voor de elektrische bediening? Antwoord Zie bijlage 2 “Deelraming Turfmarkt gemaal + sluis”. Onder post 55 zijn kosten opgenomen voor elektrotechnische installaties. Onder deze post zijn de kosten voor het leveren en aanbrengen van de E-installatie incl. besturing en bedieningspaneel voor lokale bediening niet meegenomen.

7. Hoe moet de extra berekening gezien worden t.o.v. de berekening in mei waarin bijna €90.000,- is opgenomen voor overige bijkomende kosten. Valt deze berekening hier niet binnen? En zo niet, waarom niet?

Antwoord

pagina 2

Binnen SSK-ramingen (Standaardsystematiek voor Kostenramingen) wordt onder kostencategorie overige bijkomende kosten veelal verstaan alle kosten die niet onder bouwkosten, vastgoedkosten of de engineeringskosten gerekend worden. Tot de kosten vallen bijvoorbeeld kosten voor leges, vergunningen, heffingen, leges, buitendienststellingen, vervangend vervoer, precario, rentekosten, grondonderzoeken, het maken van bestemmingsplannen e.d.. 8. In de indicatieve raming van de sluis staan totale directe bouwkosten van de €183.500,-. Hoe verhouden alle extra verhogingen op pagina 2 zich hier toe en waarom komen deze hoger uit dan het bedrag zelf? En hoe verhouden deze bedragen zich tot de opgenomen reserves in de berekening in mei? In de berekening van mei zijn de risico’s voor bouw en engenieerskosten toch ook al opgenomen? Antwoord Zie antwoord 5. In de berekening uit de Raadsmemo invulling Raadsmotie doorvaarbare binnenstad uit mei zijn de aanvullende posten voor nautische voorzieningen als scheepvaartseinen, besturing en bedieningspaneel niet meegenomen. 9.

Kunt u uitleggen waarom in de berekening van de kapitaalslasten van de aanleg lager uitkomen dan de kapitaalslasten van het groot onderhoud, terwijl in de aanleg meer onderdelen zitten waaronder een groot bedrag voor engineering die niet terugkomen bij het groot onderhoud? Antwoord De investeringskosten dienen we volgens onze eigen regelgeving te activeren, met kapitaallasten (rente en afschrijving) tot exploitatie-gevolg. Omdat deze investering over een periode van 40 jaar afgeschreven wordt, spreiden we de last voor de exploitatie. Dat heeft als voordeel dat de kapitaallasten (relatief) lager zijn (t.o.v. een afschrijvingstermijn van bijvoorbeeld 30 jaar) maar dat we er wel langer “last” van hebben in de gemeentelijke exploitatie. Groot onderhoud mogen we nooit activeren, het bedrag dat voor groot onderhoud opgenomen is is een berekend gemiddeld bedrag. 10. Kunt u uitleggen waarom de kapitaalslasten voor de afschrijving van de aanleg worden berekend over 40 jaren terwijl die van het groot onderhoud over 100 jaar worden berekend? Antwoord Onze regelgeving kent geen afschrijvingstermijnen die een langere looptijd hebben dan 40 jaar. De post groot onderhoud is berekend over een periode van 100 jaar (volgens de rekentool die gehanteerd wordt) en kent ook een terugkerende cyclus die korter is. Er is bijvoorbeeld geen onderhoudspost die eens in de 75 jaar optreedt.

Rekenkundig levert de 100 jaar geen voor- of nadelen op t.o.v. een kortere rekencyclus. 11. Kunt u uitleggen waarom in het groot onderhoud posten zijn opgenomen met een looptijd van 50 jaar terwijl de bijbehorende investering al na 40 jaar is afgeschreven? Antwoord Zie ook het antwoord op vraag 10. De afschrijving over 40 jaar is de economische afschrijvingsduur op basis van de gegevens en uitgangspunten zoals ze er nu zijn. Als de technische levensduur langer is dan die 40 jaar betekent dat er vanaf jaar 41 er geen kapitaallasten van de oorspronkelijke investering op de begroting drukken.

pagina 3

12. Kunt u uitleggen waarom in de opgevoerde berekening een andere systematiek voor renovatie investeringen wordt gebruikt dan bij de renovatie van scholen terwijl het uitgangspunt toch zou moeten zijn dat alle gelijksoortige posten in de jaarrekening op dezelfde manier zouden moeten worden behandeld? Antwoord De initiële investering wordt op basis van onze eigen regelgeving afgeschreven. We hebben het hier over een nieuw, nog niet bestaand, activum. Bij renovatie van onderwijsgebouwen kunnen we, indien van toepassing, de zgn. vernieuwbouw-constructie hanteren. Dat kan alleen als er al een object is dat gerenoveerd wordt. Daar is hier geen sprake van. Gelijksoortige posten worden daarmee op ene gelijksoortige wijze (financieel) behandeld.

13. Subsidie; de ChristenUnie heeft informatie dat de provincie de subsidie voor de sluis al heeft toegezegd en ook begrepen dat er nog subsidiegeld over is dat de provincie nog kan inzetten. Is deze subsidie al aangevraagd? Antwoord Nee. Er is geen subsidie aangevraagd voor het aanleggen van een sluis dus er kan geen sprake zijn van een toezegging van subsidiegelden. In voorgaande raadsmemo’s en bij de beantwoording van voorgaande technische vragen is steeds aangegeven dat voor het college het verbeteren van vaarverbinding van de Reeuwijkse Plassen naar Gouda prioritair is.

pagina 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=a843c81d-2bcb-4d8b-9ca5-dbb2d1ab5a2f