CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A GL Duurzaamheidsplan en warmtetransitie

Commissie Fysieke leefomgeving 16 september 2024, gemeente GoudaBij agendapunt: Beeldvorming: Duurzaamheidsplan en verdieping Transitievisie warmte (werksessie)2.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

1

GroenLinks 9 september 2024 Duurzaamheidsplan en focus warmtetransitie Erwin Bok 10 september 2024

Zijn de betrokken partijen voldoende betrokken bij de herziening van de focus van de warmtetransitie, zoals beschreven in het raadsmemo van 18 juni 2024? Met betrokken partijen worden alle stakeholders door heel Gouda bedoeld, dus ook buiten Plaswijckkern Stakeholders zijn betrokken geweest bij de uitvoering van de evaluatie van de warmtetransitie. Nadat het besluit over de herziene focus kenbaar was gemaakt heeft het college een brief ontvangen van Energiecoöperatie Gouda waarin zij te kennen geeft zich onvoldoende betrokken te voelen bij het besluit. Met de briefschrijvers is een gesprek gevoerd door de wethouder en de programmamanager. Het verschil van inzicht heeft opgeleverd dat het college scherp let op hoe de participatie bij de vormgeving van de uitvoeringsstrategie wordt vormgegeven.

1.1

Zo ja, hoe worden de zorgen bij de betrokken partijen geadresseerd? En hoe worden partijen betrokken bij de voorbereiding en vaststelling van de kaders van de uitvoeringsstrategie Een eerste gesprek hierover heeft al plaatsgevonden. De tweede stap is een werksessie met de commissie Fysieke Leefomgeving op 16 september.

1.2

Zo nee, wat waren de overwegingen om de betrokken partijen niet bij de herziening te betrekken Zie het antwoord bij 1 en 1.1.

2

Is het juist dat op basis van de uitkomst van het verkenningstraject Plaswijck-Kern de conclusie is getrokken dat een grootschalig warmtenet onhaalbaar is voor heel Gouda? Ja. Met dien verstande dat de term “onhaalbaar” in de ogen van het college vervangen mag worden door "nu niet haalbaar".

2.1

Zo ja, wat wordt verstaan onder grootschalig warmtenet? Kan het college aangeven wat het onderscheid is tussen kleinschalig en grootschalig? Het college hanteert hier het onderscheid in warmtenetten kleiner dan 1500 aansluitingen en warmtenetten groter dan 1500 aansluitingen. Voor warmtenetten <1500 aansluitingen geldt een minder uitgebreide set aan regels vanuit de nieuwe warmtewetgeving (Wet collectieve warmte Wcw en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie Wgiw). Voor deze kleinere netten geldt de eis van publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschappen niet en hoeft

ook geen “aanwijzingsprocedure” doorlopen te worden. Voor een dergelijk net kan bij het college ontheffing worden aangevraagd. 2.2

Zo ja, op basis waarvan concludeert het college dat de onderzoeksresultaten van Plaswijck-Kern van toepassing zijn op heel Gouda? In de TVW stond een warmtenet in Plaswijck Kern aangegeven als mogelijk kansrijk, met daarbij de opmerking dat een haalbaarheidsstudie naar een warmtenet gewenst is voor meer duidelijkheid. Tweeënhalf jaar na het vaststellen van de TVW leveren die haalbaarheidsstudies nog steeds een diffuus beeld op waaruit géén eenduidige conclusie kan worden getrokken. Het wegvallen van enkele potentiële afnemers (winkelcentrum en woningcorporatie) en het probleem van netcongestie voor grootverbruikersaansluiting (nodig bij aanleg van een warmtenet) leidde vervolgens tot de conclusie “warmtenet niet haalbaar” in Plaswijck Kern. Als het in andere wijken net zo gaat als in Plaswijck Kern (en voor wat betreft het probleem netcongestie in relatie tot de aanleg van warmtenetten geldt dat) dan blijven veel inwoners nog jaren in onzekerheid over de mogelijke warmteoplossing in hun wijk, terwijl de gemeente veel geld en capaciteit kwijt is aan deze onderzoeken.

2.3

Zo nee, wat betekent de uitkomst van het onderzoek Plaswijck-Kern voor andere mogelijk kansrijke wijken? De uitkomst van het onderzoek in Plaswijck-Kern betekent voor de andere mogelijke kansrijke wijken dat het college het aardgasvrije eindbeeld voor deze wijk voor nu zet op all-electric en niet meer op twee mogelijke eindoplossingen (grootschalig warmtenet of een all-electric oplossing). In deze wijken blijft een kleinschalig warmtenet, wanneer geïnitieerd door bewoners, nog steeds tot de mogelijke eindoplossing behoren. Het college wil nu stappen zetten in CO2 besparing en inwoners helpen met verduurzamen.

3

Wat wordt bedoeld met de stelling dat het tempo in verkenningsblok Plaswijck Kern vertragend werkt op overige projecten in de stad? Met ‘vertragende werking’ wordt gerefereerd aan de tijd die het kost om haalbaarheidsonderzoek op haalbaarheidsonderzoek uit te voeren om het eindbeeld voor een wijk helder te krijgen. In deze onderzoeken zit veel tijd, geld en menskracht. Voor ieder volgend verkenningsblok zou, wanneer zowel een individuele als een collectieve oplossing als mogelijk kansrijk worden gezien, eenzelfde route gevolgd moeten worden. De tijd die dit kost werkt vertragend op de andere projecten in de stad.

3.1

Welke overige projecten hebben vertraging opgelopen als gevolg van het tempo in verkenningsblok Plaswijck Kern? Graag SMART specificeren, dus ook hoe lang de vertraging is geweest. Vooral vooruitkijkend ziet het college een vertragende werking. Juist in de middellange termijnplanning (zie TVW: planning vanaf 2025) zijn veel wijken waar zowel een collectieve oplossing als individuele oplossing als mogelijke eindoplossing benoemd staat. Door de ervaringen in Plaswijck-Kern is nu bekend welk traject doorlopen moet worden en wat dit betekent voor het tijdspad en de benodigde mensen en middelen.

3.2

Welke andere factoren kunnen mogelijk een rol hebben gespeeld bij de gestelde vertraging? Er is geen sprake van gestelde vertraging.

3.3

In hoeverre speelt capaciteitsgebrek in de ambtelijke organisatie een rol bij de gestelde vertraging?

pagina 2

Om geen verdere vertraging op te lopen zijn handen nodig (projectleiders/procesbegeleiders). Bij de uitvoeringsstrategie herziene focus zal een capaciteitsraming gemaakt worden. 3.4

Hoe worden andere projecten in de stad nu versneld door de onderzoeksresultaten van Plaswijck-Kern? De "versnelling” zit vooral in het feit dat nu de focus gericht kan worden op één oplossingsrichting en hiermee stadsbreed gewerkt kan worden. Deelprojecten kunnen in deze werkwijze in één keer aan meer dan één wijk worden uitgevoerd. Hierbij valt ook te denken aan zaken als gemeenschappelijke inkoop of wijkaanpakken die voor meer wijken tegelijk in gang gezet kunnen worden.

4

Het raadsmemo van 18 juni had als doel de raad te informeren over een wijziging in focus in de uitvoering van de warmtetransitie waartoe het college heeft besloten. Behoort herziening van de focus van de warmtetransitie tot de bevoegdheid van het college of tot de kaderstellende rol van de raad? De herziening van de focus van de warmtetransitie is een bevoegdheid van het college; de kaders die de raad in 2021 heeft vastgesteld zijn onveranderd. Het betreft de focus op uitvoering. De raad wordt betrokken bij het stellen van de kaders voor de uitvoeringsstrategie. In de uitvoeringsfase is het vaststellen van Wijkuitvoeringsplannen een bevoegdheid van de gemeenteraad.

5

Het betreffende raadsmemo stelt dat de wijziging in focus moet zorgen voor intensivering en versnelling bij de uitvoering van de warmtetransitie. Op welke wijze wordt de uitvoering van de warmtetransitie geïntensiveerd en versneld door af te zien van (grootschalige) warmtenetten? Graag uw toelichting in aanvulling op de uitleg hiervan in het raadsmemo. Zie ook bij antwoord 3.4: de "versnelling” zit vooral in het feit dat nu de focus gericht kan worden op één oplossingsrichting en hiermee stadsbreed gewerkt kan worden. Deelprojecten kunnen in deze werkwijze in één keer aan meer dan één wijk worden uitgevoerd. Hierbij valt ook te denken aan zaken als gemeenschappelijke inkoop of wijkaanpakken die voor meer wijken tegelijk in gang gezet kunnen worden.

6

Waar naartoe is de focus van de warmtetransitie exact verschoven? Met andere woorden, welke andere maatregelen en oplossingen worden nu geïntensiveerd en versneld? In de uitvoering van de warmtetransitie is altijd al aandacht voor isoleren, besparen, individuele oplossingen en collectieve oplossingen geweest en deze aandacht blijft. In de Transitievisie Warmte (TVW) is voor een groot deel van Gouda aangegeven dat de mogelijke eindoplossing zowel een individuele oplossing als een grootschalige collectieve oplossing kan zijn. De aandacht ging daarom uit naar wat nodig was om de haalbaarheid van beide eindbeelden te onderzoeken of realiseren. De focus in de uitvoering is met het collegebesluit meer komen te liggen op het individuele eindbeeld en de stappen die nodig zijn om met een individuele oplossing een aardgasvrije woning te realiseren. In de uitvoeringsstrategie zal er meer aandacht zijn voor dit spoor. Klein-collectieve systemen die ontstaan vanuit een initiatief van inwoners/bedrijven maken ook nog steeds onderdeel uit van de focus.

6.1

Is het college van mening dat alleen isoleren en besparen voldoende perspectief biedt op een duurzame energievoorziening? Graag een toelichting in aanvulling op uw antwoord op vraag 5.

pagina 3

Alleen isoleren en besparen biedt zeker niet voldoende perspectief op een duurzame energievoorziening. Isoleren en besparen zijn beide wel voorwaarde om over te kunnen stappen naar een duurzame energievoorziening (en zijn ook van belang wanneer in de toekomst eventueel wél overgegaan kan worden op aanleg van een warmtenet!). Daarom zijn isoleren en besparen de eerste stappen in het proces waarin eigenaars kosten maken voor verduurzaming.

7

Op welke wijze draagt de herziening van de focus van de warmtetransitie bij aan CO neutraliteit in 2040? Het inzetten op nemen van concrete maatregelen, stadsbreed, leidt volgens de verwachting van het college eerder tot concrete afname van CO2 reductie dan het blijven uitvoeren van onderzoek naar warmtenetten.

7.1

Is het college van mening dat isoleren en besparen tot dit doel leidt? Isoleren en besparen draagt in elk geval direct bij aan dit doel. Door dit stadsbreed aan te pakken kunnen meer inwoners bereikt worden en kan versnelling ontstaan wanneer inwoners bij anderen zien dat men maatregelen neemt. Dit kan leiden tot een sneeuwbaleffect waardoor op termijn een kantelpunt bereikt wordt naar maatregelen bij een meerderheid van de inwoners.

7.2

Het raadsmemo constateert dat de TVW niet concreet genoeg is en dat inwoners behoefte hebben aan duidelijkheid. Hoe gaat de gemeente haar rol als regievoerder invullen? Welke concrete duidelijkheid gaat de gemeente geven aan inwoners die niet alleen willen isoleren en besparen, maar een duurzame warmte- en energiebron willen? Dit zal verder worden uitgewerkt in de uitvoeringsstrategie. De eerste TVW (2021) hoefde de genoemde concreetheid nog niet te bieden; dat zou in de uitvoering (wijkuitvoeringsplannen) en in de actualisering van de TVW gebeuren. De uitvoeringsstrategie is hiermee een stap naar meer duidelijkheid en concrete acties.

8

Klopt het dat woningcorporaties hebben besloten dat zij nergens in Gouda medewerking willen verlenen aan aansluiting op grootschalige warmtenetten? Betrokken woningcorporaties in Plaswijck Kern hebben besloten om niet mee te doen aan een grootschalig warmtenet in dat gebied. Het besluit gaat specifiek over het bezit in het verkenningsblok Plaswijck Kern, niet over andere gebieden in Gouda waar de betreffende woningcorporaties bezit hebben.

8.1

Wat betekent dit standpunt voor het tempo van de uitvoering van de warmtetransitie? Dit standpunt heeft vooralsnog geen invloed op het tempo van de uitvoering.

8.2

Op welke wijze willen de woningcorporaties dan wel bijdragen aan de warmtetransitie en CO2 neutraliteit in 2040? Gemeente en woningcorporaties zijn zich ervan bewust dat de gemeentelijke ambitie voor 2040 en de landelijke wetgeving en financiering gericht op 2050 niet goed op elkaar aansluiten. Ieder doet binnen de eigen mogelijkheden wat kan om Gouda zo snel mogelijk CO2-neutraal en aardgasvrij te maken. Een eerste stap daarbij is het uitfaseren van de slechtste labels. In 2028 moeten alle corporatiewoningen een D-label of hoger hebben. Via de prestatieafspraken maken gemeente en woningcorporaties afspraken over deze en de verdere verduurzamingsopgave.

pagina 4

9

Is het juist dat de aanleg van een warmtenet tot een te hoge energierekening van huurders zou leiden? Uit de berekeningen naar een warmtenet in Plaswijck Kern blijkt dat een warmtenet daar tot een hogere energierekening leidt bij eindgebruikers. Op basis van deze berekeningen hebben de woningcorporaties hun eigen conclusies getrokken. Het college verwijst hierbij naar bijlage 2 bij het memo 8189 van 19 juni 2024: Haalbaarheidsonderzoek Plaswijck Kern.

9.1

9.2

10

Welke doorrekeningen zijn gemaakt? Het is het college niet bekend of de corporaties verdere doorrekeningen van de energierekening voor huurders hebben gemaakt. Hoeveel méér zouden huurders moeten betalen als hun woning aangesloten wordt op een warmtenet, in brutokosten vóór verrekening van energietoeslagen? Het is het college niet bekend of de corporaties verdere doorrekeningen van de energierekening voor huurders hebben gemaakt.

Volgens het raadsmemo is de belangrijkste conclusie dat er geen specifiek scenario is dat zich op alle criteria positief van de andere scenario’s onderscheidt. Deze stelling wekt de indruk dat de voor- en nadelen van een grootschalig warmtenet niet significant afwijken van andere warmtevoorzieningen. Kunt u uitleggen waarom de woningcorporaties het warmtenet dan toch te duur vinden? En waarom er dan toch voor gekozen is om een warmtenet als onhaalbaar te beschouwen? Over de afwegingen van de woningcorporaties kan het college geen uitspraken doen. De corporaties kunnen hun afwegingen het beste zelf toelichten. Het college heeft in zijn afweging gekeken naar alle voor- en nadelen van warmtenetten ten opzichte van warmtepompen; niet alleen de kosten, maar bijvoorbeeld ook de ruimtelijke inpassing en noodzakelijke ingrepen in de woning. Bij de kosten is gekeken naar de investerings- en onderhoudskosten en de verdeling van de kosten over de pandeigenaar en eindgebruiker. De woningcorporaties hebben in hun afweging vooral gekeken naar de eindgebruikerkosten, dat wil zeggen de energierekening van de huurder en op basis daarvan hun conclusies getrokken. Er is niet zozeer gekozen om een warmtenet als onhaalbaar te beschouwen.

In de TVW stond een warmtenet in Plaswijck-Kern aangegeven als mogelijk kansrijk, met daarbij de opmerking dat een haalbaarheidsstudie naar een warmtenet gewenst is voor meer duidelijkheid. Tweeënhalf jaar na vaststellen van de TVW is die haalbaarheidsstudie gereed met nog steeds een diffuus beeld waaruit geen éénduidige conclusie kan worden getrokken. Daarbij kwam van de woningcorporaties het standpunt dat zij niet zouden aansluiten. Verder zou bij aanleg van een warmtenet netcongestie een rol gaan spelen, omdat voor het opwaarderen van warmte voor het warmtenet een grootverbruikersaansluiting nodig is. Als het in andere wijken net zo gaat als in Plaswijck-Kern dan blijven veel inwoners nog jaren in onzekerheid over de mogelijke warmteoplossing in hun wijk, terwijl de gemeente veel geld en capaciteit kwijt is aan deze onderzoeken. Daarom heeft het college geconcludeerd dat nu inzetten op ontwikkelen van grootschalige warmtenetten minder effectief zal zijn dan nu inzetten op stadsbrede uitvoering van acties gericht op isoleren, besparen en andere maatregelen die toewerken naar een individuele of all-electric oplossing. Zo weet iedereen waar hij/zij aan toe is en kunnen eigenaren en (ver-)huurders stappen gaan zetten.

pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=f39bfec7-3309-4e69-b544-eb51106ffea4