A GBG WSW.docx
Tekst van het document
Technische vragen Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
Gemeente Belangen Gouda
: 17 september 2021 : Nieuwe overeenkomst WSW : : 20 september 2021
Vragen: Nieuwe overeenkomst WSW. 1. Het aangaan van de nieuwe overeenkomst betekent in theorie mogelijk een toename van financieel risico. Door het aangaan van de nieuwe overeenkomst kunnen de woningcorporaties nieuwe leningen aangaan, om woningbouw te realiseren. Daardoor zal het uitstaand bedrag aan leningen toenemen, waardoor in theorie de financiële risico’s voor de gemeente groter worden. 2. Vraag; kan indicatief worden aangegeven hoe groot deze financiële risico’s zijn in ‘euro’s’?
Antwoorden: De omvang van het potentieel theoretisch toenemend risico dat de gemeente is niet te kwantificeren. Dat zou alleen kunnen als we zouden weten wat de kans is dat er een beroep gedaan wordt op de achtervang door gemeenten. Stel dat die kans 1% is, dan kan je stellen dat bij een toename van de leningenportefeuille van x euro het risico met 1% van x toeneemt. Echter het WSW heeft er nog nooit een beroep op gedaan. De kans dat beroep gedaan wordt op de achtervang is heel erg klein. Zelfs de hele situatie rond Vestia heeft niet geleid tot een beroep op de achtervang door gemeenten. Het WSW heeft meerdere middelen om dit te voorkomen, en deze zijn onlangs nog verder uitgebreid. Denk aan de volmacht tot hypotheekvestiging. Bovendien zijn de contacten met onze woningcorporaties uitstekend en de verwachting is dan ook niet dat een borgstelling van het WSW voor toekomstige leningen die zij willen aangaan leidt tot een vergroting van de risicopositie. Ook de risicotoetsing wijzigt niet. In de Jaarstukken 2020 staat in de Risicoparagraaf / Borgstellingen WBC’s hierover het volgende opgenomen: “Dit risico betreft aan particulieren en aan woningcorporaties verstrekte geldleningen waarvoor waarborgfondsen optreden als borg; de gemeente fungeert als achtervang (als secundaire of tertiaire zekerheid).
De gemeente zal pas op deze borgstellingen worden aangesproken als het garantievermogen van de waarborgfondsen onvoldoende is om de betalingsverplichtingen voor rente en aflossing van de gewaarborgde geldleningen over te nemen van de in gebreke blijvende instelling. De kans dat de gemeente op deze achtervangpositie wordt aangesproken, wordt zeer klein geacht. Indien dat toch gebeurt, zal de aanspraak eerst op basis van 50/50 worden verdeeld tussen Rijk en gemeenten waarna het deel dat aan de gemeenten wordt toebedeeld op basis
van een bepaalde verdeelsleutel wordt omgeslagen naar de deelnemende gemeenten. Het eventueel voor Gouda resterende deel zal nooit meer zijn dan globaal 5% van het garantiebedrag en bestaan uit het verstrekken van een renteloze lening aan het betreffende waarborgfonds. Het eventuele netto verlies voor de gemeente bestaat derhalve uit derving van rentevergoeding op de verstrekte renteloze geldlening” Het risico wordt daarmee (onder “Borgstelling via het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) en WSW-borgstellingen voor woningcorporaties”) wel meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen, het effect van deze wijziging is zó theoretisch (waarbij Gouda nog een zgn. voordeelgemeente is waarbij het risico met de nieuwe verdeling nog kleiner wordt) dat dit cijfermatig niet tot aanpassing van het benodigde weerstandsvermogen zal leiden.