CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A GL Herbestemming Stadhuis compleet

Raadsvergadering 1 november 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Herbestemming Stadhuis Gouda1.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

: GroenLinks : 22 oktober 2023 : herbestemming Stadhuis Gouda : Lars van der Linden : 24-10-2023

Vragen: 1. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds bouwtechnische elementen en fysieke toegankelijkheid van het gebouw; en anderzijds om een inclusieve en sociale invulling van de activiteiten die in het gebouw plaatsvinden. Een belangrijk onderdeel van de exploitatie is 'een inclusief en sociaal Gouda waarin iedereen gelijkwaardig is' (p12. bestuursakkoord, p5. raadsvoorstel en punt 1.6 van het raadsvoorstel). Hoe wordt dit meegenomen in de analyse van de buitenkant van het gebouw, zoals bijvoorbeeld bij de overwegingen rondom de herdenkstenen? 2. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat er aanzienlijke potentie is om subsidies aan te vragen voor bepaalde gebouwgerelateerde investeringen. Deze zijn nog niet meegenomen in de baten. Is er een indicatie van de potentiële hoogte van deze subsidies? Waarom zijn deze nog niet (deels) meegenomen in de investeringsbegroting? 3. Bijlage 4, p.2-3: er zijn vijf profielen voor toekomstige RvT-leden geschetst. Bij twee van de vijf profielen staat vermeld dat deze leden woonachtig en/of werkachtig dienen te zijn in Gouda en mogelijk ingevuld kunnen worden door beginnende toezichthouders. Waarom is dit bij deze twee profielen specifiek benoemd? Waarom is dit niet van toepassing op de andere profielen? Waarom is er geen RvT-profiel met juridische kennis/achtergrond? 4. Bijlage 4, p.4-5: a.

Er wordt gesproken over organisatiescenario’s waarbij het in-samenwerking-met-scenario voor de hand lijkt te liggen. Hierbij worden gebruikersfuncties door externe partijen uitgevoerd maar ligt de eindverantwoordelijkheid alsnog bij de directeurbestuurder van het Stadhuis. Deze partner kan vervolgens zelf ook weer andere organisaties betrekken bij het invulling geven aan de gebruikersfunctie. Hoe zorgt de directeur-bestuurder in dit geval ervoor dat de gebruikersfunctie ingevuld wordt in lijn met de d&i doelstellingen van de stichting? Zoals het borgen dat de activiteiten voor een divers publiek toegankelijk worden en blijven, en dat mensen met verschillende achtergronden samenkomen in het Stadhuis. b. Voor het onderdeel ‘inspireren’ worden enkel potentiële Goudse partners opgevoerd. Is er een inventarisatie gemaakt van potentiële partners van buiten Gouda? Gezien de (schijn van) belangenverstrengeling met toekomstige RvT-leden kan dit nodig zijn.

5. Bijlage 4, p.5-6: De toekomstige stichting kan voor het onderdeel ‘ontmoeten’ een samenwerking aangaan met één of meerdere ondernemers. De effecten van deze samenwerkingen kunnen van invloed zijn op het exploitatieresultaat. Wat is de tijdlijn voor het uitzoeken van de impact van uitbesteding van horeca op het exploitatieresultaat? Wanneer neemt de RvT hier een besluit over? 6. Bijlage 4, p.11: Subsidies van verschillende overheden worden niet meegenomen als optie voor eenmalige financiering. Zijn provinciale en Europese subsidies onderzocht? Zo nee, waarom niet? Antwoorden: 1. De herdenkstenen aan de buitenzijde van het Stadhuis maken geen onderdeel uit van voorliggend project, dat zich focust op het concept en de functies binnen, en de ingrepen die hiervoor nodig zijn. Naast onderhoud en restauratie om het pand als zodanig toekomstbestendig te maken. 2. De keuze om de (eenmalige) subsidies voor de investering in het gebouw en de kansen die er zijn rondom fondsenwerving voor de exploitatie niet mee te nemen in de baten is om een zo zuiver mogelijk beeld te scheppen van het plan. De subsidies kunnen pas worden aangevraagd na het verkrijgen van de omgevingsvergunning. Echter, om onze kansen rondom aanspraak op mogelijke subsidies en de stapeling van verschillende subsidies te kennen is al wel gestart met gesprekken en een analyse van de mogelijke dekking.

Op hoofdlijn zijn er een aantal grote kansen voor dit project. Maar let op, deze getallen delen we als inzichten vanuit het proces en gesprekken, nog niet als definitieve toezeggingen voor de dekking. • Subsidie restauratie en herbestemming van rijksmonumenten in ZuidHolland. Kans op max € 1 miljoen subsidie bij provincie ZH op basis van huidige subsidieregeling (afhankelijk van aantal aanvragen dat jaar i.c.m. subsidieplafond) • Kans op kanjersubsidie, deze regeling is in ontwikkeling. Het ministerie van OCW werkt samen met een aantal partners aan de vormgeving van een subsidieregeling voor grote rijksmonumenten. De subsidieregeling is bedoeld om grote rijksmonumenten te restaureren, te verduurzamen en toegankelijker te maken. In totaal wordt €60 miljoen euro beschikbaar gesteld. Het stadhuis staan wel op de ‘lijst’ van de provincie. Ervaring leert dat bij dergelijke regelingen kan het subsidiepercentage oplopen tot wel 70%. • Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA). Deze subsidie van het Rijk is specifiek voor de maatregelen voor het verduurzamen van het stadhuis. Ervaring leert dat bij deze regeling het subsidiepercentage kan oplopen tot 30% van de kosten. Bovengenoemde subsidies zijn de grootste financiële potten die bekend zijn. Er zijn nog meer fondsen en subsidies, maar die betreffen kleinere en meer specifieke delen van het plan.

Vanuit zorgvuldig begroten hebben we deze nog niet zeker zijnde inkomsten dus niet opgenomen in de begrootte inkomsten. Dit is overigens ook in lijn met de aanbevelingen zoals gedaan in het recente evaluatierapport over

het project Amare: “- Maak een realistische begroting waarin eventuele fondsen, subsidies en sponsoring geen onderdeel vormen van (exploitatie) resultaten.” (Zie beantwoording vragen ChristenUnie). 3. Woonachtig en/of werkzaam in Gouda Gezien de beoogde inhoudelijke expertse van de RvT-profielen ‘community building’ en ‘educatie’ ligt het voor de hand dat zij woonachtig en/of werkzaam in Gouda zijn (zie p.2, o.a. “Bij voorkeur kennis van en ervaring met de verschillende gemeenschappen uit de verschillende wijken in Gouda” en “Bij voorkeur kennis van en ervaring met onderwijsinstellingen en de verschillende jongeren-gemeenschappen uit de verschillende wijken in Gouda”). Belangrijker is dat de RvT als geheel dient te voldoen aan de voorwaarde die verderop op p.3 vermeld staat: "De RvT-leden zijn in meerderheid woonachtig en/of werkzaam in Gouda. Vanwege de behoefte aan voldoende perspectieven van buiten Gouda, zijn minimaal twee RvT-leden elders woonachtig en werkzaam.” In het geval van vijf RvTleden betekent dit dat de evenwichtige samenstelling is geborgd, bestaande uit drie leden woonachtig en/of werkzaam in Gouda dienen te zijn en twee leden elders woonachtig en werkzaam dienen te zijn.

RvT-profiel met juridische kennis In het huidige governance-voorstel is er ten aanzien van de RvT gezocht naar een goede balans tussen benodigde kennis en een niet al te grote omvang van het toezichtsorgaan. Ten aanzien van juridische kennis ziet de huidige kwartiermaker drie mogelijkheden: 1. Het inhuren van aanvullende juridische expertise wanneer dit nodig is. 2. Het opnemen van juridische kennis binnen het RvT-profiel ‘financiën, organisatie, bedrijfsvoering, cultureel/maatschappelijk ondernemerschap’ (profiel 4; het nadeel van deze optie is dat profiel 4 erg breed wordt). 3. Het toevoegen van twee nieuwe RvT-profielen, zodat het totaal aantal RvT-leden uitkomt op zeven (een oneven aantal heeft de voorkeur bij stemmingen). In dat geval kan profiel 4 toegespitst worden tot ‘cultureel/maatschappelijk ondernemerschap’ (met specifieke expertise op het gebied van bedrijfsvoering, organisatie en financiën bij culturele en/of maatschappelijke ondernemingen met commerciële gebruikersfuncties) en kunnen de profielen ‘financiën’ en ‘juridische zaken’ (met meer algemene expertise op de desbetreffende onderwerpen) worden toegevoegd. 4.

Bij het aangaan van samenwerkingen met andere partijen voor de uitvoering van delen van het concept, kunnen prestatieafspraken rondom diversiteit en inclusie (net als eventuele consequenties voor het niet of onvoldoende nakomen ervan) worden vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomsten/-contracten. Vandaar dat op p.3 in het conceptprofiel van de directeur-bestuurder ook het volgende is opgenomen: “Kennis van en ervaring met het maken van heldere afspraken […] met […] partnerorganisaties, alsmede met het vastleggen ervan in contracten.” Hoewel potentiële partners van buiten Gouda niet uitgesloten zijn (zowel voor het onderdeel ‘inspireren’ als voor andere onderdelen), is er in deze fase geen inventarisatie

gemaakt van potentiële partners van buiten Gouda. Daarnaast geldt conform de Governance Code Cultuur voor alle RvT-leden dat zij “geen belangen of relaties met de stichting anders dan als […] RvT-lid […] en geen (neven)functies die de onafhankelijkheid in het geding brengen” (p.4) mogen hebben. Dit betekent dat personen die werken voor eventuele samenwerkingspartners van de stichting – uit Gouda en/of daarbuiten – geen zitting mogen nemen in de RvT. 5. De te werven directeur bestuurder van de stichting in de aanloopfase krijgt de opdracht om de impact van het al dan niet uitbesteden van horeca voor primair de gebruiksmogelijkheden in de burgerhal (en indien nodig andere commerciële functies co-working en zaalverhuur) ook zelf al op korte termijn nader laten onderzoeken en dus voordat de stichting daadwerkelijk is opgericht. De uitkomsten van een dergelijk onderzoek kunnen dan worden meegeven aan (de RvT van) de stichting, wiens directeur-bestuurder naar verwachting in 2024 het concept, het bijbehorende exploitatieplan en eventuele samenwerkingen nader zal kunnen uitwerken (zie conceptplanning, p.8). 6. Alle subsidiemogelijkheden en fondsen worden in beeld gebracht. Ook worden gesprekken gevoerd met de wijze waarop we de aanvraag willen inrichten zodat de subsidies die beschikbaar zijn en gestapeld mogen worden, worden aangesproken.

Hierin maken we een plan in samenwerking met de provincie, het Erfgoedhuis en het Rijk. Daarnaast onderzoeken we of er kansen zijn op een Europese subsidie bijvoorbeeld binnen Interreg Europe waar heden bijvoorbeeld een kans is voor subsidie op het digitaliseren en integraal ontsluiten van erfgoed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=d894b87e-22ff-491f-a7bc-4d72f9a89058