A CU - Verordening rondvaartboten
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: ChristenUnie : 29-09-2025 : Verordening rondvaartboten : Jacoline Holdijk : 30-09-2025
1) Welke opmerkingen en/of zienswijzen hebben de twee huidige rederijen ingebracht bij de totstandkoming van de verordening? 2) Hoe zijn deze opmerkingen gewogen in de voorbereiding van het raadsvoorstel? 3) Welke suggesties of zorgen van de rederijen zijn verwerkt in de uiteindelijke verordening, en welke niet? Kunt u dit toelichten? 4) Is er voorzien in een mogelijkheid voor exploitanten om aanvullende input te leveren bij de evaluatie van de verordening? 5) Is er een procedure voor het aanvragen van tijdelijke ontheffing? 6) Welke soorten “duurzaamheidsontwikkelingen” kunnen aanleiding zijn voor intrekking of wijziging van vergunningen op basis van art. 7 lid 2? 7) Betekent dit dat het college zonder tussenkomst van de raad kan besluiten dat bijvoorbeeld uitsluitend elektrisch aangedreven of emissiearme boten zijn toegestaan? 8) Welke procedure wordt gevolgd voordat het college gebruik kan maken van art.
7 lid 2? 9) Wordt de gemeenteraad hierover vooraf geïnformeerd of om instemming gevraagd? 10) Is er voorzien in een overgangstermijn of afbouwperiode voor bestaande vergunninghouders bij zo’n wijziging? 11) Hoe wordt de rechtszekerheid van vergunninghouders gewaarborgd, gegeven dat vergunningen voor onbepaalde tijd gelden maar toch kunnen worden ingetrokken of gewijzigd? 12) Welke mogelijkheden hebben exploitanten om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen een wijziging of intrekking op basis van art. 7 lid 2? 13) Welke criteria hanteert het college om te bepalen of een intrekking/wijziging op grond van duurzaamheid proportioneel is? 14) Beschikken de huidige schippers in Gouda al over het vereiste certificaat schipper open rondvaartboot beperkt? 15) Zo nee, hoeveel schippers moeten dit certificaat nog behalen, en welke tijd/ kosten zijn hieraan verbonden? 16) Zijn de huidige rondvaartboten al standaard uitgerust met de verplichte verbandtrommel, brandblusser en reddingsmiddelen zoals genoemd in art. 5?
Antwoorden: 1. De concept verordeningen zijn mondeling besproken en via de mail verstuurd. 2. De opmerkingen zijn gewogen waarbij is gezocht naar een evenwicht tussen enerzijds het stellen van vereisten en anderzijds de werkbaarheid in de praktijk. 3. Een aantal opmerkingen zijn overgenomen, bijv. de verplichting om op iedere boot een AED te hebben is verwijderd. Niet overgenomen is de wens van Reederij de IJsel om een CvO (Certificaat van Onderzoek Binnenvaart) verplicht te stellen. Dit is een Europese richtlijn waar binnenvaartschepen langer dan 20 meter en passagiersschepen (met meer dan 12 passagiers) aan moeten voldoen. Indien de rondvaartboten in Gouda langer dan 20
meter zijn en/of meer dan 12 passagiers vervoeren, dan moeten ze hier conform deze Europese richtlijn aan voldoen. Dat is op dit moment niet bij alle boten het geval. De Inspectie leefomgeving en transport is aangewezen om te handhaven op de aanwezigheid van een CvO. Verder willen wij niet regelen in een verordening wat al in hogere regelgeving afdoende is geregeld. Een andere suggestie die is meegegeven is het verplicht stellen van een opvarende verzekering. Dit vinden wij nu niet nodig, en is daarbij niet gebruikelijk om te eisen. 4. Dit is altijd mogelijk.
5. Nee, dat is niet meegenomen. 6. Hiermee wordt bedoeld, dat wanneer in het duurzaamheidsbeleid bijv. wordt besloten dat rondvaartboten alleen nog met elektrisch aangedreven boten mogen varen. Dit zou op termijn een uitwerking van het duurzaamheidsplan kunnen zijn, maar is nu nog niet actueel. 7. Nee, mocht dit beleid worden opgesteld zal dat worden vastgesteld door de gemeenteraad. 8. Het college kan hierbij gebruik maken van een procedure met zienswijze mogelijkheid op basis van artikel 4:8 Algemene wet bestuursrecht. 9. Nee. Het intrekken of wijzigen van een vergunning behoort bij het college. 10. Het college zal als dit speelt hierover een nadere afweging moeten maken. Op voorhand is niet aan te geven of en zo ja hoe lang deze overgangsperiode kan zijn. Het college is daarbij wel gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur. 11. De rechtszekerheid wordt meegenomen in een eventueel te nemen besluit over intrekking en wijziging van verleende vergunningen. Het college neemt hierbij ervaringen mee vanuit andere intrekkingen en wijzigingen van vergunningen. 12. Tegen een dergelijk besluit kan bezwaar en beroep aangetekend worden. 13. Het college maakt een belangenafweging tussen enerzijds het belang van de aanvrager, en anderzijds het algemeen belang. Rechtsbeginselen kunnen hierbij een rol spelen. 14. Dit is niet bekend 15. Nadere inventarisatie gaat plaatsvinden. 16.
Dit is niet bekend.