A PvdA Gouds Referendum
Tekst van het document
1
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: Max de Groot PvdA :23-10-2025 : Referendum : :
Vragen: 1.
1 Hoe verhoudt het voorgestelde referendum zich tot de grondwettelijke rol van de gemeenteraad als vertegenwoordiger van álle inwoners — ook van degenen die niet meestemmen? 2. 2 Is de definitie van de ‘startnotitie’ voldoende scherp, zodat duidelijk is over welke besluiten inwoners wel of niet mogen stemmen en er geen juridische onduidelijkheid of willekeur ontstaat? 3. 3 In artikel 3 worden “algemeen verbindende voorschriften” uitgesloten van referenda. Betekent dit dat inwoners juist over de belangrijkste beleidskeuzes, zoals afval of parkeren, géén referendum kunnen aanvragen? 4. 4 Hoe wordt geborgd dat de vereiste 1.000 handtekeningen daadwerkelijk afkomstig zijn van kiesgerechtigde Gouwenaars, en welke ambtelijke inzet vraagt die controle? 5. 5 Is het realistisch om een referendum binnen vier maanden na het raadsbesluit te organiseren, zonder dat dit ten koste gaat van zorgvuldige voorbereiding, communicatie en transparantie richting inwoners? 6. 6 Hoe voorkomen we dat de verplichte opschorting van besluitvorming (artikel 4 lid 2) leidt tot bestuurlijke vertraging of tot het vastlopen van lopende beleidsprocessen die juist om voortgang vragen? 7. 7 Hoe verhoudt het referendum zich tot de participatieverordening die nog in voorbereiding is — is dit instrument bedoeld als laatste stap na andere vormen van participatie, of als een paralleltraject? 8.
8 Waarom is gekozen voor een opkomstdrempel van 25%? Is onderzocht of dit voldoende is om van een maatschappelijk gedragen uitslag te spreken, zeker in een tijd waarin verkiezingsopkomsten vaak lager liggen? 9. 9 Er wordt gesteld dat referenda het vertrouwen in de democratie vergroten. Op welke ervaringen of onderzoeken is dat gebaseerd? Zijn er lessen getrokken uit eerdere lokale referenda in andere gemeenten? 10. 10 De voorgestelde commissie van advies en toezicht wordt benoemd door de raad zelf. Hoe wordt dan haar onafhankelijkheid en gezag richting inwoners geborgd? 11. 11 Beschikt deze commissie over voldoende bevoegdheden om bij geschillen — bijvoorbeeld over de geldigheid van handtekeningen of de vraagstelling — daadwerkelijk bindend of gezaghebbend op te treden? 12. 12 In artikel 10 staat dat de begroting ruimte moet bieden voor “ten minste één referendum per jaar”. Wat zijn de structurele kosten hiervan, en hoe voorkomen we dat dit ten koste gaat van andere vormen van inwonerparticipatie? 13. 13 Artikel 9 lid 2 maakt financiële tegemoetkomingen aan campagnevoerders mogelijk. Hoe wordt hierbij gelijke behandeling van voor- en tegenstanders gewaarborgd, zodat publieke middelen niet onevenredig één kant op gaan? 14. 14 De raad besluit uiteindelijk “naar aanleiding van de uitslag”.
Hoe wordt aan inwoners helder gemaakt dat de uitslag adviserend is, zodat geen onrealistische verwachtingen ontstaan over bindende werking? 15. 15 Wordt overwogen om de resultaten en ervaringen van referenda structureel te evalueren — bijvoorbeeld in een jaarlijkse participatie- of democratieverslag — zodat we leren wat wérkt en wat niet bij het versterken van betrokkenheid van Gouwenaars? 16. 16 In artikel 4 krijgt de raad de bevoegdheid om te bepalen of over een startnotitie een referendum “kan worden georganiseerd”. Welke objectieve criteria gelden hiervoor? Bestaat niet het risico van willekeur als de raad dit per onderwerp bepaalt zonder vaste toetsingskaders? 17. 17 Wordt voorzien in een veilig digitaal systeem om steunbetuigingen te verzamelen, met waarborging van privacy en AVG-naleving?
2 18. 18 Hoe wordt voorkomen dat het referendum vooral wordt benut door goed georganiseerde en mondige groepen, terwijl andere bewoners (jongeren, laaggeletterden, huurders, mensen met beperkte digitale vaardigheden) minder toegang hebben tot het proces? 19. 19 Artikel 5 laat toe dat meerdere referenda op één dag plaatsvinden. Is onderzocht hoe dit zich verhoudt tot de neutraliteit van verkiezingscampagnes, en hoe wordt vermenging van partijpolitiek met referendumcampagnes voorkomen? 20. 20 Is berekend wat het organiseren van één referendum aan uren en middelen vraagt, en is er een plan om dit structureel in te passen binnen de bestaande ambtelijke capaciteit — zonder andere participatievormen te verdringen?
Beantwoording vragen PvdA over initiatief Referendumverordening Gouda Inleiding Met dank aan de fractie van de PvdA voor het indienen van de vragen over het initiatiefReferendumverordening. Hieronder treft u de beantwoording per vraag. De initiatiefnemer hecht grote waarde aan een zorgvuldig vormgegeven instrument dat de betrokkenheid van inwoners bij gemeentelijke besluitvorming versterkt, met behoud van de grondwettelijke verantwoordelijkheden van de raad zoals vastgelegd in wetgeving in het bijzonder de gemeentewet.
1. Verhouding tot de grondwettelijke rol van de gemeenteraad Het referendum is nadrukkelijk een adviserend instrument dat de vertegenwoordigende democratie aanvult, maar niet vervangt. De gemeenteraad blijft (als hoogste bestuursorgaan) verantwoordelijk voor het afwegen van belangen van álle inwoners, inclusief degenen die niet deelnemen aan het referendum.
2. Definitie van de ‘startnotitie’ De startnotitie wordt gedefinieerd als een document waarin beleidsvoornemens of richtinggevende keuzes worden verkend, voorafgaand aan een formeel besluit (artikel 4.1 concept verordening). Deze afbakening wordt opgenomen in de toelichting om te voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat over de mate waarin het onderwerp geschikt of toelaatbar is om via een referendum te worden voorgelegd aan de inwoner voor het nemen van besluiten. Het is aan de raad per geval te toetsen of aan de definitie is voldaan.
3. Uitsluiting van algemeen verbindende voorschriften De uitsluiting van algemeen verbindende voorschriften voorkomt strijd met hogere wetgeving welke besluiten door het Parlement zijn genomen. Het waarborgt de rechtszekerheid. Inwoners behouden de
3 mogelijkheid om via een referendum invloed uit te oefenen op beleidskaders en besluiten die aan dergelijke voorschriften voorafgaan, zoals beleidsplannen of investeringsbesluiten. De door de gemeenteraad genomen besluiten w.o. afval of parkeren kan via een zgn. Correctief referendum worden tegengehouden of teruggedraaid. Een correctief referendum is een referendum waarmee kiezers zich kunnen uitspreken over een al door de overheid genomen beslissing, of over een beslissing die de overheid op het punt staat te nemen maar die nog niet officieel vaststaat.
4. Controle van handtekeningen De controle op de geldigheid van handtekeningen vindt plaats aan de hand van het kiezersregister. Dit kan volledig of steekproefsgewijs gebeuren. Er wordt gewerkt met gestandaardiseerde formulieren en (waar mogelijk) digitale verificatie, zodat de ambtelijke inzet beperkt en uitvoerbaar blijft.
5. Organisatie binnen vier maanden De termijn van vier maanden wordt haalbaar geacht, mits de organisatie goed wordt voorbereid en gebruik wordt gemaakt van bestaande verkiezingsinfrastructuur. Deze termijn voorkomt dat onderwerpen hun actualiteitswaarde verliezen en draagt bij aan bestuurlijke voortvarendheid. Het is evident dat goede informatievoorziening essentieel is. Inwoners moeten helder geïnformeerd worden over wat er precies ter discussie staat, wat de consequenties zijn van de keuzes, zodat ze weloverwogen kunnen stemmen. Kwalitatieve betrokkenheid gedurende het proces is nodig niet alleen op het moment van ’hete stemmen’ maar continue.
6. Opschorting van besluitvorming De opschorting geldt uitsluitend voor onderwerpen waarvoor daadwerkelijk een referendum wordt gehouden. Hiermee wordt onnodige vertraging van andere beleidsprocessen voorkomen. De duur van de opschorting is beperkt tot de periode die noodzakelijk is voor de organisatie van het referendum. Het is dus aan de raad om de afweging te maken of opschorting van besluitvorming zoals omschreven in artikel 4 lid 2) leidt tot bestuurlijke vertraging.
7. Relatie met de participatieverordening De referendumverordening en de participatieverordening vullen elkaar aan. Het referendum is bedoeld als sluitstuk binnen het bredere palet van participatievormen. Waar mogelijk worden procedures, communicatie en leerervaringen tussen beide regelingen op elkaar afgestemd.
8. Opkomstdrempel van 25% Een opkomstdrempel van 25% wordt beschouwd als een redelijke balans tussen representativiteit en uitvoerbaarheid. De drempel stimuleert actieve deelname, zonder het risico dat uitslagen structureel ongeldig worden verklaard. Vergelijkbare percentages worden in andere gemeenten ook gehanteerd.
4
9. Vertrouwen in de democratie Onderzoek van onder meer de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Universiteit Leiden wijst uit dat instrumenten van directe democratie bijdragen aan betrokkenheid en vertrouwen, mits ze zorgvuldig worden toegepast. Eerdere ervaringen in andere gemeenten laten zien dat transparantie over de reikwijdte en het proces cruciaal is. In dit verband verwijs ik graag naar een artikel in Parlement.com waarin Jan Lunsing, bestuurskundig onderzoeker, ingaat op het verkleinen van de kloof tussen burger en bestuur. Daarnaast heeft de Vereniging van Raadsleden in diverse artikelen gewezen op het verkleinen van deze kloof door onder meer toepassing van burgerparticipatie in diverse vormen.
10. Onafhankelijkheid van de commissie van advies en toezicht De commissie wordt benoemd door de gemeenteraad, maar opereert onafhankelijk. De samenstelling, benoemingsvoorwaarden en verslaglegging worden vastgelegd in de verordening. Door openbare benoeming en een diverse samenstelling wordt het vertrouwen in de onafhankelijkheid versterkt.
11. Bevoegdheden van de commissie De commissie welke wordt benoemd door de raad beschikt over advies- en toezichtsbevoegdheden. Hoewel haar oordelen niet juridisch bindend zijn, hebben zij zwaarwegend karakter binnen de procedure. De raad kan slechts gemotiveerd afwijken van adviezen van de commissie.
12. Structurele kosten en begrotingsruimte De begroting kan structureel ruimte bieden voor de organisatie van ten minste één referendum per jaar. De kosten zijn vergelijkbaar met die van reguliere verkiezingen, zij het in beperktere omvang. Door digitale middelen en gedeelde processen blijven de kosten beheersbaar. Andere participatievormen blijven, naar de mening van de initiatiefnemer, onverminderd aandacht krijgen binnen het participatiebudget. Ongetwijfeld zullen de budgetten naar verwachting de komende jaren toenemen maar daar staat tegenover dat het betrekken van inwoners en ondernemers bij de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijk beleid de democratie versterkt en mogelijk kan resulteren in een grotere betrokkenheid van inwoners bij de lokale democratie. Het resultaat kan dan zijn dat het opkomstpercentage zal gaan toenemen.
13. Gelijke behandeling van campagnevoerders De verordening waarborgt gelijke behandeling van voor- en tegenstanders. Eventuele financiële tegemoetkomingen worden symmetrisch verdeeld, op basis van transparante en vooraf vastgestelde criteria die door de commissie worden toegepast. Zoals aangegeven heeft de raad het laatste woord en kan bij eventuele ongelijke behandeling door de raad ingrijpen.
14. Adviserend karakter van de uitslag
5 De uitslag van een referendum is adviserend. In alle communicatie wordt dit nadrukkelijk gecommuniceerd. De gemeenteraad besluit naar aanleiding van de uitslag en motiveert openbaar wanneer wordt afgeweken van de meerderheid van stemmen.
15. Evaluatie van referenda Het is aan de raad om afspraken te maken over het voornemen om referenda en andere participatievormen periodiek te evalueren. Dit kan worden opgenomen in het jaarlijkse participatie- of democratieverslag. Zo wordt structureel inzicht verkregen in de effectiviteit van het instrument en de betrokkenheid van inwoners.
16. Criteria voor het organiseren van een referendum De raad beslist of over een startnotitie een referendum kan worden gehouden, op basis van vooraf vastgestelde criteria zoals maatschappelijke relevantie, beleidsmatige impact, financiële haalbaarheid en juridische toelaatbaarheid. Hiermee wordt willekeur voorkomen.
17. Digitaal systeem en privacy Bij de digitale inzameling van steunbetuigingen wordt gebruikgemaakt van een beveiligd systeem dat voldoet aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Verificatie van identiteit kan plaatsvinden via DigiD of een gelijkwaardig betrouwbaar systeem.
18. Toegankelijkheid en inclusie De gemeente zal nadrukkelijk aandacht dienen te besteden aan inclusieve communicatie en bereik in overeenstemming met de wettelijke regelgeving op dit punt. Naast digitale middelen worden fysieke informatiepunten, wijkcentra en maatschappelijke partners ingezet om deelname voor alle inwoners — ook voor minder digitaal vaardige groepen — laagdrempelig te maken.
19. Neutraliteit verkiezingscampagnes Initiatiefnemer heeft aandacht besteed aan de verhouding tussen referenda en reguliere verkiezingen. Het uitgangspunt is dat neutraliteit en zuiverheid van de campagnevoering gewaarborgd moeten blijven. Wanneer een referendum gelijktijdig met andere verkiezingen zou worden gehouden, gelden dezelfde regels voor campagnevoering, mediatoegang en financiering als voor afzonderlijke campagnes. Het gemeentelijk stembureau zal, in het verlengde van de door De Kiesraad en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgestelde richtlijnen, de scheiding tussen partijpolitieke en referendumcampagnes dienen te waarborgen, bijvoorbeeld door duidelijke communicatieve scheidslijnen in officiële publicaties, stemlokalen en publieksvoorlichting. Ook zal worden geëvalueerd of aanvullende regelgeving of toezicht nodig is om vermenging te voorkomen.
Vraag 20 Berekenen van het organiseren van een referendum Aan de hand van een nog op te stellen raming van de benodigde middelen voor de organisatie van een
6 gemeentelijk referendum en op basis van ervaringen met reguliere verkiezingen en eerdere raadgevende referenda (elders) zal een voorlopige raming worden gemaakt. De verwachte inzet aan personele capaciteit en middelen is vergelijkbaar met die van de gemeentelijke verkiezing, met mogelijk aanvullende lasten voor voorlichting en toezicht. Bij de structurele inpassing wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de beschikbare ambtelijke capaciteit, zodat bestaande participatievormen niet in het gedrang komen. Slotopmerking Initiatiefnemer benadrukt dat de referendumverordening bedoeld is als aanvulling op bestaande vormen van participatie. Door duidelijke kaders, transparante uitvoering en structurele evaluatie wordt beoogd het vertrouwen van inwoners in de lokale democratie te versterken.