A D66 - Sportnota
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: D66 Gouda - Heike Brandes : 06-10–2024 : Sportnota : Lars van der Linden :
Aanleiding: Op 10 oktober spreekt de commissie Samenleving over de voorliggende sportnota. In voorbereiding daarop heeft de fractie van D66 de volgende vragen: Vragen: 1. Op pagina 7 van de visie Sporten & Bewegen is te lezen dat de Social Return on Investment voor Gouda € 2,63 is. Komt dit ook ten goede aan Gouda zelf? In de bijlage is te lezen dat dit zich terugbetaalt in gezondheidswinst, lager verzuim, hogere levensverwachting etc. Kan worden aangeduid in welke programma’s uit de begroting we deze return terugzien? 2. Op pagina 8 is te lezen dat er ongelijke investeringen zijn gedaan om gelijke kansen te creëren. Kan dit worden toegelicht? 3. Op pagina 9 wordt gesproken over het feit dat de formele afspraken met verenigingen op orde moeten worden gebracht. Wat wordt verstaan onder op orde brengen, en op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd? 4. Op pagina 10 is te lezen dat Gouda zich richt op het maken van impact en daarom de voorkeur geeft aan bewezen effectieve interventies. Welke interventies die nu worden ingezet zijn bewezen effectief? A. Welke interventies die nu worden ingezet zijn niet bewezen effectief? 5. Op pagina 12 vinden we terug welke doelen Gouda zichzelf stelt als het gaat om het percentage Gouwenaars dat wekelijks sport en aan de beweegrichtlijnen voldoet. Zit hier nog een differentiatie in per doelgroep of leeftijdscategorie? 6.
Op pagina 25 wordt gesproken over de ambitie dat meer kinderen zwemvaardig zijn. Is er in de afgelopen jaren een toename te zien van (ernstige) zwemongelukken die deze ambitie ondersteunen? 7. Op pagina 25 wordt gesproken over de LIA. Wordt hier de LIDA bedoeld? 8. Vanuit het Rijk wordt bekeken of de SPUKS kunnen worden overgeheveld naar het gemeentefonds. Zullen deze gelden dan verdwijnen in de algemene middelen of blijven deze geoormerkt voor sport en bewegen? 9. In het memo over de niet sluitende begroting worden een aantal maatregelen genoemd om tot een sluitende begroting te komen. Welke scenario’s zijn er door de gemeente gemaakt over welke combinatie aan maatregelen zouden kunnen leiden tot een sluitende begroting? En wat de eventuele consequentie daarvan is?
10. In hoeverre zijn de gehanteerde huren voor de accommodaties kostendekkend? Kunnen de betreffende cijfers hierover overlegd worden? 11. Op welke wijze is de gemeente voornemens om data te verzamelen over de voortgang van sportdeelname, met name voor het sporten in de openbare ruimte? 12. Wat is er qua infrastructuur nodig om de ambities voor sporten in de openbare ruimte waar te maken? Op welke manier wordt er rekening gehouden met duurzaamheid en onderhoud? Op 6 oktober 2021 is door de raad de motie D66/SGP Level Playing Field unaniem aangenomen. De motie beoogde te bezien of er een zoveel mogelijk gelijk speelveld gecreëerd kon worden voor verenigingen die wel accommodaties huren bij Sport.Gouda en degenen die dat niet doen (bijvoorbeeld doordat zij zelf eigenaar zijn van hun accommodaties). 13. In hoeverre heeft de wens tot uitvoering van deze motie bijgedragen aan de totstandkoming van de nieuwe Sportnota? 14. Waar, behalve op pagina 9, waar gerefereerd wordt aan de motie, is dit zichtbaar? 15. Hoe denkt het college verder te gaan met het creëren van een gelijker speelveld in de toekomst voor de verschillende verenigingen. 16. Welke rol kan Sport.Gouda hierin spelen? Bekend is dat er forse verschillen ontstaan in de hoogte van contributies van de verschillende verenigingen ten gevolge van het verschil in kosten van accommodaties.
De ene sport is niet alleen duurder dan de andere vanwege de aard, maar ook vanwege het verschil in kosten van huren van de (gesubsidieerde) instelling Sport.Gouda of het in eigendom hebben van accommodaties. 17. Is er inzicht in de verschillen in de hoogte van de contributie voor de verschillende sporten in Gouda? 18. Op welke manier kunnen die verschillen verkleind worden, uitgaande van de wens dat verkleining van die verschillen raadsbreed is uitgesproken?
Antwoorden: 1. Concreet is dat moeilijk terug te zien, zeker niet op de korte termijn. De effecten moeten op termijn terug te zien zijn in de begroting van het programma sociaal domein. 2. Daarmee wordt bedoeld dat we er soms voor kiezen om bepaalde wijken of doelgroepen die in verschillende levensfasen zitten, extra te ondersteunen. Een actueel voorbeeld is het Living Lab korte Akkeren. Dat is een wijk waarvan we weten dat de sportdeelname en de gezondheid lager is dan in andere wijken. Daar wordt dan extra geïnvesteerd door samen met bewoners en wijkorganisaties een traject op te zetten om bewoners letterlijk en figuurlijk in beweging te krijgen. 3. Het gaat hier om afspraken over huur, recht van opstal, belastingen, verzekeringen, eigendom. Gebleken is dat deze afspraken vaak al tientallen jaren oud zijn en nodig geactualiseerd moeten worden. Op basis van ervaringen van anderen gemeenten hebben we geconstateerd dat dit een meerjarentraject is en is er ambtelijke capaciteit
gecreëerd om dit project op te zetten. Als er consequenties zijn wat betreft beleidskeuzes of budgetten, betrekt het college de raad daar uiteraard bij. 4. Voorbeelden van bewezen effectieve interventies zijn Bewegen Werkt en de diverse GLIaanpakken (Gecombineerde Leefstijl Interventies). Een voorbeeld van een niet-bewezen effectieve interventie is de MQ Scan, waarmee de motorische vaardigheden van kinderen in beeld wordt gebracht. 5. Ja, dat is bijvoorbeeld bij ambitie 3 uitgewerkt, op pagina 17. 6. In Gouda hebben we niet meer zwemongelukken gezien. Wel zien we dat motorische ontwikkeling ook in relatie tot zwemlessen aandacht blijft vragen. 7. Dat klopt. 8. De middelen komen dan in de algemene middelen terecht. Ze zijn niet geoormerkt voor sport en bewegen. 9. Uitgewerkte scenario’s liggen er nog niet. Als extra gemeentelijke middelen niet beschikbaar zijn, kunnen grote ‘klappers’ gemaakt worden met huurverhoging, minder onderhoud aan accommodaties en het stoppen met sport- en beweegstimuleringsactiviteiten voor specifieke doelgroepen. Deze hebben uiteraard flinke consequenties. De mening van de raad wordt op prijs gesteld bij de te maken keuzes, die vervolgens worden vastgelegd in een uitvoeringsagenda. 10. Huren van sportaccommodaties zijn niet kostendekkend. Net als in de rest van Nederland kiezen gemeenten daar van oudsher voor om de sport betaalbaar te houden.
De dekkingsgraad voor buitensportaccommodaties ligt tussen de 20 en 30% 11. Dat doet de gemeente met de tweejaarlijkse uitvoering (door NOC*NSF) van de Goudse Sportdeelname Index. Daarnaast wilde de gemeente samen met 4 andere gemeenten aansluiten bij een landelijke pilot met NOC*NSF en Sport Data Valley om cijfers op een alternatieve wijze te verzamelen, maar dat is vooralsnog niet van de grond gekomen (vanwege het feit dat de twee landelijke partijen er niet met elkaar uitgekomen zijn. 12. Qua infrastructuur is daar niet iets specifieks voor nodig. Belangrijk is vooral dat er ingehaakt kan worden op lopende ontwikkelingen in de stad. Sporten in de openbare ruimte kan daar waar speelplekken verdwijnen of worden omgekat naar sportplek. Daarnaast benutten we de openbare ruimte zoveel mogelijk bij herinrichting als plek om mensen in beweging te krijgen. Voor onderhoud is specifiek budget beschikbaar, wat betreft duurzaamheid wordt daar in het kader van de bredere kijk op de openbare ruimte rekening mee gehouden. Er wordt aangesloten bij breder gemeentelijk beleid op het gebied van projecten en beheer openbare ruimte. 13. De motie heeft op beperkte wijze bijgedragen aan de totstandkoming van deze visie.
Dat heeft te maken met het feit dat deze visie vooral handelt over de sociaalmaatschappelijke kant van sport en het level playing field vooral betrekking heeft op verschillen in accommodatiekosten. Desalniettemin kan level playing field ook breder gezien worden en wordt er in deze visie toch beknopt aandacht aan gegeven. 14. Zie vorige vraag. De aandacht blijft beperkt tot pagina 9. 15. Vooralsnog wordt er gesproken met een aantal verenigingen die in de toekomst problemen voorzien met de betaalbaarheid van hun accommodatie. Als dat leidt tot andere gewenste situaties, moeten de brede gevolgen daarvan in beeld gebracht worden. 16. SPORT•GOUDA staat daar niet voor aan de lat. Als er andere afspraken gemaakt moeten worden over onderhoud of renovaties, komt SPORT•GOUDA wel in beeld. 17. Nee, daar is geen actueel overzicht van. In 2022 is wel bij een aantal (buitensport)verenigingen een inventarisatie gedaan van de contributies, in het kader van de motie Level Playing Field. 18. Er zijn zeker verschillen in de hoogte van contributies. Het college heeft de indruk dat dat maar zeer beperkt wordt veroorzaakt door de kosten van accommodaties, en veel meer door de aard van de sport. Met een aantal verenigingen wordt wel gesproken over eventuele toekomstige veranderingen in de eigendomssituatie.