CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A GL Regionale Laadvisie

Commissie Fysieke leefomgeving 19 januari 2026, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming Regionale laadvisie Midden Holland743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen

Van

: GroenLinks (Sandra Brouwer)

Datum

: 14 januari 2026

Onderwerp

: Regionale Laadvisie Midden Holland 2025 – 2035

Commissiegriffier

: Erwin Bok

Vragen 1. Wat is de verwachte electriciteitsvraag voor laden in Gouda in 2030 en 2035, uitgesplitst naar personenvervoer, logistiek en publieke dan wel private laadpunten? 2. Wat is het verschil tussen de laad-energievraag tot en met 2035 en de huidig voorziene duurzame opwek? 3. Op welke manier wordt groene stroom, bij voorkeur lokaal opgewekt in Gouda, operationeel gemaakt? 4. Ten aanzien van vraag 3: hoe wordt lokaal eigendom gegarandeerd? 5. Welke prioriteringskeuzes maakt Gouda bij netcongestie: welke laadlocaties krijgen voorrang en op basis van welke criteria? 6. Waar zijn de grootste kansrijke plekken voor (buurt)batterijen en energy hubs? 7. Wat betekent “Privaat waar het kan, publiek waar het moet” concreet en om welke reden is voor dit uitgangspunt gekozen? 8. Welke rol is er voor energiecoöperaties bij de eigendom van opwek, deelname in energiehubs en hoe wordt hun rol geborgd? 9. Hoe worden bewoners, verenigingen en ondernemers (inclusief exploitanten van parkeergarages) betrokken?

Antwoorden 1. Wat is de verwachte elektriciteitsvraag voor laden in Gouda in 2030 en 2035? Op basis van RVO-voertuigdata, het CBS-wagenpark en RVO-energiekengetallen bedraagt de verwachte elektriciteitsvraag voor laden in Gouda circa 53 GWh in 2030 en 100 GWh in 2035. In 2030 bestaat daarvan circa 41 GWh uit personenvervoer en 11,5 GWh uit logistiek; in 2035 groeit dit naar respectievelijk 73 GWh en 27 GWh. Ongeveer 16 GWh (2030) en 31 GWh (2035) betreft publiek laden; de rest vindt plaats op private locaties. Deze cijfers volgen de landelijke scenario’s die ook worden gebruikt in de ElaadNL Outlook.

2. Wat is het verschil met de duurzame opwek in Gouda? Er is geen directe één-op-één relatie tussen de lokale duurzame opwek en de laadvraag. Duurzaam opgewekte stroom kan, voor zover deze achter de meter wordt benut (bijvoorbeeld bij bedrijven, parkeergarages of energiehubs), direct worden ingezet voor lokaal laden. Voor het overige deel wordt de stroom ingevoed op het elektriciteitsnet en gemengd met andere productie. 3. Hoe wordt groene stroom operationeel gemaakt voor laden? Groene stroom die niet direct achter de meter wordt gebruikt, wordt ingevoed op het elektriciteitsnet en is daarmee beschikbaar voor alle afnemers, inclusief laadinfrastructuur. Waar mogelijk wordt in projecten gestuurd op directe koppeling van opwek en gebruik, bijvoorbeeld via laadpleinen, bedrijfsdaken en energiehubs. 4. Hoe wordt lokaal eigendom geborgd? Lokaal eigendom wordt geborgd via het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader Lokaal Eigendom (2024), waarin is vastgelegd onder welke voorwaarden inwoners en lokale partijen kunnen deelnemen in duurzame energieprojecten. 5. Wie bepaalt prioritering bij netcongestie? Bij netcongestie ligt de formele prioritering bij de netbeheerder, op basis van het landelijke ACM-afwegingskader van 12 december 2025, waarin maatschappelijke functies voorrang kunnen krijgen.

Gouda kan binnen haar laadvisie en programmering wel bepalen welke locaties en mobiliteitsfuncties worden voorbereid, maar de uiteindelijke toedeling van schaarse netcapaciteit gebeurt door de netbeheerder binnen dit wettelijke kader. 6. Waar zijn energyhubs en (buurt)batterijen kansrijk? Deze zijn vooral kansrijk op plekken waar veel gebruikers ruimtelijk dicht bij elkaar zitten, waar de energiebehoefte niet gelijktijdig is en waar sprake is van een hoge afname, zoals op bedrijventerreinen, parkeergarages, mobiliteitshubs en logistieke knooppunten. Daar kunnen bedrijven en gebruikers gezamenlijk profiteren van lagere netkosten en meer flexibiliteit. 7. Wat betekent “privaat waar het kan, publiek waar het moet”? Dit betekent dat laden zoveel mogelijk plaatsvindt op eigen terrein van bewoners en bedrijven, omdat dit goedkoper is, minder druk op de openbare ruimte legt en het elektriciteitsnet efficiënter benut. Publieke laadpunten worden vooral ingezet voor bewoners zonder eigen parkeerplek en voor specifieke mobiliteitsfuncties zoals deelauto’s, taxi’s en bezoekers. Dit uitgangspunt verlaagt maatschappelijke kosten en beschermt schaarse ruimte en netcapaciteit, terwijl toegankelijkheid voor iedereen behouden blijft.

8. Welke rol hebben energiecoöperaties? Energiecoöperaties kunnen deelnemen in opwek, energiehubs en lokale projecten binnen het kader van lokaal eigendom. Hun rol hangt af van hun organisatiekracht en professionaliteit. De Energiecoöperatie Midden-Holland werkt aan versterking en professionalisering om een serieuze partner te kunnen zijn in grotere projecten. 9. Hoe worden bewoners, verenigingen en ondernemers betrokken? Voor iedere doelgroep – zoals bewoners zonder oprit, bedrijven, deelmobiliteit, logistiek en parkeergarages – wordt een specifieke participatie- en uitvoeringsaanpak uitgewerkt en vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Binnen de publieke kaders kunnen private partijen en collectieven zelf initiatieven nemen, terwijl de gemeente zorgt voor afstemming, transparantie en een zorgvuldige belangenafweging, zodat laadoplossingen gedragen en evenwichtig worden ingepast in de openbare ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=1882bd10-e9e8-49c2-8957-62bfea3cce78