CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A GL Bestuurlijke bevoegdheden omgevingswet.docx

Raadsvergadering 26 mei 2021, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestuurlijke bevoegdheden Omgevingswet511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp

: : :

GroenLinks 21 april 2021 Bestuurlijke bevoegdheden omgevingswet

Datum antwoord :

Vragen: 1) Wij waren in de veronderstelling dat de zogeheten “kruimellijst” zou worden toegelicht. Wij missen die toelichting. Graag ontvangen wij een toelichting op de reikwijdte van punten 8; 9; 10 en 11. Graag met enkele voorbeelden en desnoods met mondelinge toelichting.

Antwoorden: De kruimelregeling staat in artikel 4 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De kruimelregeling is in de loop van de tijd uitgewerkt in jurisprudentie. Doordat in het besluit is geopperd dat de huidige situatie wordt vastgelegd wordt hierbij aangesloten op de bestaande jurisprudentie. Specifiek zal hieronder ingegaan hoe de leden 8, 9, 10 en 11 worden uitgelegd. Lid 8: De toelichting op de kruimelregeling geeft als voorbeelden het verleggen van het trottoir, het maken van een aantal parkeerplaatsen of het aanleggen van een groenstrook. In dit lid staan een tweetal factoren die aangeven wanneer iets onder dit lid valt. Ten eerste dient het te gaan om openbaar gebied. Bij openbaar gebied dient voornamelijk te worden gedacht aan gronden die doorgaans van de gemeente zijn. Ten tweede moet het gaan om een niet ingrijpende herinrichting. Op basis van jurisprudentie dient naar een aantal aspecten worden gekeken om te bepalen of er sprake is van een niet-ingrijpende herinrichting. Zo dient er worden gekeken welke mogelijkheden bestaan op basis van het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) en hoeveel hiervan wordt afgeweken. Ten tweede moet men kijken naar hoe het openbaar gebied nu wordt gebruikt. Het derde aspect waarnaar dient te worden gekeken is wat de gevolgen zijn voor de omgeving.

Indien door de herinrichting sprake zou zijn van aanzienlijk meer verkeer dan kan niet worden gesproken van een niet-ingrijpende herinrichting. Lid 9: Een pand kan in strijd met de functie zoals vastgelegd in het omgevingsplan worden gebruikt op basis van dit lid. Gelijktijdig met de

functiewijziging kunnen ook verbouwingen worden meegenomen, voor zover de oppervlakte en het bouwvolume niet toenemen. Buiten de bebouwde kom is dit alleen toegestaan voor een specifieke functiewijziging. Een voorbeeld van het gebruik van dit lid kan zijn dat kan worden gewoond in een bedrijfspand. Lid 10: Via dit lid in de kruimregeling kan een recreatiewoning (met de recreatiefunctie) worden gebruikt voor bewoning. Om gebruik te kunnen maken van dit lid dient alleen wel worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Zo dient de woning te voldoen aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan een woning. Verder dient de bewoner er al sinds 2003 te wonen en op dat moment moest de bewoner eveneens meerderjarig zijn. Alleen in dat geval kan via dit lid in een recreatiewoning worden gewoond. Lid 11: Dit laatste lid is een soort vangnetbepaling, waarin strijdig gebruik mogelijk is zolang dit gebruik niet langer duurt dan 10 jaar. Dit lid zal nog relevant zijn tot het moment dat de transitiefase van de Omgevingswet is afgelopen (2029) vanaf dat moment moeten buitenplanse omgevingsvergunningen namelijk binnen vijf jaar worden opgenomen in het omgevingsplan. Het kan daarom noodzakelijk zijn om dit lid vanaf dat moment bij te stellen naar vijf jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=f3dbdf87-eabc-459d-ade6-ea9827abc04f