CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A CU Regionale Woonzorgvisie

Commissie Samenleving 26 november 2025, gemeente GoudaBij agendapunt: Oordeelsvorming: Woonzorgvisie1.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

: Mirjam Roos CU : 16 november 2025 : Woonzorgvisie : : 18 november

Vragen: 1. Er is een categorie kinderen en jongeren die nu zorg via een PGB krijgen, maar op een wachtlijst staan voor ZEMVB woonplekken. Ook logeerzorg is er voor hen te weinig. Is deze zorgvraag in kaart gebracht en hoe wordt hierin voorzien? 2. Welke mogelijkheden zijn er voor jongeren die nu in een aangepaste woning bij hun ouder(s) wonen en daar zorg krijgen, maar die willen doorstromen naar een eigen aangepaste woning? 3. Als mensen aanpassingen nodig hebben in hun woning, zodat ze langer (met zorg) thuis kunnen wonen, welke hulp kunnen ze daar dan voor krijgen, financieel en praktisch? 4. Als mensen een elektrisch hulpmiddel nodig hebben omdat ze niet goed kunnen lopen, zoals een scootmobiel, mogen ze die in geclusterde woonvormen regelmatig niet in de gang of op de galerij parkeren uit angst voor brandgevaar. Wordt nagedacht over hoe zorgvragen en woonvragen op dit punt elkaar in de weg zitten? 5. https://nos.nl/artikel/2586770-meer-plek-in-verpleeghuizen-ouderen-worden-lieverthuis-verzorgd. Er lijkt sprake van leegstand in verpleeghuizen, terwijl in de woonzorgvisie gepleit wordt voor extra verpleeghuizen. Is de woonzorgvisie gebaseerd op oude cijfers? 6. Voor verpleegzorgplekken is nu een WLZ-indicatie nodig. Worden er ook gecombineerde complexen voor ouderen gerealiseerd met verschillende zorgzwaartes? 7.

Op pagina 27 van de Woonzorgvisie, bij punt 9, worden verschillende acties voorgesteld om ouderen te laten verhuizen naar een passende sociale huurwoning. Welke regelingen hebben we nu in Gouda? 8. Op pagina 34 van de Woonzorgvisie staat dat alle gemeentelijke woningbouwprogramma’s voor 30% moeten gaan bestaan uit sociale huur. Hoe is dat nu bij de vijf gemeentes? 9. Er wordt ingezet op extra woonzorgplekken voor mensen met een verstandelijke beperking. Wat is het verschil met een instelling? Wordt ook gekeken naar de wachtlijst voor instellingen en de behoefte aan extra plekken daar? 10. Er is behoefte aan een regionale visie op de huisvesting voor arbeidsmigranten. Wordt daar al aan gewerkt en zo ja, wanneer komt die? 11. Een advies is om de provincie te betrekken bij de Woonzorgvisie. Waarom is dat niet gebeurd? 12. Wordt deze Woonzorgvisie in de nieuwe Omgevingsvisie verwerkt? Antwoord: 1. Er is een categorie kinderen en jongeren die nu zorg via een PGB krijgen, maar op een wachtlijst staan voor ZEMVB woonplekken. Ook logeerzorg is er voor hen te weinig. Is deze zorgvraag in kaart gebracht en hoe wordt hierin voorzien? Jeugdigen tot 18 jaar, met uitloop tot 23 jaar, ontvangen zorg vanuit de Jeugdwet. Jeugdhulp kan onderverdeeld worden in jeugdhulp zonder en met verblijf. Bij jeugdhulp met verblijf woont de jeugdige niet meer bij de ouders, maar bijvoorbeeld in

een pleeggezin, gezinshuis of instelling. De verwachte ontwikkeling van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van de Jeugdwet (met én zonder verblijf, dus ook die PGB ontvangen en/of op een wachtlijst staan voor ZEMVB woonplekken) is meegenomen in het onderzoek (bron: CBS Microdata). Om als volwassene in een ZEMVB te kunnen wonen is een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nodig voor zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz). Mensen op de wachtlijst voor verblijf in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking hebben een CIZ-indicatie en komen voor in de CBS Microdata (personen met Wlz-indicatie). Deze groep is zo meegenomen in de cijfers. 2. Welke mogelijkheden zijn er voor jongeren die nu in een aangepaste woning bij hun ouder(s) wonen en daar zorg krijgen, maar die willen doorstromen naar een eigen aangepaste woning? Deze jongeren kunnen zich net als andere inwoners melden bij de gemeente. Afhankelijk van de hulpvraag kunnen zij zelf reageren op een woning en vervolgens hierin aanpassingen vergoed krijgen van de gemeente. Of zij krijgen het aanbod een aangepaste woning te huren van een woningcorporatie. De gemeente (werkgroep aangepaste huisvesting) bemiddelt vrijkomende aangepaste woningen van de woningcorporaties. 3.

Als mensen aanpassingen nodig hebben in hun woning, zodat ze langer (met zorg) thuis kunnen wonen, welke hulp kunnen ze daar dan voor krijgen, financieel en praktisch? De volgende praktische hulp is beschikbaar: • Advies van een ergotherapeut vanuit de Zorgverzekeringswet. • Advies en ondersteuning (bijvoorbeeld bij het aanvragen van ondersteuning op grond van de Wmo 2015) van de onafhankelijk clientondersteuning vanuit Sociaal Team Gouda. • Advies van de Wmo-consulent van de gemeente. • Voorzieningen op grond van de Wmo 2015 van de gemeente. Financieel: • De gemeente betaalt de kosten van de voorzieningen die op grond van de Wmo 2015 worden toegekend, minus de eigen bijdrage van de inwoner. Deze eigen bijdrage is in 2025 € 21,00 per maand en in 2026 € 21,80 per maand. 4. Als mensen een elektrisch hulpmiddel nodig hebben omdat ze niet goed kunnen lopen, zoals een scootmobiel, mogen ze die in geclusterde woonvormen regelmatig niet in de gang of op de galerij parkeren uit angst voor brandgevaar. Wordt nagedacht over hoe zorgvragen en woonvragen op dit punt elkaar in de weg zitten? Woonvoorzieningen en elektrische rolstoelvoorzieningen kunnen in de woning gestald worden en staan niet op de galerij. Daarmee wordt rekening gehouden bij het afgeven van de indicatie.

Elektrische en niet elektrische vervoersvoorzieningen zoals een fiets of een scootmobiel mogen in de meeste gevallen niet op de galerij gestald worden. Bij afgifte van de indicatie wordt hier rekening mee gehouden door de consulent en wordt naar passende alternatieven gezocht voor de inwoner. 5. https://nos.nl/artikel/2586770-meer-plek-in-verpleeghuizen-ouderen-wordenliever-thuis-verzorgd. Er lijkt sprake van leegstand in verpleeghuizen, terwijl in de woonzorgvisie gepleit wordt voor extra verpleeghuizen. Is de woonzorgvisie gebaseerd op oude cijfers? De cijfers waarop de woonzorgvisie is opgesteld komen uit de microdata CBS 2024 en Primos 2024. Stec heeft deze verder verwerkt. In Gouda is geen leegstand in verpleeghuizen bij ons bekend. Het klopt dat mensen liever langer thuis blijven wonen. In de woonzorgvisie die nu voorligt wordt gesproken over 945 extra verpleegzorgplekken. Dit zijn reguliere, geclusterde en zorggeschikte huur- en koop-woningen. Deze woningen zijn geschikt voor het leveren van complexe Wlz-zorg thuis en worden voorzien in of nabij verpleeghuizen. Het is daarvoor van belang dat de toegang tot deze woningen rolstoel- of rollatorgeschikt is, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer.

6. Voor verpleegzorgplekken is nu een WLZ-indicatie nodig. Worden er ook gecombineerde complexen voor ouderen gerealiseerd met verschillende zorgzwaartes? Er zijn nu al complexen waar ouderen wonen met verschillende zorgzwaartes. Ook in de toekomst zal daar juist op worden ingezet. 7. Op pagina 27 van de Woonzorgvisie, bij punt 9, worden verschillende acties voorgesteld om ouderen te laten verhuizen naar een passende sociale huurwoning. Welke regelingen hebben we nu in Gouda? In de regio zijn twee voorrangsregelingen voor ouderen. Ten eerste is er een woonruimteverdeelsystematiek genaamd de B/L-score. Hoe langer iemand ergens woont en hoe ouder iemand is, hoe meer kans die heeft op een vrijkomende woning. Ten tweede labellen woningcorporaties woningen voor ouderen (en andere doelgroepen). Op voor ouderen gelabelde woningen mogen alleen woningzoekenden in de leeftijd 55+ of voor sommige complexen 65+ reageren. Er is een advies van een regionale werkgroep van gemeenten en corporaties in de maak over uitbreiding van de doorstroominstrumenten in een regionale doorstroomaanpak. 8. Op pagina 34 van de Woonzorgvisie staat dat alle gemeentelijke woningbouwprogramma’s voor 30% moeten gaan bestaan uit sociale huur. Hoe is dat nu bij de vijf gemeentes? Alle gemeenten zetten zich in voor minimaal 30% sociale huur in de woningbouwprogrammering.

In de periode tot 2032 is voor de regio 32% sociale huur geprogrammeerd. Alle gemeenten zitten in deze periode boven de 30%, behalve Waddinxveen met 21% sociale huur (Bron: RPW, stand 1 jan 2025). 9. Er wordt ingezet op extra woonzorgplekken voor mensen met een verstandelijke beperking. Wat is het verschil met een instelling? Wordt ook gekeken naar de wachtlijst voor instellingen en de behoefte aan extra plekken daar? We willen inzetten op woonzorgplekken in de nabijheid van voorzieningen of in een geclusterde woonvorm. Het verschil met een instelling is dat mensen dan zelfstandig wonen met ambulante begeleiding op afroep. Zodat deze mensen ook onderdeel van de samenleving zijn en hun zelfstandigheid en privacy zoveel mogelijk behouden. Dit wordt gerealiseerd in de nieuwbouw én door bestaande woningen en appartementencomplexen levensloopbestendig (met ruimte voor ontmoeting) te maken. Om in een instelling te kunnen wonen is een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nodig. Als het CIZ beoordeelt dat iemand in aanmerking komt voor zorg uit de Wlz (dit is het geval wanneer iemand intensieve zorg of toezicht nodig heeft), kan deze persoon vervolgens een keuze maken over de leveringsvorm van de zorg, bijvoorbeeld thuis in de eigen (zorggeschikte/geclusterde) woning of in een instelling.

Mensen op de wachtlijst voor verblijf in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking hebben een CIZ-indicatie. Zij zijn dus zo meegenomen in de cijfers. 10. Er is behoefte aan een regionale visie op de huisvesting voor arbeidsmigranten. Wordt daar al aan gewerkt en zo ja, wanneer komt die? Op dit moment wordt de huisvesting van arbeidsmigranten lokaal opgepakt. Er is geen regionale visie op de huisvesting van arbeidsmigranten. 11. Een advies is om de provincie te betrekken bij de Woonzorgvisie. Waarom is dat niet gebeurd? De provincie is als stakeholder betrokken bij de woonzorgvisie. Bij het op te stellen regionaal afspraken kader zal de provincie weer een belangrijk partij zijn. 12. Wordt deze Woonzorgvisie in de nieuwe Omgevingsvisie verwerkt?

De omgevingsvisie is overkoepelend. De woonzorgvisie past daarbinnen. Net als elders in Nederland worden de regionale woonzorgvisie en het afsprakenkader als kopstuk opgenomen in de Volkshuisvestingprogramma's van de gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=e8d046cb-bed6-4d28-9d40-e6faf4d6c273