CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A D66 Startnotitie regiovisie Jeugd en Wmo

Commissie Samenleving 19 januari 2026, gemeente GoudaBij agendapunt: Oordeelsvorming Startnotitie Regiovisie Jeugd en WMO923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

: D66 Gouda - Heike Brandes : 07-01–2026 : Startnotitie Regiovisie Jeugd en WMO : Marnix Pons : 13-01-2026

Aanleiding: Op 14 januari 2026 spreekt de commissie Samenleving over de startnotitie Regiovisie Jeugd en WMO. In voorbereiding daarop heeft de fractie van D66 de volgende vragen: 1. In de startnotitie wordt het proces richting een nieuwe regiovisie geschetst. In de evaluatie komt terug dat voor sturing en opvolging duidelijk moet zijn welke concrete ‘bouwstenen’ worden opgeleverd (naast een visiedocument) en wanneer. Welke concrete producten/bouwstenen levert dit traject op, met status en planning? 2. De stukken gaan over samenwerking op meerdere niveaus (gemeente, GR, bovenregionaal). De evaluatie benoemt dat rolverdeling en mandaat in de praktijk niet altijd eenduidig zijn, wat invloed kan hebben op besluitvorming en opvolging. Hoe wordt rolverdeling/mandaat lokaal, GR, bovenregionaal vastgelegd (incl. escalatie), komt er bijvoorbeeld een mandatenkaart? 3. In de evaluatie wordt benoemd dat signalen uit de lokale uitvoering (o.a. wachtlijsten, passendheid van aanbod, opschalen/afschalen) niet altijd voldoende doorwerken in regionale sturing (bijv. inkoop/contractmanagement). Welke structurele werkwijze borgt dat lokale signalen (wachttijden/mismatch/afschalen) leiden tot regionale sturing in inkoop/contracten? verbetermogelijkheden 4. In de startnotitie wordt gesproken over (door)ontwikkeling en monitoring.

De evaluatie benoemt dat data/monitoring pas goed stuurbaar wordt als er gedeelde definities, normen en duiding zijn, en dat het helpt wanneer perspectief van inwoners/vertegenwoordiging vroegtijdig wordt betrokken. Op dit moment vindt er enkel een toetsing door adviesraden achteraf plaats. a. Welke inwoneruitkomsten worden leidend, b. hoe worden normen/definities bepaald, c. hoe worden inwoners/adviesraden hierbij aan de voorkant betrokken (momenten en vorm), mede in samenhang met de recent vastgestelde

Participatieverordening en de bijbehorende Denkwijzer Participatie (waarin o.a. adviesraden vroegtijdig worden betrokken)? 5. In de stukken gaat het om regionale samenwerking die ook financiële en inhoudelijke consequenties kan hebben (bijv. tarieven, contractvormen, volumeafspraken). Voor de controlerende rol is relevant hoe die gevolgen zichtbaar worden gemaakt richting de raden. Hoe wordt van regionale keuzes (tarief/contract/volume) de lokale begrotingsimpact én de impact op toegankelijkheid/kwaliteit voor inwoners inzichtelijk gemaakt richting raden? 6. In de evaluatie wordt de relatie gelegd tussen sociaal domein (o.a. MO/BW) en wonen/woonzorg, met name waar het gaat om uitstroom en passende woonplekken. Voor het traject is daarom relevant hoe deze samenhang procesmatig wordt geborgd en wat dat concreet oplevert. a. Hoe wordt de samenloop met de Woonzorgvisie en woonprogrammering geborgd (m.n. MO/BW/uitstroom), b. Wat levert dat concreet op als product/afspraak? Antwoorden: 1. Het product dat wordt opgeleverd is de nieuwe regiovisie Jeugd en Wmo. Het bereik en de vorm van de regiovisie zijn onderdeel van het proces waarvoor informatie wordt opgehaald door de GR JW bij alle betrokkenen, zoals ook beschreven in de planning. 2. De taken en bevoegdheden staan in de gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden-Holland.

Het Dagelijks bestuur heeft een aantal van die bevoegdheden gemandateerd, met name aan de directeursecretaris. Die staan bevoegdheden staan in het interne mandaatbesluit van de GR JW. 3. Er is niet één goede oplossing. Alles draait om de samenwerking lokaal en regionaal met elkaar blijven verbeteren, nieuwe processen uitproberen en daar afspraken over maken. Dat gaat, stap voor stap en met vallen en opstaan, steeds beter sinds de oprichting van de GR JW. 4. Expertise van ervaringsdeskundigen zijn leidend voor definities, ambities en werkwijzen in het verder ontwikkelen van monitoring. Normen en definities worden in overleg bepaald, waarbij ervaringsdeskundigheid en wetenschappelijk onderzoek elkaar versterken. Het betreft hier een invulling van de regionale opdracht aan de GR JW. Waar het (politieke) kaders betreft worden gemeenteraden/adviesraden betrokken via bijvoorbeeld dit proces om tot een nieuwe regiovisie te komen. Dit geldt niet voor de invulling van het hoe waaronder definities vallen. 5. Regionale keuzes over tarieven, contractvormen en volumeafspraken worden binnen de GR JW genomen binnen de bestuurlijke en financiële kaders die door de deelnemende gemeenten en hun raden zijn vastgesteld. Wanneer dergelijke keuzes financiële gevolgen kunnen hebben voor gemeentelijke begrotingen of de lopende

realisatie, worden deze effecten vooraf in beeld gebracht en betrokken in de afstemming met de gemeenten. De financiële doorwerking van regionale keuzes wordt voor gemeenteraden inzichtelijk gemaakt via de reguliere planning- en controlcyclus, zoals de kadernota, begroting en tussentijdse rapportages. Daarmee krijgen raden zicht op de lokale budgettaire effecten en eventuele financiële risico’s. Naast de financiële gevolgen wordt de impact van regionale keuzes op de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg voor inwoners via verschillende inhoudelijke informatiestromen zichtbaar gemaakt richting gemeenten en raden. Dit betreft onder meer regionale beleidsdocumenten, voortgangs- en monitoringsrapportages, kwaliteitsen wachttijdinformatie, signalen vanuit de toegang en zorglandschapsteams en evaluaties van de uitvoering. Deze informatie loopt niet uitsluitend via afzonderlijke besluitmomenten van het DB, maar maakt onderdeel uit van de bredere sturing en verantwoording binnen de regionale samenwerking. Indien de uitvoering of de feitelijke situatie – financieel of inhoudelijk – buiten de door de raden vastgestelde kaders dreigt te treden, worden gemeenteraden hierover geïnformeerd via de bestaande planning- en controlcyclus en, indien nodig, verzocht om bijsturing. Dit geldt voor alle kaders waarover afspraken zijn gemaakt. 6.

De invloed van de GR JW op het woonzorgdomein is beperkt. De GR JW voert de opdracht, door de gemeenten aan haar gegeven, uit binnen de kaders die zijn meegegeven en voert overleg met de gemeenten om de verschillende processen op lokaal en regionaal niveau op elkaar aan te laten sluiten. De nog op te stellen afspraken hierover komen in het regionaal afsprakenkader te staan die in de loop van 2026 opgeleverd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=0db3d7a8-8197-4be7-936e-67582393bdbb