A CDA BP Graaf Florisweg 27.docx
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: : : : :
Niels Honkoop CDA 8.1.2021 BP Graaf Florisweg 27 Mirjam Hartkamp
Vragen:
1. Waarom mag de kelder niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel? 2. Wat wordt verstaan onder "stedenbouwkundige hoofdstructuur"? 3. Aan de hand van welke criteria wordt de beeldkwaliteit (architectuur 1910-1930) met de ontwikkelaar afgestemd en gehandhaafd? Aangegeven wordt dat de inrichting van de voortuin hier ook een rol in speelt. Kan dit nader worden toegelicht?
Antwoorden: 1. Door in de kelder een dakraam of lichtkoepel toe te staan ontstaat er een extra woonruimte wat niet wenselijk is. Ook kan dit tot extra verhard oppervlak leiden terwijl het streven is om het perceel zo groen mogelijk te houden. Daarnaast is de vraag of deze toevoeging architectonisch/stedenbouwkundig wenselijk is. 2. Met stedenbouwkundige hoofdstructuur bedoelt men de belangrijkste onderdelen en structuren van de stedenbouwkundige opzet van een gebied of straat, zoals lijnen, (kleinere) gebieden en verschijningsvormen van gebouwen. In een typische woonstraat kan dit worden bepaald door situering van gebouwen, bouwvolumes, voorgevellijnen, bouwlagen, kap(richting), open plekken, etc. 3. Het ontwerp van de nieuwe woningen zal moeten voldoen aan de Welstandsverordening en de Welstandscommissie (ARK) zal het ontwerp hieraan toetsen. In de toelichting op het bestemmingsplan staat dat ook de inrichting van de tuinen mede bepalend is voor het karakter van het perceel. De tuin ligt voor de woning en bepaald dus
mede het aanzicht van de woning. Bij meer woningen aan de Graaf Florisweg is sprake van een voortuin met groene inrichting of elementen. Dit plan sluit hier op aan.