CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A PvdD Nota bodembeheer Midden Holland

Raadsvergadering 13 december 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Nota bodembeheer 20231.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

: PvdD : 22-10-2023 : Nota Bodembeheer 2023 : Erwin Bok : 24 oktober 2023

Vragen: 1. Zijn de toelaatbare normen voor de gemeten toxische stoffen en mineralen strenger, gelijk of soepeler ten opzichte van de vorige Bodem Beleidsnota? 2. In het najaar 2021 is de raad op de hoogte gebracht van de aanvullende beleidsregels op het gebied van PFAS voor de regio. Dat beleid is nu geïntegreerd. Welke verschillen zijn er ten opzichte van de aanvaardbare normen PFAS en/of grondverplaatsing ten opzichte van het besluit op 8 december 2021? Graag met toelichting. 3. Is het ‘stand-still’ principe voor verplaatsing van grond met PFAS losgelaten? En waarom? 4. Ten aanzien van PFAS: hoe verhouden de gehanteerde ruimte in de toelaatbare normen zich ten opzichte van de wettelijke normen: zijn de meest soepele normen in de regio toegepast of de meest strenge? 5. Wat is het criterium dat deze nota toepast ten aanzien van de PFAS normen: de volksgezondheid of economische redenen om grondverplaatsingen mogelijk te maken? 6. Wat is de verwachting van de van de hoeveelheid PFAS in de periode dat deze bodemnota geldt? Zal deze toenemen ten opzichte van de gedane metingen of afnemen? En hoe zullen grondverplaatsingen daarop worden aangepast? 7. Er staat dat regionale verplaatsing de deelnemende gemeenten ‘al veel geld heeft bespaard’. Om hoeveel geld gaat het? 8. Er staat op blz. dat er CO2 wordt gespaard door regionale verplaatsing: hoeveel CO2 is gespaard? 9.

Waarom is Zoetermeer uit deze samenwerking gestapt als deze voordeliger en CO2 besparend is? 10. De Goudse raad is niet voorbereid op dit onderwerp door middel van een voorbereidende werksessie, wensen- en bedenkingensessie of een BOB-cyclus. Hoe is dat in de andere deelnemende gemeenten gegaan? 11. Waarom is er bijna een jaar tussen de datum die de Bodemkwaliteitskaart heeft (23 december 2022) en de datum van de Nota Bodembeheer (3 maart 2023) en de datum dat dit beleid aan de raad wordt aangeboden (25 oktober 2023)? 12. Heeft het college het advies gegeven om deze nota niet verder te bespreken met de raad?

13. Welke ruimte hebben deelnemende gemeenten genomen om normen voor het eigen grondgebied vast te stellen (dus afwijkend van de deelnemende gemeenten)? 14. Naar aanleiding van het gestelde op blz. 4 over de Omgevingswet en het overgangsrecht. Kan de Goudse raad in het kader van de Omgevingswet vanaf volgend jaar de gehanteerde normen in deze bodemkwaliteitskaart de gemeente ter discussie stellen? En waarom wel of niet? 15. In de nota staat dat in ‘bermen’ de bodemfunctieklasse ‘industrieel’ is. Wat daarbij onduidelijk is, is of deze klasse ook wordt toegepast op bermen in woonwijken, langs binnenstedelijke wegen en langs straten. Welke bodemfunctieklasse wordt daarvoor toegepast? 16. Kan het zijn dat kinderen in bermen gaan spelen die bodemfunctieklasse ‘industrieel’ hebben? 17. Welke bodemfunctieklasse wordt toegepast voor de bermen die ecologisch onderhouden worden? 18. Welke bodemfunctieklasse wordt toegepast voor bermen in de regio die ecologisch onderhouden worden? 19. Welke bodemfunctieklasse wordt toegepast voor bermen en groenstroken die vergroend zijn in uitvoering van de door de raad aangenomen motie op 8 november 2017 gericht op verbindingszones voor flora en fauna in de regionale samenwerking? 20. Op blz.

3 van het Raadsvoorstel staat dat waar de bodemfunctie industrieel is, maar de aanwezige kwaliteitsklasse bodem, er toch industriële grond naartoe mag worden verzet. Klopt dit en voor welke terreinen in Gouda geldt dit? En waarom wordt gekozen voor deze verslechtering en wat zijn de gevolgen voor de daar aanwezige werkende mensen en flora en fauna Biodiversiteit)? 21. In bijlage 10 van de nota bodembeheer staan de gehanteerde normen voor lood Een aantal jaar geleden is door RIVM en GGD vastgesteld dat de normen die worden gehanteerd niet streng genoeg zijn gezien de gezondheidsrisico’s. Waarom blijven de oude normen dan toch gehanteerd bij de bodemfunctie wonen? Graag ook in het licht van de risico’s voor spelende kinderen en gevolgen voor flora en fauna. 22. Hoe wordt er gehandhaafd? 23. En klopt het dat er geen informatie over handhaving is opgenomen in de nota bodembeheer? Waarom wel of niet? Antwoorden: 1. De normen voor alle parameters zijn gelijk gebleven. Dit zijn voor alle stoffen de landelijk vastgestelde normen, m.u.v. PFAS. Zie hiervoor reactie bij vraag 4. 2. Er zijn geen verschillen opzichte van de aanvaardbare normen PFAS en/of grondverplaatsing ten opzichte van het besluit op 8 december 2021. Er is wel een verschil in toetsing bij PFAS voor grond van binnen het bodembeheergebied (max 35 km van regio), daarvoor vind toetsings plaats op functie i.p.v.

functie en aanwezige kwaliteit. In het vorige beleid was toetsing op enkel

functie al wel toegestaan voor alle grond binnen regio MiddenHolland. 3. Het het ‘stand-still’ principe voor verplaatsing van grond met PFAS is op gebiedsniveau niet losgelaten. Op perceelsniveau binnen een gebied is het mogelijk dat er een verslechtering plaatsvindt. Dit komt voor als de opgebrachte grond voldoet aan de kwaliteitseisen voor de functie terwijl de al aanwezige grond/bodem voldoet aan een hogere kwaliteitsklasse. De kwaliteit van de grond moet altijd voldoen aan de norm van de functie van de locatie waardoor er wordt gewaarborgd dat er geen (gezondheids)risico’s ontstaan. 4. De landelijke geadviseerde normering (door het RIVM), zoals ook beschreven in het Handelingskader PFAS, wordt hiermee vastgesteld. 5. Het criterium dat deze nota toepast ten aanzien van de PFAS normen is de volksgezondheid; de normen per bodemfunctie voor PFAS zijn gebaseerd op het voorkomen van (gezondheids)risico’s. Het hebben van beleid en kaarten voorkomt het doen van (onnodig) bodemonderzoek, dit biedt economische voordelen. 6. De hoeveelheid PFAS in de bodem zal naar verwachting gelijk blijven. PFAS breekt niet af, hierdoor zal de concentratie niet afnemen. Als gevolg van landelijk beleid om verspreiding van PFAS door de lucht te voorkomen is het de verwachting dat de hoeveelheid PFAS in de bodem niet zal toenemen.

Hiermee is er ook geen aanleiding om het beleid ten aanzien van grondverplaatsingen aan te passen. Uiteraard zullen de gegevens van bodemonderzoeken geëvalueerd worden en wordt zo nodig op basis van de uitkomsten bijgestuurd. Daarnaast waarborgt het beleid dat de PFAS gehalten in alle grondtoepassingen geen (gezondheids)risico’s oplevert. 7. Er is geen regionaal overzicht van alle (beoogde) grondbewegingen en daarmee is geen inschatting van de economische voordelen te maken. 8. Het is niet bekend hoeveel CO2 is bespaard; de redenering is dat CO2 wordt bespaard als de transport afstand kleiner is. 9. De Omgevingsdienst Haaglanden is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke milieutaken in de regio Haaglanden waar Zoetermeer in valt. Zoetermeer heeft ervoor gekozen ook voor grondverzet zich aan te sluiten bij Haaglanden. 10. De procedure is toegelicht in het raadsmemo Terinzagelegging Nota bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart (6992) van 28

maart 2023. In de regiogemeenten is dezelfde procedure gevolgd als in Gouda. 11. De BKK is eind 2022 opgeleverd. Vervolgens is de Nota bodembeheer geschreven, onder meer op basis van de gegevens uit de BKK. Na afronding van beide documenten diende deze verplicht door het DB en AB van de ODMH te worden vastgesteld. Na deze vaststelling moest bij gemeenten de uitgebreide procedure van de wet bestuursrecht gevolgd worden (conform besluit bosemkwaliteit). Het college heeft het (ontwerp)beleid dus ook 6 weken publiek ter inzage gelegd voor de zomer. In Gouda zijn geen zienswijzen ingediend. 12. Het college heeft de raad geïnformeerd over de procedure in het raadsmemo van 28 maart 2023. De raad gaat zelf over het agenderen van een werksessie of andere bespreking. 13. Doel van deze nota is juist om in regionaal verband het zelfde beleid te voeren zodat grondverzet binnen de regio mogelijk is zonder aanvullende onderzoeken en met de waarborg dat er geen (gezondheids)risico’s ontstaan. 14. Deze beleidsregel wordt nu ingebracht om een beleidsneutrale overgang naar de Omgevingswet te waarborgen (met de aangeven optimalisaties) en maakt daarmee deel uit van het tijdelijk omgevingsplan. Wijzigingen via het nieuwe deel (definitieve) omgevingsplan gaan via de raad. Dit bevat ook beleidsruimte om lokale maximale waarden (lokale normen) vast te stellen.

Deze beleidsruimte is vergelijkbaar met de ruimte die geldt onder het besluit bodemkwaliteit. Hierbij is tot slot opgemerkt dat de landelijke normen het minimum niveau van bescherming zijn. 15. Bermen in woonwijken en binnenstedelijk gebied moeten voldoen aan de functie van dat gebied (Klasse Wonen). 16. Dit lijkt niet waarschijnlijk, want de ligging nodigt niet uit tot langdurig verblijf en blootstelling. 17. Voor bermen gelden verschillende normen op basis van Hfst 4 paragraat 4.3.4 van de Nota. Hierbij is geen rekening gehouden met ecologische ambities. Belangrijke factoren voor ecologie als voedingswaarde en zuurgraad maken in het algemeen geen deel uit bij toetsing op kwaliteitsklassen in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit (doel van deze nota). Een bermeigenaar bepaalt altijd welke grond van welke kwaliteit wordt toegepast zolang dit ook voldoet aan de eisen uit de Nota bodembeheer. De eigenaar kan dus goed sturen op belangrijke factoren van haar terrein/berm in het kader van ambities als ecologisch

beheer. 18. Zie reactie bij 17. 19. Zie reactie bij 17. 20. De functie is leidend. Dat betekent dat de chemische kwaliteit (zijnde verontreinigende stoffen) moet voldoen aan de aanwezige functie. Hiermee worden humane en ecologische risico’s als gevolg van verontreinigende stoffen nagenoeg uitgesloten. 21. Het ministerie van IenW legt de landelijk de wettelijk norm vast. Zij hebben besloten de door het RIVM geadviseerde normen voor lood niet te laten doorvoeren als wetswijziging. Het bestaande beleid sluit aan bij de wettelijke normen. De nieuwe Nota bodembeheer is een beleidsneutrale omzetting van de Nota uit 2016. Voor lood sluiten we aan op de maximale waarde voor lood voor de bodemfunctieklasse wonen uit de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. In de normering wordt dus rekening gehouden met de gevolgen voor flora en fauna. 22. Er wordt gehandhaafd conform de landelijke Handhavingsstrategie zoals vastgelegd in de vastgestelde nota VTH milieu. In de praktijk voert ODMH de VTH-taken bij grondverzet namens Gouda uit. 23. De Nota beoogt nadrukkelijk het gemeentelijk beleid te zijn (“spelregels”) waaraan voldaan moet worden en geen handhavingsstrategie.

Handhaving vindt plaats op basis van lokaal beleid en de landelijke wetgeving/beleidskaders en de wijze waarop dit plaatsvindt is beschreven in de landelijke handhavingsstrategie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=86795360-171e-4f61-a686-5b1512a9a478