CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A - Nota Waardering en afschrijvingen vaste activa - WaVa 2025

Commissie Bestuur 20 november 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeld- en oordeelsvorming Nota Waardering en afschrijving Vaste activa 20253.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nr.

Partij 1 CU

Vraag 2.1.1 Immateriële vaste activa In de nota wordt de volgende waarderingsregel voor kosten voor onderzoek- en ontwikkeling gemeld: “Immateriële kosten voor het realiseren van een bepaald actief in eigendom van de gemeente, worden in Gouda geactiveerd vanaf het moment dat het investeringsbudget is vastgesteld door de gemeenteraad. Immateriële kosten in de fase(n) daarvóór worden niet geactiveerd. Op basis van een onderbouwd voorstel kan de gemeenteraad hier anders over besluiten.” 1.Is het juist dat het dus kan voorkomen dat voorbereidingskosten die zijn gemaakt voor een (materieel) actief in enig jaar als kosten in de exploitatie worden geboekt en na een besluit van de gemeenteraad om een budget voor de uitvoering toe te kennen daarna als een positief resultaat moeten worden gecorrigeerd in het exploitatiesaldo?

Antwoorden Het is niet mogelijk om na het afsluiten van een boekjaar de kosten uit de exploitatie te halen en te activeren. Het is wel mogelijk om deze voorbereidingskosten vóór het afsluiten van het boekjaar alsnog onder de activa te rubriceren. De voorwaarden genoemd in artikel 60 van het BBV geven aan dat kosten alleen mogen worden geactiveerd als de plannen met betrekking tot het actief, waarvoor de kosten worden gemaakt, redelijk omlijnd zijn, uitvoerbaar blijken en de kosten goed kunnen worden ingeschat. Vaak bevindt men zich dan al in een verder gevorderd stadium dan het vooronderzoek, waarbij duidelijk is dat de kosten voor de vervaardiging van het actief kunnen worden geactiveerd. Dit leidt in veel gevallen ook al tot een investeringsaanvraag. De commissie BBV geeft in haar notitie MVA aan dat investeringen onder de MVA gepresenteerd moeten worden. Het BBV kent geen rubriek ‘onderhanden werk’.

2 CU

2.1.2 Materiële vaste activa Met de bevindingen naar aanleiding van het opstellen van de nieuwe Nota In de nota staat het volgende: “Het BBV heeft in het kader van de WAVA zullen voortaan de eigen bijdragen in mindering worden gebracht op de uniformiteit, transparantie en vergelijkbaarheid tussen investeringen in het IHP. gemeenten, het zogenaamde netto activeren verplicht gesteld. Dit houdt in dat eventuele bijdragen van derden in aftrek moeten worden gebracht op de investering.” Door ons is een vraag gesteld bij de 2e BERAP (vraag 11) over de bijdrage van scholen in de investeringen voor het IHP. De verwerking van die bijdrage wordt volgens deze rapportage verwerkt in de reserve onderwijshuisvesting. Dat is anders dan in deze Nota wordt voorgeschreven. 2.Welke methode gaat er nu worden gevolgd voor de bijdrage van de scholen in de investeringen voor het IHP?

3 CU

2.1.3 Financiële vaste activa In de Nota staat als waarderingsgrondslag: “De belangen in gemeenschappelijke regelingen en deelnemingen, evenals effecten, worden gewaardeerd tegen de kostprijs.” In paragraaf 3.4 staat dat waardeverminderingen pas worden genomen bij een desinvestering (Uitgangspunt 9).

Bij de uitgangspunten in de jaarstukken is het volgende opgenomen (pagina 125): De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in Afwaardering van grondposities in gemeenschappelijke aanmerking genomen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte regelingen of fondsen met derden die geen onderdeel vormen oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Participaties in het van de voorraad lijkt daarmee af te wijken van de waardering van aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan grondposities in de eigen jaarrekening. deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen 3.Is deze constatering juist? daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats. 4.In artikel 65 van het Besluit Begroting en Verantwoording Bovenstaande is leidend en onder kostprijs wordt ook oorspronkelijke staan andere momenten waarop een waardevermindering zal verkrijgingsprijs bedoeld. worden genomen (bijvoorbeeld in lid 2 bij deelnemingen).

Wordt Op voorraden en deelnemingen wordt in beginsel niet afgeschreven, tenzij de in deze situaties ook een afwaardering genomen? marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zoals genoemd in artikel 65 lid 2 van de BBV en in de Nota WaVa bij het onderdeel 3.4. Conclusie: De constatering is daarom onjuist, aangezien afwaardering van grondposities in deelnemingen dan wel eigen grondsposities in beginsel niet jaarlijks wordt afgeschreven. Dit gebeurt alleen op het moment dat de marktwaarde lager is dan verkrijgings- of vervaardigingsprijs. A4. Ja, hier ziet de accountant jaarlijks op toe bij de controle van de jaarrekening.

4 CU

3.5 Componentenbenadering Uit de tekst van de nota blijkt dat er een keuze gemaakt wordt terughoudend te zijn om de componentenbenadering toe te passen (keuze per actief) 5.Staat het BBV toe dat deze keuze per activum wordt gemaakt en niet per categorie? 6.Zijn gronden die onderdeel zijn van een actief niet altijd een onderdeel waar niet op wordt afgeschreven en waar dus de componententheorie wordt gebruikt?

Het BBV staat niet toe om de componentenbenadering per activum te bepalen. In de notitie MVA van de commissie BBV is het volgende aangegeven: "Een gemeente die de componentenbenadering voor een bepaalde categorie kapitaalgoederen wil gaan gebruiken, moet dit consequent voor deze categorie toepassen." De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende onderdelen van een MVA, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de individuele waardevermindering van die onderdelen. De technische of economische levensduur kan namelijk per onderdeel verschillen. Deze toelichting is niet van toepassing op gronden, aangezien op gronden conform artikel 65, lid 2 van de BBV niet wordt afgeschreven, tenzij de marktwaarde lager is dan de boekwaarde.

5 CU

4.2 Methode van afschrijven Voor het bijbehorende programmaonderdeel geldt dat hoe sneller wordt In de nota worden een aantal argumenten genoemd om te kiezen afgeschreven, hoe lager de rentelasten zijn die aan het programmaonderdeel voor een lineaire afschrijving. worden toegerekend. Op concernniveau wordt dit effect geneutraliseerd via 7.“Deze methode is goedkoper door lagere rentelast.” Dat is voor het taakveld treasury, waardoor het totaalresultaat niet verandert. het bijbehorende programmaonderdeel wellicht juist. Maar dat voordeel wordt dan toch als nadeel geboekt bij de treasury zodat Indien er meer vreemd vermogen tegen hogere rentepercentages moet het totaalresultaat niet verandert? worden aangetrokken, leidt dit echter op concernniveau tot hogere lasten, Uitgangspunt 11 geeft aan dat de annuïtaire waardoor er minder financiële ruimte overblijft in het perspectief. afschrijvingsmethode voor twee specifieke categorieën gebruikt gaat worden. Zwembaden en Kantoorgebouwen. De motivatie Het Huis van de Stad valt inderdaad onder de categorie ‘kantoorgebouwen’. die daarvoor wordt genoemd is: “als de kapitaallasten gedekt gaan worden door een structurele opbrengst”. De uitgangspunten zijn leidend. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 27.

8.Valt het huis van de stad onder de categorie kantoorgebouwen? 9.Is bij de behandeling van de afschrijving Uitgangspunt 11 leidend of de in de alinea daarvoor gegeven uitleg?

6 CU

5. Bestuurlijke verantwoording en procedures. Dit is in lijn met de begrotingsbehandeling om zorgvuldig over de jaren te Onder het kopje Wijzigen van investeringsbudgetten staat de spreiden en bij te stellen indien nodig. Ook moet dit passen binnen alle volgende zin: “De budgethouder mag, binnen het door de raad ratio's en de gestelde schuldquote. toegekende budget en binnen door de raad toegekende termijn, budgetten administratief faseren/schuiven over de jaren.” Zoals dat nu is geformuleerd kan dit dus ook betekenen dat een project wordt vervroegd. 10.Is dit uitgangspunt in overeenstemming met het bij de begrotingsbehandeling 2025 e.v. uitgesproken voornemen om de investeringen zorgvuldig over de jaren te spreiden om zodoende planmatig in de gaten te houden of voldaan blijft worden aan de leenquote en de solvabiliteitseis?

7 GoPo

Wat is de impact mbt de begroting 2025-2028 aangaande het resultaat, schuldpositie, balanspositie?

8 LG

Kan worden aangegeven waarom deze vaststelling eind 2024 In het kader van verbeteren financiële functie moesten er keuzes worden wordt aangeboden en waarom niet in 2023 aangezien in de gemaakt wat er vorig jaar wel en niet gedaan kon worden. In overleg met de financiële verordening is opgenomen dat eens in de vier jaar de auditcommissie/raad is besloten deze een jaar te verschuiven. Nota waardering en afschrijvingen vaste activa wordt vastgesteld en dat de laatste keer 2019 was?

Het effect op de solvabiliteit bedraagt 0,1% daling, het effect op de schuldquote bedraagt 0,2% daling en het effect op het begrotingsresultaat bedraagt € 693.000 in 2025 aflopend naar € 142.000 in 2029.

9 LG

10 LG

11 PvdD

12 PvdD

13 PvdD

14 PvdD

De nieuwe spelregels zorgen voor meer financiële eenvoud en Het stoppen met het toerekenen van rente tijdens de bouw zorgt ervoor dat minder kosten op de lange termijn. Kan worden aangegeven wat we niet twee verschillende methoden van toerekening toepassen, maar één. die financiële eenvoud nu precies inhoudt en welke de minder Dit draagt bij aan eenduidigheid en verkleint de kans op fouten. kosten zijn in euro’s? Wat betreft de financiële gevolgen: het niet activeren van rente leidt op korte termijn tot een nadeel, maar biedt op de lange termijn een voordeel door lagere kapitaallasten als gevolg van een lagere boekwaarde. Voorgesteld wordt om de overhead systematisch toe te rekenen De raad stelt de investeringenbudgetten beschikbaar en gaat ook over de (via opslag op salarissen en inhuur). Wordt bij het weergeven van methode van overheadtoerekening. In de begroting wordt de methode van de kosten salarissen en inhuur dit apart aangegeven in de overheadtoerekening bepaald en conform afgelopen jaren zullen de kosten toekomst? van overhead, salarissen en inhuur in de jaarrekening worden gerapporteerd. Raadsvoorstel: Wordt het toekennen van overhead aan Het gaat om alle investeringsbedragen die in het jaar 2025 lopen (en investeringen alleen gedaan bij alle nieuwe investeringen of ook eventuele toekomstige aanvullingen / mutaties hierop).

De overhead opslag met terugwerkende kracht voor reeds gedane investeringen? zal gelden voor de gemaakte salaris-/ en inhuurkosten die vanaf 2025 worden geboekt. Raadsvoorstel: Wat betekent de wijziging van de De afschrijvingstermijn voor de onderlaag was 30 jaar, deze is 24 jaar afschrijvingstermijnen van kunstgrasvelden? Zijn deze geworden. Afschrijvingstermijn voor drainage was 20 jaar en dit is 24 jaar eerder/later toe aan vervanging? geworden. Raadsvoorstel: Waarom wordt activeren een administratief Het activeren van kosten is per definitie een administratief belastend proces. belastender process? Zo moet een activum worden aangemaakt, jaarlijks moet er afgschreven worden en rente berekend op basis van de boekwaarde. Ook wordt dit jaarlijks door de accountant getoetst. Op het moment dat lasten niet worden geactiveerd, wordt het ineens in hetzelfde jaar ten laste van de exploitatie gebracht. Raadsvoorstel: Betekent de wijziging Open Krediet dat het Dit was slechts een formaliteit: de raad stelde het krediet beschikbaar en er college niet meer hoeft te openen? Was dit slechts een mocht pas uitgegeven worden als het college dit had geopend. Omdat dit een formaliteit? formele stap was toetste de accountant hier ook op. In de nieuwe situatie is het krediet beschikbaar om uit te geven als de raad het budget beschikbaar heeft gesteld. Dit past bij de bevoegdheid van de raad.

15 PvdD

Raadsvoorstel: Restwaarde circulaire gebouwen – wanneer ze zich voordoen aan het eind van hun afschrijftermijn?

16 PvdD

Raadsvoorstel: Financiële gevolgen: Zaten deze lasten en baten Nee, zoals in het raadsvoorstel wordt voorgesteld, beslist de raad hierover bij al verwerkt in de begroting 2025 die recent door de raad is het vaststellen van deze nota. aangenomen? Nota: P.10 Hoeveel gebouwen uit de gemeentelijke Dit betreft 10 gebouwen. vastgoedportefeuille vallen onder bedrijfseconomische functie?

17 PvdD

18 PvdD 19 PvdD

20 PvdD

21 PvdD

22 PvdD

23 SGP

Bijlage 1: Gaat de gemeente uit van een technische of economische levensduur bij bomen? Bijlage 1: Waarom is het realistisch om uit te gaan van een afschrijftermijn van 40 jaar bij bomen, gezien de grote hoeveelheid bomen die eerder wordt gekapt in Gouda? Bijlage 1: Als een boom binnen de afschrijftermijn van 40 jaar wordt gekapt en vervangen, wat gebeurt er met de afschrijving van de gekapte boom? Wat betekent dit financieel?

Zie hiervoor antwoord op vraag 28.

De gemeente gaat uit van een economische levensduur. Daarbij wordt wel rekening gehouden met een reële levensduur. De gekozen afschrijvingstermijn van 40 jaar is gemiddeld een reële raming.

Dit is afhankelijk van het aantal en de waarde van de te vervangen bomen. Als het gaat om 1 boom dan is het niet waarschijnlijk dat dit effect heeft op de afschrijving. Als het gaat om meerdere bomen, zou een inhaalafschrijving plaats moeten vinden en de nieuwe bomen weer geactiveerd moeten worden. In de praktijk verwachten we dit weinig tegen te komen. Bijlage 1: Is voor het aanleggen van straten en de renovatie 40 en Ja. 20 jaar afschrijving respectievelijk realistisch gezien de bodemdaling? Bijlage 1: Hoe verhoudt de afschrijftermijn van aanleggen en Er is geen vergelijking gemaakt met gemeenten die niet te maken hebben met renoveren van straten zich met gemeenten die niet te maken bodemdaling. Gemeenten in de regio (die over het algemeen ook met hebben met bodemdaling? bodemdaling te maken hebben) hanteren vergelijkbare of soms langere termijnen. Kan aangegeven worden hoe groot het totaalbedrag per jaar is Voor de actualisatie meerjarenonderhoudsplan gemeentelijk vastgoed 2025dat niet geactiveerd wordt, door het ophogen van het 2030 is dit verwerkt in het voorstel dat seperaat naar de raad is verstuurd. grensbedrag van 25.000 naar 50.000? Voor de overige items betreft dit kleine verschillen.

24 SGP

Vervolgvraag hierop: waarom is dit niet opgenomen in het financieel perspectief? Met dit besluit komen er de komende jaren toch meer investeringen ten laste van de exploitatie?

Klopt. Zie hiervoor de actualisatie meerjarenonderhoudsplan gemeentelijk vastgoed 2025-2030 welke seperaat naar de raad is verstuurd. Voor de overige zaken betreft dit kleine verschillen.

25 SGP

Is voor iedereen (die ermee werkt, want voor mij niet i.i.g) duidelijk wat het (technische) verschil tussen groot onderhoud (ten laste van exploitatie) en renovatie (activeren) is?

26 SGP

Waarom zijn kantoorgebouwen en zwembad(en) uitgezonderd van lineair afschrijven?

Dit is uitvoerig beschreven in de notitie MVA 2020 van de commissie BBV. Voor de geïnteresseerden is deze te vinden op https://commissiebbv.nl/ Intern is dit bekend en hier wordt ook op getoetst bij de interne controle en door de accountant bij de jaarrekening. Voor beide categorieën staat er 1 object (HvdS en Groenehovenbad) in de bestaande activa en dit is toen bij het toekennen van het investeringsbudget expliciet door de raad besloten. Bestaande items moeten conform BBV herrekend worden na aanpassing van de nieuwe nota WaVa, indien dit anders wordt. Als dit wordt aangepast wordt het financiële effect in 2025 ruim € 350k lager en aflopend naar ruim € 250k lager.

27 SGP

Vervolgvraag daarop: de argumentatie waarom lineair prevaleert Het voorbeeld was genoemd in welke situatie het zou kunnen voordoen waar boven annuïtair staat toch los van het feit of er al dan niet gelijkmatige bedragen de voorkeur konden hebben. In Gouda is het geen opbrengsten tegenover de investering staan? Waarom dan de uitzondering (anders had hij inderdaad bij de twee genoemde gestaan). uitzondering maken voor bijv. parkeergarages? En waarom staan Wellicht was het (achteraf gezien) beter geweest dit voorbeeld niet te noemen parkeergarages niet bij de twee genoemde uitzonderingen? om verwarring te voorkomen.

28 van der Meije

Op welke wijze wordt de raad betrokken bij de keuze voor het wel In de auditcommissie is dit ook ter sprake gekomen. Vanuit financiële of niet inzetten van een restwaarde, bijvoorbeeld bij circulair behoedzaamheid is ervoor gekozen om dit niet aan de voorkant mee te bouwen? nemen. Mochten er, door bijvoorbeeld circulair bouwen, materialen hergebruikt worden dan zal het investeringsbedrag van de vervanging lager zijn. Wordt bij de toerekening van overhead aan projecten een In de begroting wordt elk jaar een inschatting gemaakt en bij de jaarrekening realistische inschatting van externe inhuur gebruikt? Of wordt de wordt een nacalculatie gedaan. Het streven is om dit zo realistisch mogelijk te sleutel van 80/20 (verhouding vast/inhuur) gebruikt? ramen bij de begrotingen.

29 van der Meije

30 van der Meije

Het verrekenen van bijdragen uit de reserves is niet meer toegestaan sinds 2017. Wel mogen reserves ingezet worden ter dekking van de afschrijvingslasten. Gebruikt Gouda reserves ter dekking van afschrijvingslasten? Zo ja, graag een voorbeeld. Zo nee, waarom niet?

31 van der Meije

Kan aan de hand van een voorbeeld worden voorgerekend wat Zie hiervoor de gele cellen in de bijlage bij vraag 31. het betekent dat meer rente wordt toegerekend aan een activum als afgeschreven wordt met een restwaarde?

32 van der Meije

De meeste schoolgebouwen zijn gemiddeld 60 jaar als ze Veel (investeringen in) schoolgebouwen zijn bij vervanging/renovatie ouder vervangen worden. Is er een technische reden om de afschrijving dan 40 jaar. Maar dit is met name een gevolg van beperkte financiële op 40 jaar te zetten? middelen en uitvoeringscapaciteit. De staat van veel gebouwen die veel ouder zijn dan 40 jaar is onder de maat. Daarom is vooralsnog 40 jaar nog steeds een goed uitgangspunt.

33 van der Meije

Graag aangeven of en zo ja, welk effect er is op de solvabiliteitsratio door de genoemde maatregelen, zoals lineair afschrijven, restwaarde nihil, de overhead verdeling en de gekozen afschrijvingstermijnen. Is dit effect al verwerkt in de Programmabegroting die vorige week is vastgesteld?

Zie hiervoor de beantwoording bij vraag 7.

Welke mogelijkheden zijn er om het negatieve effect niet ten laste te laten komen van het perspectief of het effect later in de tijd te laten plaatsvinden?

Dit kan als ervoor wordt gekozen om, in afwijking van het voorstel, de bestaande werkwijze ten aanzien van rente tijdens de bouw te handhaven. Hiermee vervallen dan echter ook de voordelen van de minder complexe administratie, kans op fouten en de financiele voordelen op de langere termijn.

34 VVD

35 VVD

Ja, ook wij maken gebruik van reserves voor afschrijvingslasten. Zie hiervoor een overzicht op pagina 114 van de programmabegroting 2025 en de toelichting op pagina 115. Concreet gaat het hierbij om de volgende reserves: "Afschrijvingslasten Goudse Poort", "Afschrijvingslasten Burg. Martensingel 15", "Afschrijvingslasten vervangingsinv. O.R."

Nee, deze effecten zijn niet verwerkt in de vastgestelde begroting van 2025. Deze begroting is opgesteld met effecten t/m peildatum september 2024.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=6368be67-9aab-44f1-9ba5-f1d95228d8ea