A PvdA Blaauwe Haan Akoestisch onderzoek.docx
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Haan Commissiegriffier Datum antwoord
: PvdA Max de Groot : 12/9/2021 : Akoestisch onderzoek geluidsbelasting weg en spoorwegverkeer Blaauwe : : 15 september 2021
Vragen: In het akoestisch onderzoek geluidsbelasting weg en spoorwegverkeer treffen wij bij de conclusies de volgende tekst aan:
De overschrijding van de voorkeurswaarden treedt alleen op bij de hoogste bouwlagen. 1. Op grond waarvan wordt hier gesteld dat de hoogte bouwlagen niet altijd als slaapkamer/verblijfsruimte worden gebruikt? In onze ogen zal dit zeker vaak wel het geval zijn. 2. Moet er daarom niet standaard mee rekening gehouden worden dat op deze bouwlagen dus vaak wel slaapkamer dan wel verblijfsruimtes worden gevestigd 3. Tevens wordt er gesteld dat in de zomer slaapverstoring kan worden voorkomen door met één raam open te slapen. Betekent dit dat afkoeling / ventilatie door aan twee zijden ramen te openen dus eigenlijk wordt ontraden. De bewoner moet dan kiezen tussen geluidsoverlast of een betere ventilatie. Klopt deze aanname? 4. Overschrijding van voorkeurswaarden spoorwegverkeer wordt in het tweede punt opgeheven door een hoger geluidsniveau van wegverkeer. Graag uitleg over deze in onze ogen vreemde conclusie. Is er bij beide sprake van overschrijding?
Antwoorden: De bij de vragen aangehaalde twee punten uit het rapport maken onderdeel uit van een afweging voor het nemen van bron- en overdrachtsmaatregelen. Dergelijke maatregelen betreft het verlagen van de geluidsbelasting bij de woningen, door het
nemen van maatregelen aan de bron (zoals het spoor en de weg) of in het tussen de bron- en de woningen gelegen gebied (geluidschermen). Voor een besluit hogere waarde (geluidsbelasting die boven de voorkeurswaarde ligt) is het van belang dat dergelijke maatregelen worden beschouwd. Dat is de context van de tekstpassages waaraan wordt gerefereerd. 1. Het kan inderdaad zo zijn dat een zolder op bovenste bouwlaag gebruikt gaat worden als een slaap- of verblijfskamer. Dat de geluidsbelasting op de zolder hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, zegt niet dat op de zolder niet geslapen kan worden. De gemeente heeft een geluidbeleid waarin de voorwaarden staan omschreven om tot een goed akoestisch woon- en leefklimaat te komen bij woningen. Daaraan wordt voldaan. De geluidsbelasting op de grondgebonden woningen is voor een stedelijk gebied (zeer) laag. 2. In het plan en in de toetsing van het akoestisch rapport wordt voldoende rekening gehouden met de mogelijkheid tot verblijfsruimten op de zolderverdiepingen. Het heeft geen gevolgen voor de genoemde conclusies ten aanzien van de doelmatigheid van bron- en overdrachtsmaatregelen aan en rond het spoor. Bron- en overdrachtsmaatregelen zullen in dit geval te kostbaar blijven in relatie tot het effect (niet doelmatig). 3. De bewoner heeft de keuze om met de ramen aan één of twee zijden geopend te slapen.
Bij een (zolder)kamer met aan weerszijden ramen is er de mogelijkheid om een raam open te zetten aan de geluidsluwe zijde. In dit geval heeft de bewoner dus een keuze, in tegenstelling tot ‘gewone’ slaapkamers waar veelal sprake is van eenzijdige oriëntatie. Op warme dagen blijft het mogelijk om ramen aan beide zijden te openen en op die manier extra te ventileren. Dit zal gepaard kunnen gaan met een beperkt verhoogde belasting van het spoorwegverkeerslawaai, ware het niet dat de intensiteit van het aantal treinen ’s nachts aanzienlijk lager ligt. 4. Het gaat hier ook om een afweging van de bron- en overdrachtsmaatregelen. Hoge kosten aan en rond het spoor worden als niet doelmatig beoordeeld, vanwege het wegverkeer dat hier een rol speelt. Het wegverkeerslawaai is op deze plek, relatief bezien, dusdanig hoog dat een vermindering van het spoorweglawaai nutteloos zou zijn. Het geluid van het spoorwegverkeer wordt door het geluid van het wegverkeer gemaskeerd. Investeren in een vermindering van spoorweglawaai is daardoor niet doelmatig. Met het ontwerpbestemmingsplan heeft ook het besluit hogere waarden Wet geluidhinder ter inzage gelegen. De omgeving is te kenmerken als binnenstedelijk. Een groot deel van het geluid in de omgeving is afkomstig van een spoorweg en niet zoneplichte wegen.
Uit het akoestisch rapport blijkt dat de voorkeursgrenswaarde voor het spoorwegverkeerslawaai van 55 dB met 2 dB wordt overschreden. Deze overschrijding komt bij lange na niet in de buurt van de maximale grenswaarde van 68 dB. De kosten voor raildempers en geluidsschermen worden in relatie tot de projectomvang als onhaalbaar beoordeeld. Daarbij worden dergelijke maatregelen in verband met de beperkte overschrijding van 2 dB en de benodigde lengte van de maatregelen als ondoelmatig beoordeeld. De woningen zullen binnen gaan voldoen aan een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Hierop wordt toegezien bij de toetsing van de aanvraag om de omgevingsvergunning. Uit de beoordeling van de akoestische en bouwtechnische berekeningen door Omgevingsdienst Midden-Holland d.d. 5 augustus 2021 blijkt dat voldaan wordt aan de eisen ten aanzien van nieuwbouw. Bij de bepaling van de benodigde gevelwering is uitgegaan van de gecumuleerde geluidsbelasting. Dus de 30 km/u wegen én het spoor.