A D66 GIP.docx
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: Bram Talman – D66 Gouda : 9 december 2022 : Gouds Isolatie Programma : Erwin Bok : 13-12-2022
Vragen: 1. p.12: uitgaande van 40 weken uitvoering per jaar dienen 55 ingrepen per week te worden gerealiseerd. Hoe wordt een eventuele achterstand (beperkt materiaal + hoge materiaalkosten en krappe arbeidsmarkt) bij realisatie in 2023 ingelopen? 2. p.12: is, in relatie tot de omvang van de aanvangs- en vaste kosten, overwogen om een omgekeerde groeicurve te hanteren en zoveel mogelijk gebouwdelen te isoleren voor 2030? 3. p.34 Goudse Isolatiesubsidie: wordt bij de subsidie ook gekeken naar de mogelijkheid van (gedeeltelijke) financiering door de eigenaar met overwaarde van de woning? 4. p.35 5.2.1: Hoe kunnen huishoudens met energiearmoede in een koopwoning met slecht energielabel gebruik maken van de acties bij programmalijn A? Een deel heeft immers te weinig middelen om te investeren. 5. p.39 Output: Waarom is niet gekozen voor het bijhouden van het (voorlopig) energielabel voor en energielabel na het treffen van de isolatiemaatregelen? 6. p.51 Bijlage A ontbreekt bij de stukken? 7. In het raadsbesluit zijn de financiële consequenties / bedragen niet opgenomen? Antwoorden: 1. Hfd 5.4.1 beschrijft hoe de monitoring en bijsturing geregeld worden.
Zie hiervoor onder meer de tekst op pagina 40: “Wanneer conversies achterblijven bij wat in dit programma is ingeschat wordt bijgestuurd door bijvoorbeeld extra of andere activiteiten te organiseren om de benodigde conversie wel te behalen.” 2. Nee, dit scenario is niet uitgewerkt. Het zou onrealistisch zijn om zo ver af te wijken van het landelijk tempo (waar de Rijks financiering op gebaseerd is). 3. Isolatiesubsidie is een financiële bijdrage die los gezien moet worden van mogelijkheden om te lenen. Voor het inzetten van de overwaarde van de woning worden woningeigenaars verwezen naar hypotheekverstrekkers zoals het Nationaal Warmtefonds. Dit fonds zal de komende jaren in elk geval goed onder de aandacht gebracht worden. 4. Woningeigenaren die problemen ervaren met betalen van de energierekening (energiearmoede) maken idealiter eerst gebruik van programmalijn B. Daarnaast kan deze doelgroep ook op weg geholpen worden bij het aanvragen van een lening of hypotheek bij het Nationaal Warmtefonds die speciaal voor deze doelgroep zijn ontwikkeld. Verder is er op termijn voor deze doelgroep ook isolatiesubsidie.
5. Paragraaf 5.4.1., p. 39, beschrijft de monitoring van de aanpak. Het meten van de effectiviteit betreft de acties om eigenaren te bereiken en deelname te genereren (input). Vervolgens worden hiervoor de uitgevoerde maatregelen en acties aan de woning als output gemeten. Het effect over de looptijd van het programma zal vervolgens te meten zijn door onder meer de afgemelde (“definitieve”) energielabels te meten. Een voorlopig energielabel als input is een zeer onbetrouwbare variabele omdat per woning met eenzelfde label totaal verschillend kan zijn hoeveel en welke ingrepen er gedaan moeten worden om de landelijke Standaard te bereiken. 6. Excuses voor deze omissie, bijlage A, het Excelbestand, is inmiddels aangeleverd en wordt bij de stukken geplaatst. 7. Middelen worden gedekt uit het programma Energietransitie die in de (door de raad vastgestelde) programmabegroting zijn verwerkt, aangevuld met de specifieke uitkeringen voor energiearmoede en Nationaal Isolatieprogramma. De financiële paragraaf in het raadsvoorstel licht dit toe.