A CU IHP2
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: Ineke Schaddelee : 28-05-2025 : IHP : Lars van van der Linden : 27 mei 2025
Algemeen Het uitvoeringsplan IHP2 is in samenwerking met schoolbesturen tot stand gekomen. In de basis consensus over het plan. 1) Welke mogelijke nadelen/bezwaren hebben schoolbesturen ingebracht over uitvoeringsplan IHP-2? Locatie Coornhert gymnasium Voor de nieuwbouw van het Coornhert Gymnasium, een school met 600-700 leerlingen is nog geen locatie gevonden. De wens is dat deze locatie binnen een straal van circa 1,5 km van NS-station Gouda ligt. In de legpuzzel van het uitvoeringsplan IHP 2 is dit cruciaal, ook met het oog op van (vervangende) huisvesting. In het raadsmemo staat dat een voorkeursscenario in zicht is, maar dat het afhangt van de toekomstige financiële mogelijkheden en brede ruimtelijke ontwikkelingen of dit ook gerealiseerd kan worden. 2) Wordt hier de financiële mogelijkheden van de gemeente of het schoolbestuur bedoeld? 3) Wat is huidige status van dit voorkeursscenario? Wanneer kan er enige communicatie hierover verwacht worden? 4) Voorziet deze voorkeurslocatie ook in mogelijkheid voor bewegingsonderwijs? 5) Is het mogelijk dat de wens van het schoolbestuur, voor een locatie binnen1,5 km van NS-station Gouda, losgelaten moet worden in de zoektocht naar een locatie? Graaf Jan van Nassauschool 6) Deze school verhuist naar het huidige Coornhert Gymnasium.
Gezien de drukke Bodegraafsestraatweg, kan uitgelegd worden hoe deze locatie zorgt voor betere bereikbaarheid en minder verkeersdruk? Driestar Tijdelijke huisvesting voor Driestart Alfa wordt deels gevonden in het gebouw van De Goudse Waarden aan de Kanaalstraat. Dit is echter geen volledige oplossing. 7) Aan welke mogelijkheden wordt er nog meer gedacht om de tijdelijke huisvesting problematiek op te lossen? Rondom de campus van Driestar, met 5 schoolgebouwen, ziet de gemeente nadrukkelijk kansen om naar de toekomst te kijken naar slimmer benutten en intensiever grondgebruik. Mogelijk kan hierdoor op termijn ruimte worden vrijgespeeld voor andere relevante ontwikkelingen in de Spoorzone. 8) Kan deze uitspraak nader geduid worden? Wat zijn concreet de kansen die gezien worden en welke andere relevante ontwikkelingen worden hier bedoeld? Voorbereiding VO-projecten De voorbereiding VO-projecten Goudse Waarden (vmbo-praktijkonderwijs) en Stichting Carmel College (Antoniuscollege enMavoXL) worden als 6e project in IHP2 genoemd, in de doorkijk is de daadwerkelijke uitvoering in 2033 gepland. 9) Kan iets concreter aangegeven worden wat er in IHP-2 verwacht wordt voor deze projecten? Projectbeheersing De uitvoering van deze projecten is gepland tussen 2026 en 2030. Dit zijn 6 grote projecten die de komende 5 jaar gestart en grotendeels afgerond worden. De projecten uit het
Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2026-2030 zijn nog niet aanbesteed. We weten uit IHP 1 dat er veel sprake is van opstarttijd. 10) Welke maatregelen zijn ingezet om vertraging te voorkomen? Gymzalen In de stukken staat dat indien een gymzaal is gekoppeld aan een bestaande school, de kosten voor de realisatie van een gymzaal zijn opgenomen. Dit lijkt alsof er alleen naar de bestaande situatie is gekeken. De voordelen van het meenemen van een gymvoorziening zijn evident: geen tijdverlies bij het verplaatsen tussen school en gymvoorziening, alle noodzakelijke voorzieningen zijn onder één dak en er zijn minder buitenmuren nodig, wat besparend werkt op zowel de bouw als de exploitatie. In Gouda zijn veel losstaande gymzalen zijn, deze vallen niet in het IHP. Het onderwijs is de grootste gebruiker van de gymzalen. 11) Is de behoefte bij de locaties uit IHP 2, zoals de GJvN en Westerschool aan gymzalen in beeld gebracht? Zo ja, is hierbij rekening gehouden met de nieuwe wettelijke norm voor bewegingsonderwijs? Clustering of verhuizing van scholen heeft invloed op waar ruimte voor bewegingsonderwijs in de toekomst nodig is. In de (nog te ontvangen) IHP Binnensportlocaties wordt de (ver)nieuwbouw van de binnensportlocaties nader uitgewerkt.
12) Wanneer kunnen wij deze nadere uitwerking ontvangen? Integrale kind centra Een IKC is een voorziening waarin een school (of meerdere scholen) en een partner uit de kinderopvang (dagopvang, voor- en naschoolse opvang, peuterspeelzaal etc.) samenwerken aan een ononderbroken ontwikkelingslijn voor kinderen tussen nul en dertien jaar. IKCvorming kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de sociale cohesie in een wijk en de pedagogische en didactische ondersteuning van kinderen. De gemeente is voorstander van IKC-vorming en tegelijkertijd terughoudend in het faciliteren van IKC’s. 13) Kan in de projecten in een later stadium besloten worden tot de vorming van een IKC? Kan in de plannen eenvoudig tot uitbouw gekomen worden voor dit doel? Sommige scholen hebben meer leerlingen dan clusterlocaties. 14) Waarom is in de visie op IKC, de vorming van IKC’s gekoppeld aan clusterlocaties en niet aan de grootte van een school? Inclusief onderwijs Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving. De PO Raad geeft aan dat bij een inclusief schoolgebouw gedacht kan worden aan meer kleine ruimtes voor extra ondersteuning, flexibele (zorg)ruimtes en ruimtes voor huisvesten van (zorg)partners. Er is in dit Uitvoeringsplan geen financiële dekking voor extra vierkante meters voor inclusief onderwijs.
15) Hoeveel m2 extra zou er nodig zijn om inclusief onderwijs aan te kunnen bieden? 16) Wat zouden deze extra m2 kosten? Combinatiegebruik schoolgebouw en schoolplein Over medegebruik, zoals het toevoegen van kinderopvang aan een cluster, het inzetten van een schoolplein voor het beoefenen van sport of als openbaar speelterrein voor de wijk of het gebruik van het schoolgebouw voor andere maatschappelijke voorzieningen buiten schooltijd, worden afspraken gemaakt met schoolbesturen. 17) In hoeverre kunnen er eisen gesteld worden aan scholen over een beweegvriendelijke buitenruimte? 18) In hoeverre kunnen er eisen gesteld worden aan scholen over medegebruik van schoolgebouw en/of schoolplein? En wordt de bereidheid van scholen hiertoe meegewogen in de planvorming, inrichting en/of besluitvorming? Financiën Om de huidige achterstand in de onderwijshuisvestingsopgave in te halen is met de kennis van nu ten minste een investering nodig van circa € 300 miljoen. In een artikel in het AD van 20 mei 2025 staat ‘Op dit moment is er niet genoeg geld om alle verbouwingsplannen uit te voeren. Daarom wordt een deel van de projecten uitgesteld.’ 19) Welke projecten worden hier bedoeld?
Met het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting en het Programma Onderwijshuisvesting maakt het ministerie van OCW het mogelijk om sneller en kostenefficiënter betere schoolgebouwen te realiseren. 20) Wordt gebruikt gemaakt van deze regeling of andere regelingen? De gemeente investeert jaarlijks meer dan het dubbele dan wat de bijdrage is vanuit het Rijk voor dit taakdomein. 21) Wat zijn de verwachtingen over (extra) financiën vanuit het Rijk? Naar verwachting komen met de uitvoering van dit plan en de projecten uit de doorkijk 20312040 minimaal 12 locaties vrij voor mogelijke herontwikkeling. De opbrengsten van vrijvallende locaties zijn momenteel niet ingerekend in het meerjareninvesteringsschema. De opbrengsten van herontwikkelingen op deze vrijvallende locaties komen ten bate van de reserve onderwijsvesting zodat die gebruikt kunnen worden voor de onderwijshuisvestingsopgave. 22) Wat is de inschatting van de hoogte van deze baten? Het uitgangspunt is dat schoolbesturen een eigen bijdrage leveren van 10%. Er zijn echter beperkingen vanwege het investeringsverbod voor het PO. Investeren in verduurzaming van het schoolgebouw is wel toegestaan. 23) Hoe wordt maximaal ingezet op het leveren van de eigen bijdrage? De basis voor de projectnormbladen zijn de VNG-normbedragen voor onderwijshuisvesting met een opslag van 25%.
De praktijk laat zien dat het VNG-normbudget onvoldoende is om een school neer te zetten die aan de toekomstige eisen (nieuw bouwbesluit) en diverse aanvullende eisen worden gesteld. 24) Is de opvatting dat VNG-normbudget onvoldoende is, een opvatting die ook door andere gemeenten gedeeld wordt? 25) Is VNG bekend met deze opvatting en wat de reactie van VNG hierop? De opbrengst van herontwikkeling van de vrijkomende locaties en de opbrengst van eigen bijdrage van scholbesturen zijn niet ingerekend. Daarnaast is een opslag op de VNG-norm genomen. 26) Kunnen we hiermee stellen dat de begroting aan de voorzichtige kant is? Antwoorden:
1. Sommige schoolbesturen zijn geschrokken van: de late planning van vernieuwbouw/nieuwbouw van hun schoolgebouwen, van het feit dat de doorkijk niet een definitieve zekerheid geeft, de beperkte financiële budgetten tot 2030, de spagaat die ze ervaren met de vigerende energieprestatienormen voor hun huidige schoolgebouwen, en dat de hoge onderhoudskosten voor de instandhouding van hun panden de mogelijkheden voor de eigen bijdrage van schoolbesturen beperkt. Tevens zijn er zorgen over de budgetten die ze nodig hebben om in onderhoud en exploitatie te voorzien zolang men niet aan de beurt is. Tot slot zijn er zorgen over externe factoren, zoals nieuwe schoolinitiatieven.
2. Hiermee worden de financiële mogelijkheden van de gemeente bedoeld. Met name de beperking die er is in het aankopen van grond.
3. De huidige status is dat er diverse locaties worden onderzocht. Verwacht wordt dat na de zomer duidelijkheid is over de verwachte voorkeurslocatie.
4. Het hangt af van de locatie of er ruimte voor bewegingsonderwijs gebouwd moet worden of dat deze in een bestaande locatie kan worden gehuisvest. Ook moet de bewegingsruimte ruimtelijk inpasbaar zijn.
5. Dat zou kunnen, echter is dit niet de wens van zowel schoolbestuur als gemeente. Het schoolbestuur is betrokken bij de locatiekeuze.
6. Het grote voordeel ten opzichte van de Zwarte weg (huidige locatie) is dat hier geen stoplichten zijn op de plaats waar het bestemmingsverkeer naar de school afslaat. Echter,
in de uitwerking zal zeer goed gekeken moeten worden hoe de aan- en afvoer geregeld gaat worden in samenwerking met de omgevingstafel en de omgeving.
7. Hierbij wordt gedacht aan tijdelijke huisvesting in een van de andere gebouwen van Driestar of op het terrein van Driestar. Of een ander hiertoe geschikt gebouw in de stad.
8. Mogelijk kan de footprint van de campus worden teruggebracht door intensivering van het grondgebruik en meer hoogte te benutten. Dit zal met het schoolbestuur ruimtelijk worden onderzocht bij het project Driestar Alfa. Alsdan ontstaan er wellicht andere ontwikkelmogelijkheden aldaar, binnen het IHP of erbuiten.
9. In het IHP-2 wordt een definitieve oplossing verwacht voor de VO-puzzel inclusief financieel overzicht en mogelijkheid van alternatief financieren (businesscase) op basis van nader onderzoek van de locaties aan de Kanaalstraat en het MavoXL-terrein.
10. Dit is op een aantal manieren getracht te voorkomen: 1. Door uit te gaan van vier jaar projectvoorbereiding/uitvoering in plaats van twee of drie jaar zoals toegepast in de planning van Uitvoeringsplan 1 IHP. 2. Door de projecten niet meteen dit jaar te laten starten maar vanaf 2026, is er meer voorbereidingstijd beschikbaar. 3. De voorbereiding kan voortbouwen op eerdere ervaringen uit het Uitvoeringplan 1 IHP, zoals inhoudelijke en procesmatige afstemming, afsprakenbrieven; de ‘papieren fase’ is dus korter.
11. De behoefte aan gymzalen met de nieuwe locaties is in beeld gebracht. Hierbij is rekening gehouden met de nieuwe wettelijke norm voor bewegingsonderwijs.
12. Naar verwachting in 2026. Dit beleid valt buiten de scope van dit IHP. Hierin zijn de bewegingsonderwijsvoorzieningen meegenomen die direct gerelateerd zijn aan de scholen die worden aangepakt.
13. Er kan in een later stadium worden besloten tot de vorming van een IKC op moment dat hiervoor financiering beschikbaar is en dit ruimtelijk kan worden ingepast. Momenteel zijn er vanuit de gemeente die middelen niet, ook niet in de voorfinanciering ervan. Het hangt van het project af of het mogelijk is om uitbouw in de toekomst te realiseren. Voor vernieuwbouw is dit vaak lastiger dan bij nieuwbouw. Ook grote unilocaties komen hiervoor in aanmerking.
14. De gemeente is voorstander van IKC-vorming, zeker bij clustering van schoollocaties. Het voordeel van de koppeling van IKC aan clusterlocaties is naast het voordeel van schaalgrootte ook de inhoudelijke rol en betekenis van een IKC op het brede pedagogische klimaat in de wijk. De gemeente sluit IKC-vorming voor unilocaties echter niet uit. Door de beperkte financiële middelen kan de gemeente enkel een faciliterende rol spelen vanuit de huisvesting. Toevoegen van kinderopvang bezien we in ieder geval bij clusterprojecten. Bij unilocaties zal de schaalgrootte van de school (en daarmee de kinderopvang) een belangrijke afwegingsfactor zijn. Indien een school op eigen kracht binnen de kaders van het IHP-2 een IKC kan en wil realiseren dan is het aan de initiërende partner(s) om hierin het initiatief te nemen en financiering te realiseren.
15. Dat is niet duidelijk aangezien dit nog niet landelijk en ook niet in Gouda verder is bepaald. Het is ook niet duidelijk wat onder ‘inclusief’ wordt verstaan. Dit is breder dan (fysieke) toegankelijkheid. Zo zouden ook veel kleinere klaslokalen hieronder kunnen vallen; hetgeen zeer veel extra vierkante meters zou meebrengen.
16. Zoals de tabel in het uitvoeringsplan laat zien (bron: Kwaliteitskader Huisvesting. BDB) liggen de kosten boven de € 3.500 per vierkante meter.
17. Formeel is het schoolplein eigendom van het schoolbestuur. Er kan de wens worden gesteld van een beweegvriendelijke buitenruimte, maar niet een harde eis worden gesteld. Ook kan het schoolbestuur hiertoe worden verleid door samen op zoek te gaan naar (financiële) mogelijkheden.
18. Formeel is het schoolgebouw en schoolplein eigendom van het schoolbestuur. Er kan de wens worden gesteld van medegebruik van schoolplein en/of schoolplein, maar niet een harde eis. Er zijn geen financiele middelen om te investeren in extra ruimte voor
medegebruik. De inzet in de verdere planvorming is om schoolpleinen ook na schooltijd toegankelijk te laten zijn voor de buurt.
19. Vermoedelijk wordt met deze quote bedoeld dat er meer tijd nodig is dan tien jaar om de inhaalslag te maken in de vernieuwing van de schoolgebouwen in Gouda.
20. Er wordt momenteel onderzocht of er projecten uit het IHP zijn die voldoen aan de subsidievoorwaarden uit het Innovatieprogramma. Een van de benodigde stappen is een voorgesprek met Ruimte OK. Dat gesprek is ingepland. Wanneer dat het geval is, zal er een subsidieaanvraag worden ingediend.
21. De verwachtingen zijn niet hoog, ook gezien de vele lobbyactiviteiten die gemeenten en VNG/PO-raad/VO-raad tot nu toe verricht hebben.
22. Een eerste voorzichtige inschatting van de opbrengsten is gemaakt. Deze is evenwel nog te onzeker. Aspecten die hierin meespelen: wanneer valt de locatie vrij en wat is marktwaarde tegen die tijd? Ook maakt het uit welke bestemming deze dan krijgt voor de opbrengsten, bijvoorbeeld woningbouw, groen of maatschappelijke voorziening. Voor de gemeente weegt publieke c.q. maatschappelijke waarde immers ook door, waarmee maximale opbrengst niet per definitie het leidmotief is. Bij transformatie naar woningen speelt nota bene ook de vraag of binnen dat kader maximaal rendement leidend is of bijvoorbeeld realisatie van voldoende sociaal/betaalbaar. Keuzes bepalen derhalve rendement.
23. Door 10% eigen bijdrage als uitgangspunt te blijven hanteren. Daarnaast wordt het proces van wetswijziging nauwlettend in de gaten gehouden. Binnen de projecten wordt gestuurd op sober en doelmatig, waarbij een hoger kwaliteitsniveau vraagt om een extra bijdrage van het schoolbestuur.
24. Ja, deze worden ook door andere gemeenten en externe deskundigen gedeeld. 25. VNG lobbyt al jaren met PO-raad en VO-raad voor extra budget voor onderwijshuisvesting. De normbedragen worden periodiek herijkt. Deze hebben geen relatie met de hoogte van de Rijksmiddelen voor onderwijshuisvesting.
26. De begroting is daarmee inderdaad conservatief ingestoken (zorgvuldig begroten).