A SGP Verhogen aantal opvangplekken AZC Molenwiek
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: : : : :
Gerard Wijland, Burgerraadslid 22 maart 2024 Verhogen aantal plekken Molenwiek Jacoline Holdijk 26 maart 2024
Vragen: 1. Wat gebeurt er als we per 30 juni 2025 wel 407 opvangplekken hebben maar door ontwikkelingen elders niet alle plekken in gebruik zijn? 2. Welke onderdelen van de ‘Goudse plus’ komen er te vervallen door deze vervroegde ophoging van het aantal plekken? 3. Welke onderdelen van de ‘Goudse plus’ kunnen ondanks de vervroegde verhoging behouden blijven? 4. In het raadsvoorstel wordt verschillende keren gesproken over de ‘Goudse plus’. Zijn er alternatieven om deze plus te behouden onderzocht? 5. Wat is het effect van de spreidingswet om Gouda als regiogemeente? Welke kansen en risico’s hebben we in beeld? 6. Als we minder ‘hoogwaardige’ opvang gaan aanbieden is er een verhoogd risico op overlast. Welke maatregelen worden daarop genomen om overlast te voorkomen? Antwoorden: 1. Niets. Dan voldoet de gemeente aan haar wettelijke taak. 2. Op dit moment is er nog geen sprake van het vervallen van onderdelen uit het Goudse AZC plus model. Omdat de mogelijkheden voor een ‘plus’ op de Molenwieklocatie door de groei beperkter zijn, worden er op dit moment verschillende scenario’s uitgewerkt om te onderzoeken welke mogelijkheden er in de stad zijn voor het creëren van deze “plus”. 3. Zie het antwoord op vraag 2. 4. Zie het antwoord op vraag 2. 5. Het grootste effect zal zijn dat er voor Gouda een grote druk volgt op het onderwijs.
Voor het primair onderwijs zal dit verhoudingsgewijs een minder groot probleem zijn, dan voor het voortgezet onderwijs. Het primair onderwijs zal alleen de leerlingen vanuit het Goudse op gaan vangen. De ISK (internationale schakelklas) Gouda heeft echter een regionale functie. De ISK heeft aangegeven in de nabije toekomst niet in staat te zijn op het huidige tempo te blijven groeien én dezelfde kwaliteit onderwijs te blijven bieden. Op dit moment wordt in overleg met de regio onderzocht op welke wijze de groei (ook in de regio) opgevangen kan worden. 6. Er is voor alsnog geen sprake van minder hoogwaardige opvang.