CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A PvdA, CDA, D66, VVD - IVB Kadernota

Raadsvergadering 27 september 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) 2024-20275.854 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier : Datum antwoord

: PVDA, CDA, D66, VVD : : Integraal veiligheidsbeleid, straatintimidatie, Radicalisering en polarisatie :

Vragen PVDA: Bij Raadsvoorstel IVB Kadernota 2024-2027 1.

De aanpak op gedigitaliseerde criminaliteit en cybercrime; door het ontbreken van een beleidskader, is op dit thema een ontwikkeling beoogd. Graag hieraan een concrete termijn. Op dit moment worden stappen gezet om tot een aanpak te komen. In het actieplan wordt dit nader toegelicht. Na vaststelling van het IVB zal het IVB Actieplan 2024 in Q4 naar de raad komen. De aanpak op gedigitaliseerde criminaliteit en cybercrime zal in de komende jaren verder door worden ontwikkeld. Hierbij wordt getracht zo goed als mogelijk is in te spelen op nieuwe fenomenen en ontwikkelingen.

IVB Kadernota 2024-2027 2.

Is het mogelijk om in de tekst de eventuele mogelijkheid van het instellen van een reintegratie officier op te nemen Dit is aan de raad zelf. In het najaar wordt over dit onderwerp een informatieavond voor uw raad georganiseerd.

3.

Dit betekent dat kwetsbare wijken niet zo zeer een zelfstandig thema is maar meer een strategie of een manier van (samen)werken waarmee veiligheidsproblematiek op wijkniveau kan worden aangepakt. Is het mogelijk om juist in deze wijken meer jongerenwerkers in te zetten? De aanpak van jeugdcriminaliteit en overlast vraagt altijd maatwerk. Op dit moment werken jongerenwerkers al in heel Gouda met een diverse aanpak. Deze bestaat uit talent-, wijk- en vindplaatsgericht (denk aan ambulante avondrondes, aansluiten bij Buurtsport en meidenwerk). Daarnaast heeft gro-up stadsbrede inzet (middels schooljongerenwerk, en jongerenwerk-plus). Zo doen de jongerenwerkers ambulante rondes bij moeilijk bereikbare groepen en bieden zij toeleiding van hulpverlening bij individuen. Vanuit een extra subsidie in 2022 was het mogelijk om, naast West en Oost, ook jongerenwerk in Noord in te zetten. Daarnaast werd in 2022 meer inzet gepleegd door middel van jongerencoaching: zes jongeren zijn intensiever individueel begeleid. Tenslotte ondersteunt de buurtverbinder+ vanuit een extra opdracht inwoners bij het opzetten van initiatieven, sociale cohesie te bevorderen en mensen wegwijs te maken binnen de sociale voorzieningen in Gouda (op wijkniveau). Dit alles gebeurd in de samenwerking met netwerkpartners uit het veiligheidsdomein, sociaal domein, sport, cultuur, onderwijs etc.

Indien vanuit maatwerk extra inzet nodig wordt geacht zal dit worden besproken en voorgelegd.

4.

Wat wordt er concreet bedoeld met een digitale weerbaarheids-campagne? Een digitale weerbaarheidscampagne, ook wel bekend als een cybersecurity-bewustwordingscampagne, is een initiatief dat is ontworpen om individuen, organisaties en gemeenschappen bewust te maken van de risico's en bedreigingen op het gebied van digitale veiligheid en hen te helpen hun digitale vaardigheden en gedrag te verbeteren om zichzelf beter te beschermen tegen online gevaren. Het doel van zo'n campagne is om mensen bewust te maken van de noodzaak van goede digitale beveiligingspraktijken en hen te voorzien van de kennis en tools die ze nodig hebben om zichzelf en hun digitale activa te beschermen. Denk hierbij aan:

bewustwordingstraining, workshops en seminars, het delen van beveiligingstips, simulaties en oefeningen, samenwerking met bedrijven en overheidsinstanties, publiekscampagnes, rapportage en feedback. 5.

Is er onze stad sprake van een toename van mensenhandel met name door de grotere instroom van kwetsbare mensen op de COA locatie en de Oekraïne locatie? Er zijn geen situaties bekend waarin sprake is van mensenhandel. Wij zijn hier wel alert op, onder andere door bij twijfel onze interne adviseur op gebied van mensenhandel te betrekken, de wekelijkse aanwezigheid van de werkconsulent op de Blokkerlocatie en informatieverstrekking middels flyers en nieuwsbrieven. Daarnaast is er eind augustus voor de bewoners een thema-avond over werk georganiseerd, waar ook aandacht is besteed aan dit onderwerp.

6.

Wanneer worden de uitkomsten van het onderzoek verwacht of de wet Bibob zich ook op andere sectoren dan met name de horeca kan richten? Middels de ‘kan’-bepaling, opgenomen in artikel 2 vierde tot en met zevende lid van de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Gouda houdende regels omtrent het toepassen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Bibob-beleidslijn Gouda 2013) is het mogelijk de Wet Bibob toe te passen op andere sectoren dan uitsluitend horeca. De Wet Bibob kan op grond hiervan toegepast worden op o.a. vastgoedtransacties met een waarde groter dan EUR 500.000,-, subsidies en aanbestedingen en overheidsopdrachten (>200.000,-). Daarnaast is het volgens artikel 3 van de Bibob-beleidslijn altijd mogelijk om Bibob toe te passen in bijzondere gevallen waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of transactie mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen of in de gevallen waarin de officier van justitie op basis van artikel 26 van de wet wijst op de wenselijkheid een advies van het Bureau aan te vragen.

Een financiële claim waarmee de inzet van een Bibob-coördinator kan worden gerealiseerd is opgenomen in het raadsvoorstel behorende bij het IVB en zal bij de begroting 2024 worden verwerkt. De bedoeling is dat deze Bibob-coördinator wordt ingezet voor het verder onderzoeken van de uitrol en toepassing van de Wet Bibob op andere terreinen dan horeca.

7.

Zijn er trainingen beschikbaar voor medewerkers in het voortgezet onderwijs om tijdig mogelijke mensenhandel te ontdekken? Er zijn diverse instanties die trainingen kunnen verzorgen op scholen. Het Rode Kruis heeft op twee scholen in Gouda docenten al getraind. De zorgcoördinatoren van scholen hebben ook voorlichting gehad over het onderwerp. Het is echter aan de scholen zelf of zij mensenhandel willen opnemen in hun opleidings- en trainingsprogramma.

8.

Wat heeft het project Noorda&Co tot nu toe bereikt? Sinds juli 2022 is Noorda & Co gestart met de buurtpedagogische aanpak in Oost. De aanpak richt zich op drie fases, namelijk het onderzoeken van de 0-meting door interviews af te nemen, de uitvoeringsfase en het overdragen van de werkzame elementen. De pedagogische buurtaanpak is een programmatische oplossing voor het tot stand brengen van meer sociale cohesie tussen bewoners onderling (tussen verschillende bewonersgroepen en tussen jong en oud) en meer afstemming tussen voorzieningen/overheidsdiensten en buurtbewoners/buurtinitiatieven. Er wordt een samenbundeling van krachten gerealiseerd om sociale samenhang in de buurt en gezamenlijke aanpak van sociale wijkvraagstukken tot stand te brengen. Een kwetsbare buurt wordt op die manier een meer vitale buurt met sociaal actieve en beter georganiseerde bewoners. Om dit te bereiken heeft de eerste periode in het teken gestaan van de startfase, waarin een inventarisatie heeft plaatsgevonden naar sociale krachten en vraagstukken in de wijk, de initiatiefgroep is samengesteld en het ontwikkelingsplan is verder uitgewerkt. Op dit moment is de langdurige uitvoeringsfase lopende. Dit bestaat uit contacten leggen/ interviewen, dialoogsessies, trainen van bewoners en jongeren, en organiseren van sociale

buurtactiviteiten in een continu proces. Het afgelopen half jaar zijn er ruim 450 interviews afgenomen, door deskresearch, interviews met professionals en sleutelfiguren, bewoners en jongeren. Nu is het tijd om het geleerde en de behoeften uit te voeren en worden er klankbordgroepen en dialoogsessies gerealiseerd om vrijwilligers en buurtbewoners aan elkaar te verbinden en jongeren een zinvolle bijdrage te geven aan de buurt waarin zij opgroeien. De resultaten van de interviews zullen begin oktober gedeeld worden met de portefeuillehouders. De uitvoeringsfase is nu volop van start gegaan en naar verwachting zal in Q1 van 2024 resultaten van de uitvoeringsfase kunnen worden gedeeld. 9.

‘Opkomsttijden brandweer in delen van Gouda-Oost’ als risico worden benoemd. Voor dat laatste punt voert de veiligheidsregio een verkenning uit naar mogelijke oplossingen voor dit aandachtspunt. Wanneer kunnen we hiervoor mogelijke oplossingen verwachten? Momenteel wordt een plan van aanpak geschreven voor de Risico Analyse Monitor (RAM)systematiek. Dit instrument helpt binnen de veiligheidsketen, in het bijzonder bij Advies, Toezicht en Brandveilig Leven, om het veiligheidsniveau van gebouwen in kaart te brengen. De inschatting is dat vanaf 2024 gestart kan worden met de bijscholing van medewerkers ten aanzien van de nieuwe systematiek. Op basis hiervan wordt ook een plan van aanpak gemaakt voor de versterking van de zelfredzaamheid/samenredzaamheid in die gebieden waar de berekende opkomsttijd in het dekkingsplan achter blijft (zoals een beperkt aantal gebieden in Gouda).

10. Het beleid aangaande criminele families bestaat al geruime tijd. Hoeveel families gaat het om en wat zijn de bereikte resultaten? De samenwerking tussen Veiligheidshuis, Politie , OM en gemeente is duidelijk versterkt door deze aanpak. De afgelopen twee jaar heeft de aanpak zicht gericht op drie Goudse families. De behaalde resultaten op de verschillende families is zeer divers. Aan familieleden is begeleiding aangeboden in de vorm van trajectbegeleiding of begeleiding door de stadsmarinier. Een aantal familieleden is uitgestroomd naar regulier werk. Van jonge familieleden is een gedragsverandering op straat zichtbaar, wat zich uit door minder overlastsignalen en een deel van de familieleden is minder in beeld van justitie en politie. In samenwerking met het zorg- en veiligheidshuis, politie en gemeente wordt het werkproces momenteel verder doorontwikkeld en geformaliseerd. Daarnaast wordt een addendum opgesteld bij het bestaande samenwerkingsconvenant. Momenteel worden in overleg en afstemming met de Driehoekspartners (politie en OM) nieuwe families geselecteerd om in de aanpak te worden opgenomen. Resultaten hiervan zijn nog niet bekend. 11. Wat is de betrokkenheid van burgerinitiatieven en religieuze en maatschappelijke organisaties bij de wijkgerichte aanpak? Binnen de wijkgerichte aanpak zijn de partners in de wijken onmisbaar.

Bij elke wijkgerichte aanpak die wordt geïnitieerd door gebiedsregisseurs worden de bij ons bekende relevante organisaties, georganiseerde bewonersgroepen en buurtprofessionals uitgenodigd om te participeren binnen de aanpak. 12. Wat houdt het ontmoedigingsbeleid richting shisha gebruikers en daarbij behorende lokaliteiten concreet in? De maatregelen zijn beschreven in de beleidsregels die u via deze link ( https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-41247.html ) kunt raadplegen. DSP rapport 13. Bij de Top X aanpak is informatiedeling voor verbetering vatbaar. Met name de informatiedeling met de direct betrokken politieambtenaar loopt niet goed. Welke mogelijkheden zijn er om dit probleem concreet op te lossen? De Top-X aanpak blijft een voortdurend proces van afstemmen en bijsturen. De aanbevelingen vanuit het DSP rapport zijn ter harte genomen en met het Veiligheidshuis worden er op dit moment proces- en samenwerkingsafspraken gemaakt, waarbij de accounthouder van de Top-X meer regie en sturing zal geven in de aanpak. Top X wordt periodiek geëvalueerd, herzien en waar nodig versterkt.

14. Is bij het onderzoek van de DSP met de betreffende doelgroepen gesproken? Ja ketenpartners zoals politie en (gemeentelijke) professionals zijn middels een uitgebreide interviewronde nauw betrokken bij de totstandkoming van het rapport van DSP-groep. 15. Is er met sleutelfiguren t.a.v. radicalisering door de onderzoekers gesproken? Ja, zie antwoord op bovenstaande vraag. 16. Welke acties worden er concreet ondernomen in de richting van inwoners die ten onrechte op de signaleringslijst van geradicaliseerde burgers zijn terecht gekomen? De Minister van Justitie heeft op 31 mei 2023 een brief naar de kamer gestuurd 1 waarin de stappen bij vermoeden van een onterechte signalering worden uiteengezet. Degene die het vermoeden heeft onterecht te zijn gesignaleerd kan zich wenden tot de signalerende instantie en indien het voor betrokkene niet duidelijk is welke instantie verantwoordelijk is voor de signalering, kan de betrokkene een schriftelijk verzoek tot inzage indienen bij de politie. De gemeente kan betrokkene verwijzen naar de signalerende instantie en hierbij indien nodig bemiddelen. 17. Hoeveel inwoners zijn ten onrechte op deze lijst gekomen? Dat is ons niet bekend. Signaleren is een (exclusieve) bevoegdheid van de politie. Memo Straatintimidatie 18.

Is het mogelijk om bij “hotspots” op dit gebied daar tijdelijk cameratoezicht te realiseren? Het inzetten van camera’s is altijd een ultimum remedium. Daarnaast moet bedacht worden of cameratoezicht wel een effectief middel is in de aanpak van straatintimidatie. Camera’s kunnen namelijk meekijken, maar niet meeluisteren. Het nasissen, fluiten en de opmerkingen worden dus niet geregistreerd. Daarnaast bestaat het risico dat, als er al sprake is van een hotspot, de plegers van straatintimidatie zich alleen verplaatsen als ergens een camera hangt. Raadsmemo Radicalisering en eindrapport 19. Gezien de toenemende spanningen op het gebied van radicalisering en diverse vormen van extremisme, kan dit als vierde thema worden toegevoegd en wat zouden daar dan de eventuele consequenties van zijn? De eerste stappen zijn gezet ter voorbereiding van het uitvoeren van een brede fenomeenanalyse en het ontwikkelen van een integraal beleid. Mochten de uitkomsten van de fenomeenanalyse aanleiding geven voor opschaling of intensivering van de aanpak, dan zou de discussie op basis hiervan moeten worden gevoerd. Prioriteren is keuzes maken, meer prioritaire thema’s betekent minder inzet per prioriteit.

Vragen CDA:

Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid 1. Gebiedsregisseurs zijn nu verdeeld over drie gebieden: noord, oost en west (waaronder centrum). Wat zijn de mogelijkheden om dat fijnmaziger te doen, wijk- en buurtgericht? En is het mogelijk dit zichtbaarder en vindbaar te maken voor inwoners, bijvoorbeeld met loketfuncties voor wijkprofessionals bij buurthuizen, winkelcentra en andere ontmoetingsplekken waar inwoners terecht kunnen met vragen?

1 Brief inzake toezegging aan het kamerlid Azarkan (DENK) betreffende onterechte signaleringen, kenmerk

4650745

Gebiedsregisseurs werken in de praktijk al fijnmazig en wijk- en buurtgericht. Een aanpak wordt ingezet naar behoefte van een wijk of buurt. De aandacht van gebiedsregie heeft een focus op de aandachtsbuurten (buurten met veel kwetsbare bewoners). Een aanpak kan inhoudelijk overal over gaan, bijvoorbeeld overlast, veiligheid, leefbaarheid, ontwikkelingen in de openbare ruimte, spel & sport, armoede en bewonersinitiatieven. De gebiedsregisseur voert regie op de aanpak door gemeente en partners maar is geen contactpersoon voor individuele casuïstiek. Gebiedsregisseurs werken regelmatig in buurthuizen maar krijgen daar nauwelijks respons van bewoners. Om in contact te komen met bewoners en de bewonersbetrokkenheid in buurten te vergroten wordt incidenteel een opbouwwerker ingezet. De inzet van een opbouwwerker is uitermate effectief voor wat betreft het ophalen van informatie uit de buurt, signaleren van (individuele) problemen en het opbouwen van wederzijds vertrouwen. Omdat er in Gouda structureel geen opbouwwerkers actief zijn kan het middel van opbouwwerk slechts zeer incidenteel vanuit gebiedsregie worden ingezet. Bij voorliggend IVB hoort tevens een claim waarmee we een uitbreiding van de inzet van opbouwwerk in Gouda willen realiseren. Straatintimidatie 2.

Is onderzocht of bekend in hoeverre een verbodsbepaling op straatintimidatie belangrijk is voor slachtoffers? Het is niet bekend of onderzocht of een verbodsbepaling op straatintimidatie belangrijk is voor slachtoffers. Uit een onderzoek in opdracht van de gemeente Rotterdam komt wel naar voren dat de vrouwelijke respondenten aangeven drie dingen belangrijk te vinden in de aanpak: 1. dat er aandacht is voor het probleem 2. meer aandacht voor opvoeding, voorlichting en onderwijs voor (mogelijke) plegers 3. voorlichting en ondersteuning voor vrouwen en het creëren van handelingsperspectieven voor zowel de vrouwen zelf als de omstanders bij incidenten. 3.

Wat betekent het voor de handhaving op straatintimidatie in Gouda wanneer ook boa’s boetes kunnen uitschrijven voor daders van straatintimidatie? Als de nieuwe wet door de Eerste Kamer wordt aangenomen én het door de minister mogelijk gemaakt wordt dat BOA’s ook boetes kunnen uitdelen aan daders van seksuele straatintimidatie, dan kan deze vorm van straatintimidatie in heterdaadsituaties wellicht leiden tot boetes.

4.

Wat houdt het implementatietraject in om de betrokken organisaties voor te bereiden op de inwerkingtreding van de Wet Seksuele misdrijven? Het Ministerie van Justitie en Veiligheid werkt samen met een aantal steden om te kijken hoe de handhaving van seksuele straatintimidatie na het intreden van de nieuwe wet op gemeentelijk niveau geregeld kan worden. Als de wet is vastgesteld worden de gemeenten hierover geïnformeerd.

5.

Welke mogelijkheden zijn er om (slimme) camera’s al dan niet tijdelijk in te zetten bij hotspotlocaties? Het inzetten van camera’s is altijd een ultimum remedium. Daarnaast moet bedacht worden of cameratoezicht wel een effectief middel is in de aanpak van straatintimidatie. Camera’s kunnen namelijk meekijken, maar niet meeluisteren. Het nasissen, fluiten en de opmerkingen worden dus niet geregistreerd. Daarnaast bestaat het risico dat, als er al sprake is van een hotspot, de plegers van straatintimidatie zich alleen maar verplaatsen als ergens een camera hangt. Dit “waterbed-effect” zien we ook bij andere vormen van criminaliteit en overlast.

6.

Is bekend of onderzocht in hoeverre de nabijheid van en contact met een (lokaal) meldpunt mee kan spelen bij de meldingsbereidheid en mee kan spelen bij ‘het gehoord’ voelen?

Uit de gesprekken met andere gemeenten kwam naar voren dat er maar weinig meldingen worden gedaan via de diverse meldpunten. Als er een melding wordt gedaan, dan wordt ook verwacht dat er iets gedaan wordt met de melding. Dit blijkt vaak lastig. Het aanbieden van een luisterend oor en advies kan het beste gedaan worden door Slachtofferhulp Nederland, het Centrum Seksueel Geweld en Stichting Inclusie en Discriminatiebestrijding. Door deze organisaties kunnen slachtoffers van straatintimidatie op een professionelere wijze worden geholpen dan wanneer een gemeente deze meldingen zelf opvolgt. 7.

Is het mogelijk om een lokaal meldpunt eenvoudiger en goedkoper te maken door het bijvoorbeeld toe te voegen aan de al bestaande meldapp ‘Slim melden’? Als het gaat om het in kaart brengen van de locaties waar straatintimidatie zich afspeelt, dan kan de Slim melden-app daar mogelijk voor ingezet worden. De ervaring van andere steden leert dat er doorgaans maar weinig gebruik wordt gemaakt van een app. In de komende Stadspeiling worden vragen over straatintimidatie opgenomen en vragen we de respondenten ook naar de locatie van het incident.

8.

Waarom vallen de kosten voor de aanpak van hotspots niet onder de bestaande middelen voor regulier onderhoud van de openbare ruimte? Binnen de huidige middelen van Beheer Openbare Ruimte is rekening gehouden met het onderhouden (extra verwijderen zwerfafval) van 21 hotspots, wanneer er ‘extra’ plekken bijkomen is hiervoor geen dekking. Wanneer vanuit de fysieke omgeving aangepast moet worden om het veiligheidsgevoel te vergroten, dan zijn hier momenteel geen middelen voor beschikbaar.

Radicalisering Kan nader worden toegelicht waarom er ‘onvoldoende aanleiding’ wordt gezien om het thema maatschappelijke onrust/polarisatie en radicalisering te blijven zien als strategisch veiligheidsthema? Dit ook tegen de achtergrond van berichtgeving over de juist toegenomen polarisatie in de afgelopen jaren tijdens en na de COVID19-pandemie? Het thema maatschappelijke onrust/polarisatie en radicalisering is uiteindelijk niet als strategisch veiligheidsthema benoemd. DSP heeft in 2022 het advies voor het IVB opgesteld, daarin gaven zij aan dat zij op dat moment onvoldoende aanleiding zagen om te adviseren er een strategisch veiligheidsthema van te maken. De eerste stappen zijn gezet ter voorbereiding van het uitvoeren van een brede fenomeenanalyse en het ontwikkelen van een integraal beleid. Mochten de uitkomsten van de fenomeenanalyse aanleiding geven voor opschaling of intensivering van de aanpak, dan zou de discussie op basis hiervan moeten worden gevoerd.

Vragen D66: 1.

P. 5 er worden steeds meer DPIA’s uitgevoerd, is hier voldoende capaciteit voor binnen de organisatie? Of worden hier ook extra juristen voor ingehuurd? DPIA’s worden uitgevoerd met inzet van zowel interne juristen, als externe juristen.

2.

De wet Bibob: a. P.10 er wordt onderzoek gedaan of de wet Bibob ook voor andere beschikkingen ingezet kan worden waaronder kwetsbare branches, kunnen hier voorbeelden van gegeven worden? Dit betreft branches waar cash-geldstromen aanwezig zijn.

b.

In andere gemeenten wordt de wet Bibob ook toegepast bij nagelstudio’s en zonnestudio’s. Wat zijn hiervan de resultaten en wordt overwogen om dit ook in Gouda te doen? Dit is in onderzoek. Voor een standaard toepassing in Gouda dient eerst een besluit te worden genomen om de desbetreffende bedrijfstak aan te wijzen op grond van artikel 2:49 Apv (exploitatievergunning tegengaan onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat). Bij aanvragen door bedrijven die vallen binnen een aangewezen bedrijfstak wordt standaard een Bibob toets uitgevoerd (zie artikel 2 eerste lid onder iv Bibob beleidslijn). Op dit moment zijn er nog geen bedrijfstakken aangewezen op grond van artikel 2:49 Apv. Uit gesprekken met gemeenteambtenaren uit andere gemeenten waarin middels een aanwijsbesluit bedrijfstakken vergunningplichtig zijn, horen we dat malafide bedrijven lijken weg te trekken, sluiten of zich uit de procedure terugtrekken. Formele onderzoeksresultaten zijn ons niet bekend.

Jeugdcriminaliteit is een van de 4 pijlers waar de gemeente zich komende periode op gaat richten. 3. Is het college bekend met het onderzoek van het CBS en WODC dat op 4 september is uitgekomen? Het betreft een zeer recent uitgebracht rapport, wat nog niet is besproken met de relevante partners. Het rapport is wel bekend bij de beleidsadviseur van Jeugd en Veiligheid en bij ketenpartners. 4.

Hoe zit het met de Goudse cijfers tussen 2010 en 2022? Het landelijke beeld is dat de jeugdcriminaliteit (note: geregistreerde personen tussen de 12 tot 25 jarigen, als verdachte van een misdrijf) daalt onder jongeren, zo ook onder de Goudse jongeren. Desalniettemin komt naar voren in een uitgebrachte jaarrapport Jeugdmonitor van het CBS dat Gouda in 2021 een hogere percentage (2,12%) heeft van jongeren die verdachte zijn van een misdrijf, ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 1.6%.

5.

In hoeverre zijn deze cijfers meegenomen in de overweging om jeugdcriminaliteit als een van de pijlers aan te wijzen? Ondanks dat de jeugdoverlast- en criminaliteit daalt, is het belangrijk om voortdurend in te zetten op voorkomen van jeugdoverlast- en jeugdcriminaliteit, omdat de verleidingen van de straat nu eenmaal een aantrekkingskracht hebben op (kwetsbare) jongeren. Het kan verleidelijk zijn: even een pakketje wegbrengen voor een flinke smak geld. Maar kleine klusjes gaan snel over naar zwaardere vormen van criminaliteit en de gevolgen kunnen enorm zijn. Criminaliteit verhardt en verjongt en daarom is het belangrijk om, net zoals de landelijke trend, blijvend en stevig in te zetten op weerbaarheid, om zo jonge aanwas in (drugs)criminaliteit te voorkomen. We hebben een mooie start gemaakt met het inzetten van interventies. Nu is het zaak om de interventies verder vorm te geven en een structureel karakter te geven in Gouda.

6.

In de Kadernota ontbreken concrete doelstellingen. Hoe wordt gemeten of het beleid succesvol is geweest? Het tabellenboek van de politie en de jaarcijfers van Halt geven zicht op jeugdoverlast in Gouda. We zijn op de goede weg. Het kunnen meten van een succesvol beleid is een voortdurend gespreksonderwerp met de ketenpartners. Partners die werken in de wijk, praten met professionals en bewoners zijn voor ons een belangrijke referentiekader (wijkagenten, stadsmarinier, jongerenwerk, JPT, onderwijs e.d.). Het veiligheidsgevoel van bewoners is een belangrijke indicator, wat bijvoorbeeld de woningcorporaties teruggeven. De recent uitgevoerde groepsaanpakken laten zien dat onze gezamenlijke aanpak effectief is. Vanuit de geprioriteerde aanpak wordt gezien dat de jongeren niet/nauwelijks negatief in beeld zijn van de politie en andere partners.

Straatintimidatie 7. Er worden 3 opties geschetst om de aanpak van straatintimidatie aan te pakken. Op welke manier wordt er besloten met welke optie de gemeente verder gaat? Wordt de gemeenteraad hier nog bij betrokken?

Het is aan de raad om te bepalen welk budget beschikbaar is voor de aanpak van straatintimidatie en welke opties onderdeel gaan uitmaken van het Goudse beleid op straatintimidatie.

Vragen VVD: 1.

Pagina 3 IVB: op welke wijze moet ‘’verrommeling en dagelijkse irritaties pakken we samen op’’ gelezen worden in relatie tot het IVB? Integraal veiligheidsbeleid gaat ook over handhaving en ervaren veiligheid en leefbaarheid. Afval op straat is een van de meest genoemde leefbaarheidsthema’s door bewoners. Pagina 3 IVB: ‘’we kiezen voor preventie waar dat kan en stevig optreden waar nodig’’. Kan dit nader geduid worden met een toelicht op wat de invulling is van ‘’stevig optreden’’? Toepassing van het bestuursrechtelijk handhavingsinstrumentarium , zoals een last onder dwangsom, last onder bestuursdwang (bijvoorbeeld een sluiting) of een boete, op grond van onder meer de Apv en artikel 13b van de Opiumwet.

2.

Pagina 4 IVB: er wordt gesproken over kansenongelijkheid in het kader van buurtaanpak. In hoeverre past de aanpak hiervan binnen het integraal veiligheidsbeleid, en hoe vertaald dit zich tot de toename van objectieve of subjectieve veiligheid? De regie op de buurtaanpak ligt bij het sociaal domein. De buurtaanpak sluit aan bij de strategie integraal en wijkgericht zoals verwoord in het IVB en binnen de buurtaanpak is er nauwe samenwerking tussen het sociaal domein en het veiligheidsdomein. In een aantal Goudse wijken is sprake van een cumulatie van factoren waardoor deze relatief kwetsbaar zijn voor criminaliteit en veiligheidsproblemen. In deze wijken is het van belang een integrale, wijkgerichte aanpak te creëren om de problematiek in de wijk te verminderen door enerzijds preventief in te zetten op risicofactoren en anderzijds repressief criminaliteit aan te pakken.

3.

Pagina 4 IVB: vormt het instemmen met het IVB ook het instemmen met de stellingname dat ‘’we de komst van een AZC willen mogelijk maken’’? Vaststelling van het IVB staat los van de in het bestuursakkoord genoemde stellingname over het AZC. In het raadsbesluit staan de punten waar de raad over besluit bij vaststelling van het IVB.

4.

Pagina 5 IVB: hoe wordt rijker verantwoorden vormgegeven? Betekent dit ook dat enkele doelstellingen/indicatoren (bijvoorbeeld op radicalisering) veranderen? Rijker verantwoorden gaat niet over doelstellingen of indicatoren maar is een verantwoordingssystematiek die meer verhalend de resultaten van het gevoerde beleid weergeeft en daarmee meer mogelijkheden biedt om bij te sturen als dat nodig is. Rijker verantwoorden betekent: verantwoording afleggen aan het publiek, collega's, partners, bestuur of financiers. Doe je dat vooral met cijfers? Of weet je daarbij een rijker beeld van het werk neer te zetten? Is de verantwoording leuk? Brengt het mensen in beweging? Helpt het bij het leerproces? Jaagt het de organisatie aan om samen met burgers / cliënten partners en anderen in het netwerk te werken aan de bedoeling? Hoe mooi zou het zijn als verantwoording helpt om echt te laten zien waarmee je bezig bent en welke resultaten en effecten eruit voortkomen? Dat je daarover het goede gesprek kunt voeren! Rijker Verantwoorden is tonen hoe je je werk doet. En dat op een rijkere manier: • Rijker van vorm: niet alleen sturen met cijfers maar ook met beelden, letters en dialoog • Rijker van inhoud: sturen op doelen en effecten • Rijker in de relatie: sturen op samenwerking

https://rijkerverantwoorden.nl/een-rijker-plan/ 5.

Pagina 8 IVB: In hoeverre kunnen de beperkingen in het informatie gestuurd werken tot veiligheidsrisico’s? Dat is moeilijk te bepalen. Hoe meer informatie beschikbaar is, hoe gerichter maatregelen of acties ingezet kunnen worden.

6.

Pagina 9 IVB: We zien dat ondermijning vaak als kapstokbegrip wordt gebruikt voor meerdere strafrechtelijke handelingen/misdrijven. Hoe zorgen we ervoor dat er nog wel een duidelijke prioritering blijft, mede in het licht van de krapte bij politie, justitie en handhaving? Het gebruiken van "ondermijning" als kapstok voor de aanpak van criminaliteit binnen gemeenten is een benadering die voortkomt uit de erkenning dat criminaliteit niet beperkt blijft tot traditionele vormen van misdaad, zoals diefstal of geweld, maar vaak diep is verweven met legale en maatschappelijke structuren. Binnen de aanpak van ondermijning wordt aangesloten bij de door het Riec/Liec landelijk geprioriteerde ondermijningsthema’s: Georganiseerde hennepteelt; Mensenhandel/mensensmokkel Criminele motorbendes Misbruik en fraude binnen de vastgoedsector Witwassen en daaraan gerelateerde vormen van financieel- economische criminaliteit

7.

Pagina 9 IVB: aanpak op ondermijning: ‘’criminelen zetten legale middelen in om op illegale wijze geld te verdienen.’’. vervolgens wordt gesproken over mensenhandel en drugscriminaliteit. Hoe verhouden die eerste zin en de thematiek zich tot elkaar? Legale infrastructuren, waaronder (bedrijfs)panden, ondernemingen of transportmiddelen worden ingezet binnen de drugscriminaliteit en of mensenhandel. Deze legale infrastructuren kunnen dienen als dekmantel om uit drugscriminaliteit verkregen gelden wit te wassen of als facilitator (voor o.a. transport/opslag). In het geval van mensenhandel (o.a. seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting) wordt tevens ge- (mis)bruik gemaakt van kwetsbare personen. In de drugscriminaliteit kan en is ook zeker sprake van criminele uitbuiting, waarbij daders soms slachtoffer kunnen zijn van uitbuiting en onder dwang bijvoorbeeld drugs moeten runnen. Daarom wordt er o.a. vanuit bewustwording/preventie mensenhandel aangesloten bij de aanpak Dealbreakers.

8.

Pagina 10 IVB: Binnen de acties onder ondermijning, waar wordt gesproken over criminele families, wordt niets gezegd over de inzet van een patseraanpak en het verstoren ‘’criminele ritmes’’. Op welke wijze is dit meegenomen in het IVB of wordt dit wellicht nog gedaan in de actieplannen? In het actieplan wordt nader toegelicht waar de aanpak op ondermijning in Gouda uit bestaat. Het Actieplan zal Q4 worden aangeboden aan de raad.

9.

Pagina 11 IVB: Wat wordt verstaan onder aangejaagde ordeverstoring? En wat gebeurt er met individuen of organisaties die zich hier schuldig aan maken? Online aangejaagde ordeverstoringen zijn fysieke verstoringen van de openbare orde die online beginnen of online worden versterkt. Hieronder valt bijvoorbeeld het online oproepen tot rellen. De gemeente Utrecht heeft in een dergelijke zaak een online gebiedsverbod opgelegd. De pleger moest een dwangsom betalen als hij weer zou oproepen om in Utrecht samen te komen voor het verstoren van de openbare orde. De rechter heeft bepaald dat het opleggen van een dwangsom niet kan en in strijd is met de vrijheid van meningsuiting. Het blijft dus de vraag hoe om gegaan moet worden met online aangejaagde openbare-orde verstoringen. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is momenteel bezig te onderzoeken of

er iets kan binnen de huidige wetgeving en jurisprudentie of dat er een wetswijziging nodig en mogelijk is om de online orde verstoringen te kunnen handhaven. Er is een leerkring opgezet zodat gemeenten op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op dit thema. 10. Pagina 11 IVB: ‘’ook is nog onvoldoende in beeld wat de rol van de gemeente op dit thema (red: cybercrime) kan zijn’’. In hoeverre is hierbij gekeken naar de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime vanuit het CCV en de Cyber Sessions van de VNG? De City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime en de Cyber Sessions zijn gebruikt om meer inzicht te krijgen in de gemeentelijke rol op het vlak van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. 11. Pagina 11 IVB: is er een beeld van de omvang van de digitale veiligheidsproblematiek/criminaliteit in/vanuit Gouda? Aangiftebereidheid op dit vlak is gering, dit zorgt ervoor dat er geen complete cijfers zijn. De manier van registreren en de verschillende fenomenen (die elkaar ook snel opvolgen) maken dat er (nog) geen eenduidig beeld is van wat er speelt op dit gebied in Gouda. 12.

Pagina 11 IVB: Is er zicht op de werking van de last onder dwangsom bij veelplegers? Komen zij bijvoorbeeld op het goede pad, kiezen ze een ander gebied voor de criminele activiteiten, kiezen ze andere vormen van criminaliteit of gaan ze onverminderd door met de activiteiten? Het is moeilijk iets te zeggen over het effect van één maatregel in een vaak grotere aanpak. We hebben de volgende cijfers: totaal is 50 keer een last onder dwangsom opgelegd voor het vervoeren van inbrekerswerktuigen of drugshandel op straat. Van deze 50 personen, zijn 19 personen uit beeld, 8 personen zijn wel in beeld maar komen niet in aanraking met justitie en 13 personen blijven in aanraking komen met politie en justitie. Van 10 personen is het niet bekend, vaak omdat zij niet uit Gouda kwamen. 6 keer is de last onder dwangsom verbeurd verklaard. Van deze 6 personen komt de politie nog 3 personen tegen bij verdachte situaties in Gouda of elders in het land. 13. Pagina 12 IVB: Het aantal woninginbraken per 10.000 inwoners ligt nog steeds met 1/3 boven het landelijk gemiddelde (landelijk 13,88, Gouda 20,92 in 2022). Toch wordt er gesproken over het consolideren van de aanpak en het vasthouden van het huidige niveau).

Op basis van welke objectieve criteria is besloten te consolideren, terwijl de cijfers nog steeds ruim boven het landelijke gemiddelde liggen? Het aantal inbraken is Gouda is sterk gedaald en daalt nog steeds. Ook de landelijke inbraakcijfers zijn de afgelopen jaren sterk gedaald en helaas blijven we boven het landelijke gemiddelde zitten qua aantal inbraken per 10.000 inwoners. We zien dat er geen nieuwe aanwas op dit delict is. Alle overgebleven plegers zijn reeds bekend van politie en het zorg- en veiligheidshuis. De inzet op deze groep veelplegers blijft, in de vorm van repressieve aanpak of hulp en begeleiding wanneer ze hier voor open staan. Wanneer er sprake is van een hotspot, dan wordt onze inzet opgeschaald. DSP heeft geadviseerd om de aanpak te consolideren. Op deze manier wordt ook capaciteit vrij gemaakt om andere urgente thema’s op te pakken. 14. Pagina 12 IVB: Wat betekent het ‘’verstoren van genoemde veelplegers’’? . De inzet op deze groep veelplegers blijft, in de vorm van repressieve aanpak (TopX, LOD’s), of hulp en begeleiding wanneer ze hier voor open staan. 15. Pagina 17 IVB: Bij Sisha wordt aangegeven dat er gezondheidsrisico’s zijn en het gebruik van waterpijpen overlast voor de omgeving kan veroorzaken.

Los van deze genoemde risico’s; in hoeverre is de overlast die niet alleen uitgaat van het gebruik van een waterpijp, maar veelal voortkomt uit het type ‘onderneming’ meegenomen in deze afweging? Alleen de gezondheidsrisico’s en het voorkomen van overlast hebben ten grondslag gelegen aan het beleid. 16. Pagina 18 IVB: bij diverse vragen inzake veiligheidsplanvorming rondom het AZC is nooit een concreet antwoord gekomen en is er ook geen planvorming verschenen. Los van wat kreten

als ‘’snel en effectief aanpakken van ongewenste situaties’’, welke voortgang is hier reeds op geboekt? Er is een veiligheidsplan en ontruimingsplan met betrekking tot de Molenwiek opgesteld. Stadstoezicht neemt de Molenwiek mee in haar dagelijkse surveillance en draagt het COA zorg voor een 24-uurs beveiliging op locatie. Er is vanaf 2022 een klankbordgroep die minimaal één keer per week bijeenkomt. In deze klankbordgroep hebben de gemeente Gouda (senior-projectleider vluchtelingenopvang en de stadsmarinier van Veiligheid en Wijken), COA, politie en omwonenden zitting. Ook is er vanaf de opening van de Molenwiek met omwonenden een bellijst gedeeld met telefoonnummers die in bepaalde situaties gebeld kunnen worden. 17. De Verenging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderscheidt in haar Handreiking voor gemeenten Kernbeleid Veiligheid 2017 vijf veiligheidsvelden.

Deze veiligheidsvelden hanteert Gouda ook in haar Kadernota Veiligheid 2015 – 2018: ▪ Veilige woon- en leefomgeving 1.1: Sociale kwaliteit 1.2: Fysieke kwaliteit 1.3: Objectieve veiligheid/veelvoorkomende en ‘high impact’-criminaliteit 1.4: Subjectieve veiligheid ▪ Bedrijvigheid en veiligheid 2.1: Veilig winkelgebied 2.2: Veilige bedrijventerreinen 2.3: Veilig uitgaan 2.4: Veilige evenementen 2.5: Veilig toerisme ▪ Jeugd en veiligheid 3.1: Jeugdoverlast 3.2: Jeugdcriminaliteit/individuele probleemjongeren 3.3: Jeugd, alcohol en drugs 3.4: Veilig in en om de school ▪ Fysieke veiligheid 4.1: Verkeersveiligheid 4.2: Brandveiligheid 4.3: Externe veiligheid 4.4: Rampenbestrijding en crisisbeheersing ▪ Integriteit en veiligheid 5.1: Polarisatie en radicalisering 5.2: Georganiseerde criminaliteit 5.3: Veilige Publieke Taak 5.4: Informatieveiligheid 5.5: Ambtelijke en bestuurlijke integriteit Toch zien we op veel aspecten weinig tot geen visie of inzet terug in het IVB. Hoe wordt omgegaan met de thematiek die niet is opgenomen in het IVB? Voorliggend IVB geeft voldoende kaders om in de uitvoering op alle belangrijke veiligheidsissues inzet te plegen. De geprioriteerde veiligheidsthema’s voor Gouda sluiten aan bij de landelijke- en regionale thema’s en zijn afgestemd met onze (veiligheids)partners. 18.

Het capaciteitsprobleem bij justitie en politie wordt nergens als kritische succesfactor aangehaald, wat zijn de gevolgen van dit IVB voor de inzet van de ketenpartners (politie, gemeentelijke handhaving en justitie in het bijzonder)? Zie bovenstaande antwoord 19. Raadsmemo straatintimidatie: op welke wijze kunnen de opties voor de aanpak straatintimidatie onderdeel worden van het veiligheidsbeleid?. Aangezien het tegengaan van straatintimidatie vooral in preventie moet worden gezocht en dit binnen het sociaal domein valt, lijkt het Integraal Veiligheidsbeleid hier niet de juiste ‘plek’ voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=220bed9d-97df-47e9-af83-bd6a96a7c855