CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A PvdA Initiatiefvoorstel GR & Raadsmemo reactie op initiatiefvoorstel GR

Commissie Bestuur 24 november 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeld- en oordeelsvorming: Initiatiefvoorstel Gemeenschappelijke regelingen1.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

:Max de Groot PvdA :19-11-2025 :Initiatiefvoorstel GR & Raadsmemo reactie op initiatiefvoorstel GR : : 24 november 2025

Vragen: 1. Welke criteria zijn exact gehanteerd om een regeling als “wettelijk gestandaardiseerd”, “niet-wettelijk gestandaardiseerd”, “beleidsarm” of “beleidsrijk” te classificeren? 2. Hoe zijn de wegingsfactoren in de keuzematrix concreet berekend en welke variabelen wegen zwaarder mee bij de score-indeling? 3. Zijn de antwoorden van de GR’n op de vragenlijst gevalideerd en gecontroleerd op consistentie? Zo ja, hoe? 4. Welke impact heeft het ontbreken van antwoorden van GR Jeugd en WMO op de betrouwbaarheid van de keuzematrix? 5. Welke concrete meetinstrumenten of indicatoren worden gebruikt bij de evaluatie van de werkwijze na twee jaar? 6. Hoe wordt omgegaan met mogelijke veranderingen in het aantal deelnemende gemeenten of in wettelijke taken tijdens de evaluatieperiode? 7. Is er vooraf een benchmark of referentie beschikbaar om te beoordelen of de sturingsmaatregelen effectief zijn in vergelijking met de huidige praktijk? 8. Hoe wordt voorkomen dat meerdere sturingsmaatregelen elkaar overlappen of conflicteren, bijvoorbeeld zienswijze vs. kaderstellend document? 9. Welke formele rol heeft het college bij de uitvoering van sturingsmaatregelen voorafgaand aan de P&C-cyclus? 10. Hoe wordt bepaald of een beleidsonderwerp “alleen als daar aanleiding toe bestaat” besproken moet worden? Welke objectieve criteria zijn daarvoor vastgesteld? 11.

Kan de keuzematrix tussentijds worden aangepast bij beleidswijzigingen of nieuwe GR’n, of pas na de tweejaarlijkse evaluatie? 12. Hoe worden de GR’n geïnformeerd over de indeling en toegepaste sturingsmaatregelen, en is hun instemming vereist? 13. Zijn er specifieke financiële consequenties verbonden aan de verschillende sturingsmaatregelen, en hoe worden deze gemonitord? 14. Welke wijzigingen of aanvullingen in de huidige verordening op de commissies 2023 zijn nodig om deze werkwijze formeel te borgen?

1. Hoe stelt het college voor om de kwalificatie “beleidsrijk” nader te duiden zodat deze objectief, controleerbaar en toepasbaar is binnen de keuzematrix? 2. Welke stappen zijn nodig om sturingsmaatregelen zoals kaderstellende documenten of zienswijzen regionaal af te stemmen met andere gemeenten, zonder vertraging?

3. Kan het college een overzicht geven van welke voorgestelde sturingsmaatregelen praktisch uitvoerbaar zijn binnen de huidige ambtelijke capaciteit van Gouda? 4. Welke criteria hanteert het college om te beoordelen of een zienswijze in de P&C-cyclus daadwerkelijk effect heeft binnen de GR, vooral wanneer andere gemeenten niet dezelfde lijn volgen? 5. Kan het college aangeven bij welke specifieke GR’en een kaderstellend document nog wél zinvol is, en welke mechanismen er zijn om draagvlak bij andere gemeenten te waarborgen? 6. Welke evaluatiecriteria hanteert het college om te bepalen of een klankbordgroep of gezamenlijke adviescommissie daadwerkelijk meerwaarde biedt en niet leidt tot bestuurlijke drukte? 7. Hoe kan het college de raad concreet ondersteunen bij het tijdig ontvangen en beoordelen van documenten, zodat invloed kan worden uitgeoefend vóór vaststelling van begroting of kaders? 8. Welke methode stelt het college voor om de negen sturingsmaatregelen te herprioriteren op basis van hun aantoonbare bijdrage aan grip en bestuurlijke effectiviteit, en hoe wordt dit transparant gerapporteerd aan de raad? Antwoorden: Gezien de aard van de vragen willen we graag vooraf kenbaar maken dat we geen wetenschappelijk onderbouwd onderzoek hebben gedaan naar de GR-en.

We hebben gezocht naar een manier om op eenvoudige wijze de GR-en in te delen en daardoor een keuze te kunnen maken op welke wijze en op welk moment de raad de GR wil behandelen in de commissie. Dit omdat we op dit moment geen grip ervaren op de GR-en en we over het algemeen één keer per jaar een begroting van de GR als @ onderwerp behandelen. De matrix is bedoeld om op simpele wijzen in te kunnen schatten welk sturingsinstrument het beste bij een regeling ingezet kan worden. De uitkomst van de indeling is wat ons betreft niet in beton gegoten maar bedoeld als eerste opzet waar de raad uiteraard de vrijheid in heeft om dit door middel van een amendement op dit voorstel aan te passen. Al werkende zullen we ook moeten leren. Het doel blijft vooral om meer grip te krijgen op de wijze van behandeling van de GR-en. 1. Welke criteria zijn exact gehanteerd om een regeling als “wettelijk gestandaardiseerd”, “niet-wettelijk gestandaardiseerd”, “beleidsarm” of “beleidsrijk” te classificeren? Allereerst betreft het hier bij de meeste GR-en een schaal waarop gescoord kan worden. Het is over het algemeen niet ja/nee, maar is het een inschatting, ook op basis van de antwoorden van de GR-en op de vragen. In het voorstel staat per regeling hoe wij deze criteria hebben ingeschat.

Wettelijk gestandaardiseerd: als de wet of hogere overheid de taken vastgelegd heeft. Als de GR alleen dit soort taken uitoefent dan kan de raad geen invloed uitoefenen. Niet-wettelijk gestandaardiseerd: niet juridisch vastgelegd maar wel gekaderd in de uitvoering door de standaardisatie. Als de GR vooral op deze wijze de taken uitvoert dan kan de raad beperkte invloed uitoefenen. Beleidsarm: Bij de uitvoering van de taken van de GR hoeven geen beleidskeuzes gemaakt te worden, want die staan al vast. Beleidsrijk: Bij de uitvoering van de taken worden ook beleidskeuzes gemaakt. 2. Hoe zijn de wegingsfactoren in de keuzematrix concreet berekend en welke variabelen wegen zwaarder mee bij de score-indeling? De wegingsfactoren zijn niet concreet berekend en er zijn geen variabelen die zwaarder wegen. 3. Zijn de antwoorden van de GR’n op de vragenlijst gevalideerd en gecontroleerd op consistentie? Zo ja, hoe? Nee. Elke GR heeft geantwoord op al onze vragen en wij zijn ervan uitgegaan dat zij die naar eer en geweten hebben ingevuld. 4. Welke impact heeft het ontbreken van antwoorden van GR Jeugd en WMO op de betrouwbaarheid van de keuzematrix? Geen impact, want er wordt niet tussen de GR-en een (af)weging gemaakt. 5.

Welke concrete meetinstrumenten of indicatoren worden gebruikt bij de evaluatie van de werkwijze na twee jaar? De belangrijkste indicator is of de raad beter in staat is grip te krijgen op de behandeling van de GR-en. 6. Hoe wordt omgegaan met mogelijke veranderingen in het aantal deelnemende gemeenten of in wettelijke taken tijdens de evaluatieperiode? Dat ligt eraan of dit effect heeft op de indeling in de Matrix. Als een GR wijzigt in de uitkomst dan kan het verstandig zijn de wijze van behandeling aan te passen. 7. Is er vooraf een benchmark of referentie beschikbaar om te beoordelen of de sturingsmaatregelen effectief zijn in vergelijking met de huidige praktijk? Op dit moment ervaren veel raadsleden dat we geen grip hebben op de behandeling van de GR-en. Dat is ons belangrijkste referentiepunt.

8. Hoe wordt voorkomen dat meerdere sturingsmaatregelen elkaar overlappen of conflicteren, bijvoorbeeld zienswijze vs. kaderstellend document? Als sturingsmaatregelen elkaar overlappen dan is het aan de (raads)commissie om te beslissen welke ingezet gaat worden. 9. Welke formele rol heeft het college bij de uitvoering van sturingsmaatregelen voorafgaand aan de P&C-cyclus? Het college blijft dezelfde rol houden als zij nu heeft. Wel verwachten wij dat we samen met het college gaan zoeken naar de meest effectieve aanpak. 10. Hoe wordt bepaald of een beleidsonderwerp “alleen als daar aanleiding toe bestaat” besproken moet worden? Welke objectieve criteria zijn daarvoor vastgesteld? Er zijn geen criteria opgesteld. Dit is aan de raad om te beslissen of het onderwerp geagendeerd wordt. 11. Kan de keuzematrix tussentijds worden aangepast bij beleidswijzigingen of nieuwe GR’n, of pas na de tweejaarlijkse evaluatie? De matrix kan juist als instrument worden ingezet bij beleidswijzigingen of nieuwe GR-en om de effecten op een GR-en in te schatten en daarmee ook in te schatten of we de GR op een andere manier moeten behandelen in de raad. 12. Hoe worden de GR’n geïnformeerd over de indeling en toegepaste sturingsmaatregelen, en is hun instemming vereist? Hun instemming is niet vereist. Het gaat niet om de relatie tussen Gemeente en GR maar om de relatie tussen de raad en het college.

13. Zijn er specifieke financiële consequenties verbonden aan de verschillende sturingsmaatregelen, en hoe worden deze gemonitord? Volgens ons zijn er geen financiële consequenties. We geven vorm aan het democratisch proces en daarmee aan de democratische legitimiteit van een GR. De behandeling van GR-en zouden we normaal gesproken als raad behoren te doen. 14. Welke wijzigingen of aanvullingen in de huidige verordening op de commissies 2023 zijn nodig om deze werkwijze formeel te borgen? Die zijn niet nodig, dit kan binnen de huidige verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=efa3bace-2d19-40f1-a325-151be4c7991b