A CU,D66,GBG,GL,VVD inzake IHP
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: CU, Lennart Visser : 22-05-2023 : IHP : Lars van der Linden : 23 – 05 - 2023
Naar aanleiding van het gevraagde raadsbesluit over de aanpassing van het de investeringen in het Integraal Huisvestingsplan heeft de fractie de volgende vragen: 1. Uit het gevraagde besluit blijkt dat de geplande investeringen grotendeels nog in voorbereiding zijn. Kunt u aangeven vanaf welke jaren de kapitaalslasten van deze investeringen ten laste van de begroting gaan komen. 2. Door de gestegen prijzen worden de geplande en noodzakelijke investeringen voor de gemeente steeds duurder. Is verlaging van het schuldenplafond zoals afgesproken in het bestuursakkoord dan nog reëel? 3. Uit de toelichting bij het gevraagde raadsbesluit blijkt dat waar mogelijk wordt gezocht naar besparingen. Zitten daar besparingen bij die effect hebben op duurzaamheidsaspecten van het gebouw? Antwoorden: 1. De kapitaalslasten komen ten laste van de begroting vanaf het kalenderjaar na oplevering van een bouwproject. Een overzicht van de totale kapitaalslasten van het Uitvoeringsplan 1e tranche is te vinden in het schema in bijlage 1. In dit schema is inzichtelijk gemaakt zowel de oorspronkelijke planning als de huidige planning van de kapitaalslasten. De gemiddelde voorbereidingstijd van de IHP-projecten is langer dan vooraf gedacht. Hier blijven we ook bij de budgettering van de 2e tranche scherp op. 2.
Dit voorstel leidt tot extra kapitaallasten, de verhoging van de investeringsbudgetten heeft een negatief effect op de schuldenpositie. Of verlaging van het schuldenplafond zoals afgesproken in het bestuursakkoord reëel is, is geen technische vraag maar een politieke. 3. De besparingen die gezocht zijn hebben geen effect op de duurzaamheidsambitie zoals vastgesteld in de Toetsingskaders van de Raad. Wel is er gezocht naar alternatieve kostenbesparende duurzaamheidsmaatregelen zoals het aanleggen van lucht/waterwarmtepomp (op het dak) in plaats van bodemlussen voor warmte- en koudeopslag.
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: Gemeentebelangen Gouda : 21 mei 2023 : Uitvoeringsplan Onderwijshuisvesting - IHP : Lars van der Linden : 23 – 05 - 2023
Vragen: Op 19 februari 2020 heeft GBG en D66 een motie ingediend waarbij het college is verzocht om zich te blijven inspannen om het gebruik van alternatieve financieringsmogelijkheden voor IHP-projecten als reële optie af te wegen en de raad hierover tijdig te informeren. 1. Welke alternatieve financieringsmogelijkheden zijn als reële optie afgewogen voor tranche 1? De laatste keer dat er concreet over alternatieve financieringsmogelijkheden is gesproken was bij de Livingstone in 2021. 2. Staan er nieuwe gesprekken gepland met schoolbesturen over alternatieve financieringsmogelijkheden? Zo ja, om welke scholen/schoolbesturen gaat het? 3. In hoeverre, en op welke wijze, komen de uitkomsten van de gevoerde gesprekken over alternatieve financieringsmogelijkheden ten goede van een IHP-project? 4. Graag een nadere toelichting op de juridische houdbaarheid van de format businesscase (v.w.b. eigen bijdrage schoolbesturen). 5. Zijn hier momenteel concrete voorbeelden voor te noemen? Antwoorden: 1. Zoals vermeld in de raadsmemo van 15 december 2020 (dossiernummer 3648) zijn vier aanbieders van alternatieve financieringsconstructies onderzocht middels een marktconsultatie. Aanbieders laten verschillen zien op het gebied van eigendomssituatie, governance, risico’s, zeggenschap en ervaring. 2.
Nee, er zijn geen vervolggesprekken gepland met schoolbesturen over alternatieve financieringsmogelijkheden. Zie ook de voortgangsrapportage van het college aan de Raad op 5 juli 2022 (dossier 5345). Door het Rijk wordt gezocht naar financieringsmogelijkheden via bijvoorbeeld het Nationaal Groeifonds of een revolverend fonds. Via deelname aan de (bestuurlijke) commissie samenwerkingsagenda onderwijshuisvesting is de wethouder onderwijs hierbij betrokken. 3. Niet, aangezien alternatief financiering naar huidige inzichten niet wordt toegepast in het Uitvoeringsplan 1e tranche. 4. Schoolbesturen in het primair onderwijs hebben op dit moment te maken met een investeringsverbod. Een schoolbestuur mag wel investeren in extra duurzaamheidsmaatregelen bovenop Bouwbesluit, of vanuit privaat vermogen. Het format business case eigen bijdrage is samen met een aantal schoolbesturen opgesteld en door alle schoolbesturen in Gouda geaccordeerd. Bij het opstellen is ook de juridische houdbaarheid besproken. De conclusie
toen was dat het format voldeed aan de wet- en regelgeving. De interpretatie van de wet- en regelgeving verschilt echter per accountant van het schoolbestuur, wat nu bij invulling van het format uitdagingen met zich meebrengt. In de evaluatie van het Uitvoeringsplan 1e tranche worden de resultaten en ervaringen met de Raad gedeeld, en een advies gegeven hoe verder met een eigen bijdrage in de 2e tranche om te gaan. 5. Nee, op dit moment worden voor de projecten Auris Taalplein – De Triangel en het Kesper College het format ingevuld in samenspraak met de betreffende schoolbesturen. Resultaten worden op korte termijn verwacht.
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: D66 Gouda - Heike Brandes : 19-05-2023 : Uitvoeringsplan onderwijshuisvesting 2020 – 2024 1e tranche IHP : Lars van der Linden : 23 – 05 - 2023
Aanleiding: Op woensdag 24 mei 2023 behandelt de commissie Samenleving de gevraagde ophoging van het budget voor de 1e tranche van het IHP. In voorbereiding daarop heeft D66 Gouda de volgende technische vraag: Vragen: 1. Zijn er om de kosten te drukken, ook keuzes gemaakt om bepaalde zaken niet uit te voeren die wel onderdeel uitmaakte van de originele plannen? Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, waarom niet? Antwoorden: Ja, voor ieder project wordt er gezocht naar mogelijke kostenbesparingen. In basis wordt gewerkt vanuit het principe ‘sober en doelmatig’. Enkele voorbeelden van extra kostenbesparingen zijn: eenvoudige architectuur en detaillering, centrale installatie in plaats van decentrale installaties, het gebruik van alternatief materiaal zoals kalkzandsteen in plaats van staan, en een verlaging van de plafondhoogte. Bij clustering van scholen is er optimaal gebruik gemaakt van gezamenlijke ruimtes, waardoor er minder vierkante meters gebouwd worden dan dat er twee aparte locaties zouden worden gebouwd.
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp
: VVD, Paul Ruijgrok : 18 mei 2023 : IHP
Datum antwoord : 23 – 05 - 2023
Vragen: 1. De VNG heeft berekend dat de kosten voor onderwijshuisvesting tussen 2020 en 2023 met 24,9% zijn toegenomen. Het college neemt dit percentage over. Deze stijging is, conform VNG, niet in 1 jaar ontstaan, maar ongeveer gelijk over de afgelopen 4 jaar. Op welke momenten zijn deze tussentijdse stijging van de bouwkosten doorgerekend in het concern investeringsplan? 2. In de programmabegroting 2023 is een risico voor kostenstijging onderwijshuisvesting opgenomen. De maximale impact werd toen ingeschat op 3 miljoen euro. Hoe is dit cijfer tot stand gekomen? 3. Het IHP 1e tranche loopt achter op de projectenkalender die in 2020 door de raad is vastgesteld. Tegelijkertijd stijgen de kosten. Beiden hebben effect op de kapitaallasten van de investeringen. a. Kunt u een overzicht maken van de kapitaallasten, voortkomend uit IHP 1e tranche, voor de jaren 2020-2030, zoals we in 2020 verwachtten? b. Kunt u daarnaast een overzicht maken van deze kapitaalasten, voor de jaren 2020-2030, zoals we anno 2023 verwachten (waarbij 20202022 al in de resp. jaarrekeningen verwerkt zijn?)?
Antwoorden: 1. De tussentijdse stijging van de bouwkosten zijn tot dusver niet doorgerekend in het concern investeringsplan. 2. Drie miljoen bedraagt circa 10% van het totale investeringsbudget van het Uitvoeringsplan 1e tranche. Op moment van inschatting van het risico en de maximale impact waren nog geen concrete cijfers bekend van de bouwprojecten in een vergevorderd projectfase (DO-fase en verder). Het is gebruikelijk om tot aan de DO-fase te rekenen met een post onvoorzien van 10%, daarom is ervoor gekozen om aan de 10% vast te houden totdat de cijfers van de projecten concreet zouden zijn. 4. Een overzicht van de kapitaallasten zoals die in 2020 en in 2023 verwachten staat in het schema in bijlage 1.
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp
: : :
GroenLinks/Rolf van der Mije 18 mei 2023 IHP
Datum antwoord :
Vragen: 1. Wat betekent de financiële gevolgen van dit aanvullende investeringsbudget te dekken uit het begrotingsresultaat? Kan dit technisch worden toegelicht? 2. Wat zijn de gevolgen voor de meerjarenbegroting? Kan dat inzichtelijk worden gemaakt voor de komende 10 jaar? 3. Bij de vaststelling van de eerste tranche is ook extra ruimte gecreëerd voor tegenvallers door 10% extra te budgetteren. Is met deze buffer rekening gehouden?
Antwoorden: 1. Er is geen dekking vanuit een reserve of aanvullende middelen. Dit betekent dat de kapitaalslasten die uit deze verhoging volgen, het exploitatieresultaat verslechteren. 2. Een overzicht van de kapitaallasten zoals die in 2020 en in 2023 verwachten staat in de tabel in bijlage 1. 3. Ja met deze buffer is rekening gehouden. Hierbij moet worden opgemerkt dat 10% niet alleen prijsstijgingen zijn, maar ook de post onvoorzien gedurende de uitvoering. Het is gebruikelijk om bij aanvang van een project een post onvoorzien van 10% in de begroting op te nemen bij bouwprojecten. Met de voorgestelde verhoging handhaven we dus voor projecten de 10% post onvoorzien.