A CU Parkeerverordening Gouda 2024-def
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: Mirjam Roos, ChristenUnie : 15 januari 2024 : Parkeerverordening Gouda 2024 : Erwin Bok : 16 januari 2024
Vragen: 1. Waarom kan een vergunningenplafond worden ingesteld voor iedere wijk? Je zit toch automatisch al aan een maximaal aantal auto’s per wijk als er max 2 per adres zijn? 2. Waarom zou het vergunningenplafond naar nul moeten kunnen? Waarom zou deze ingrijpende maatregel een bevoegdheid van het college moeten zijn? 3. Gaat de mogelijkheid van een Stationsgaragevergunning ook gelden voor bewoners van appartementen in het Stationshotel? Zo nee, waarom niet? 4. A. Waarom sluit de definitie van mantelzorg niet aan op definities in andere beleidsstukken? B. Waarom moet de mantelzorg 4 dagen per week nodig zijn? C. Hoe gaat de mantelzorg vergunning met wisselend kenteken vormgegeven worden? 5. Is het ook mogelijk om een parkeervergunning te krijgen als zorgverlener die vaak in de binnenstad moet zijn, bijvoorbeeld een wijkverpleegkundige? 6. Voor de bezoekersregeling kan het college allerlei nadere voorwaarden stellen. Zo kan bijvoorbeeld de parkeerduur beperkt worden. In hoeverre grijpt dit in op de privacy en rechten van bewoners? 7. Regeling GPK: nu wordt aangesloten bij de regels voor de Europese GPK. Daarvoor geldt de harde eis dat iemand niet meer dan 100 meter kan lopen. In de praktijk zijn er ook mensen die geen 200 meter kunnen lopen, maar door deze regels geen recht krijgen op een parkeerplaats dichtbij.
Waarom wordt geen maatwerkvoorziening voor bewoners overwogen om gezondheidsredenen? 8. De effecten van het invoeren van een vergunningenplafond en duurdere eerste vergunning zijn moeilijk te voorspellen, staat in het raadsvoorstel. Hoe wordt dit gemonitord? Krijgt de raad hierover een terugkoppeling? 9. Parkeerleges en vergunningen dienen kostendekkend te zijn. Zijn de voorgestelde tarieven gebaseerd op kostendekking of alleen op het sturen van gedrag? Hoe is de verhouding tussen terreinparkeren en straatparkeren opgebouwd?
Antwoorden: 1. Het kan voorkomen dat in sommige wijken/gebieden het aantal openbare parkeerplaatsen ten opzichte van het aantal woonadressen aanzienlijk lager is dan 2 parkeerplaatsen per adres. Als dan ook de parkeerdruk in die wijk of dat gebied hoog is, dan zijn er aanvullende maatregelen nodig om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren. Dat kan dan óf een vergunningenplafond zijn, of het maximaal aantal te verstrekken bewonersvergunningen per adres naar 1 halen. 2. De kaders van de Raad zoals vastgelegd in bijvoorbeeld het Parkeerplan en de wijkmobiliteitsplannen zijn altijd leidend in de praktische uitvoering. Het is nu nog niet voorgekomen dat er een zone met maximaal nul bewonersparkeervergunningen ingesteld is. De verwachting is dat dit ook niet vaak voor gaat komen. In zeldzame gevallen kan het in de toekomst nodig zijn om in een kleine zone maximaal nul bewonersparkeervergunningen uit te laten geven. Dit zal altijd eerst door de Raad zijn vastgelegd in bijvoorbeeld het Parkeerplan of een wijkmobiliteitsplan. De werking is grotendeels gelijk aan hoe de GROP-lijst (geen recht op parkeervergunning) ook werkt. Enige verschil is dat op adressen die in een zone met maximaal nul bewonersparkeervergunningen vallen met de onderhavige Parkeerverordening Gouda 2024 wel een algemene sectorgebonden parkeerterreinvergunning aangevraagd kan worden.
Adressen die op de GROP-lijst staan komen, als gevolg van artikel 19.1 (gebaseerd het in het wijkmobiliteitsplan Binnenstad vastgelegde beleid), niet in aanmerking voor een algemene sectorgebonden parkeerterreinvergunning. De GROP-lijst gaat over individuele adressen en met de nul bewonersvergunningen kan een zone aangewezen worden. In een aangewezen zone van nul bewonersvergunningen kan de parkeerbelasting slechts worden voldaan met minuten- of dagparkeerkrechten, parkeerrechten op basis van een bezoekersvergunning, bedrijfsvergunning, mantelzorgvergunning, GPK-vergunning of deelautoparkeervergunning. Het omgekeerde is met de onderhavige Parkeerverordening Gouda 2024 ook mogelijk, namelijk het door het college aanwijzen van een gebied met alleen belanghebbendenparkeerplaatsen. Daar mogen dan alleen bewoners met een belanghebbendenvergunning parkeren. Uiteraard gaat het college hier ook alleen toe over als dit is vastgelegd in het Parkeerplan of in een wijkmobiliteitsplan. 3. Nee, die krijgen geen goedkopere parkeervergunning voor de Stationsgarage. Zij kunnen net als ieder ander een commerciële parkeervergunning aanschaffen als zij dat zouden willen. De appartementen op de hotelkavel zijn gelegen bovenop de stationsingang. Door geen parkeervergunningen te verstrekken aan de bewoners van de hotelkavel, wordt het reizen met het openbaar vervoer gestimuleerd.
4. A. De mantelzorgvergunning is al vastgelegd in de Parkeerverordening 2012. Hieraan is niets gewijzigd. Er is gekozen voor het afgeven van deze vergunning voor bewoners die langdurig behoefte hebben aan mantelzorg. Voor de vergunning is een verklaring (opgesteld door een arts, CIZ of hulpverlener) nodig om aan te tonen dat minimaal 4 dagen per week mantelzorg nodig is, zoals ook vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit parkeerverordening in artikel 4. B. Dit is reeds bestaand beleid en wordt nu ook al zo uitgevoerd. Is vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit parkeerverordening in artikel 4. C. Dit is reeds bestaand beleid en wordt nu ook al zo uitgevoerd. Via ParkStart (het online vergunningensysteem waar Gouda gebruik van maakt) kan de houder van de mantelzorgvergunning het kenteken van het voertuig van de op dat moment bij hem/haar aanwezige mantelzorger invullen en weer afmelden al de mantelzorger vertrekt. 5. Ja, dit is nu ook al mogelijk en wijzigt niet met de onderhavige Parkeerverordening 2024. Zie artikel 17 en 18: Bedrijven kunnen maximaal drie bedrijfsvoeringsvergunningen (kortlopend of langlopend) voor hun werknemers aanschaffen. Iedere bedrijfsvoeringsvergunning kan op één of meerdere kentekens uitgegeven worden. Deze kunnen ook door zorgverleningsorganisaties aangeschaft worden. 6.
De bezoekersregeling is niet gewijzigd ten opzichte van de Parkeerverordening 2012, dit is reeds bestaand beleid. Dit is overgenomen in de Parkeerverordening 2024, waarin artikel 21 lid 5 beschreven staat dat het college nadere regels beperkingen kan verbinden met de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de bezoekersregeling van kracht is. Ook kunnen er conform artikel 21 lid 5 door het college beperkingen aan de totale beschikbare tijd waarvoor deze ingezet kan worden gesteld worden. De parkeerduur is niet opgenomen in artikel 21 lid 5 en daaraan kan het college dus geen beperkingen stellen. 7. Parkeerplaatsen aanwijzen voor specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld gehandicapten of het opladen van elektrische voertuigen valt niet onder deze de Parkeerverordening. Met de Parkeerverordening gaat het alleen om zaken gerelateerd aan de Parkeerbelastingverordening. Maatwerk voor parkeerplaatsen dichtbij om gezondheidsredenen kunnen nader worden uitgewerkt in het Parkeerbeleidsplan 2024. 8. Monitoring bestaat uit het uitvoeren van parkeerdrukmetingen en het bijhouden van de registratie van het aantal vergunningen en het aantal aanvragen. Zaken die ook in de evaluatie van het VCP meegenomen worden, waarvan de raad ook op de hoogte wordt gebracht.
9. De financiële onderbouwing is uitgewerkt in bijlage 4 van het vastgestelde wijkmobiliteitsplan binnenstad van 17 mei 2023 (zie bijlage).