CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A D66- APV

Raadsvergadering 14 maart 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 20201.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

: : : : :

Evert Bobeldijk (D66) 9 februari 2023 APV Jacoline Holdijk 17 februari 2023

Vragen: Bij de laatste vaststelling van de APV in de gemeenteraad op 2 februari 2022 is er namens D66 een stemverklaring afgelegd waarin we kritisch zijn over het in de APV opnemen van nieuwe regels als symbool, wanneer die regels gericht zijn op problemen die niet spelen in Gouda, niets toevoegen aan bestaande wetgeving of zelfs strijdig zijn met hogere wetgeving. In artikel 2:39a en 2:39b van de APV is het verbod op afschieten en vervoer en bezit van carbid geregeld. 1. Kan het college aangeven in hoeveel gevallen de afgelopen jaren moest worden opgetreden tegen gevallen van overtreding van deze artikelen? 2. Kan worden aangegeven of, indien er is opgetreden op basis van deze artikelen, er op die momenten ook op basis van andere regelgeving (hinder, gevaar, geluidsoverlast) had kunnen worden gehandhaafd In artikel 2:28a van de APV is het verbod op messen en andere steekwapens geregeld. 3. Kan het college aangeven in hoeveel gevallen de afgelopen periode moest worden opgetreden tegen gevallen van overtreding van dit artikel? 4. Kan worden aangegeven of, indien er is opgetreden op basis van dit artikel, er op die momenten ook op basis van andere regelgeving (Wet Wapens en Munitie) had kunnen worden gehandhaafd? Het college stelt voor om het lachgasverbod uit de APV te schrappen vanwege de inwerkingtreding van hogere wetgeving.

Bij de opname van het lachgasverbod in de APV heeft D66 aangegeven twijfels te hebben over de handhaafbaarheid van het verbod; en of het verbod stand zou houden voor de rechter. Dit mede naar aanleiding van een gerechtelijke uitspraak tegen de gemeente Veenendaal. Wij waren derhalve voorstander van wachten op invoering van genoemd landelijk verbod. 5. Kan het college aangeven hoe vaak de artikelen betreffende het lachgasverbod in de praktijk hebben geleid tot tegengaan van gebruik, vervoer en bezit van lachgas? 6. Kan het college aangeven hoe is omgegaan met de artikelen betreffende het verbod op verkoop van lachgas in de horeca? Het college stelt, op basis van een unaniem in de raad geuite wens om straatintimidatie tegen te gaan, voor om een verbod op straatintimidatie op te nemen in de APV. Meerdere gemeenten zijn ons voorgegaan. Voor zover ons bekend is er eenmaal een zaak voor de rechter gekomen op basis van zo’n APV-artikel. Bij die gelegenheid heeft de rechter duidelijk gemaakt dat zo’n verbod niet geldig was op basis van hogere wetgeving. Op basis hiervan hebben gemeenten, die dit reeds in de APV hadden opgenomen, zich gericht op diverse maatregelen zoals die in het

raadsvoorstel ook worden genoemd onder de kop: “overige mogelijkheden voor het aanpakken van straatintimidatie”. 7. Heeft het college kennis genomen van de terminologie en technische inpassing in de APV die in andere gemeenten is gebruikt om te pogen straatintimidatie strafbaar te stellen? 8. In hoeverre wijkt de Goudse aanpak en terminologie van opname in de APV af van die in andere gemeenten? 9. Aangegeven wordt dat wordt onderkend dat “niet alle intimiderende uitlatingen gemakkelijk zijn op te sporen en te bewijzen”. In dezelfde paragraaf van het raadsbesluit staat opgenomen dat effectieve handhaving van groot belang is. Hoe verhouden deze twee zich tot elkaar? 10. Heeft het college overwogen om, conform het beleid in andere gemeenten, in te zetten op de “overige mogelijkheden” en opname van het verbod op straatintimidatie in de APV achterwege te laten? 11. Op welke manier zouden genoemde “overige mogelijkheden” op korte termijn in beleid kunnen worden omgezet en welke concrete acties overweegt het college om dit te realiseren? 1.Er zijn in de afgelopen jaren geen overtredingen van het carbidverbod geconstateerd. Gezien het door de raad beoogde stapsgewijze toewerken naar een jaarwisseling zonder vuurwerk, is het mogelijk dat carbidschieten in de toekomst ook in Gouda vaker als alternatief wordt gezien voor het afsteken van vuurwerk. 2. nvt. Zie het antwoord op vraag 1. 3.

Deze informatie is niet bekend bij het college, indien gewenst kunnen specifieke cijfers hierover worden opgevraagd bij politie. 4. Het artikel in de APV ziet toe op een specifiek formaat mes dat onverpakt/voorhanden wordt vervoerd. De reden om dit artikel in de APV op te nemen is, dat de Wet wapens en munitie hierin niet voorziet. 5. Sinds de opname van het lachgasverbod in de APV is tweemaal een last onder dwangsom opgelegd aan een persoon, die lachgas op een openbare plaats verhandelde of bij zich had. In beide gevallen was er sprake van een mogelijk gevaarlijke situatie. In de ene situatie ging het om vervoer in een bestelbus van grote hoeveelheden lachgas, in het andere geval ging het om een persoon die voor zijn beroep continu op de weg zat en meerdere keren onder invloed van lachgas in zijn voertuig is aangetroffen. Politie geeft daarnaast aan dat in het afgelopen jaar veel incidenten zijn geweest waarbij lachgas is aangetroffen, dan wel meldingen zijn gedaan die te relateren zijn aan lachgas. Het algemene beeld van politie is dat er vooral veel meldingen zijn geweest over lachgasgebruik op straat en/of in voertuigen. 6. In de exploitatievergunningen van openbare inrichtingen is het voorschrift opgenomen, dat lachgas niet in de inrichting mag worden verhandeld. Voor zover bekend is dit het afgelopen jaar niet voorgekomen.

7. Hiervan heeft het college kennis genomen. 8. Er is geen bepaling in de Model-APV van de VNG over een verbod op straatintimidatie voorhanden. Gemeenten hebben zelf bepalingen opgesteld en dit op verschillende wijzen in de APV opgenomen. Een aantal gemeenten heeft een aparte bepaling in hun APV opgenomen. Deze zijn in het raadsvoorstel benoemd. Een algemeen verbod op straatintimidatie is in een juridische procedure onverbindend verklaard vanwege strijdigheid met het recht op de vrijheid van meningsuiting. Daarom heeft het college gekozen voor een uitbreiding van het bestaande artikel over hinder, evenals in de gemeenten Enschede en Alkmaar is gebeurd. Zo valt straatintimidatie onder de strafbaarstelling van het zich hinderlijk ophouden op een openbare plaats, zoals bijvoorbeeld het opzettelijk belemmeren van de doorgang voor passanten belemmeren. Overigens is het artikel nog niet juridisch getoetst. Voor de beschrijving van de Goudse aanpak van straatintimidatie wordt verwezen naar de onderstaande beantwoording van de vragen 9 tot en met 11 en naar hetgeen hierover in het raadsvoorstel is vermeld. 9. Met effectieve handhaving wordt bedoeld om aan te geven, dat het college de mogelijkheden tot handhaving zo optimaal mogelijk wenst te benutten, zodat het maximale effect wordt behaald.

Daarom wordt niet alleen een verbod op straatintimidatie in de APV opgenomen, om repressief te kunnen optreden, maar worden ook preventieve middelen ingezet. Zo kunnen toezichthouders bijvoorbeeld proactief het gesprek aangaan of extra surveilleren in hotspot gebieden. Onderkend dient te worden dat het lastig is om straatintimidatie in de praktijk te voorkomen of tegen te gaan. 10. Straatintimidatie is een lastig probleem dat niet eenvoudig kan worden opgelost. Daarom wil het college alle middelen hiervoor inzetten, in een combinatie van preventie en repressie. 11. Het zou dan gaan om het inzetten op preventie van straatintimidatie, door het geven van preventie-trainingen en het inzetten op bewustwording.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=b07c6bad-5df6-4e78-9494-b3ead135570a