A GL -VFLO
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp
: : :
GroenLinks/Rolf van der Mije 17 januari 2023 Wijziging VFLO commissie bestuur 25/1/23
Datum antwoord : 17-02-2023
Vragen: 1. Kan (technisch) worden toegelicht of de transitie naar de integrale werkwijze voor de AOK gevolgen heeft voor de rol van de raad bij de beslissingen over plannen in de ruimtelijke omgeving?
2. In het raadsvoorstel VFLO wordt op pagina 2 aangegeven dat er opvattingen bestaan over “goede omgevingskwaliteit”. Welke opvattingen zijn dat en op welke wijze worden deze vorm gegeven en gewaarborgd in het reglement? Het gaat ons vooral om normen over duurzaamheid, sociale structuur (waaronder inclusieve samenleving), goed functioneren van de omgeving en sociale structuur die in het voorstel genoemd worden. 3. Op welke wijze wordt met voornoemde aspecten bij onze vraag 2 rekening gehouden met de samenstelling van de commissie AOK? Is dat alleen de benoeming van een vast lid stedenbouw/landschap aan de commissie of wordt ook aan andere (meer sociaal gerichte) leden gedacht voor de toekomst? 4. In het reglement van Orde op van de AOK staat onder 8 1.e. dat indien nodig door de secretaris wordt toegelicht. Waarom wordt niet altijd een toelichting gegeven?
Antwoorden: 1. De transitie van de werkwijze voor de AOK heeft geen gevolgen voor de rol van de raad in het initiatievenproces. De nieuwe werkwijze van de AOK voegt zich in de volgorde van de processtappen van het omgevingsoverleg en het initiatievenproces. Aandachtspunten in de transitie onder de Omgevingswet is onderlinge afstemming en belangenafweging. Een duidelijke rolomschrijving en heldere toetsingskaders gaan daarbij helpen. Daarnaast blijft de adviesrol van de AOK een parallel en onafhankelijk proces (als ook in de huidige situatie) en richt de AOK zijn advies aan het college. 2. Het begrip omgevingskwaliteit is veelomvattender dan het begrip ruimtelijke kwaliteit. Het houdt ook rekening met aspecten zoals verduurzaming, functionaliteit en verschillende actoren (gebruikers en bewoners) in de omgeving, en verrijkt die omgeving met een kwalitatieve ingreep. Met iedere ingreep in de fysieke leefomgeving moet de kwaliteit verbeteren, zo stelt de Omgevingswet. Echter omgevingskwaliteit is geen vast gegeven. Daarom is het van belang om met behulp van ruimtelijke kaders per project de omgevingskwaliteit te toetsen door de AOK aan de hand van vigerend beleid. 3. Op dit moment betreft het alleen het toevoegen van een vast commissielid landschapsarchitectuur (met affiniteit stedenbouw en deelspecialisme klimaatadaptief bouwen).
Daarnaast zal bij werving van nieuwe commissieleden gevraagd worden om deelspecialismen, zoals duurzaam bouwen (commissie lid architectuur). 4. De betrokken gemeentelijke initiatiefmanager (meestal een planoloog) geeft terugkoppeling van planbehandeling AOK aan de omgevingstafel. De verslagen van
de AOK vormen hiervoor de basis. Het kan echter voorkomen dat een mondelinge toelichting nodig is bij bijvoorbeeld complexe projecten als herbestemming van een rijksmonument, dan schuift de secretaris aan bij de omgevingstafel.