A 2021 10 06 beantwoordingTechnische aanvullende vraag PvdA Blaauwe Haan.docx
Tekst van het document
Technische vragen Van Datum vraag Onderwerp Commissiegriffier Datum antwoord
: PvdA Max de Groot : 4 oktober 2021 : Blaauwe Haan aanvullende vraag : : 6 oktober 2021
Vragen: In de beantwoording van onze vragen aangaande spoorweggeluid in relatie tot wegverkeersgeluid na de VCP maatregelen lezen wij het volgende: Gevraagd is hoe het spoorweggeluid zich verhoudt ten opzichte van het geluid van het autoverkeer over de Kattensingel in de situatie waarbij de maatregelen voor de Kattensingel uit het VCP worden uitgevoerd. Nu is nog de conclusie dat het spoorweglawaai wegvalt tegen de geluidhinder van het autoverkeer over de Kattensingel. Is dat ook nog het geval als VCPmaatregelen worden uitgevoerd? De conclusie dat het spoorweglawaai “wegvalt” ten opzichte van het wegverkeerslawaai is alleen waar ter plaatse van de zuidgevels van de appartementen direct langs de Kattensingel. Voor de parkwoningen binnen het plangebied is dit niet het geval. Uit het VCP (kaart 1) blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van de appartementen direct langs de Kattensingel met meer dan 1,5 dB zal afnemen. Het effect van het VCP is dus maar voor een zeer beperkt aantal woningen, direct langs de Kattensingel aanwezig. Daar waar het spoorgeluid niet wegvalt, is er inclusief dat spoorgeluid ter plaatse nog steeds sprake van een akoestisch aanvaardbaar woonmilieu. Onze vraag is nu concreet: 1. Wat wordt verstaan onder een akoestisch aanvaardbaar woonmilieu
Antwoorden: In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een aanvaardbaar akoestische kwaliteit worden bereikt. In veel gevallen kan met een verwijzing naar regelgeving uit het Bouwbesluit of het Activiteitenbesluit worden gemotiveerd dat het akoestische klimaat aanvaardbaar is. In sommige situaties is nader onderzoek noodzakelijk.
Als de milieukwaliteit als goed of redelijk wordt beoordeeld (zie voorgaande tabel 1) is sowieso sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Bij de beoordeling matig, tamelijk slecht en slecht dient bezien te worden of met maatregelen de geluidsbelasting doelmatig kan worden teruggedrongen. Verder is van belang dat zodanige gevelmaatregelen worden genomen dat de maximaal aanvaarde binnenwaarde op grond van het Bouwbesluit ten hoogste 33 dB bedraagt. Als aan de normen van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voldaan, mag er in beginsel van worden uitgegaan dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in akoestisch opzicht ter plaatse van de maatgevende woningen voldoende is verzekerd (zie de uitspraak van de Raad van State van 18 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1180). Belangrijk is om te realiseren dat een akoestische afweging gebaseerd op de Wet geluidhinder niet altijd afdoende is voor de beoordeling of er sprake is van een aanvaardbare akoestische kwaliteit bij een geluidsgevoelige bestemming. In het geval dat de nieuwe geluidsgevoelige bestemming ook in de invloedsfeer van andere geluidsbronnen ligt moet gekeken worden naar de akoestische kwaliteit als gevolg van alle geluidsbronnen samen. Bij de vaststelling van hogere waarden wordt elke geluidsbron apart beschouwd. Bij een samenloop van verschillende geluidsbronnen wordt de gecumuleerde geluidsbelasting bepaald.
Burgemeester en wethouders beoordelen of die geluidsbelasting niet zal leiden tot een onaanvaardbaar niveau. Pas dan kunnen zij voor de desbetreffende geluidsbron een hogere waarde vaststellen. Dit staat in artikel 110f van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek voor De Blaauwe Haan gaat ervan uit dat het verkeerslawaai het geluid van de spoorweg zal overstemmen. Dat is alleen het geval direct aan de Kattensingel. Dieper in het projectgebied is alleen spoorweglawaai relevant. Daar komt de geluidsbelasting 2 dB boven de voorkeursgrenswaarde uit en zit daarmee ruim onder de maximale grenswaarde van 68 dB. Voor dat deel van het plangebied kan gesteld worden dat het woonmilieu (ook wel woon- en leefklimaat) aanvaardbaar is. Uit de akoestische rapportage kan op basis van de gecumuleerde geluidsbelasting worden geconcludeerd dat: - Aan de noordzijde waar alleen spoorweglawaai relevant is het woon- en leefklimaat volgens Miedema redelijk is (52 dB). - Aan de zijde van de Kattensingel is het woon- en leefklimaat tamelijk slecht (65 dB). Omdat voor de gevelwering rekening gehouden moet worden met de gecumuleerde geluidsbelasting kan gesteld worden dat het woon- en leefklimaat in de woningen goed is. Dit samen geeft als afweging dat gesproken kan worden van een aanvaardbaar woonmilieu.