A GrL Gouds Referendum
Tekst van het document
1
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: GroenLinks, Tim Geluk-van den Burg : 23 oktober 2025 : Initiatiefvoorstel referendumverordening : Jacoline Holdijk :
1. In de concept-verordening in staat in hoofdstuk 3 een lijst met uitzonderingen voor onderwerpen waarvoor geen referendum mag worden ingesteld. Kan er met een aantal voorbeelden (in de uitleg worden er enkele genoemd zoals parkeerbeleid) worden uitgelegd wat wel geschikte onderwerpen zouden zijn en wat juist niet, zodat we daar als raad meer gevoel bij krijgen? 2. In hoofdstuk 4 staat bij artikel 5 dat het referendum binnen 4 maanden moet plaatsvinden nadat de gemeenteraad hiertoe besluit. Is dat in de praktijk een haalbare termijn, aangezien in de raadsmemo van het college aangegeven staat dat de voorbereiding wel 3 tot 4 maanden kan duren? 3. In hoofdstuk 4, artikel 6, staat dat de vraagstelling wordt weergegeven op een oproepingskaart. Betekent dit dat de vorm van een referendum gelijk is aan een verkiezing, dus dat er vooralsnog niet is voorzien in online stemming, bijvoorbeeld met DigiD als identificatiemiddel? Of volgt deze lokale verordening daarin de landelijke wetgeving? 4. In hoofdstuk 6, artikel 12, staat dat het referendum geldig is bij een opkomstpercentage van 25% van de kiesgerechtigden. Wat zijn de overwegingen geweest om voor dit percentage te kiezen? 5.
In artikel 10 staat over de dekking dat er in de begroting rekening mee moet worden gehouden dat er jaarlijks 1 referendum gehouden zou moeten worden? Jaarlijks een referendum houden is qua frequentie wellicht aan de hoge kant (qua organisatie en kosten). Wat zijn de overwegingen geweest om hiervan uit te gaan? 6. Zijn er andere gemeenten die al referenda hebben gehouden en is de
uitslag van die referenda overgenomen door de gemeenteraad?
7. Zijn er bij de indieners van het initiatiefvoorstel voorbeelden bekend van een uitslag van een lokaal referendum ergens in Nederland (het is niet-bindend) dat geheel of gedeeltelijk is overgenomen door de gemeenteraad? 8. Zijn er bij de indieners van het initiatiefvoorstel voorbeelden bekend van een uitslag van een lokaal referendum ergens in Nederland (het is niet-bindend) dat niet is overgenomen door de gemeenteraad? Antwoorden: Met dank aan de fractie van GroenLinks voor het indienen van de vragen over het initiatief-referentieverordening. Hieronder treft u de antwoorden per vraag. De
2
initiatiefnemer hecht grote waarde aan een zorgvuldig vormgegeven instrument dat de betrokkenheid van inwoners bij gemeentelijke besluitvorming versterkt, met behoud van de grondwettelijke verantwoordelijkheden van de raad zoals vastgelegd in wetgeving in het bijzonder de gemeentewet
1) Welke onderwerpen zijn wél geschikt en welke juist niet In hoofdstuk 3 van de concept-verordening staan (net als in veel modelverordeningen) expliciete uitsluitingen: kort gezegd wordt de begroting/jaarrekening, belastingvoorstellen en vergelijkbare onderwerpen vaak uitgesloten. Deze onderwerpen zijn óf juridisch-technisch (bijv. individuele besluiten), óf raken aan wettelijke procedures (besluit parlement in de vorm van wetten), uitvoerbaarheid of rechten van derden waardoor een raadplegend referendum ongeschikt. Enkele voorbeelden: •
•
Niet geschikt/ meestal uitgesloten o Individuele besluiten bijv. benoemingen, subsidies aan één organisatie, kwijtschelding. o Vaststelling van gemeentebegroting of jaarrekening dit raakt nl. de wettelijke financiële Kaders. o Belastingverordeningen bijv. gemeentelijke belastingen en tarieven omdat deze vaak wettelijk en technisch zijn. Wel geschikt/ doorgaans toelaatbaar o Grote beleidskeuzes met algemene gevolgen voor inwoners, bv. een nieuw collegevoorstel voor (her)inrichting van de openbare ruimte met een breed effect, een grondige wijziging van parkeerbeleid op stadsniveau (in de toelichting van de verordening wordt parkeerbeleid ook genoemd als voorbeeld van onderwerp dat gevoelig ligt). In de praktijk kan parkeren een onderwerp zijn als het een algemeen raadsbesluit betreft en niet alleen individuele vergunningen). o Ingrijpende ruimtelijke of sociaaleconomische keuzes die de hele stad raken (bijv. grote herontwikkelingsplannen, sloop-/nieuwbouwproject met grote impact). o Visievraagstukken met politieke afwegingen (bijv. invoering nieuw stadstransportconcept of grootschalige duurzame energieprogramma’s) als het raadbesluit richtinggevend is en niet puur technisch.
2) Is de termijn van 4 maanden (artikel 5) haalbaar Volgens initiatiefnemer is een wettelijke /verordenende termijn van 4 maanden krap maar niet onmogelijk — mits vanaf het raadsbesluit direct het volledige draaiboek (inkoop stembureau, organisatie, communicatie, machinale zaken) wordt opgestart en er geen complicaties zijn. Er kan worden gekozen voor een langere termijn of een uitschuifoptie (uitstelmogelijkheid) omdat onvoorziene procedurele of logistieke zaken (bijv. aanbesteding extern stembureau, samenvoegen met andere
3
stembijeenkomsten) voor vertraging kunnen zorgen. In modelverordeningen komen ook varianten voor: sommige gemeenten hanteren 3 maanden met een mogelijkheid tot verlenging. Wanneer de 4 maanden niet haalbaar blijken te zijn kan in de verordening deze termijn worden uitgebreid naar bv 6 maanden met een versnelde route (3-4 maanden) als de gemeente dat kan organiseren.
3) Vorm van het referendum In Nederland is er geen algemeen wettelijk stelsel voor structureel elektronisch stemmen bij gemeentelijke referenda; gemeenten organiseren referenda meestal als losse stembijeenkomsten volgens praktische verkiezingsregels en gebruiken daarvoor de bestaande procedures en stempassen/identificatie. Er zijn incidentele pilots/experimenten met online stemmen (bijvoorbeeld Rotterdam heeft ooit een online-stemoptie verkend/uitgeprobeerd), maar online stemmen via DigiD als standaardmethode is nog geen landelijk norm of breed toepasbare standaard door zorgen rond veiligheid, geheimhouding en auditeerbaarheid. Voor digitale hulpmiddelen bestaan wel recente kaders en handreikingen, maar volledige online stemopties blijven uitzonderlijk en meestal onderwerp van aparte experimenten en strengere toetsing. Kortom, de verordening volgt in praktijk de bestaande organisatorische invulling (vergelijkbaar met een gewone stembusprocedure). Als de raad óók online stemmen wil toestaan, vraagt dat aparte beleidskeuzes, technische toetsing en mogelijk nationale/centrale goedkeuring of pilots.
4) Waarom is de geldigheidsdrempel Veel gemeenten kiezen een opkomstdrempel om te verzekeren dat de uitkomst een bepaald minimum van representativiteit heeft. In de praktijk varieert die drempel sterk tussen gemeenten (er zijn verordeningen met 40%, 25%, sommige zonder drempel maar met andere eisen). De keuze voor 25% is een veelvoorkomende middenweg: enerzijds voorkomt het dat een kleine, maar actieve minderheid een besluit kan claimen; anderzijds voorkomt het dat de drempel te hoog ligt waardoor in de praktijk bijna geen referendum geldig zou zijn. Onderzoek en praktijk laten zien dat hogere drempels (bijv. 40%) zwaarder zijn en vaker leiden tot niet-geldige uitkomsten; strengere drempels zijn politiek te verdedigen als beschermingsmaatregel, maar praktisch soms onwerkbaar.
5) Artikel 10 — waarom begroten voor jaarlijks 1 referendum De veronderstelling (“rekening houden met jaarlijks 1 referendum”) is een conservatieve/planningsbenadering: gemeenten moeten financieel rekening houden met de mogelijkheid dat er elk jaar een raadplegend referendum kan plaatsvinden, zodat de begroting niet verrast wordt door éénmalige, onverwachte kosten. In de praktijk worden referenda niet elk jaar gehouden, Studies maken duidelijk dat het aantal lokale referenda per gemeente laag is, maar begroten voor één per jaar is
4
bedoeld als buffer en begrotingsvoorzorg. Financiële ramingen en voorbeelden tonen ook dat kosten per referendum kunnen oplopen (bijv. kosten per kiesgerechtigde in eerdere adviezen) en daarom maken gemeenten vaak een structurele reservering.
6) Hebben andere gemeenten al referenda Er zijn gemeenten die de afgelopen jaren een lokale referenda hebben gehouden. Sommige uitslagen zijn (gedeeltelijk) opgevolgd door de raad, andere niet. Er bestaan uitgebreide inventarissen en wetenschappelijke studies van lokale referenda in Nederland waarin die variatie wordt beschreven. Uit een overzicht “aantal gehouden gemeentelijke referenda in Nederland” blijkt dat meer dan 50 referendums zijn gehouden over uiteenlopende onderwerpen. Daarbij waren de onderwerpen onder meer: Naam van de gemeente, Gemeentelijke herindeling, herinvoering van de Kermis, Winkelsluitingstijden, autoverkeer binnenstad, bouwplannen weiland, vorming van stadsprovincie, aanleg van brug, aanleg Noord-Zuidlijn, verzelfstandiging van gemeentelijk vervoersbedrijf, betaald parkeren, bouw ondergrondse parkeergarage etc. (totale lijst in het bezit van initiatiefnemer).
7) Kennen de indieners voorbeelden van uitslagen In de Nederlandse praktijk zijn voorbeelden waarin een raad een uitslag (geheel of deels) overneemt. Ja, in de hierboven aangegeven lijst (gehouden gemeentelijke referenda in Nederland) wordt niet alleen het onderwerp aangegeven maar ook de uitslag in percentage van voor- en tegenstanders en het opkomstpercentage.
8) Kennen de indieners voorbeelden van uitslagen die níet zijn overgenomen Ja, er zijn ook meerdere voorbeelden waarbij een (niet-bindend) raadgevend referendum niet door de raad is overgenomen. Redenen zijn o.a. juridisch onmogelijke uitvoering, strijd met hogere wetgeving, of politieke afwegingen waarbij de raad andere belangen zwaarder vond.
5