A PvdA MPG 2025
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
:Max de Groot PvdA :5-6-2025 :MPG :Jacoline Holdijk :
Vragen: Westergouwe 1. Hoe wordt bij de planvorming van Westergouwe fase IV concreet rekening gehouden met de eisen van ‘Waterbeheer 21e eeuw’, zoals benoemd in de projectomschrijving? 2. De tekst noemt dat de wijk voldoende water moet kunnen bergen en moet voldoen aan deze eisen, maar specificeert niet welke maatregelen daarvoor in fase IV gepland zijn. Kunt u dit verduidelijken? 3. Wat zijn de specifieke risico’s aan de kosten- en opbrengstenzijde voor Westergouwe Overig (inclusief fase III.B), zoals genoemd in de paragraaf 'risico’s'? 4. De tekst vermeldt dat deze risico’s “zoveel mogelijk” in de grondexploitatie zijn verwerkt. Wat houdt dit in, en welke risico’s zijn eventueel nog niet afgedekt? Spoorzone 5. In hoeverre zijn de ecologische waarden van het landschapspark binnen de Spoorzone wettelijk beschermd, en hoe wordt bij toekomstige ontwikkelingen geborgd dat deze waarden behouden blijven? Er wordt melding gemaakt van een landschapspark met ecologische waarden binnen de Spoorzone, maar het is onduidelijk of deze waarden zijn vastgelegd in het omgevingsplan of op andere wijze juridisch zijn verankerd. Graag een toelichting op de juridische status van dit park en hoe hiermee wordt omgegaan bij eventuele nieuwe bouwinitiatieven in de omgeving.
Antwoorden: Vraag 1. De planvorming dient te voldoen aan het waterhuishoudingsplan Westergouwe. De toetsende partij is Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard via de Omgevingsvergunning onderdeel wateractiviteit. De planontwerpen dienen aan klimaat adaptieve uitgangspunten te voldoen. Zo wordt er bijvoorbeeld op getoetst dat een flinke zomerbui niet tot problemen leidt.
Vraag 2. Het waterhuishoudingsplan Westergouwe geeft aan dat dat overtollig water niet afgewenteld wordt naar de Zuidplaspolder. Het ontwerp wordt hieraan getoetst door het uitvoeren van een stresstest. Uit die test moet blijken dat er voldoende buffercapaciteit is die het water lokaal moet kunnen bergen. Vraag 3. Er kunnen zich bij de uitwerking van de plannen verschillende situaties voordoen die effect hebben op de financiële uitgangspunten, zowel positief als negatief. Tegen het bestemmingsplan voor fase IIIB is bijvoorbeeld beroep aangetekend waardoor vertraging wordt opgelopen. Die vertraging is een financiële tegenvaller, maar grondinkomsten kunnen ook weer hoger uitvallen omdat de verkoopprijzen van woningen hoger worden. Andere invloeden kunnen zijn: vertraging vanwege externe invloeden, technische problemen tijdens de uitvoering of de afhankelijkheid van projecten van derden. De opgaaf is om alle fluctuaties te inventariseren, beheersmaatregelen tegen risico’s te nemen en te zorgen dat de grondexploitatie neutraal blijft. Vraag 4. Nadere toelichting op de grondexploitatie en mogelijke risico’s, kan raken aan de onderhandelingspositie van de gemeente. Het college kan hier op ingaan tijdens het vertrouwelijk gedeelte van de vergadering. Vraag 5. Het landschapspark is geen onderdeel van de grondexploitatie Spoorzone dus ook niet van het MPG.
Dit park is wel opgenomen in het ontwikkelperspectief Spoorzone. Er bestaan nog geen concrete voorstellen voor recreatief medegebruik, al is er wel budgettair rekening gehouden met wandelpaden. Het landschapspark heeft planologisch een groenbestemming binnen het geconsolideerde bestemmingsplan Spoorzone Midden & Oost. Dat plan dateert van 2013 maar maakt nog gebruik van de regeling uit het gelijknamige bestemmingsplan uit 2009. In de groenregels die van toepassing zijn op het gebied worden geen specifieke ecologische waarden aangehaald. Maar binnen deze groenbestemming kan niet zondermeer bebouwing worden toegelaten, dat is namelijk in strijd met de groenbestemming die op het perceel rust. Het toekennen van waarden is overigens een nieuw instrument binnen de systematiek van het omgevingsplan. Op dit moment geldt voor dit gebied de regeling uit het bestemmingsplan welke van rechtswege onderdeel is geworden van het tijdelijk omgevingsplan. Zodra voor dit park een nieuwe omgevingsplanregeling wordt geschreven, is het goed denkbaar dat er ook gebruik wordt gemaakt van het toekennen van ‘waarden’ als daar aanleiding voor is. De ecologische waarden in dit gebied worden op verschillende manieren geborgd en beschermd.
Allereerst worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst aan het tijdelijke omgevingsplan en aan bestaand beleid, zoals het Ontwikkelperspectief Spoorzone. Hierin is natuur- en klimaatadaptief bouwen een van de leidende principes. Ook zijn er het Programma Groen Gouda en het Programma Groen: Biodiversiteit. Hierin zijn onze ambities met betrekking tot het groen en ecologie vastgesteld. Het spoorpark is in het Programma Groen Gouda vastgesteld als onderdeel van de Goudse Ecologische Hoofdstructuur. Plekken met een hoge waarde voor de biodiversiteit vallen onder deze Goudse ecologische structuur. In deze structuur zijn gebieden opgenomen die van groot belang zijn voor de biodiversiteit, en die heel moeilijk te vervangen zijn. De Goudse ecologische structuur wordt maximaal beschermd vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en het vrijwel onvervangbare karakter. Daarbij is er onder de Omgevingswet ook een zorgplicht voor beschermde soorten. Dit betekent dat er regels zijn voor een flora- en fauna-activiteit. Dit zijn activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor flora en fauna (zoals bouwen of kappen). In dit gebied kunnen beschermde soorten voorkomen zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Bij ontwikkelingen in en vlakbij het Spoorpark is dan ook een ecologisch onderzoek verplicht.
Indien nodig moet een vergunning worden aangevraagd of gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Mogelijke nieuwe ontwikkelingen en plannen in dit gebied worden getoetst aan het tijdelijk omgevingsplan, het Ontwikkelperspectief Spoorzone en beleidskaders zoals het Programma Groen. Ecologische waarden worden geborgd via vergunningverlening, gedragscodes, ecologisch onderzoek en participatie van belanghebbenden. Als laatste is er nog een amendement vanuit de raad: Bij de behandeling van het Ontwikkelperspectief Spoorzone is aangegeven dat minimaal 25% van het park geen recreatieve functie te geven maar daar ruimte te laten voor natuurontwikkeling (p. 45 van het ontwikkelperspectief). Dit uitgangspunt zal bij de verdere inrichting van het Spoorpark betrokken worden. Er is op dit moment geen sprake van een wettelijke bescherming van ecologische waarden.