CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

A CU, GBG, GL - Integraal Veiligheidsbeleid

Raadsvergadering 27 september 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Kadernota Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) 2024-20273.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord

:ChristenUnie, GBG, GroenLinks : : Integraal Veiligheidsbeleid : :

ChristenUnie Uit de kadernota Integraal Veiligheidsbeleid (hierna IVB) p 5 blijkt dat jaarlijks wordt jaarlijks teruggekeken met de IVB Jaarrapportage. 1. Wat is de vindplaats van de IVB jaarrapportage 2022?

De laatste rapportage die naar de raad is gestuurd, is de tussentijdse rapportage over jan/april 2022. Toegewerkt wordt naar een continue kwalitatieve verantwoording richting stad, collega’s, partners en bestuur middels de methode van Rijker Verantwoorden. (zie ook de beantwoording aan de VVD over dit onderwerp). Later dit jaar zal een rapportage op basis hiervan worden opgesteld. De ambities in het IVB zijn beschrijvend van aard. Om inzicht te geven en goed te kunnen verantwoorden, dienen doelen SMART gedefinieerd te zijn. 2. Wordt in het jaarlijkse uitvoeringsplan de ambities van deze kadernota omgezet in doelen die SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) zijn?

Het is om uiteenlopende redenen onmogelijk om voor alle beleidsvelden binnen het IVB meetbare doelstellingen te formuleren. Waar mogelijk formuleren we de doelstellingen (zo) SMART (mogelijk). Bij HIC en WIB is dit bijvoorbeeld goed te doen. Gestuurd kan worden op het aantal Woninginbraken. Bij de aanpak van radicalisering en polarisatie en de aanpak op ondermijning is dit een stuk lastiger. Uit het IVB (P5) blijkt dat Gouda gebruik wil gaan maken van de methode Rijker Verantwoorden. 3. ‘willen we toewerken’ wat is het tijdspad? Zie het antwoord op vraag 1

4. Welke verwachtingen zijn er over hoe Rijker Verantwoorden kan bijdragen aan meer mogelijkheden tot bijsturing? (Zie ook het antwoord op vraag 2 en de beantwoording aan VVD over dit onderwerp). Niet alles binnen het IVB is in cijfers te vatten. Door meer kwalitatief over resultaten te rapporteren (naast de cijfers doormiddel van beelden, letters en dialoog ) wordt getracht meer te sturen op de bedoeling en de effecten van de inzet. Zodat duidelijker gemaakt wordt: wat wordt gedaan, waarom het wordt gedaan en hoe wordt bijgestuurd als resultaten niet leiden tot de gewenste effecten. In het IVB wordt aangegeven dat om wijk- en buurtspecifiek te kunnen werken, integraal werken vanuit verschillende domeinen, (denk aan veiligheid, zorg, jeugd en wonen) noodzakelijk is. 5. Op welke termijn is het mogelijk om het integraal werken te realiseren binnen de huidige inrichting van de domeinen?

Dit is een continu proces, de integrale samenwerking tussen veiligheid en de overige domeinen, waaronder het sociaal domein, verloopt steeds beter. Hier kan geen termijn aan worden gekoppeld. Dagelijks wordt hier opgave gericht en daardoor in wisselende samenstelling en domein overstijgend aan gewerkt. 6. Is de wijkgerichte aanpak reeds verder uitgewerkt? Wijkgericht is binnen het IVB omschreven als strategie en wordt niet als een opzichzelfstaand plan opgesteld. Het is de realisatie (en daarmee een manier van werken) dat niet alle wijken in Gouda hetzelfde zijn. In iedere wijk spelen andere veiligheids- en leefbaarheidsissues. Aangezien we beperkte middelen hebben willen we onze inzet niet Gouda breed maar zeer specifiek en gericht uitvoeren. De aanpak

‘Buurt aan zet’ sluit hier goed bij aan, ook hierin werken het veiligheids- en sociaal domein goed samen. Voorstel is om het impulsbudget te verhogen met € 100 K. 7. Ligt er een geactualiseerd plan onder deze verhoging?

Om polarisatie in de wijken tegen te gaan en mensen juist weer met elkaar in contact te laten komen in plaats van dat zij ‘afhaken’, het oppikken van signalen en het structureel versterken van de cohesie in buurten en wijken is inzet van opbouwwerk in de wijken noodzakelijk. Gebiedsregie zet nu al gericht opbouwwerk in via het impulsbudget in buurten waar dit het hardst nodig is. In de praktijk blijkt dat er behoefte is aan meer inzet van opbouwwerk. 8. Waarom is de voorgestelde verhoging incidenteel en hoe correspondeert incidentele inzet met het doel, ‘het structureel versterken van cohesie’?

Dit is een financiële afweging 9. Welke indicatoren zijn er benoemd om de resultaten van deze verhoging te kunnen meten? Kwalitatief zou moeten worden gemonitord in hoeverre de inzet van extra opbouwwerk vruchten afwerpt. De genoemde doelstellingen zijn lastig in cijfers te vatten waardoor indicatoren moeilijk kunnen worden benoemd. De problematiek verschilt per buurt en de hoeveelheid kwetsbare inwoners verschilt ook sterk per buurt. De in de eerdere beantwoording genoemde methode van Rijker Verantwoorden heeft hierbij ook veel meerwaarde. Mensen zijn het vertrouwen in- en het contact, met elkaar, de overheid en zorginstellingen kwijt. Contact met overheid, maar ook met zorg- en hulpverlening wordt gemeden. Contact met deze bewoners beperkt zich tot klachten over overlast, hard rijden en afval. Ervaring leert dat opbouwwerkers in staat zijn het vertrouwen van bewoners te winnen en verbinding te creëren in buurten. De samenwerking tussen opbouwwerker en buurtbewoners leert ons wat er echt omgaat in wijken. Via de opbouwwerker kan de gemeente laten zien oor te hebben voor behoeften van de bewoners. Er kan aandacht gegeven worden aan fysieke omgevingswensen en mensen kunnen in contact worden gebracht met hulpverlening. Bovendien krijgen we door onze aanwezigheid in de wijk zicht op illegale activiteiten in de omgeving.

Met de informatie van het opbouwwerk kunnen daarnaast veel gemeentelijke programma’s effectiever worden uitgerold. Denk aan programma’s m.b.t. bewegen, gezonde voeding en laaggeletterdheid. Gedigitaliseerde criminaliteit en cybercriminaliteit (ambitie 2) beperkt zich niet tot de gemeentegrenzen. Uit het IVB kader blijkt dat ‘voor de gemeente het op dit moment nog onduidelijk is welke ontwikkelingen op het gebied van cybercriminaliteit en gedigitaliseerde criminaliteit zij kan verwachten. Ook is nog onvoldoende in beeld wat de rol van de gemeente op dit thema kan zijn.’ Met welke andere overheden en organisaties wordt op dit punt samengewerkt?

Er wordt samengewerkt met het Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid regio Den Haag, Platform Veilig Ondernemen regio Den Haag, Bureau HALT, Politie basisteam Gouda. Daarnaast is informatie opgehaald/gesproken met het CCV, gemeente Breda, Arnhem, Amersfoort. Bij ambitie 3, de aanpak van woninginbraken is aangegeven dat ‘een beperkt aantal individuen verantwoordelijk is voor een groot deel van de woninginbraken in de stad’. Met elektronisch toezicht kan een locatiegebod (je moet op een bepaalde plek blijven) of locatieverbod (je mag op een bepaalde plek niet komen) worden opgelegd. Dit beperkt de kans op recidive. De gemeente kan dit middel niet zelf opleggen, dat doet de rechter. 1. In het voorjaar 2021, in aanwezigheid van de officier van justitie Fleur Simonis, heeft het college aangegeven elektronisch toezicht te zullen agenderen bij het overleg met de driehoek (burgemeester, politie en officier van justitie). Wat was de uitkomst van deze agendering? Is de juridische haalbaarheid van elektronisch toezicht onderzocht? Ja, zoals ook in de

beantwoording van schriftelijke vragen over ditzelfde onderwerp is te lezen zijn er strikte voorwaarden waaraan moet worden voldaan om elektronisch toezicht op te

kunnen leggen. Deze voorwaarden zijn voor de doelgroep ‘notoire inbrekers’ vaak niet haalbaar. Het percentage Goudse woninginbrekers die herhaaldelijk veroordeeld zijn voor inbraken en in aanmerking komen voor elektronisch toezicht met de opgestelde wettelijke kaders is zeer klein. Om de beoogde intensivering en ambities op het gebied van ondermijning te verwezenlijken is meer uitvoerings- en analysecapaciteit nodig van een analist. 2. Alle partijen in de veiligheidsketen hebben hun eigen expertise en verantwoordelijkheid. Is het voornemen om deze functie bij de gemeente (een ambtenaar) te beleggen? Ja, dit zou een

medewerker van de het team ondermijning betreffen. Uit het DSP rapport blijkt dat er de vorige periode een ambitie was om de stad weerbaarder te maken tegen ondermijning (2.3.2). Daarvan wordt gezegd dat het onduidelijk is of de maatregelen effectief zijn en het niet aannemelijk is dat het potentieel volledig wordt benut. 3. Hoe wordt voorkomen dat er over de komende periode dezelfde conclusie wordt getrokken?

Het weerbaar maken van de inwoners van Gouda tegen de risico’s van ondermijnende criminaliteit vergt forse, langdurige en meerjarige inzet. Ook in dit IVB wordt actief en blijvend ingezet op het vergroten van het bewustzijn en het herkennen van signalen door inwoners en ondernemers van Gouda. Er wordt in samenwerking met externe partners, waaronder de politie en het platform veilig ondernemen voorlichting gegeven (o.a. op bedrijventerreinen). Daarnaast wordt geïnvesteerd in het trainen en voorlichten van de gemeentelijke organisatie en bestuur. Voor lopende processen waarbij informatie wordt gedeeld tussen de veiligheidspartners is er aandacht voor privacy aspecten, o.a. door het opstellen van convenanten en het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s). 4. Nemen de DPIA’s de belemmeringen voldoende weg die ervaren worden door de privacywetgeving? Zo nee, welke opties zijn er om de ervaren belemmeringen weg te nemen?

Het delen van persoonsgegevens tussen veiligheidspartners is een zorgvuldig proces waarbij telkens een afweging wordt gemaakt tussen het doel van informatiedeling en privacy van betrokkenen. DPIA’s, samenwerkingsconvenanten en het vastleggen/borgen van werkprocessen zijn van belang voor het op een zorgvuldige wijze delen van informatie tussen veiligheidspartners binnen de wettelijke mogelijkheden. . Mensenhandel is ook een vorm van ondermijning. Gouda heeft sinds april 2021 een aandachtsfunctionaris mensenhandel. 5. Is de output van de aanpak mensenhandel geanalyseerd? Mensenhandel is een haaldelict

en daarnaast een zeer ingewikkeld fenomeen. Een directe output in het geval van cijfers is niet te geven. Er is de sinds 2021 vooral ingezet op bewustwording rondom mensenhandel zowel intern als extern. In het najaar ontvangt de raad een uitgebreidere toelichting op wat er is gebeurd in de aanpak mensenhandel. Wat we al wel kunnen aangegeven is dat de acties tot nu toe in ieder geval geleid tot betere zichtbaarheid van de aandachtsfunctionaris mensenhandel en meer bekendheid rondom het onderwerp mensenhandel zowel intern als extern. Ook zijn er al diverse signalen van mogelijke uitbuitingssituaties besproken met de ketenpartners. Verder zien we ook een toename van het aantal interne collega’s die op de lijn komen met vragen over situaties die ze niet helemaal vertrouwen. De aanpak van de ambitie voor het tegengaan van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit bevat diverse programma’s. 1. Wordt dit geëvalueerd op proportionaliteit en doelmatigheid? (Drugs)criminaliteit heeft een

blijvende aantrekkingskracht op (kwetsbare) jongeren. Daarvoor is het nodig om een afgestemde aanpak op te zetten, die complementair is en een structurele basis krijgt in Gouda. Daarom zetten we in op preventieve interventies en laagdrempelige voorzieningen, om te voorkomen dat jongeren (verder) verzeild raken in de (drugs)criminaliteit. Vanuit de samenwerking worden verantwoordelijkheden en taken in deze aanpak verdeeld, zodat het behapbaar blijft. De beleidsadviseur Jeugd en Veiligheid houdt hier regie over, evalueert en stuurt bij waar nodig. Bij elke aanpak wordt er op en naar effectiviteit en noodzaak gekeken en geëvalueerd. Zo nodig wordt er bijgestuurd.

GBG In het rapport van DSP worden de doelstellingen van de Kadernota 2015-2018 weergegeven en daaruit blijkt dat lang niet alle doelstellingen zijn gehaald. 1.

Kan aangegeven worden waaruit blijkt dat de gestelde doelstellingen uit de nota 2015-2018 niet zijn gehaald en wat daarvan de oorzaak is? DSP geeft in haar rapport aan dat per prioriteit doelstellingen zijn geformuleerd. Sommige van deze doelstellingen zijn kwantitatief (SMART) geformuleerd en daarmee specifiek te beoordelen. Hierbij beoordeelt DSP cijfermatig of de gewenste resultaten zijn behaald. DSP geeft daarnaast aan dat andere doelstellingen kwalitatief zijn geformuleerd en daardoor niet kwantitatief zijn te beoordelen. Om deze doelstellingen toch te kunnen te beoordelen zijn deze in interviews uitgebreid besproken. Bij deze doelstellingen geeft DSP aan of de resultaten zich ontwikkelen in de beoogde richting, dan wel of er signalen zijn die het beoogde resultaat wel of juist niet onderschrijven. Waarom bepaalde doelstellingen niet (volledig) zijn behaald is niet altijd te duiden. Waar dit wel duidelijk is, is dit door DSP opgenomen in het rapport.

De Bibob wordt alleen bij alcohol- en exploitatievergunningen toegepast. Men wil deze toetsing uitbreiden naar nagelstudio’s, kappers, beauty salons en evenementenorganisaties. Dit zijn ook domeinen waarbij wordt vermoed dat er ondermijnende criminaliteit plaatsvindt. 2.

Waaruit blijkt dat bij deze domeinen ondermijnende criminaliteit plaatsvindt? Is daar onderzoek naar gedaan? Zo niet, worden deze domeinen dan op voorhand niet te snel in een verkeerd daglicht geplaatst? Met de bedoelde zinsnede in het rapport wordt een bepaald type kwetsbare branches aangeduid. Met name branches waar cash-geldstromen aanwezig zijn. Landelijke cijfers laten zien dat het risico op witwassen binnen deze branches groot is.

Volgens de gemeente en keten partners wordt de ernst van de drugsproblematiek onderschat. 3.

Waarop is gebaseerd dat deze drugproblematiek onderschat wordt en welk beleid wordt ingezet om daaraan een halt toe te roepen? Zoals in het rapport van DSP is te lezen wordt door respondenten veelvuldig verwezen naar de drugsonderzoeken die zijn uitgevoerd voor gemeente Gouda. Drugs is nog altijd de voornaamste criminele verschijningsvorm binnen de ondermijningscasussen. Binnen de gemeente wordt zowel preventief (o.a. middels aanpak Dealbreakers), als repressief (middels bestuurlijke handhaving) ingezet op het duurzaam terugdringen van drugscriminaliteit. Daarin wordt nauw samengewerkt met interne en externe ketenpartners.

De aanpak in de gemeente Tilburg van criminele families kan als inspiratie dienen. Daar is gekozen voor een ondersteunende aanpak, waarbij families praktische hulp krijgen op de leefgebieden en vervolgens worden toe geleid naar een leven in de ‘bovenwereld’. De eerste resultaten lijken positief. Is de aanpak in Tilburg bij uw college bekend en past die aanpak ook hier in Gouda in de voorgestane aanpak? Deze aanpak is bekend en er zijn verschillende gesprekken gevoerd met de betreffende gemeenteambtenaren die zich in Tilburg met deze aanpak bezighouden. De Tilburgse aanpak wordt grotendeels overgenomen in de doorontwikkeling van het huidige werkproces inzake de Goudse familieaanpak.

GroenLinks In de evaluatie van het IVB is de gemeente voornemens geweest het bestuur en de organisatie trainingen te laten volgen betreft ondermijning. 1. Hoe wordt de weerbaarheid en integriteit van de eigen gemeentelijke organisatie meegenomen in het IVB? Het vergroten van de weerbaarheid van bestuur en organisatie maken onderdeel uit van de ondermijningsaanpak. Het team ondermijning zet in op bewustwording en preventie van- en vergroting van weerbaarheid tegen ondermijning. Er wordt geïnvesteerd in het trainen van gemeentemedewerkers (vergroten bewustwording) bijvoorbeeld t.a.v. mensenhandel. Daarnaast wordt ingezet op zichtbaarheid van het team ondermijning en worden mogelijkheden geboden om eventuele signalen van ondermijning laagdrempelig te melden. Met enige regelmaat worden kennissessies georganiseerd. 2.

Welke activiteiten worden hiervoor georganiseerd? Zie het antwoord op bovenstaande vraag.

Maatschappelijke onrust en polarisatie 3. Kan een nadere duiding gegeven worden of de aanpak die betrekking heeft op maatschappelijke onrust en polarisatie voor de komende vier jaar afdoende is, omdat er nu wordt uitgegaan van een basisaanpak? 4. Hoe verhoudt de evaluatie van het IVB tot het advies om maatschappelijke onrust en polarisatie te prioriteren? Voor beantwoording van deze vragen (3 en 4) verwijzen we graag naar de beantwoording aan de andere fracties over dit onderwerp.

Woninginbraken 5. Is de doelstelling betreft woninginbraken realistisch met de huidige (en tevens beoogde) inzet? De doelstelling om de woninginbraken onder het landelijk gemiddelde te krijgen en te houden is ambitieus maar wordt wel realistisch geacht.

Vuurwerkvrije stad 6. Uit de kadernota is niet duidelijk of er dit jaar een centrale vuurwerkshow gaat komen. Gaat de centrale vuurwerkshow er dit jaar komen? In een volgende raadscyclus komt u hierover te spreken. De afweging of er wel of niet een centrale vuurwerkshow dit jaar of een volgend jaar komt is een afweging die door de raad gemaakt zal moeten worden. Hier zullen dan wel de financiële middelen aan gekoppeld moeten worden.

Prostitutiebeleid 7. In hoeverre heeft er een dialoog plaatsgevonden met sekswerkers? In 2018 zijn stappen gezet in de herziening van het prostitutiebeleid in Gouda. Door onduidelijkheid vanuit de Rijksoverheid over het wel of niet opnemen van een vergunningsplicht voor sekswerkers en de ingangsdatum van de Wet regulering sekswerk (Wrs) is ervoor gekozen toen niet verder te gaan met de herziening. In voorbereiding op de herziening van het prostitutiebeleid is een expertsessie georganiseerd waar o.a. sekswerkers bij aanwezig waren.

8. Welk belang hechten sekswerkers ter bevordering van hun eigen veiligheid en de omgeving? Een algemeen antwoord is hier niet op te geven. Wel kan worden gesteld dat in het algemeen sekswerkers niet positief zijn over de in de Wrs aangekondigde vergunningplicht. Zij vinden het stigmatiserend en zien liever geen vergunningplicht in de Wrs.

Cybercriminaliteit 9. Hoe verhoudt Gouda zich tot de G40 als het gaat om het hebben van een visie of beleid op cybercriminaliteit? Alle gemeenten zijn op dit moment bezig met het formuleren van beleid op dit thema. Een ranking van hoe Gouda het doet is moeilijk te geven.

Participatie 1. Er wordt gesteld dat er afstemming is gezocht met en input opgehaald vanuit de stad. Met welke partijen uit de stad is afgestemd en is er input opgehaald? Een team van buurtvoorlichters heeft in Gouda West, Noord, en Oost enquêtes afgenomen onder inwoners. In deze enquête is bewoners gevraagd naar welke vormen van overlast en criminaliteit zij in hun eigen buurt ervaren; met welke vormen van overlast Gouda volgens hen te maken heeft, en welke thema’s meer tijd en aandacht verdienen. Ook is er een digitale enquête geopend en door de gemeente Gouda verspreid, waarop inwoners deze vragen hebben beantwoord. Daarnaast is gesproken met professionals van verschillende afdelingen van de gemeente, politie, Stadstoezicht, OM, Z&VH, Ondernemersvereniging Samenwerkende Binnenstadondernemers Gouda. (Ondernemersverenigingen en wijkteams zijn uitgenodigd voor input voor het IVB. Van deze uitnodiging is beperkt gebruik gemaakt). Er zijn werksessies gehouden met professionals en er is een startnotitie opgesteld op verzoek van de raad. Deze startnotitie is besproken met de raad, de verschillende fracties hebben aangegeven welke onderwerpen i.i.g. terug moesten komen in het IVB.

Sociaal Domein 2. Op welke manier kan de aandacht en nadruk in het IVB versterkt worden op preventie? Er is al veel focus op preventieve maatregelen binnen het IVB (waaronder de maatregelen gericht op het voorkomen van jeugdcriminaliteit en – overlast, radicalisering en polarisatie, WIB en HIC en ondermijning). Daarnaast zou een verdere intensivering van de integrale samenwerking met o.a. het sociaal domein hieraan bij kunnen dragen.

Privacy 3. Hoe vaak wordt een DPIA uitgevoerd en gepubliceerd? Een DPIA is voorafgaand nodig voor een structurele verwerking van persoonsgegevens met een hoog risico. Er wordt aan de hand van het werkproces ingeschat wat de gevolgen zijn voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene bij de uitvoering van het proces. Bij de DPIA worden maatregelen beschreven die de gemeente moet nemen om de AVG na te leven.

4. Zijn er meerdere DPIA’s uitgevoerd en welke van deze zijn openbaar gemaakt? Kunnen deze gedeeld worden met de Raad? Er zijn meerdere DPIA’s uitgevoerd. Er is geen actief publicatiebeleid op DPIA’s. DPIA’s zijn openbaar en kunnen worden gedeeld.

5. Wordt er binnen het domein Veiligheid algoritmes toegepast? Vanuit de gemeente wordt binnen dit domein geen gebruik gemaakt van algoritmes.

Straatintimidatie 6. In hoeverre is er rekening gehouden met nazorg van slachtoffers? Zo niet, hoe wordt dit geborgd binnen de aanpak? Voor beantwoording van deze vraag verwijzen wij graag naar het raadsmemo straatintimidatie en de beantwoording aan andere fracties over dit onderwerp.

Radicalisering 7. Kan een nadere toelichting worden gegeven op de PGA (proces)? Omdat bij processen van radicalisering van individuen vaak meerdere factoren een rol spelen, zal doorgaans per geval een inschatting moeten worden gemaakt van de interventiebehoefte. De PGA biedt hiertoe mogelijkheden. In de PGA (Persoonsgebonden Aanpak) wordt gebruik gemaakt van een (landelijk) duidingsinstrument dat is gebonden aan regelgeving met betrekking tot privacy. Personen die zijn opgenomen in de PGA krijgen van de gemeente een brief (notificatie) dat ze binnen deze PGA vallen. Als een persoon niet langer deel uitmaakt van deze PGA, stuurt de gemeente wederom een notificatiebrief dat de persoon niet langer is opgenomen binnen de PGA . 8.

Is medewerking aan een PGA vrijwillig of is verplicht? Medewerking aan PGA vanuit de gemeente is principe niet verplicht.

9.

Welke mogelijkheden zijn verkend voor het instellen van een meldpunt voor slachtoffers? De Minister van Justitie heeft op 31 mei 2023 een brief naar de kamer gestuurd[1] waarin de stappen bij vermoeden van een onterechte signalering worden uiteengezet. Degene die het vermoeden heeft onterecht te zijn gesignaleerd kan zich wenden tot de signalerende instantie en indien het voor betrokkene niet duidelijk is welke instantie verantwoordelijk is voor de signalering, kan de betrokkene een schriftelijk verzoek tot inzage indienen bij de politie. De gemeente kan betrokkene verwijzen naar de signalerende instantie en hierbij indien nodig bemiddelen.

10. Zijn er verkenningen uitgevoerd om radicalisering te voorkomen, zoals voorlichting op scholen? In 2022 en 2023 hebben verschillende professionals, waaronder jongerenwerkers, in Gouda trainingen doorlopen te behoeve van signalering en aanpak van radicalisering en extremisme. Er wordt op dit moment gewerkt aan een aanpak (trainen van docenten) voor middelbare scholen om extremistische signalen te kunnen herkennen en in gesprek te gaan en te blijven over extreme idealen. De beoogde training draagt vanuit een pedagogisch perspectief bij aan een beter begrip van radicaliseringprocessen bij jongeren. Ook krijgen docenten handvatten voor het inschatten wat er bij deze jongere speelt en wat nodig is. 1

Zodra een signaal als radicalisering is geduid, wordt een casus geagendeerd tijdens een casusoverleg (overleg tussen de gemeente, het Openbaar Ministerie en de politie) en wordt een persoonsgerichte aanpak (PGA) gestart. [1] Brief inzake toezegging aan het kamerlid Azarkan (DENK) betreffende onterechte signaleringen, kenmerk 4650745

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=66376334-84d6-4542-acf7-fa9393919a62