CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A LG-D66-CDA-VVD-PvdD-GBG-PvdA Beleidskader Armoede en Schulden- De Cirkel doorbreken

Commissie Samenleving 19 maart 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming Beleidskader Armoede en Schulden5.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

nr

Partij

Raadslid

Vraag

Antwoord

1

Leefbaar Gouda

Linda Verschut

Wat gaat de gemeente concreet doen om ervoor te zorgen dat écht alle kinderen uit de doelgroep Rotterdampas bereikt worden? En dat er optimaal gebruik gemaakt gaat worden van de tegoeden?

Het bereik van de tegoeden op de Rotterdampas is hoog. Naar schatting maakt 84% van de inwoners met een beperkt inkomen hier gebruik van. Het jeugdtegoed wordt door deze 84% nagenoeg volledig besteed. Het verhogen van het bereik van de Rotterdampas onder de doelgroep van zowel kinderen als volwassenen is een doorlopende actie. Er wordt vanuit de gemeente op uiteenlopende manieren gecommuniceerd over de Rotterdampas. De gemeente plaatst bijvoorbeeld berichten in het Kontakt, zorgt voor de verspreiding van flyers in de stad en voorlichting van sociale partners. Buurtvoorlichters gaan in kwetsbare wijken langs de deuren. Consulenten brengen het minimabeleid bijvoorbeeld onder de aandacht tijdens gesprekken en in correspondentie.

2.

D66

Jitske Flietstra

Vraag 1: P5. Landelijk is de verwachting dat armoede onder kinderen toeneemt in 2028. Wat is de verwachting in Gouda?

De gemeente beschikt niet over dergelijke data. Over het algemeen volgt Gouda het landelijk gemiddelde in trends.

3.

D66

Vraag 2: P6. Het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening blijft achter bij het stijgende aantal inwoners met problematische schulden. a. Hebben we hier concrete cijfers van? b. Wat is hiervoor de verklaring?

Er is de afgelopen jaren een lichte stijging te zien in het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening in Gouda. Dit aantal was in 2024 gemiddeld 32 per maand, in 2023 en 2022 waren dit er gemiddeld 27. Net zoals het landelijke beeld blijft het aantal aanmeldingen achter bij het stijgende aantal inwoners dat te maken heeft met problematische schulden. Uit onderzoek blijkt dat mensen met schulden doorgaans pas na 5 jaar hulp zoeken. Redenen daarvoor zijn divers en uit onderzoek is bekend dat mensen vaak lang denken het zelf nog op te gaan lossen of de ernst niet volledig doorgronden.

Het kan daarom zijn dat de stijging later zichtbaar wordt in het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening. Om dit effect van late aanmelding zoveel mogelijk tegen te gaan, wordt met vroegsignalering veel gedaan aan bewustwording en het aanbieden van hulp. Mogelijk kan het zijn dat de inzet op vroegsignalering ervoor zorgt dat mensen toch eerder in beeld komen. 4.

D66

Vraag 3: P12. De sociale partners spelen een grote rol als het gaat om het bereiken van kwetsbare inwoners. 1. Wie zijn de sociale partners precies en is het mogelijk om alle kwetsbare inwoners te bereiken via de sociale partners? Zou hier wat meer uitleg over kunnen worden gegeven? 2. In bijlage 2 wordt gesproken over een registratiesysteem. Kunnen de sociale partners hier ook gebruik van maken? Zo nee, waarom niet?

Om een sluitende keten van hulp bij schulden te maken en het signaleren van betalingsproblemen en armoede te versterken, is actief gewerkt aan een netwerk van organisaties die hierbij een rol kunnen spelen. Met deze organisaties zijn afspraken gemaakt over taken en rollen en deskundigheidsbevordering en deze zijn vastgelegd in 2020 in het convenant Goude Standaard voor schuldhulp. Samen met de professionele organisaties en vrijwilligersorganisaties wordt er laagdrempelige financiële ondersteuning geboden en gestreefd naar het oplossen van schulden. De sociale partners die zijn aangesloten op het convenant zijn o.a. het Sociaal Team, Fivoor, diverse bewindvoerders en ook vrijwilligersorganisaties zoals Over Rood, Schuldhulpmaatjes en Humanitas Thuisadministratie. Daarnaast zijn er partners zoals Kernkracht, Gemiva, Stichting Steunpunt OOG, ASVZ die vanuit zorg en ondersteuning bijdragen. Bovendien zijn er partners met voornamelijk een signalerende rol zoals de GGD en woningcorporaties. En zijn er partners die praktische hulp bieden bij armoede en schulden zoals de voedselbank, de Non-foodbank, de diaconie PKN en anderen. Naast deze convenantspartijen wordt ook samengewerkt met het netwerk InGouda.

pagina 2

Een onderdeel van de basisdienstverlening schuldhulpverlening zoals vastgelegd in de bestuurlijke afspraken betreft het bevorderen van de samenwerking tussen verschillende hulpverleners via een registratiesysteem om zo de doorgeleiding naar professionele schuldhulpverlening te bevorderen. Het uitgangspunt is dat sociale partners zoals vrijwilligers, huisartsen of wijkteams gebruik kunnen maken van het registratiesysteem. Op dit moment wordt door het ministerie SZW onderzocht wat mogelijk is binnen de huidige wet- en regelgeving, de WGS en de AVG. De gemeenten worden geïnformeerd zodra er meer bekend is. Mocht dit registratiesysteem te zijner tijd beschikbaar komen dan zal Gouda daarbij scherp de balans in de gaten houden tussen de noodzaak van het delen van informatie en het recht op bescherming van persoonsgegevens. Hier worden dan lokaal nog de noodzakelijke afwegingen voor gemaakt. 5.

D66

Vraag 4: P.14 op de Rotterdamspas staan veel tegoedbonnen, kunnen tegoeden die niet gebruikt zijn meegenomen worden naar een volgend jaar of kunnen deze tegoeden ook gebruikt worden voor andere doeleinden?

pagina 3

De tegoeden worden jaarlijks grotendeels gebruikt en kunnen niet meegenomen worden naar een volgend jaar. In de coronajaren was dit wel mogelijk omdat niet alle tegoeden konden worden verzilverd, bijvoorbeeld doordat winkels gesloten waren. Toen zijn de restanten toegevoegd aan de tegoeden van het nieuwe jaar. Dit is nu niet meer nodig. Ook voor de financiële beheersbaarheid wordt met jaarlijkse bedragen gewerkt. Tegoeden kunnen niet voor andere doeleinden dan waarvoor toegekend worden ingezet.

6.

D66

Vraag 5: P.17 Er wordt meer ingezet op financiële voorlichting aan kinderen en jongeren. De GASD gaf hierbij ook aan om scholen te betrekken, college gaf hierop antwoord dat er geen ruimte is voor scholen om dit op te pakken. a. Worden scholen hier nog wel bij betrokken of is dit een verloren zaak? b. Op welke manier worden kinderen en jongeren nu voorgelicht?

Het is voor scholen inderdaad lastig om ruimte vrij te maken in hun drukke programma. Bovendien ligt hier ook een taak voor ouders bij het opvoeden. Toch blijven scholen een belangrijke vindplaats. Zij zullen daarom betrokken blijven worden. Daarbij zet de gemeente in op activiteiten die het voor scholen haalbaar en aantrekkelijk maken om op school aandacht te besteden aan dit onderwerp. Voor de voorstelling Boterhammen met ketchup, die armoede en schulden bespreekbaar maakt, is het wel gelukt om samen te werken met een aantal Goudse basisscholen. Deze voorstelling geeft aanleiding om in de klassen door te praten over dit thema. De intentie is om door middel van voorlichting in de toekomst ook meer praktisch in te gaan op dit onderwerp. Verder kunnen de schoolcontactpersonen van het sociaal team in gesprek gaan met de gezinnen en dat zij ook de school kunnen ontzorgen.

7.

D66

Vraag 6: P.22 Er is sprake van een stijging in het aantal huishoudens dat betalingsachterstanden ontwikkelt. Is hier een verklaring voor?

De gemeente heeft geen specifieke verklaring waarom Goudse huishoudens meer te maken hebben met betalingsachterstanden. Wel is deze stijging in lijn met het landelijke beeld. De afgelopen jaren is er sprake van diverse uitdagingen waar huishoudens met een beperkt inkomen tegenaan lopen. Zoals gestegen energieprijzen en kosten van boodschappen. Mogelijk speelt ook de mogelijkheid om aankopen te doen op afbetaling en de optie tot afterpay.

8.

D66

Vraag 7: P.22 Maar een klein deel van de huishoudens weet de weg te vinden naar schuldhulpverlening. De sociale partners spelen hier nu al een grote rol in, maar zou deze verder

De Goudse sociale partners die verenigd zijn in het Convenant de Goudse Standaard ondersteunen inwoners die te maken hebben met armoede en schulden en hebben ook een signalerende rol voor het geval schuldhulpverlening nodig is. Er is sprake van een

pagina 4

uitgebreid kunnen worden? Zo ja, hoe? Zie ook vraag 3a

nauwe samenwerking en regelmatig contact. Het warm houden van deze banden en het informeren van elkaar op relevante thema's is een doorlopende actie. De komende jaren wordt bezien of deze samenwerking kan worden uitgebreid met andere relevante partijen. Naast signalering via de sociale partners worden inwoners met betalingsachterstanden via Vroegsignalering actief geïnformeerd over hulp bij schulden.

9.

D66

Vraag 8: In Gouda worden geen cijfers bijgehouden over inwoners die een terugval hebben. a. Waarom worden hier geen cijfers van bijgehouden? b. Worden de redenen dat iemand een terugval heeft wel bijgehouden? (Om op die manier bijvoorbeeld patronen te leren herkennen waardoor de gemeente beter in staat is om dit te voorkomen) of wordt er op p.24 met de monitoring dit bedoelt?

Eerder is er niet voor gekozen om ook recidive (terugval) bij te houden. Er zijn diverse veelal persoonlijke redenen waarom iemand opnieuw schulden heeft. Gouda heeft er vooral voor gekozen om geen drempels op te werpen als iemand (na uitval uit het traject of recidive) opnieuw hulp nodig heeft. Ook landelijk gezien is het lastig om hier cijfers over terug te vinden. Omdat recidive in de praktijk regelmatig voor komt en de gemeente nu extra in gaat zetten op elementen die recidive zou moeten voorkomen is dit een interessant moment om dit cijfer nu bij te gaan houden. Uit onderzoek van de Hogeschool Utrecht is een indicatie voor recidive gebleken. In Gouda is gemeten hoeveel inwoners na afloop van een traject schuldhulpverlening in vroegsignaleringslijsten voorkwamen. Dit betrof 8%. Dit is hiermee niet representatief voor het opnieuw maken van problematische schulden en daarmee recidive in de zin van schuldhulpverlening.omdat het ook om eenmalige betalingsachterstand kan gaan. Voor de nieuw op te zetten monitoring is 8% recidive vooralsnog het

pagina 5

startpunt. https://www.hu.nl/onderzoek/publicaties/hoehalen-inwoners-de-startstreep

Met de monitoring op pagina 24 wordt inderdaad gedoeld op het bijhouden van dergelijke informatie. 10.

D66

11.

CDA

Margreet h van Dijk

Vraag 9: P.28 Er worden een aantal oplossingen bedacht om het JPF, maar ook het volledige beleidskader incidenteel te bekostigen. Is de verwachting dat deze incidentele kosten, op den duur structureel moeten zijn? Zo ja, is er al een idee hoe?

Tijdens de looptijd van dit nieuwe beleidskader wordt stevig ingezet op het begeleiden van inwoners met schulden en de effecten hiervan zullen worden gevolgd. Afhankelijk van deze effecten maar ook overige maatschappelijke ontwikkelingen, landelijk beleid en wijzigingen in economisch klimaat dient te worden bezien of en welke maatregelen ook na het verstrijken van de looptijd van dit kader noodzakelijk en daarmee structureel zijn. Hiervoor kunnen in ieder geval de extra structurele middelen van jaarlijks € 170.000,- worden ingezet. Voor de inzet van het JPF is ter voorbereiding van de kadernota 2026 en verder, een structurele bekostiging gevraagd en is dekking gevonden binnen het totale pakket aan maatregelen dat met de raad wordt besproken.

Vraag 1.Blz 5,84% doelgroep gebruikt de Rotterdampas. Waarom niet al de 100%. Is hier een reden voor?

Huishoudens met een bijstandsuitkering zijn in beeld bij de gemeente omdat de gemeente deze uitkering aan hen verstrekt. Zij worden daarom persoonlijk geïnformeerd over de mogelijkheid van het aanvragen van de minimaregelingen. Binnen deze groep ligt het gebruik daarom dichtbij de 100%. De huishoudens met een ander inkomen zijn niet altijd in beeld bij de gemeente. Deze huishoudens moeten (wettelijk gezien) uit eigen beweging een aanvraag doen. In vergelijking tot andere gemeenten is het bereik van 84% van de potentiële doelgroep zeer hoog. De

pagina 6

gemeente zet zich doorlopend in op het vergroten van dit percentage. 12.

CDA

Vraag 2. Blz 6. Bij kaders jeugd stond dat het volwassentegoed eruit gaat. Komt dit dan hier weer terug na extra communicatie?

In het voorgestelde maatregelenpakket wordt deze optie genoemd door Berenschot als alternatieve bespaarmogelijkheid maar deze alternatieven zijn geen onderdeel van de huidige voorstellen van het college zoals voorgelegd aan de raad ter voorbereiding op de kadernota. Het college is van mening dat besparen om bestaanszekerheid raakt aan de basis en deze optie is daarom niet verwerkt in het pakket aan maatregelen dat voorligt.

13.

CDA

Vraag 3. Blz 15. Is de reden van niet werken bekend?

Dit is per persoon verschillend.

14.

CDA

Vraag 4. Blz 15. Is reden bekend waarom 21% de Rotterdampas niet aanvroeg?

Hier zijn geen gegevens over bekend. Dit betreft waarschijnlijk de inwoners die niet bij de gemeente in beeld zijn en daarnaast zijn er inwoners die geen beroep wensen te doen op ondersteuning al dan niet vanwege verminderd vertrouwen in de overheid.

15.

CDA

Vraag 5. Blz 16. Kunnen zij met een hoger inkomen niet zelf de huiswerkbegeleiding betalen?

Steunpunt OOG en de Brede School bieden huiswerkbegeleiding aan ieder kind, ongeacht het inkomen van de ouders. Voor deelname geldt wel een (geringe) ouderbijdrage. De tegoedbonnen huiswerkbegeleiding die door de gemeente bekostigd worden, dekken deze ouderbijdrage en zijn alleen beschikbaar voor kinderen met het kindpakket. Zij kunnen dan gratis bij deze locaties terecht, terwijl voor andere kinderen de ouders een bijdrage betalen.

pagina 7

16.

CDA

17.

VVD

Vraag 6. Blz 28. Open einde. Waar komt dit geld vandaan als er een budgetoverschrijding is?

Paul Ruijrok

1. Huiswerkbegeleiding a. Hoeveel gebruik wordt hiervan gemaakt? b. Is er voldoende capaciteit om aan de vraag te voldoen? c. Zijn er al effecten op de leerprestaties merkbaar?

In principe wordt dit binnen Programma 4 opgelost of bekostigd vanuit de algemene middelen / begrotingsperspectief van dat betreffende jaar. Dit is hetzelfde als bij andere open einde regelingen. a. Sinds november 2023 kunnen kinderen van 7 tot en met 17 jaar uit kwetsbare huishoudens gratis gebruik maken van huiswerkbegeleiding. Tot 2025 zijn er 51 tegoedbonnen verzilverd. b. Ja, Kinderen kunnen terecht bij 2 verschillende aanbieders op verschillende locaties en tijdstippen. Met de start van de tegoedbonnen voor gratis huiswerkbegeleiding is de Chocoladefabriek als extra locatie bijgekomen. c. Het effect wordt vooralsnog niet gemeten. Het doel van huiswerkbegeleiding, is het bevorderen van kansengelijkheid. Kinderen uit kwetsbare huishoudens worden in de gelegenheid gesteld om op een rustige plek hun huiswerk te maken met daarbij de benodigde faciliteiten en begeleiding.

18.

VVD

2. De tegoedbonnen sport en cultuur worden maar voor 40% gebruikt. Is onderzocht wat de reden van het niet-gebruik is? Wat is uit dat onderzoek gekomen?

Er is onderzoek gedaan naar de tevredenheid over het jeugdtegoed en de tegoedbonnen sport en cultuur. Uit dit onderzoek kwam dat inwoners zeer tevreden zijn over deze tegoedbonnen. Er zijn in dit onderzoek geen redenen gegeven waarom er geen gebruik gemaakt werd van de tegoedbonnen. Het beoefenen van een sport of andere hobby vraagt op allerlei vlakken inzet van een huishouden. Bovendien hebben niet alle jongeren motivatie om deel te nemen aan sportieve of culturele activiteiten. Daarom is het niet de verwachting dat het gebruik enorm zal stijgen. Weliswaar zet de gemeente

pagina 8

doorlopend in op het vergroten van het gebruik en is dit bovendien opgenomen in het beleidskader als één van de elementen waar extra op ingezet gaat worden. 19.

VVD

3. In het beleidskader staat op p19: "Lokale ondersteuning bij een ontoereikend budget Volgens cijfers van het CBS was er in 2023 sprake van 5200 Goudse huishoudens (15,4%) met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm". a) Wordt hier bedoeld dat "ontoereikend budget" en "een inkomen tot 130%" synoniemen van elkaar zijn? b) Blijkt dat ook uit de Minima Effect Rapportage van Nibud? c) Is het denkbaar dat mensen met een inkomen boven 130% van de bijstandsnorm toch een ontoereikend budget ervaren? d) Zo ja, is dit gemeten?

a) Hier wordt inderdaad hetzelfde mee bedoeld. Huishoudens met een inkomen tot 130% zijn financieel kwetsbaar. b) Uit de Minima Effect Rapportage die voor de laatste keer in 2022 is uitgevoerd bleek dat in het geval van een inkomen van 130% van de bijstandsnorm nagenoeg alle huishoudtypen die betrokken werden in dit onderzoek konden rondkomen van dit inkomen voor de basisuitgaven maar minder beschikbaar hebben voor sociale participatie. Alleen de stellen met 2 oudere kinderen hebben moeite met rondkomen zowel voor de basisuitgaven als voor eventuele sociale particpatie. c) Dat is mogelijk, bijvoorbeeld als een huishouden hoge vaste lasten of schulden heeft. d) In de Minima Effect Rapportage zijn ook de huishoudens meegenomen met een inkomen tot 140% van de bijstandsnorm. Bij dit inkomen kwam hetzelfde beeld naar voren, namelijk dat alleen de stellen met 2 oudere kinderen moeite hadden met rondkomen.

20.

VVD

4. P 20 van het beleidskader: In hoeverre zijn er acties en middelen van de gemeente nodig om organisaties uit het maatschappelijk middenveld (b.v. papierwinkel) nog beter in staat te stellen om een gedeelte van de opleiding en begeleiding op zich te nemen?

pagina 9

Zie ook ons antwoord op vraag 21(VVD)

21.

22.

VVD

PvdD

Beatrijs Lubbers

5. P 24 van het beleidskader: In hoeverre zijn er acties en middelen van de gemeente nodig om organisaties uit het maatschappelijk middenveld (b.v. Humanitas en Schuldhulpmaatje) nog beter in staat te stellen om een gedeelte van de ondersteuning van inwoners op zich te nemen?

Alle partijen in het maatschappelijk middenveld hebben hun eigen expertise en door de samenwerking in het convenant Goudse Standaard wordt onderlinge kennisdeling en samenwerking gestimuleerd.

Vraag 1. Voorgesteld wordt het gebruik van het volwassenentegoed van de Rotterdampas te stimuleren (van 17% naar 30% ) door extra communicatie. Is er ook persoonlijk contact met de aanvragers van een Rotterdampas bij het verstrekken van die pas? Bijvoorbeeld door de pas af te laten halen in het Huis van de Stad, waarbij tegelijk mondeling informatie gegeven kan worden. Dan zou de stijging van 17% naar 100% kunnen plaatsvinden!

Nu heeft 17% van de inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm een Rotterdampas met tegoed en hebben alle Rotterdampashouders in die inkomenscategorie een tegoed op de pas. Het streven is om dit percentage inwoners met een laag inkomen die een Rotterdampas aanvraagt, te verhogen zodat een groter deel van de potentiële doelgroep de pas met daarop het volwassenentegoed gaat gebruiken.

Binnen de huidige begroting zijn geen intensiveringen voorzien van de subsidies aan deze organisaties en vooralsnog zijn er ook geen signalen dat dit nodig zou zijn.

Aangezien het hier gaat om het bereiken van inwoners die nog geen pas hebben, zal een persoonlijk gesprek bij het afhalen van de pas het bereik niet vergroten. Hiervoor zullen andere acties worden ingezet. Het gebruik van het tegoed wordt door de gemeente gestimuleerd, bijvoorbeeld door richting het einde van het pasjaar de pashouders met een tegoed per brief te attenderen op de mogelijkheid om het tegoed op te maken voordat dit verloopt. 23.

PvdD

Vraag 2 Is er vanuit de gemeente een financiële map beschikbaar voor inwoners waarin zij hun financiële administratie overzichtelijk (zelf) kunnen organiseren? Dit naar voorbeeld van de Utrechtse de U-Map, welke met groot succes wordt ingezet in trajecten om

pagina 10

Op dit moment nog niet. Dergelijke functies maken deel uit van het voornemen te komen tot een digitaal hulpmiddel dat in het beleidskader genoemd wordt, in combinatie met de inzet op budgetbeheer en coaching. In deze applicatie kan de eigen financiële administratie worden bijgehouden.

inwoners financieel administratief weer zelfredzaam te maken. 24.

PvdD

Vraag 3. Is bekend in hoeverre mindere taalvaardigheid meespeelt bij de armoede en schulden in Gouda?

Uit onderzoek van de Stichting Lezen en schrijven uit 2016 volgt dat Laaggeletterden ruim twee keer zo vaak onder de armoedegrens leven. Zij zijn twee tot drie keer vaker langdurig arm, hebben een lager inkomen en banen met een lagere beroepsstatus dan nietlaaggeletterden. Voor Gouda zijn dergelijke gemiddelden niet onderzocht maar we gaan ervan uit dat ook in Gouda er een hoge correlatie bestaat tussen verminderde taalvaardigheid en armoede en schulden.

25.

PvdD

Vraag 4. Wordt er ook specifiek hulp geboden aan mensen die de taal niet machtig zijn, maar wel in armoede geraken? Waar kunnen zij terecht voor ondersteuning

Als bij schuldhulpverlening of bij een van de maatschappelijke partners wordt geconstateerd dat iemand verminderd taalvaardig is, wordt deze persoon ondersteund en gewezen op de mogelijkheden van het Taalhuis Gouda. De gemeente heeft een bewustwordingstraining georganiseerd voor de afdeling Schuldhulpverlening, gericht op het herkennen van laaggeletterdheid en doorverwijzen naar het Taalhuis. Daarnaast is bij de brieven van Schuldhulpverlening een testpanel van ervaringsdeskundigen ingezet, wat heeft geleid tot brieven die beter begrijpelijk zijn. Voor hulp bij formulieren en papieren kunnen inwoners altijd zonder voorafgaande screening terecht bij de papierwinkels van het sociaal team. Daar kunnen inwoners eventueel worden doorgeleid naar het Taalhuis maar het is ook mogelijk om ondersteuning te krijgen van een maatje van Humanitas of schuldhulpmaatjes.

26

GBG

1. Hoe wordt de effectiviteit van het ophogen van het jeugdtegoed naar €200 per jaar gemeten en welke meetbare indicatoren

Periodiek wordt er in opdracht van de gemeente door het NIBUD een Minima Effect Rapportage uitgevoerd,

Rüstem Cetin

pagina 11

worden gebruikt om te bepalen of dit bijdraagt aan de halvering van kinderarmoede?

waarbij per huishoudtype wordt uitgerekend wat het effect is op hun budget, van zowel landelijk als lokaal beleid. Bij de volgende Minima Effect Rapportage zal het ophogen van het jeugdtegoed ook meegenomen worden en daarmee het effect van de combinatie van lokale en landelijke maatregelen op het budget van de betrokken huishoudtypen. Dit geeft helderheid of de verschillende regelingen (landelijk en lokaal) bijdragen aan het halveren van kinderarmoede. Echter het is niet in algemeenheid te monitoren of het totale aantal kinderen dat opgroeit in armoede door deze specifieke maatregel ook halveert. Wel is met zekerheid te stellen dat door een hoger tegoed het voor gezinnen makkelijker is om in natura hun kinderen van benodigdheden als kleding, schoenen, school en sportspullen te voorzien ook al staat het gezinsinkomen door inflatie onder druk. Kinderen uit deze gezinnen worden daardoor beter in staat gesteld om mee te doen.

27

GBG

2. Welke financiële dekking is er voor de structurele verhoging van het jeugdtegoed en hoe wordt gewaarborgd dat dit niet leidt tot bezuinigingen op andere minimaregelingen?

In het beleidskader is dekking voorzien voor de periode waarop het kader betrekking heeft zonder dat dit leidt tot bezuinigingen elders. Het college kan gedurende die periode bezien welk beleid ten aanzien van het jeugdtegoed zal worden gevoerd en/of hoe hoog dit tegoed jaarlijks zal zijn.

28

GBG

3. Wat zijn de verwachte kosten en opbrengsten van de uitbreiding van budgetbeheer en coaching, en hoe wordt de impact hiervan kwantitatief geëvalueerd?

Het is de verwachting dat er in 2026 € 130.000,- en vanaf 2027 jaarlijks € 160.000,- uitgegeven wordt aan budgetbeheer en coaching. Het is de verwachting dat deze inzet uiteindelijk zal leiden tot minder recidive en ook tot minder inzet van beschermingsbewind. Recidive is als nieuwe indicator opgenomen in het beleidskader waarop de gemeente gaat monitoren. De uitgaven aan bewindvoering worden ambtelijk periodiek gevolgd. Naar

pagina 12

verwachting zal de inzet op budgetbeheer jaarlijks zorgen voor een besparing. Deze besparing zou kunnen leiden tot 5% op de vergoeding van bewindvoering vanuit de bijzondere bijstand. Als deze besparing inderdaad wordt gerealiseerd dan betekent dit in 2029 een besparing van €72.000,-. 29

GBG

4. Op welke manier wordt de effectiviteit van de vroegsignalering bij schulden gemonitord en welke concrete verbeteringen worden verwacht in het bereik van schuldhulpverlening?

Gemeten wordt hoeveel inwoners worden benaderd met een hulpaanbod en hoeveel inwoners vervolgens hulp accepteren na contact met de gemeente. Gelet op het feit dat inwoners met betalingsachterstanden er vaak lang over doen om zich uiteindelijk te melden bij schuldhulp, is het effect van vroegsignalering op het bereik schuldhulp niet direct te meten. Algemeen bekend is dat de kracht van herhaling van de boodschap werkt en door vroegsignalering worden inwoners eerder en vaker geïnformeerd over het beschikbare hulpaanbod. Bewoners komen zo eerder in beeld bij de gemeente, waardoor dienstverlening hen sneller kan bereiken.

30

GBG

5. Welke concrete acties worden ondernomen om het gebruik van het volwassenentegoed te verhogen van 17% in 2023 naar 30% in 2026, en welke partijen worden hierbij betrokken?

Het volwassenentegoed is relatief kort geleden toegevoegd aan de Rotterdampas. Voor de invoering hebben vooral gezinnen met kinderen die recht hebben op de pas met kindpakket deze aangeschaft. Het feit dat er nu ook voor volwassenen een tegoed op de pas staat is nog niet bij de doelgroep volledig bekend. Er zal na vaststelling van dit kader stevig ingezet worden op communicatie. Zowel algemene communicatie in bijvoorbeeld het Kontakt als gerichte communicatie, waaronder via de maatschappelijke partners.

31

GBG

6. Hoe wordt het bereik van de Rotterdampas onder volwassenen verbeterd, gezien het

Zie antwoord op vraag 30 (de vraag 5 GBG)

pagina 13

lage gebruik van 17% ten opzichte van de kinderdoelgroep 32

GBG

7. Op welke manier wordt het effect van de extra financiële voorlichting en vaardighedenprogramma’s voor volwassenen en jongeren geëvalueerd?

Het voornemen om extra in te zetten op financiële voorlichting van jongeren en volwassenen komt voort uit de behoefte uit de stad (die regelmatig genoemd werd tijdens het participatietraject) en landelijke cijfers waaruit blijkt dat vooral jongeren financieel kwetsbaar zijn. Gemeten kan worden of cliënten een grotere mate van financiële zelfredzaamheid ervaren nadat zij ondersteuning hebben gehad.

33

GBG

8. Hoe wordt de samenwerking tussen de gemeente en sociale partners geoptimaliseerd om de doelen van het armoedebeleid te realiseren en welke afspraken zijn hier concreet over gemaakt?

In 2020 is daarvoor het convenant Goudse Standaard afgesloten. Nadat dit beleidskader is vastgesteld biedt dit gremium de gelegenheid om de afspraken te evalueren en na te gaan of de doelen van dit beleid en wat ieders rol daarin is nog passend is.

34

GBG

9. Welke nieuwe samenwerkingsvormen of pilots worden overwogen binnen de schuldhulpverlening om terugval in schulden te voorkomen?

Dit zal voornamelijk bestaan uit het inzetten op budgetbeheer en – coaching als nieuw in te zetten product maar ook stevigere begeleiding en coaching tijdens het schuldhulptraject, al dan niet aangevuld met ondersteuning van maatschappelijke partners. Ook is het Jongerenperspectief (JPF) een belangrijk instrument om schuldenproblematiek, op de korte en lange termijn tegen te gaan.

35

GBG

10. Welke beleidskeuzes worden gemaakt om ervoor te zorgen dat de ondersteuning van de gemeente aansluit bij de uitgangspunten van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en hoe wordt de effectiviteit hiervan gemonitord?

In de Wgs staan enkele elementen waar een gemeente aan moet voldoen, waaronder het iedere 4 jaar vaststellen van een plan dat richting geeft aan de gemeentelijke schuldhulpverlening. De NVVK en de basisdienstverlening geven meer aanleiding voor beleidskeuzes. De NVVK is de branche vereniging voor schuldhulpverlening en daarmee dé kwaliteitsstandaard voor organisaties die schuldhulpverlening bieden. Het beleid van de gemeente is erop gericht dat inwoners

pagina 14

laagdrempelig hulp wordt geboden, dat daarbij de kwaliteitseisen van de NVVK worden gehanteerd met betrekking tot doorlooptijden en producten en het beleid bovendien in lijn is met de basisdienstverlening Periodiek vindt er een audit van de NVVK plaats waarbij uitvoerig getoetst wordt of de gemeente nog voldoet aan alle (kwaliteits)eisen die de NVVK stelt en het effect hiervan. Daarnaast zal in 2025 ook de cliënttevredenheid gemeten worden.

36

PvdA

Sophie Heessen

1. Welke communicatiemiddelen en kanalen zijn in het verleden ingezet om het gebruik van de tegoedbonnen en minimaregelingen te vergroten, en welke hebben het meest effect gehad?

Communicatiemiddelen en kanalen: Tegoedbonnen: - Jaarlijks brieven naar elke pashouder - Website gemeente - Buurtvoorlichters die langs woningen gaan - Informatie via partners (sociaal team, schuldhulpverleners enz) - Informatie via consulenten gemeente - Promotie sport- en cultuurverenigingen via eigen kanalen - Via de Brede School Minimaregelingen algemeen - Jaarlijks een themapagina in de krant - Bij nieuws/wijzigingen in minimaregelingen persberichten/nieuwsberichten - Via partners die we structureel goed op de hoogte houden van de minimaregelingen (sociaal team, vluchtelingenwerk, welzijnsorganisaties, schuldhulporganisaties) - Consulenten bij de gemeente zijn goed geïnformeerd over de minimaregelingen

pagina 15

-

Website Sociale media Incidenteel: campagnes (bijvoorbeeld Slim met Geld) waar door de hele stad informatie over minimaregelingen te vinden is.

Het direct communiceren met de doelgroep heeft het meeste effect. Dit is mogelijk voor de inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen. Zij zijn hierdoor bij de gemeente in beeld. De grootste groep mensen die valt binnen de doelgroep voor minimaregelingen heeft een bijstandsuitkering. Voor de doelgroep zonder uitkering zet de gemeente in op brede communicatie. 37

PvdA

2. Hoe wordt bepaald of de extra inzet op communicatie daadwerkelijk leidt tot een groter bereik en meer gebruik van de beschikbare regelingen?

38

PvdA

3. Zijn er specifieke groepen binnen de doelgroep die nu moeilijker te bereiken zijn en waarvoor een andere benadering nodig is?

pagina 16

De bekendheid van de minimaregelingen wordt gemeente breed gemeten via de stadspeiling. De stadspeiling bevraagt heel Gouda. De doelgroep van de minimaregelingen betreft 11,3% van de Goudse inwoners. Uit de cijfers blijkt dat sinds de introductie van de stadspas in de bekendheid is gestegen van 49% in 2018 naar 59% in 2024. De bekendheid van de tegoedbonnen sport en cultuur is gestegen van 15,8% in 2019 naar 21% in 2024. Deze stijging is ook te zien in het gebruik. Bij de introductie van de Rotterdampas maakte 66% van de doelgroep gebruik van de Rotterdampas met daarop het kindpakket en in 2024 betrof dit 84%. Er is een kleine groep inwoners die het vertrouwen in de overheid kwijt zijn. Zij willen niet bereikt worden door de gemeente, maar hebben mogelijk wel contact met maatschappelijke organisaties of sleutelpersonen uit de stad. Daarom is het van belang om als gemeente de relatie met deze organisaties en personen warm te houden en hen te informeren over de mogelijkheden

39

PvdA

4. Hoe wordt voorkomen dat de communicatie vooral bestaande gebruikers bereikt en niet juist de mensen die de regelingen nog niet kennen?

40

PvdA

5. Op welke manier wordt in de begroting rekening gehouden met een mogelijke stijging van het aantal gebruikers en de daarmee samenhangende kosten?

41

PvdA

6. Hoe wordt gekeken naar structurele financiering van deze plannen na 2029, gezien de huidige dekking voor vier jaar?

pagina 17

voor deze doelgroep en tegelijkertijd open te staan voor suggesties tot verbetering. In het algemeen is het belangrijk om maatschappelijke organisaties goed te informeren over regelingen zodat zij hun bezoekers en cliënten kunnen helpen als dat nodig is. Uit gesprekken met ervaringsdeskundigen is gebleken dat het van belang is om op diverse manieren en locaties te communiceren. Iedereen kan te maken krijgen met armoede en schulden, ook degenen die vakbladen lezen en niet eerder bij een buurthuis zijn geweest. Daarom is het van belang om breed te communiceren zowel op abri's in de stad, in het Kontakt, op sociale media, maar ook door bijvoorbeeld de inzet van de buurtvoorlichters. Aangezien er geen wijzigingen ten aanzien van de inkomensgrenzen worden voorgesteld, zal de omvang van de potentiële doelgroep niet significant stijgen. Naarmate het bereik van de regelingen verder groeit, kan het zijn dat de uitgaven de huidige begroting overstijgt. Uit onderzoek is echter gebleken dat investeren in de aanpak van schulden en armoede leidt tot minder uitgaven op andere onderdelen van het sociaal domein1 (2022 Purpose Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening:een nieuw perspectief) In de dekking zit een gedeelte structurele middelen en een deel is inderdaad incidenteel. Het beleidskader heeft een looptijd tot en met 2029.

Tijdens de looptijd van dit kader zullen economische en sociale ontwikkelingen aanleiding zijn om per 2029 het beleid bij te stellen, inclusief budgettaire afwegingen. Bij de afwegingen Kadernota 2030 (raadsbehandeling Q22029) besluit de raad over die voorstellen.

42

PvdA

7. Wordt tussentijds geëvalueerd of de inzet op communicatie en minimaregelingen de gewenste maatschappelijke effecten oplevert?

Via de stadspeiling wordt jaarlijks uitgevraagd hoe bekend de minimaregelingen zijn in de stad. Een stijging of daling van die cijfers is indicatief voor het effect van de communicatie. Maatschappelijke effecten kunnen worden geëvalueerd door het opstellen van de Minima Effect Rapportage van het Nibud en de reguliere data omtrent aantallen inwoners die gebruik maken van de regelingen.

1 https://www.nvvk.nl/l/library/download/urn:uuid:d914ff5b-1cea-46e8-b2d2-

6ebfddadf01d/20220420+onderzoeksrapport+meetbare+en+merkbare+waarde+van+financie%CC%88le+hulpverlening.pdf

pagina 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=bc8e0253-7807-4f5c-af1a-4add7d6131c5