A GL - Sportnota
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: GroenLinks : 4 oktober 2024 : Sportnota : Lars van der Linden :
Vragen: Algemene vragen 1. Wat is de definitie van sport? Met andere woorden: op welke definitie van sport is de Sportnota gebaseerd? 2. Het eerdere beleidsdocument “Ruimte voor Sport in Gouda: Een Goede Match” besprak onder andere de ontwikkeling van nieuwe sportfaciliteiten en het aanpakken van capaciteitstekorten bij buitensportverenigingen. In hoeverre zijn de lessen van dit beleid meegenomen in de nieuwe sportvisie? Welke knelpunten uit de periode 2009-2020 zijn nu opgelost, en welke blijven nog een uitdaging? 3. In het Gouds Sportakkoord wordt veel nadruk gelegd op inclusiviteit, duurzame sportinfrastructuur en vitale sportaanbieders. Hoe wordt in de nieuwe visie voortgebouwd op de initiatieven uit het Sportakkoord, zoals het vergroten van sportparticipatie en het verbeteren van beweegvriendelijke buitenruimtes? Zijn er evaluaties geweest van de effectiviteit van het Sportakkoord, en hoe worden die meegenomen in de toekomstvisie? 4. In eerdere beleidsstukken wordt genoemd dat Gouda relatief laag scoort op beweegvriendelijkheid van de buitenruimte. De nieuwe visie stelt ambitieuze doelen om dit te verbeteren. Wat zijn de belangrijkste structurele wijzigingen in de nieuwe sportvisie die deze beweegvriendelijkheid moeten vergroten ten opzichte van de aanpak in het Gouds Sportakkoord? 5.
In het vorige beleid en het Gouds Sportakkoord is er aandacht besteed aan het toegankelijk maken van sport voor kwetsbare groepen. Hoe reflecteert de nieuwe visie op de resultaten van deze eerdere initiatieven, en welke concrete stappen worden gezet om de bestaande ongelijkheden verder te verkleinen? Worden er specifieke evaluatierapporten gebruikt om te meten hoe effectief de huidige maatregelen zijn? 6. Het Gouds Sportakkoord wees op de uitdagingen van sportaanbieders om financieel en organisatorisch toekomstbestendig te blijven. Hoe worden deze uitdagingen aangepakt in de nieuwe visie, vooral in het licht van stijgende kosten en afnemende vrijwilligersaantallen? Zijn er nieuwe financiële ondersteuningsmechanismen of innovaties voorzien voor sportverenigingen?
In zowel “Ruimte voor Sport in Gouda: Een Goede Match” als het Gouds Sportakkoord zijn ambities uitgesproken over de verduurzaming van sportaccommodaties. Hoe bouwt de nieuwe visie hierop voort? Worden er extra stappen gezet richting CO2-reductie en circulaire sportfaciliteiten? 8. Urban sports en innovatieve sportvormen kregen in het vorige beleid meer aandacht. De nieuwe visie noemt deze sporten opnieuw. Hoe wordt verder gebouwd op de eerder ingezette lijn? Zijn er evaluaties geweest over het gebruik en de populariteit van deze faciliteiten, en hoe vertaalt dit zich in het nieuwe beleid? 9. In eerdere beleidsstukken werd al aangegeven dat vechtsportverenigingen in Gouda vaak te maken hebben met beperkte of niet-geschikte ruimtes. Hoe speelt de nieuwe sportvisie in op de behoeften van vechtsportverenigingen? Zijn er plannen voor specifieke verbeteringen in de beschikbaarheid en kwaliteit van accommodaties voor deze verenigingen? 10. In het Gouds Sportakkoord wordt gesproken over een haalbaarheidsstudie om de organisatie en profilering van vechtsporten in Gouda te verbeteren. Wat zijn de uitkomsten van deze studie, en hoe worden deze resultaten in de nieuwe visie verwerkt? Welke concrete stappen worden er genomen om vechtsporten beter te ondersteunen en promoten in Gouda? 11.
Eerder werd aangegeven dat gymzalen mogelijk anders kunnen worden ingericht om aan de groeiende vraag naar geschikte ruimtes voor vechtsporten te voldoen. Hoe worden deze plannen verder uitgewerkt in de nieuwe visie? Worden er specifieke zalen toegewezen of aangepast voor vechtsportgebruik? 12. In het Gouds Sportakkoord wordt erkend dat Gouda relatief weinig sporthallen heeft, zelfs met de toevoeging van de Dick van Dijkhal en de nieuwe sportzaal in Westergouwe. Hoe wordt in de nieuwe sportvisie omgegaan met het huidige tekort aan sporthallen? Wat zijn de concrete plannen om het aantal sporthallen uit te breiden of te optimaliseren? 13. Uit eerder beleid blijkt dat sommige sporthallen slechts beperkt beschikbaar zijn voor vrij gebruik, met name buiten schooltijden. Wordt in de nieuwe visie ingezet op een betere bezetting van bestaande hallen? Zijn er initiatieven gepland om de beschikbare sporturen in deze hallen efficiënter te benutten? 14. De nieuwe visie spreekt over de wens om een goede spreiding van sportaccommodaties over de stad te realiseren. Gezien het tekort aan sporthallen, vooral in bepaalde wijken, wat zijn de plannen om sporthallen beter te spreiden over de stad? Worden er nieuwe locaties overwogen, vooral in opkomende wijken zoals Westergouwe? 15. Een van de doelen van de Rookvrije Generatie is om rookvrije zones te creëren rondom sportvelden en accommodaties.
Hoe draagt de nieuwe sportvisie bij aan het realiseren van rookvrije sportparken in Gouda? Zijn er plannen om rookvrije sportaccommodaties te verplichten, en zo ja, hoe wordt de naleving daarvan gehandhaafd? 7.
16. Worden er in de nieuwe visie middelen vrijgemaakt om
sportverenigingen te ondersteunen die willen bijdragen aan de Rookvrije Generatie? Bijvoorbeeld door financiële prikkels te bieden voor verenigingen die rookvrije zones inrichten of educatieprogramma’s over rookpreventie aanbieden? Goudse sportindex 2023 17. In de Goudse sportindex 2023 staat op pagina 19 dat 32% van de Gouwenaars aangeeft niet te sporten, omdat ze gezondheidsklachten hebben. In hoeverre is het dan realistisch om in de visie het doel (in 2032) van wekelijkse sporters te willen verhogen naar 75%? 18. In de Goudse sportindex 2023 staat op pagina 19 dat 29% van de Gouwenaars aangeeft ‘ik beweeg al genoeg’. In hoeverre is in de Sportvisie meegenomen dat er een grote groep Gouwenaars is die al fysieke (zware) arbeid verricht en dus mogelijk ook geen interesse hebben in sport, of een andere behoefte? 19. Welke meetinstrumenten en evaluatieprocessen worden specifiek ingezet om deze doelen te monitoren, en hoe worden deze data gebruikt om beleidsaanpassingen te maken gedurende de looptijd van de visie? Visie Sporten & Bewegen 20. Wat is de centrale missie van de nieuwe sportvisie, en hoe onderscheidt deze zich van eerdere beleidsdocumenten zoals “Ruimte voor Sport in Gouda” en het Gouds Sportakkoord? Op welke manier is deze visie toekomstbestendig en flexibel genoeg om in te spelen op veranderingen in de sportbehoeften van Gouwenaars? 21.
In eerdere beleidsdocumenten is Gouda gepositioneerd als een stad die sport en beweging hoog in het vaandel heeft staan. Hoe draagt de nieuwe visie bij aan het verder profileren van Gouda als een sportstad, zowel lokaal als regionaal? Welke concrete initiatieven worden ingezet om deze profilering te versterken? 22. Een van de kernambities in de visie is het creëren van een beweegvriendelijke stad. Hoe wordt Gouda op de kaart gezet als een beweegvriendelijke stad in vergelijking met andere steden in de regio? Welke unieke kenmerken of projecten worden ingezet om Gouda hierin te profileren, bijvoorbeeld in wijken zoals Westergouwe? 23. In de Sportnota staat bij de doelen dat in 2032 75% wekelijks moet sporten en 65% voldoende moet bewegen: o Wat wordt er hier bedoeld met sporten (bijvoorbeeld: is dat een x aantal minuten per week in teamverband bewegen?) o Welke definitie wordt gehanteerd voor ‘voldoende bewegen’? o De social return on investment is in Gouda 2,63 (bijlage D in de Sportnota), terwijl dit cijfer landelijk op 2,76 staat. Is er een verklaring te geven voor dit verschil?
24. Aan burgers is gevraagd wat de gemeente kan doen om ze meer te
laten sporten (zie bijlage E in de Sportnota). Hier komen drie duidelijke wensen naar voren: o 1. De wegen aanpassen, zodat wandelen en/of fietsen beter gaat. o 2. Meer plekken maken waar je in de buitenruimte kan sporten. o 3. Sporten goedkoper maken. o Kan er per punt van de bovenstaande punten aangeven waar deze punten te vinden zijn in de Sportnota? En als ze niet goed zijn terug te vinden aangegeven worden waarom hier geen aandacht voor is? 25. Op pagina 29 wordt gesproken over het tekort op de
meerjarenbegroting van Sport.Gouda. Hierbij wordt vooral genoemd dat er gekeken wordt naar de taakstelling. o o
o
Is er ook nagedacht om de investeringen te verhogen, dus het bedrag in de DVO, zodat het op een realistisch prijspeil komt? Kan nader worden toegelicht welke andere specifieke maatregelen overwogen worden om deze begroting sluitend te maken, en welke gevolgen deze bezuinigingen of aanpassingen zouden hebben voor de continuïteit van sportaanbiedingen in Gouda? Er wordt gesproken over investeringen in toekomstbestendige sportaccommodaties. Welke concrete stappen worden genomen om ervoor te zorgen dat deze investeringen duurzaam zijn? Hoe wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de energiekosten op lange termijn, gezien de recente stijgingen in energielasten voor SPORT•GOUDA?
26. Bij Sport.Gouda is er nu zowel beheer van gebouwen/sportfaciliteiten,
als ook bemensing en aanbieden van sport (zwemlessen). Is op ambtelijk of bestuurlijk niveau ook nagedacht en gesproken over een splitsing van taken (dus een deel facilitaire zaken en het andere deel uitvoering/stimulering van het sportbeleid)? 27. Een van de speerpunten in de visie is het verbeteren van
kansengelijkheid en het toegankelijker maken van sport voor iedereen. Wat zijn de criteria voor het verstrekken van subsidies via het Volwassenenfonds en andere regelingen, en hoe wordt gecontroleerd dat deze subsidies de doelgroepen bereiken die het meest behoefte hebben aan financiële ondersteuning? 28. De visie benadrukt het belang van een veilige en respectvolle
sportomgeving. Welke stappen worden concreet ondernomen om te zorgen dat sportverenigingen voldoen aan de veiligheids- en inclusiviteitsnormen die door de gemeente gesteld worden? Is er een handhavingsmechanisme als verenigingen niet aan deze normen voldoen?
29. In de visie wordt de ambitie uitgesproken om de openbare ruimte
beweegvriendelijker te maken. Kan meer inzicht gegeven worden in de duurzaamheidsmaatregelen die hierbij genomen worden? Wordt er bijvoorbeeld gekeken naar circulaire of energie-neutrale infrastructuur voor nieuwe sport- en beweegvoorzieningen? 30. De documenten vermelden dat er een toenemend tekort is aan
vrijwilligers in de sportverenigingen. Welke specifieke maatregelen neemt de gemeente om de vrijwilligerstekorten bij sportverenigingen op te lossen en hoe wordt de slagkracht van verenigingen versterkt, zoals genoemd in de visie?
Antwoorden: 1. Omdat er in de literatuur geen eensluidende definitie van sport is, waagt ook de gemeente zich niet aan een ‘enge’ definitie. In de praktijk beschouwt de gemeente, als sport gezien wordt als een doel, als een lichamelijke activiteit, waar een wedstrijdelement in zit, waar vaardigheden worden gemeenten en vergeleken, en waar sprake is van reglementering. Maar ook sporten die zijn aangesloten bij NOC*NSF (zoals dammen, schaken en bridge) zien we als sport. In de praktijk is een exacte definitie zelden of nooit een probleem. 2. Dat is in deze visie niet meegenomen. Deze visie gaat met name over de sociaalmaatschappelijke aspecten van sport, in tegenstelling tot de nota Ruimte voor sport, die over de accommodatiekant ging. 3. Het Sportakkoord was een document van de stad. Van lokale partijen, waaronder de gemeente. Een specifieke evaluatie is er niet geweest. Met het nieuwe Leefstijlakkoord doen we dat anders, met een kernteam van 8 lokale organisaties, dat de voortgang bewaakt en kan bijsturen waar nodig. 4. De visie bouwt juist voort op het Sportakkoord. Relatief nieuw is dat we bij wijkontwikkelingen in het algemeen en renovaties van speeltuinen in het bijzonder sinds enige tijd structureel kijken naar hoe we een sportieve ‘upgrade’ kunnen realiseren. 5.
De ambities in de huidige visie zijn een logisch vervolg op de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan. Eerder is al geconstateerd dat het vorige beleid onvoldoende mogelijkheden tot monitoring had. Tegenwoordig zijn er veel meer data beschikbaar, daar maken we dan ook gebruik van en dat hebben we nu aan de voorkant vastgelegd (concretisering van ambities). Toch blijft het erg ingewikkeld om de effectiviteit van maatregelen te meten, omdat er veel andere factoren zijn die van invloed zijn op hoe mensen zich gedragen. 6. Die uitdagingen zijn nog steeds zeer actueel, maar nieuwe ondersteuningsmechanismen of innovaties zijn er niet. Het betreft in vrijwel alle gevallen ondersteuning op maat, die geboden kan worden door SPORT•GOUDA. Met de inrichting van een sport- en beweegloket (ééningangsprincipe) eerder dit jaar is SPORT•GOUDA een spin in het web als het gaat om ondersteuningsvragen. Er zijn veel vormen van ondersteuning mogelijk (door sportbonden, freelance ondersteuners, experts en anderen). Met een centrale rol van SPORT•GOUDA kan er voortaan sneller gehandeld worden. 7. De nieuwe visie gaat niet per se over vastgoed- en accommodatiezaken. Daar ging met name de genoemde sportaccommodatienota over. Maar er worden zeker stappen gezet. Bij grote onderhoudswerkzaamheden treffen we waar mogelijk direct verduurzamingsmaatregelen. De ledverlichting in het zwembad en
het aanbrengen van isolatie in gymzalen zijn daar voorbeelden van. Een knelpunt is de netcongestie bij Stedin, waardoor de wens om het zwembad gasloos te maken, ingewikkeld wordt. 8. Het is nog te vroeg om te evalueren. Nieuwe voorzieningen zijn pas recent gerealiseerd of nog volop in ontwikkeling. In het nieuwe beleid gaat het met name om de sociaal-maatschappelijke kant van ‘urban’; hoe komen en blijven we als gemeente in contact met deze doelgroep? 9. Dat is in deze visie niet uitgewerkt. De visie gaat immers ook meer in op de sociaal-maatschappelijke aspecten van het sport- en beweegbeleid, dan op de vastgoed- en accommodatiekant. Momenteel maakt een extern bureau een advies voor de gemeente hoe de komende 15 jaar om te gaan met ons sportvastgoed. Daarin wordt ook dit vraagstuk meegenomen. 10. Uit het onderzoek, dat gedaan werd door een student, kwam vooral dat het voor vechtsportorganisaties onduidelijk is voor welke ondersteuning zij in aanmerking komen. Ook kenden ze bestaande regelingen niet of wisten ze niet hoe die in te zetten. Met de komst van het sport- en beweegloket (zie vraag 6) is daar voor alle verenigingen (en dus ook voor de vechtsportverenigingen) meer helderheid in gekomen. Daarnaast hebben we de getracht de nieuwe Subsidieregeling investeringen Sportgebouwen zo laagdrempelig mogelijk te houden.
Vechtsportverenigingen bleken vooral ook behoefte te hebben aan betere en/of eigen accommodaties. Daarvoor is nog geen oplossing in zicht. 11. Dat wordt in deze visie niet verder uitgewerkt. De gemeente is wel bezig met een strategisch plan voor sporthuisvesting en heeft daar een gespecialiseerd bureau voor ingeschakeld. In 2025 komt daar meer duidelijkheid over. 12. Zie het antwoord op de vorige vraag. 13. Ook daarvoor is in deze visie geen aandacht. Dit onderwerp hoort thuis bij het sportaccommodatiebeleid. 14. Zie ook hiervoor het antwoord op vraag 11. 15. De uitvoering van Gouda Goed Bezig is onderdeel van de sportvisie. Daarin is het komen tot rookvrije accommodaties een belangrijk speerpunt. Verplichting is niet aan de orde, het gaat erom of verenigingen intrinsiek gemotiveerd zijn dit te doen. Dat is anders dan bij scholen waar het een wettelijke verplichting is. Het advies van Gouda Goed Bezig betreft ook handhaving en hoe verenigingen dit kunnen oppakken. 16. Voor de uitvoeringsuren zijn al middelen beschikbaar in het bestaande programma Gouda Goed Bezig. Voor materialen of programma’s is dat niet het geval. Nu betalen verenigingen dat zelf of doet SPORT•GOUDA dat vanuit andere middelen. 17. Ja, want we willen juist dat minder Gouwenaars gezondheidsklachten aangeven als argument om niet te sporten.
Met gezondheidsklachten zijn er sporten die je prima zou kunnen beoefenen. Gezondheidsklachten behoren ook tot de top 3 van redenen om juist wel te gaan sporten. 18. Dat is niet meegenomen. We gaan uit van objectieve data. Als iemand van zichzelf vindt dat hij/zij genoeg beweegt, wil dat niet zeggen dat deze persoon ook voldoende beweegt volgens de officiële beweegrichtlijnen. 19. Dat meten we aan de hand van de tweejaarlijks door NOC*NSF uit te voeren Goudse Sportdeelname Index. Daarnaast maken we gebruik van cijfers die uit onderzoeken die de GGD doet. 20. Een belangrijk verschil tussen deze visie met de genoemde documenten is dat deze met name gaat over het sociaal-maatschappelijk aspect van sport en bewegen. De nota Ruimte voor Sport had betrekking op het sportaccommodatiebeleid. Het Sportakkoord (en nu het Leefstijlakkoord) is juist een document van de stad, waarin de gemeente als een van de maatschappelijke organisaties ambities uitspreekt. De missie is dat de gemeente ernaar streeft dat elke Gouwenaar kan sporten of voldoende bewegen, bij
voorkeur dicht bij huis. De uitgangspunten in de nota Ruimte voor Sport ondersteunen dit, daarin wordt gesteld dat er goede sportaccommodaties moeten zijn en dat de openbare ruimte uitnodigend moet zijn om te sporten en te bewegen. De verwachting is dat deze visie toekomstbestendig is. Uiteraard wordt er voortdurend vinger aan de pols gehouden en moet bijsturing op basis van uitvoeringsplannen altijd mogelijk zijn. 21. In feite dragen alle ambities daar aan bij. Met het realiseren van voorzieningen in de openbare ruimte, de wijze waarop we sportbeleid laten samenhangen met andere beleidsvelden (zoals binnen GALA), onze rol bij het aangepast sporten, regelingen als het Volwassenenfonds en de Regeling Investeringen Sportgebouwen en de organisatie van het Trainerscongres onlangs staan we er goed op in de regio. We worden als gemeente regelmatig gevraagd om als good practice dingen toe te lichten, schriftelijk of in presentaties. 22. We maken daarbij gebruik van mogelijkheden die zich voordoen. In Westergouwe is dat bijvoorbeeld de realisatie van de Skills Garden in 2025. Daarnaast maken we gebruik van de kennis en uitstraling van lokale boegbeelden, bijvoorbeeld op het gebied van skateboarden en freerunning. De grote renovatie van het skatepark op Sluiseiland is een voorbeeld van een project waarmee we een echte eyecatcher kunnen realiseren.
Ook met de domeinoverstijgende goede samenwerking tussen sport en openbare ruimte zijn we verder dan de regiogemeenten. 23a. Aan de tijdsduur is geen definitie gehangen. Als mensen zelf vinden dat ze sporten, volstaat dat. We sluiten daarbij aan bij de Lokale Sportdeelname Index van NOC*NSF, waarin mensen gevraagd wordt of ze sporten. Ze kunnen daarbij kiezen uit een lange lijst van genoemde sporten. 23b. Voor bewegen wordt de definitie die Gezondheidsraad, GGD en RIVM hanteren, gebruikt. Dat is op pagina 12 in de nota beschreven. 23c. Niet echt. Aannemelijk is dat het aantal Gouwenaars dat voldoende beweegt gezien de bevolkingssamenstelling en het opleidingsniveau in Gouda redelijk hoog is. Investeren heeft dan een fractie minder effect dan in een gemeente waar de inwoners gezien hun achtergrond logischerwijze meer zouden moeten bewegen. 24. De eerste komt aan bod bij ambitie 2 op pagina 17. Eerste verantwoordelijkheid hiervoor ligt met name bij het gemeentelijke verkeersbeleid en in het VerkeersCirculatiePlan is daar dan ook aandacht voor. Vanuit sport- (en gezondheids)beleid wordt aangehaakt op concrete ontwikkelingen in de stad. Meer plekken waar je in de buitenruimte kan sporten is opgenomen onder diezelfde ambitie (pagina 16). Sporten goedkoper maken is geen specifiek punt in de visie. Wél het zo betaalbaar mogelijk houden van sport (ambitie 8 op pagina 24). 25a.
Daar wordt zeker naar gekeken, maar vooralsnog lijkt de gemeentelijke begroting daar geen ruimte voor te hebben, omdat er op meerdere grote dossiers financiële zorgen zijn. Te denken valt aan huurverhogingen (maar brengt een stabiel fundament ‘sterke sportaanbieders’ aan het wankelen), verlagen van het onderhoudsniveau (maar leidt tot vroegtijdige vervangingen en dus hogere kosten op termijn) en het schrappen van de inzet op specifieke doelgroepen (met als logisch gevolg dat dat een negatief effect op de sport- en beweegdeelname). 25b. Te denken valt aan huurverhogingen (maar brengt een stabiel fundament ‘sterke sportaanbieders’ aan het wankelen), verlagen van het onderhoudsniveau (maar leidt tot vroegtijdige vervangingen en dus hogere kosten op termijn) en het schrappen van de inzet op specifieke doelgroepen (met als logisch gevolg dat dat een negatief effect op de sport- en beweegdeelname). 25c. Dat is inderdaad een zorg, zeker bijvoorbeeld voor het zwembad. De energiekosten kunnen daar op termijn flink omlaag door het zwembad gasloos te maken, maar vanwege de netcongestie van Stedin is daar voorlopig geen
mogelijkheid voor. De gemeente maakt momenteel wel een strategisch sporthuisvestingsplan. Daar proberen we uiteraard slimme keuzes te maken. 26. Daar wordt wel eens over nagedacht, hoewel de huidige verdeling voor een stad met de omvang als Gouda, ook overduidelijk veel voordelen biedt. Wanneer gesproken gaat worden over verlenging van de dvo (2026), wordt dit onderwerp wel nader bestudeerd. 27. Voor het Volwassenenfonds zijn duidelijke spelregels opgesteld, die ook openbaar in te zien zijn. Dankzij de inzet van intermediairs zijn er directe contacten met de doelgroep en zijn we goed op de hoogte van wie ervoor in aanmerking komt. Ook voor de Rotterdampas zijn er heldere richtlijnen. 28. Er wordt momenteel samen met NOC*NSF en de GGD aan een protocol Veilig Sportklimaat. Onderdeel daarvan (mogelijk in de vorm van een campagne met een bekende ambassadeur) wordt een Goudse Aanpak Veilig/plezierig Sporten. Een handhavingsmechanisme is er nog niet. 29. Dat is tot nu toe nog niet echt aan de orde geweest. Bij concrete voorbeelden als het Cruyff Court of het skatepark Sluiseiland wordt wel uitvoerig stilgestaan bij het groen in en rondom de locatie. 30. Dat betreft vooral ondersteuning op maat. Bijvoorbeeld het naar aanleiding van de Vitaliteitsscan maken van vrijwilligersbeleid samen met een aantal verenigingen die daarom vragen, en clubkadercoachingstrajecten bij verenigingen.
Ook het gemeentelijke VIP moet hier een actievere rol in gaan spelen.