A PvdA Verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: PvdA Aline Tuls : 02-03-2025 : Verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024 : Lars van der Linden : 4 maart 2025
Vragen: In het raadsbesluit staat dat de verordening de mogelijkheden om maatwerk te leveren verruimt. Er staat beschreven dat het mogelijk is om een andere passende vervoersvoorziening aan te bieden, bijvoorbeeld wanneer iemand ‘al’ een aangepaste fiets heeft vanuit de WMO die als vervoer voor school gebruikt kan worden. 1. Wat zou concreet ‘een andere passende vervoersvoorziening’ inhouden in dit geval? Is dat begeleiding bij het fietsen of is dat geen vervoersvoorziening omdat iemand al een fiets heeft? 2. Er staat beschreven dat in het kader van maatwerk de andere passende voorziening aangeboden kan worden als dat wenselijk is. Gaat het hier over wenselijkheid voor de gemeente of voor de leerling? In het raadsbesluit staat dat ‘de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de leerling en/of het gezin vergroot wordt’. 3. Hoe wordt de zelfstandigheid en zelfredzaamheid vergroot via de verordening? 4. Hoe wordt voorkomen dat zelfstandigheid en zelfredzaamheid indirect kan leiden tot het verschuiven van de verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer naar ouders? Wij hebben technische en politieke vragen gesteld over het leerlingenvervoer.
In het antwoord van het college op 17 december 2024 staat geschreven dat het college de gemeenteraad via een raadsmemo zal informeren over eventuele maatregelen om het leerlingen vervoer te verbeteren, onder andere naar aanleiding van gesprekken met een representatieve groep ouders. 5. Is er al gesproken met ouders? Zo ja, met hoeveel en wat waren de eerste uitkomsten? 6. Is er al gesproken met Connexxion? Zo ja, wat waren de uitkomsten hiervan? 7. Is er in deze verordening al rekening gehouden met de mogelijke verbetermaatregelen die op basis van deze gespreken en het klanttevredenheidonderzoek van Connexxion verkend zouden worden? Onze vragen stelden wij naar aanleiding van zorgen van ouders. De aanpassing van de verordening kan een goed moment zijn om de grondslag verbeteringen alvast mogelijk te maken. 8. Hoe biedt de aangepaste verordening mogelijkheden voor verbeteringen rond de vaak wisselende chauffeurs? 9. Hoe biedt de aangepaste verordening mogelijkheden voor verbeteringen rondom de onherkenbaarheid van chauffeurs? 10. Hoe biedt de aangepaste verordening mogelijkheden voor verbeteringen rond het overschrijden van de maximale ritduur en gemiste lestijd voor leerlingen? 11.
Hoe biedt de aangepaste verordening mogelijkheden voor verbeteringen rond het verminderen van het aantal schorsingen? Op de site van de gemeente Gouda staat over de toewijzing van het leerlingenvervoer: ‘We geven alleen een vergoeding voor leerlingenvervoer als de leerling naar de school van de gewenste richting gaat die het dichtst bij het woonadres van de leerling is’.1 Artikel 5 en 10 van de verordening zijn hierop van invloed.
1 https://www.gouda.nl/direct-regelen/leren-en-spelen/leerlingenvervoer/leerlingenvervoer/
12. Klopt het dat Goudse kinderen die naar De Schakels (voltijd hoogbegaafden onderwijs) gaan in Oudewater geen (vergoeding voor) het leerlingenvervoer krijgen? Zo ja, hoe wordt in de verordening met betrekking tot de keuze voor het niet vergoeden of aanbieden van leerlingenvervoer rekening gehouden met passend onderwijs zoals de voorkeur voor voltijd hoogbegaafdenonderwijs? 13. Hoe wordt in iets meer algemene zin binnen de toekomstige verordening in de afweging naast afstand van de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke school’ ook rekening gehouden met voorkeuren van ouders en leerlingen en met adviezen van leerkrachten over passend onderwijs? 1 https://www.gouda.nl/direct-regelen/leren-en-spelen/leerlingenvervoer/leerlingenvervoer/
Antwoorden: 1. Wat zou concreet ‘een andere passende vervoersvoorziening’ inhouden in dit geval? Is dat begeleiding bij het fietsen of is dat geen vervoersvoorziening omdat iemand al een fiets heeft? Het kan voorkomen, dat een leerling of een ouder op een andere manier kan of wenst te reizen dan de reeds beschreven vervoerswijzen als hij daarvoor een geschikt vervoermiddel heeft. Denk bijvoorbeeld aan een handbike, een elektrische fiets of een bakfiets. Artikel 20 maakt het mogelijk maatwerk toe te passen en de vergoeding zodoende te laten aansluiten bij de mogelijkheden/wensen van de leerling en/of de ouder om op die andere manier te reizen. De andere passende vervoersvoorziening kan er ook voor zorgen dat het zelfstandig reizen wordt gestimuleerd. Voorwaarde is wel dat de kosten van de andere passende voorziening lager of gelijk zijn aan de kosten van de vervoersvoorziening Openbaar Vervoer. 2. Er staat beschreven dat in het kader van maatwerk de andere passende voorziening aangeboden kan worden als dat wenselijk is. Gaat het hier over wenselijkheid voor de gemeente of voor de leerling? Het initiatief kan komen van zowel de gemeente als de leerling of de ouder. Zoals beschreven in artikel 20 besluit het college na overleg met de leerling/ouders over de toekenning van de andere passende voorziening. 3.
Hoe wordt de zelfstandigheid en zelfredzaamheid vergroot via de verordening? In artikel 4 van de verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024 staat beschreven dat: 1) het college voor het bepalen van de omvang, vorm en duur van het leerlingenvervoer ook de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en het gezin onderzoekt, 2) het college voor dit onderzoek met de leerling/ouders in gesprek kan treden en 3) afspraken over het vergroten van de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de leerling in een vervoersontwikkelingsplan worden vastgelegd. Een van de gemaakte afspraken kan gaan over het aanleren van nieuwe vaardigheden bijvoorbeeld het aanbieden van een vervoerstraining zoals beschreven in artikel 21 van de verordening. 4. Hoe wordt voorkomen dat zelfstandigheid en zelfredzaamheid indirect kan leiden tot het verschuiven van de verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer naar ouders? Zoals beschreven in artikel 2, lid 1, zijn ouders te allen tijde verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kind. Er is leerlingenvervoer als het kind niet zelfstandig naar school kan, bijvoorbeeld bij ziekte, een handicap of gedragsproblemen of omdat de school ver weg is. Op basis van de criteria uit de verordening onderzoekt het college of recht op leerlingenvervoer bestaat en besluit het college in welke vorm leerlingenvervoer wordt toegekend.
Bij het bepalen van de vervoersvorm streeft het college, met in achtneming van de huidige mogelijkheden van de leerling en het gezin alsmede de kosten van het vervoer, naar de vervoersvorm waarmee de leerling zo zelfredzaam en zelfstandig mogelijk is. Omdat kinderen zich nog (kunnen) ontwikkelen en de gezinssituatie kan wijzigen, kunnen in het vervoersontwikkelingsplan afspraken worden vastgelegd over een herbeoordelingsmoment en maatregelen om toe te werken naar een grotere mate van
zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling. Wanneer een leerling in zijn schoolperiode zelfstandig leert reizen, plukt hij daar ook op latere leeftijd als volwassene de vruchten van. 5. Is er al gesproken met ouders? Zo ja, met hoeveel en wat waren de eerste uitkomsten? Op 5 maart 2025 zal er een gesprek zijn met de ouders van de leerlingen die gebruik maken van het Aangepast vervoer. Hiervoor zijn alle ouders van de 82 leerlingen die gebruik maken van het Aangepast vervoer uitgenodigd. Van de 82 leerlingen hebben 3 ouders gereageerd. Het college zal de gemeenteraad informeren via een raadsmemo over de uitkomsten en eventuele maatregelen die getroffen worden. 6. Is er al gesproken met Connexxion? Zo ja, wat waren de uitkomsten hiervan? Naast de reguliere contractmanagement overleggen vanuit de GRJW heeft geen ander overleg plaatsgevonden met Connexxion omdat zoals eerder aangegeven, eerst het gesprek met ouders dient plaats te vinden. Dit gesprek staat gepland op 5 maart 2025. 7. Is er in deze verordening al rekening gehouden met de mogelijke verbetermaatregelen die op basis van deze gespreken en het klanttevredenheidonderzoek van Connexxion verkend zouden worden? De verordening is gericht op de toegang tot het leerlingenvervoer (hoe kan leerlingenvervoer worden aangevraagd, wie heeft er recht op en in welke vorm kan leerlingenvervoer worden toegekend).
De afspraken met de vervoerder worden bij de inkoop van de dienstverlening gemaakt en gemonitord door de GRJW. Deze afspraken zijn vastgelegd in een contract. De uitkomsten van het gesprek met de ouders worden gedeeld met de GRJW zodat eventuele mogelijke verbetermaatregelen door de GRJW en de vervoerder kunnen worden doorgevoerd. 8. Hoe biedt de aangepaste verordening mogelijkheden voor verbeteringen rond de vaak wisselende chauffeurs? Zie antwoord 7. Echter de signalen rondom wisselende chauffeurs zijn bekend bij het college en de GRJW. Het college heeft de voorkeur dat er maximaal twee chauffeurs aan een route worden gekoppeld. Maar door het landelijk chauffeurstekort in het personenvervoer, personeel dat deeltijd werkt, ziekte en verloop van personeel, is dit niet altijd haalbaar. 9. Hoe biedt de aangepaste verordening mogelijkheden voor verbeteringen rondom de onherkenbaarheid van chauffeurs? Zie antwoord 7. De verordening is niet de plek waar verbeteringen rondom de herkenbaarheid van de chauffeurs worden vastgelegd. Afspraken hierover horen thuis in het regionaal contract met de vervoerder van het Aangepast vervoer. 10. Hoe biedt de aangepaste verordening mogelijkheden voor verbeteringen rond het overschrijden van de maximale ritduur en gemiste lestijd voor leerlingen? Zie antwoord 7.
De verordening is niet de plek waar mogelijkheden tot het terugdringen van de overschrijding van de maximale ritduur en gemiste lestijd voor leerlingen worden vastgelegd. Dit zijn contractuele afspraken tussen de gemeenten en de vervoerder. 11. Hoe biedt de aangepaste verordening mogelijkheden voor verbeteringen rond het verminderen van het aantal schorsingen? De verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024 biedt met artikel 25 de mogelijkheid om een eerder genomen besluit te beëindigen, te herzien, op te schorten of in te trekken. Ook wanneer sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling en/of de begeleider in het Aangepast vervoer of het vervoer van de leerling tot een onveilige situatie leidt in het Aangepast vervoer (artikel 25 lid 1 onder d en e). Na vaststelling van de verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024 worden er nog nieuwe beleidsregels opgesteld. Het college is van plan daarin ook artikel 25 lid 1 onder d en
e uit te werken. Dit met als doel het aantal schorsingen in het Aangepast vervoer te verminderen. 12. Klopt het dat Goudse kinderen die naar De Schakels (voltijd hoogbegaafden onderwijs) gaan in Oudewater geen (vergoeding voor) het leerlingenvervoer krijgen? Zo ja, hoe wordt in de verordening met betrekking tot de keuze voor het niet vergoeden of aanbieden van leerlingenvervoer rekening gehouden met passend onderwijs zoals de voorkeur voor voltijd hoogbegaafdenonderwijs? Er zijn Goudse leerlingen die op grond van de verordening Leerlingenvervoer een vergoeding krijgen voor het bereiken van het hoogbegaafden onderwijs in Oudewater. 13. Hoe wordt in iets meer algemene zin binnen de toekomstige verordening in de afweging naast afstand van de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke school’ ook rekening gehouden met voorkeuren van ouders en leerlingen en met adviezen van leerkrachten over passend onderwijs? De aanvrager kan ter onderbouwing van hun aanvraag een advies van een school of arts bijvoegen en het college kan bij de beoordeling van de aanvraag advies inwinnen bij een deskundige. In de verordening staat in artikel 1 beschreven wat verstaan wordt onder 'deskundige' en 'toegankelijke school' en wordt in artikel 10 beschreven op welke wijze het college beoordeelt wat de dichtstbijzijnde toegankelijke school is.