A 1e berap 2026 - partij
Tekst van het document
Nr
Partij 1 GBG
Blz. Vraag 6 Hoeveel van de mutaties in lasten en baten hangen samen met vertragingen of herschikkingen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting?
Antwoord Het aantal wijzigingen wordt niet bijgehouden. Vanaf pagina 8 in de bestuursrapportage zijn de redenen van de begrotingswijzigingen per programma toegelicht. Bij geen enkele wijziging zijn de termen vertraging of herschikking gebruikt.
2 GBG
7 Hoe wordt geborgd dat meevallers (zoals gemeentefonds) daadwerkelijk ten goede komen aan inwoners en niet uitsluitend begrotingstechnisch worden verwerkt?
De raad heeft vanuit de controlerende functie en het budgetrecht de belangrijkste stem. Gedurende het jaar doen zich mee- en tegenvallers voor. In de bestuursrapportages worden die (integraal) afgewogen en zodoende door het college aan de raad gerapporteerd.
3 GBG
8 Welke concrete resultaten worden verwacht van de inzet op Sisa‑middelen (o.a. De doelen voor VSV zijn als volgt: VSV en volwasseneneducatie)? - De inzet van SiSa middelen leiden tot een verdere daling van het aantal voortijdig schoolverlaters; - Meer jongeren behalen een startkwalificatie (mbo 2 of hoger); - Jongeren zonder diploma worden sneller teruggeleid naar onderwijs of werk; - Het bereik en de begeleiding van kwetsbare jongeren wordt versterkt; - De regionale samenwerking tussen onderwijs en gemeenten wordt effectiever; - Schoolverzuim en uitval worden eerder gesignaleerd en aangepakt. (https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/e2a6a0af-3319-49e4-bc010cbc4d019a1f) Volwasseneducatie: De SiSa middelen voor volwasseneneducatie worden besteed aan taal-, reken- en digitale vaardigheidslessen (voor niet-inburgeringsplichtigen), maatjesprojecten ten behoeve van stimulering van taalvaardigheid en signalering en preventie van lage basisvaardigheden bij kinderen van niet-basisvaardige ouders. Deze activiteiten zorgen ervoor dat meer inwoners voldoende basisvaardig worden, zodat ze zich kunnen redden in de maatschappij. In 2025 zijn via Taalontmoeting en de taalhuizen in de regio Midden-Holland in totaal zo'n 1.900 inwoners bereikt die een cursus of inloopspreekuur hebben bezocht.
Daarnaast hebben 504 inwoners in de regio Midden-Holland (taal)onderwijs gevolgd bij Prago of Sagenn. Verder worden er met de inzet van deze middelen activiteiten gefinancierd die de bewustwording over lage basisvaardigheden bij gemeenten en organisaties in de regio MiddenHolland vergroten. De doelstellingen in het Regionaal Plan Basisvaardigheden Midden-Holland zijn als volgt: 1. Inwoners van 18 jaar en ouder met beperkte basisvaardigheden krijgen toegang tot passende ondersteuning in taal-, reken-, en digitale vaardigheden, met vanuit de regio specifieke aandacht voor de groep werkenden en werkzoekenden. 2. Organisaties en werkgevers worden meer bewust van de maatschappelijke impact van (te) beperkte basisvaardigheden en krijgen ondersteuning bij duurzame oplossingen in beleid en
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
1
Nr
Partij
Blz. Vraag
Antwoord beperkte basisvaardigheden en krijgen ondersteuning bij duurzame oplossingen in beleid en werkwijze. Dit doen we door onder andere een regionale campagne ‘Ik wil leren’ en de inzet van het panel van ervaringsdeskundigen bij bewustwordingsworkshops (taalambassadeurs). 3. Basisvaardigheden krijgen integraal een plek in relevante beleidsterreinen zodat basisvaardigheden direct verbonden zijn aan de doelstellingen van die beleidsterreinen. Denk onder andere aan het versterken van rekenvaardigheden als methode om mensen met schulden te ondersteunen om grip te krijgen op geld. 4. Gemeenten, taalhuizen en partners werken samen om innovatieve tools en methodieken te ontwikkelen om inwoners met beperkte basisvaardigheden (beter) te bereiken, te motiveren en te begeleiden naar passend aanbod. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van de Rekentrein om via kinderen ouders te bereiken met lage rekenvaardigheden. Hiermee worden meer Nederlandstalige ouders bereikt. Regioplan basisvaardigheden 2026-2028 (https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/8d9fb409-a45f-40f1-a6ea5fe326daa036), lokaal plan van aanpak laaggeletterdheid (https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/e8e683eb-31c7-4ba3-8284f69771646d40)
4 GBG
9 Waarom wordt bij onderwijsbeleid een forse daling in baten (-€530k neutraal) verwacht, en wat zijn de gevolgen?
5 GBG
10 Welke concrete projecten liggen onder de €9,7 mln aan Sisa‑middelen voor energie en klimaat?
6 GBG
10 Hoe wordt voorkomen dat budgetneutrale verschuivingen (zoals zwerfafval) beleidsmatig onduidelijkheid creëren?
7 GBG
11 Waarom stijgen lasten milieubeheer sterk (+€9,8 mln neutraal) en wat levert dit Dit betreft voornamelijk de verwerking in de begroting van de lasten en baten met betrekking concreet op tot de subsidie SISA's Energie en klimaat (€ 9.740k/neutraal). Met deze middelen wordt uitvoering gegeven aan bijvoorbeeld Lokale aanpak isolatiemaatregelen en aanpak energiearmoede. 11 Hoe wordt gecontroleerd dat extra middelen daadwerkelijk bijdragen aan Welke extra middelen? Op pag. 11 komt het woord klimaat niet voor. klimaatdoelen?
8 GBG
Een min (-) is een voordeel/baat. De baten op taakveld 4.3 worden met € 530k verhoogd. De lasten zijn met hetzelfde bedrag verhoogd op taakvelden 4.3 en 0.4 waardoor het saldo neutraal is. Zie voor de gevolgen het antwoord op vraag 3. Het betreft projecten met betrekking tot de uitvoering van de volgende subsidieregelingen: * Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie '21-27 (SiSa E44b). Projecten die in 2025 uitgevoerd zijn: Groenfondsproject Cappenerhof, Grijs wordt groen project Lange- en Korte Groenendaal en klimaatadaptieve maatrelegen in rioleringsprojecten Vogelbuurt en Kadenbuurt. * CDOKE (SiSa F28) - Aardgasvrije Wijken. Projecten: Zero emissie zone, Opwek Energie op Rijksgronden en langs Rijkswegen (OER), en planfinanciering Plaswijck. * Lokale Aanpak Isolatie LAI (SiSa C94). Projecten: alle inspanningen en projecten die samenhangen met de subsidieregeling energiezuinig wonen. Deze mutatie betreft enkel een verschuiving in programma's. Het budget voor zwerfafval blijft gekoppeld aan dezelfde inhoudelijk (beleids-en) budgettair verantwoordelijke ambtenaar.
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
2
Nr
Partij 9 GBG
Blz. Vraag 11 Welke risico’s zijn er als inkomsten (bijv. afval) lager uitvallen dan geraamd?
Antwoord Inkomsten zijn nodig om uitgaven te dekken. De kostendekkende exploitatie (KDE) Afval is een gesloten systeem. Als de inkomsten van afvalstoffenheffing of overige opbrengsten incidenteel lager zijn dan geraamd, dan kan er een bedrag uit de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing worden onttrokken (mits die toereikend is). Als inkomsten structureel lager blijven en de egalisatievoorziening is onvoldoende gevuld dan zal dat betekenen dat toekomstige tarieven/heffingen verhoogd moeten worden.
10 GBG
12 Wat zijn de concrete gevolgen van de extra inzet op ODMH (€23k) voor vergunningverlening en doorlooptijden?
11 GBG
13 Hoe worden risicoreserves rond het stadhuis (subsidie + asbest €700k) bewaakt om overschrijding te voorkomen?
De aangepaste personeelsbegroting is het effect van de concrete invulling van de bemensing dit jaar. Over het gehele budget is dit een aanpassing van slechts 0,3%. Deze aanpassing heeft geen effect op de inzet en de doorlooptijden. Het bedrag van € 23k heeft betrekking op aanvullende (uren) inzet ten behoeve van de Omgevingswet. Deze was in de primitieve begroting nog niet voorzien. De risicoreserves rond het stadhuis worden, evenals de overige financiële posten binnen het project, structureel bewaakt via de reguliere financiële projectbeheersing. De financiële stand van zaken wordt wekelijks besproken met het gemeentelijke projectteam en maandelijks met de aannemer in de bouwvergadering en vervolgens in de directievergadering. In deze overleggen worden prognoses geactualiseerd en afwijkingen tijdig gesignaleerd en besproken. De risicoreservering wordt uitsluitend aangesproken indien het betreffende risico zich daadwerkelijk voordoet. Voor werkzaamheden die binnen de aanneemsom moeten worden opgevangen, is daarnaast een separate post ‘onvoorzien’ beschikbaar.
12 GBG
14 Waarom stijgen lasten verkeer en vervoer (+€1,7 mln neutraal) en wat merken inwoners daarvan?
13 GBG
14 Hoe wordt de stijging van kosten ruimtelijke ordening (+€43k saldo) inhoudelijk verantwoord?
14 GBG
14 Wat is het effect van deze uitgaven op woningbouwtempo en betaalbaarheid?
De (neutrale) stijging van de lasten op het taakveld 2.1 Verkeer en vervoer betreft voornamelijk de Sisa's met betrekking tot Mobiliteit (€ 1.320k) en mutaties met betrekking tot zwerfafval (€ 481k) (zie blz 13). Met de Sisa subsidiemiddelen wordt concrete uitvoering gegeven aan projecten met betrekking tot de Zero Emissie Zone, het Schone lucht akkoord, Deelvervoer, Verkeersveiligheid, iVRI's. Deze mutatie betreft de verwerking van de financiele gevolgen (verhoging bijdrage ODMH) op basis van het vastgestelde jaarprogramma's BWT en Milieu 2026 van de ODMH, onderdeel Omgevingswet. In de primtieve begroting ODMH 2026 was nog geen rekening gehouden met aanvullende (uren)inzet ten behoeve van de Omgevingswet. In het Jaarprogramma 2026 is daarin wel voorzien. Dat leidt tot een geringe overschrijding ten opzichte van die primitieve begroting. Het betreft een financieel-technische wijziging (actualisatie van afspraken met betrekking tot ureninzet begroting 2026 ODMH vs Jaarplan 2026 ODMH) waarbij de beleidsafspraken ongewijzigd blijven.
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
3
Nr
Partij 15 GBG
16 GBG
17 GBG 18 GBG
19 GBG
20 GBG
Blz. Vraag 15 Waarom hebben besparingsmaatregelen nog niet het verwachte effect en wat betekent dit voor toekomstige tekorten?
Antwoord Dit heeft verschillende oorzaken. Voor een deel is dit een ingroeiprobleem, omdat een aantal maatregelen langzamer van start ging dan vooraf bedacht (zie ook de monitor Toekomstbestendig sociaal domein uit december 2025). Daarnaast zijn de Jeugdwet en de Wmo openeinderegelingen en is het precieze gebruik daarmee moeilijk in te schatten en onderhevig aan ontwikkelingen van buitenaf (bijvoorbeeld voor de Jeugdwet de landelijke afbouw van de gesloten jeugdzorg). Ook zijn de besparingen ingeboekt op basis van inschattingen en kan het zijn dat maatregelen in werkelijkheid een ander effect hebben dan vooraf gedacht. 16 Hoe groot is het risico op een tekort bij BUIG en wat zijn de scenario’s bij stijgend De uitgaven op de BUIG zijn altijd moeilijk in te schatten, omdat het gebruik wisselt en het een aantal uitkeringen? openeinderegeling is. Als het aantal bijstand uitkeringsgerechtigden stijgt of daalt, heeft dit invloed op de BUIG-uitgaven. Daarnaast zijn ook bijstellingen van het budget op Rijksniveau van invloed. De BUIG-uitgaven en mogelijke tekorten of overschotten worden gemonitord en waar nodig bij de 2de bestuursrapportage bijgesteld.
17 Hoe wordt gemonitord of de extra middelen daadwerkelijk leiden tot minder zorggebruik of betere uitstroom? 18 Welke verklaring is er voor de stijging jeugdhulp regionaal (+€1,47 mln)?
Het is niet duidelijk waar deze vraag betrekking op heeft.
Er is, op basis van de werkelijke lasten van de jaarrekening 2025, een betere verdeling van de kosten voor jeugdhulp over de taakvelden gemaakt. Dit is bijvoorbeeld ook zien bij 6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal (afname € 900.000), 6.762 jeugdhulp met verblijf regionaal (afname € 202.000), 6.821 Jeugdbescherming (afname € 82.000). Daarnaast zijn er wijzigingen doorgevoerd op basis van de Kadernota 2026. 19 Wat zijn de prestatie-afspraken met instellingen voor de €309k extra middelen? Dit betreft de reguliere meerjarenafspraken met de instellingen. Het genoemde bedrag betreft een verschil tussen de indexering van de instellingen en de indexering van de budgetten in de gemeentebegroting. 19 Hoe wordt beoordeeld of subsidies daadwerkelijk leiden tot meer bereik of Bij structurele subsidies wordt na ieder jaar een verantwoording opgeleverd. Daarin participatie? beschrijven organisaties hoe ze hebben voldaan aan de prestatievoorwaarden die zijn vastgesteld bij het verlenen van meerjarige subsidies. Hierdoor houdt de gemeente zicht op wat de verschillende vormen van bereik of participatie zijn geweest in het desbetreffende jaar door de activiteiten van de organisatie. Wat betreft de projectsubsidie Cultuur in Ontwikkeling en incidentele subsidies wordt er ook met verantwoordingen gewerkt.
Daarnaast bezoekt de gemeente zoveel mogelijk van de gesubsidieerde projecten en zijn er uitwisselingssessies met kunstenaars en initiatiefnemers waar de gemeente kennis op doet over de uitvoering, impact en bereik van projecten. Tenslotte wordt de stadspeiling ingezet om ontwikkelingen rond cultureel bereik en participatie te monitoren. Deze laat bijvoorbeeld in alle wijken van 2022 tot 2025 een stijging zien bij het deelnemen aan culturele activiteiten (‘vaak’ en ‘soms’ van 18% naar 26,8%, ‘nooit’ van 64,9% naar 51,4%).
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
4
Nr
Partij 21 GBG
Blz. Vraag 20 Waarom stijgen kosten media (+€153k) en wat is het meetbare effect?
Antwoord Dit betreft de subsidie aan Bibliotheek Gouda. Het genoemde bedrag betreft een verschil tussen de indexering van de instellingen en de indexering van de budgetten in de gemeentebegroting. Er is dus feitelijk geen sprake van extra middelen. De reguliere prestatieafspraken zijn van toepassing.
22 GBG
21 Welke concrete output wordt verwacht van de programmamanager weerbaarheid (€122k)?
Landelijk coördineert de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) de campagne ‘Denk Vooruit’ (onder andere het boekje over noodpakketten). Deze roept burgers op zich voor te bereiden op noodsituaties. Gemeenten, zo ook Gouda, gebruiken deze landelijke campagne als basis om de algemene boodschap verder te vertalen richting samenleving om zo bewustwording en samenwerking te vergroten. In Gouda richt de programmamanager Weerbaarheid en Veerkracht zich op het vergroten van de zelfredzaamheid en crisisbestendigheid van de stad. De gemeente werkt aan programma's om inwoners, maatschappelijke organisaties en de interne gemeentelijke organisatie beter voor te bereiden op crises, zoals noodweer, cyberaanvallen of uitval van vitale infrastructuur. Binnen de Veiligheidsregio is een stevig samenwerkingsverband tussen de gemeenten, ook de ontwikkeling van Noodsteunpunten maken hiervan deel uit.
23 GBG
22 Waarom stijgen kosten openbare orde sterk en wat zijn de concrete veiligheidsdoelen?
De toelichting op de toename van de lasten op het taakveld Openbare orde en veiligheid staat in de tabellen op pagina 21 van de bestuursrapportage. Het overgrote deel hiervan betreft uitgaven van de specifieke uitkeringen Preventie met gezag en Versterkingsgelden. Het betreffen hier ontvangen rijksmiddelen en het betreft daarom een budgetneutrale wijziging, waarbij de baten en de lasten met dezelfde bedragen worden verhoogd. De overige toename bestaat uit de genoemde mutaties op weerbaarheid en de CAO-verhoging.
24 GBG
23 Zijn onder de hogere raadsvergoedingen ook de vergoedingen voor burgerraadsleden meegenomen en zo niet waarom? 25 Hoe structureel zijn meevallers uit treasury en hoe kwetsbaar is dit voor renteontwikkelingen?
Ja, onder de hogere raadsvergoedingen zijn ook de vergoedingen voor burgerraadsleden meegenomen. Meevallers uit treasury zijn niet structureel van aard. Deze ontstaan onder andere doordat de gerealiseerde rente lager uitvalt dan de in de begroting gehanteerde rente. In de begroting wordt bewust met een buffer gewerkt om schommelingen en risico’s op de kapitaalmarkt op te vangen. Dit leidt in de praktijk regelmatig tot meevallers.
25 GBG
26 GBG
27 Wat is de gewenste minimale omvang van de algemene reserve en hoe verhoudt Er is geen minimale omvang van de Algemene reserve vastgelegd. De raad kan daar wel toe €47,3 mln zich daartoe? besluiten, indien die behoefte wordt gevoeld. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de jaarstukken 2025 is berekend dat het benodigd weerstandsvermogen € 25,3 miljoen is. (Stand algemene reserve per 31-12-2025 bedraagt € 33,1 miljoen.) Daarnaast geldt dat de omvang van de Algemene reserve en de bestemmingsreserves van invloed is op enkele kengetallen in de paragraaf Weerstandsvermogen. Een lagere omvang van de reserve (meer onttrekken) zorgt er snel voor dat de kengetallen buiten de bandbreedte vallen.
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
5
Nr
Partij 27 GBG
Blz. Vraag 27 Hoeveel van de reserves zijn daadwerkelijk vrij inzetbaar versus juridisch/beleidsmatig gebonden?
Antwoord Het direct vrij besteedbare deel van de reserves betreft de Algemene reserve, dit betreft per 31/12/2025 (conform het boekwerk) € 33,1 miljoen. Dit betreft afgerond 33% van de totale reservepositie. Het restant van 67% wordt gevormd door bestemmingsreserves. Dit is gelabeld met een specifieke bestemming. De raad heeft echter het budgetrecht om deze bestemming te veranderen.
28 GBG
28 Waarom ontstaat een negatieve stand bij onderhoudsvoorziening gebouwen (€673k) en hoe wordt dit opgelost?
Bij de jaarstukken, zie onder andere pagina 33 onderaan, is aangegeven dat in overleg met de accountant besloten is tot aanpassing van de onttrekking aan de reserve Groot Onderhoud. Deze onttrekking aan de reserve zou ingezet worden als dotatie aan de voorziening. De voorziening zou nu door de lagere beginstand en gelijkblijvende onttrekkingen en dotatie negatief worden. Maar de reserve wordt nu vanaf 2026 ingezet voor dekking van een hogere jaarlijkse dotatie aan de voorziening. Dit wordt verwerkt in de 2e berap en begroting 2027.
29 GBG
31 Hoe wordt de effectiviteit van grote investeringen (bijv. infrastructuur, vastgoed) Het college meet dit door middel van de jaarlijkse voortgangsrapportages van het gemeten voor inwoners? Verkeerscirculatieplan. De rapportage over 2025 wordt binnenkort door het college vastgesteld. Hierin zijn circa 50 indicatoren opgenomen, die aangeven wat de stand van zaken is. Dit is inclusief de stadspeiling waar bewoners op het gebied van verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid hun cijfer mogen geven. Graag een totaal overzicht van de bijgestelde begroting. Daarnaast het totaal van Met het overzicht op pagina 6 van de 1e bestuursrapportage 2026 wordt tegemoet gekomen de structurele baten en lasten en de incidentele baten en lasten. aan deel 1 van de vraag. Een overzicht van incidentele / structurele lasten en baten wordt op grond van de wettelijke bepalingen alleen gemaakt voor de begroting en de jaarstukken.
30 PvdD
31 PvdD
32 PvdD
33 PvdD
7 Er is 86 per jaar begroot voor Fietsparkeren. Wekelijks wordt nu minimaal 3 x Er zijn in 2026 tot op heden minimaal 9 controles geweest op het tijdstip tussen 17-18 uur. Dit gerichte handhavingsacties uitgevoerd op het fietsverbod in het heeft geleid tot 65 boetes. voetgangersgebied. Kan aangegeven worden hoeveel hiervan per week tussen 17 en 18 uur plaats hebben gevonden de afgelopen 5 maanden? 10 SiSa's klimaat en Energie wordt met 9.740 Keuro verhoogd. Graag gedetailleerde Zie ook bij antwoord op vraag 5 (GBG): het betreft rijkssubsidie voor de uitvoering van de uitleg wat er wordt uitgevoerd van dit geld. In hoeverre overlapt dit lokale aanpak isolatie en voor bestrijding van energiearmoede. uitvoeringen die al gepland stionden in de oorspronkelijke begroting. 16 SiSa IZA transformatie middelen verhoging met 5.996. Graag gedetailleerde uitleg wat er wordt uitgevoerd van dit geld. In hoeverre overlapt dit uitvoeringen die al gepland stionden in de oorspronkelijke begroting.
Het betreft een budgetneutrale wijziging. De lasten zijn met hetzelfde bedrag verhoogd. Dit zijn regionale middelen die zijn overgemaakt naar en worden beheerd door de GRJW. Voor meer inzicht verwijzen we naar de begroting en jaarstukken van de GRJW. De Goudse middelen van deze Transformatieplan middelen worden besteed aan het implementeren van de besparingsmaatregelen sociaal domein en verbetering en intensivering van de samenwerking tussen zorg, sociaal domein en inwoners in de wijken Plaswijck, Binnenstad en Kort Haarlem/Stolwijkersluis. Ze sluiten aan op lokaal Gouds beleid maar er worden geen reguliere activiteiten uit gefinancierd. De SPUK IZA Transformatiemiddelen staat dit niet toe.
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
6
Nr
Partij 34 PvdD
Blz. Vraag 16 DVO GRJW Centrumtaken: waarom wordt dit budgetneutraal genoemd? Er is een verschil van 391 tussen Lasten en Baten. Graag uitleg.
35 PvdD
23 Grip op Goudse Projecten: Het raadsbesluit is in 2024 genomen, waarom is nu extra geld nodig? Hoeveel was al opgenomen in de begroting 2026 e.v.?
36 PvdD
27 Reserve Groenfonds: waarom wordt 1.414 onttrokken aan het fonds, wat wordt Er wordt € 1.414k + € 143k (€ 1.556) onttrokken aan de reserve ter dekking van daarvan gedaan? Waarom wordt 185 toegewezen aan het jaarresultaat? Klopt afschrijvingslasten groenfondsinvesteringen. Als alle projecten in 2026 worden gerealiseerd het dat nu nog maar 71 Keuro in het Groenfonds beschikbaar is? dan resteert een saldo van € 71k. Voor wat betreft de toevoeging van € 185k. In de grondexploitatie Spoorzone was budget gereserveerd voor een kwaliteitsimpuls aan het plein Huis van de Stad. Bij het sluiten van de grondexploitatie wordt voorgesteld dit budget over te hevelen naar de reserve Groenfonds. Het doel van dit budget is tweeledig: enerzijds kunnen meerkosten bij de huidige vergroening worden gedekt. Anderzijds zal vanwege de bouw van het hotel de tijdelijke vergroening worden verwijderd. Na oplevering van het hotel wordt dit deel van het plein definitief ingericht – de meerkosten worden gedekt uit dit budget.
37 PvdD
38 PvdD
39 CU
28 & 30 Graag uitleg over de 1.556 toegevoeging aan Reserve afschrijvingslasten Groenfonds? Wat is de relatie met Investeringen Groenfonds 2026/2027 en de RIAG? 31 Het rioleringskrediet gaat van 16.446 naar 7.872. Graag een uitleg waarom dit naar beneden gaat. Heeft dit gevolgen voor de rioleringsheffing?
13 Inmiddels is bekend dat asbest verwijderen € 700.000 extra kosten heeft veroorzaakt voor de verbouwing van het stadhuis. Zijn er al andere meerkosten bekend?
Antwoord Van het saldo ad € 391.000 (positief) op pagina 16 staat de tegenhanger ad € 391.000 (negatief) op pagina 24 in programma 7 bestuur en organisatie. Hierdoor is wijziging neutraal. Tegenover de diensten die we verlenen via de dienstverleningsovereenkomst (DVO) en waarvoor we baten ontvangen in programma 4 staan kosten die worden gemaakt in programma 7. Er was nog geen budget opgenomen in de begroting 2026 en verder. Naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer en het raadsbesluit in september 2024 is in 2025 gestart met een verbetertraject voor de sturing en beheersing van ruimtelijk fysieke projecten (raadsmemo april 2025, zaaknummer 1379476). Dit heeft onder andere geleid tot een raadsbesluit over een regeling risicovolle projecten in november 2025 (zaaknummer 1406970). Voor de uitvoering van de regeling en de ontwikkeling van de informatievoorziening die nodig is om tot de informatie in de rapportages te komen (verbeteren risicomanagement, projectmanagement en financieel inzicht op projectniveau) is inzet nodig. Dit betreft nu nog programmatische inzet vanwege de ontwikkelfase. Later dit jaar ontvangt u een voorstel voor de benodigde structurele inzet. Zie ook vraag 42.
De € 1.556 wordt toegevoegd (vanuit de reserve Groenfonds) ter dekking van de afschrijvingslasten Groenfonds-investeringen 2026. De investeringsbedragen voor riolering worden elk jaar op basis van nieuwe planningen en (kosten-)ontwikkelingen geactualiseerd. De planning en het investeringsvolume voor het jaar 2028 (nu € 7.872) en verder zal nog wijzigen inclusief het effect op de rioolheffing. Het investeringsvolume is 1 van de componenten (lasten en baten) die de hoogte van de rioolheffing bepaalt. Op basis van de huidige inzichten zijn, naast het asbest, geen aanvullende tegenvallers te verwachten. Die staan ook niet in de recente groot project-rapportage. Tegelijkertijd geldt, dat bij complexe opgaven als deze onverwachte ontwikkelingen niet op voorhand volledig zijn uit te sluiten. Om dergelijke risico’s te kunnen opvangen, is de risicoreservering opgenomen die juist bedoeld is om eventuele tegenvallers te dekken.
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
7
Nr
Partij 40 CU
Blz. Vraag 16 Hoe groot is het te verwachten tekort op de BUIG?
Antwoord Dit is op dit moment nog niet duidelijk. De BUIG-uitgaven en mogelijke tekorten of overschotten worden gemonitord en waar nodig bij de 2de bestuursrapportage bijgesteld.
41 CU
21 Kan iets uitgebreider toegelicht worden wat de programma-manager weerbaarheid gaat doen? Wat is beoogde output? 23 Grip op Goudse projecten kost 563 K voor 2026. Kan iets uitgebreider toegelicht worden wat er voor dit geld allemaal gedaan wordt en wat de output gaat zijn?
Voor het antwoord op deze vraag verwijzen we naar de beantwoording van vraag nummer 22 van GBG. Graag verwijzen we naar het raadsmemo over de voortgang en de borging van Grip op Goudse projecten van 9 juni 2026 (zaaknummer 1692608), waarin de doelen en resultaten uitgebreid worden toegelicht. Zie raadsmemo via link: https://gouda.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/0b5a75af-ec80-4cc4-a9667df44136ec1c .
42 CU
43 CU
44 CU
45 CU
46 CU
29 Wat is de reden van de niet passende stichtingskosten van de Casimirschool?
Dit heeft te maken met de constatering dat de fundering herstel en versteviging vergt om toekomstbestendig te blijven. Dit vereist aanvullend werk en dito stichtingskosten. De uitvoering hiervan wordt integraal meegenomen in het renovatieproject. Zie collegevoorstel Casimirschool. 29 De dekking van de kostenoverschrijding van de Casimir school van € 946K wordt Zoals verwoord in de Berap staat voor IHP2 voor 2026 en 2027 nog ca. € 3,0 miljoen uit IHP 2 gehaald. Welke invloed heeft dit op de andere projecten in IHP 2? gereserveerd in de begroting. Omdat de projecten uit IHP2 nog in de opstartfase zitten, is de kans beperkt dat deze al in 2027 gerealiseerd zullen worden. In het budget blijft voldoende over om de voorbereidingen van de IHP2-projecten door te zetten. De betreffende projecten zullen ook beslag leggen op de taakstellende budgetten in de hieropvolgende periode. 29 Komt er een apart raadsvoorstel voor de herinrichting Middengebied Huis van de Nee, dat is niet de bedoeling. Aangezien dit budgetneutraal uitgevoerd wordt, is er door het Stad? college voor gekozen om de financiele vertaling op te nemen in de 1e Berap.
Zoals aangegeven behelst het voorstel functionele aanpassingen in de middengebieden van het Huis van de stad zodat de medewerkers de komende jaren goed blijven worden ondersteund en gefaciliteerd, terwijl met meer mensen dan voorheen van dezelfde vierkante meters gebruik gemaakt wordt. 29 De kosten van het GOVO stijgen met 2,3 miljoen in 2027. Welke projecten De kosten voor de projecten groot- en vervangingsonderhoud zijn € 2,3 miljoen hoger in 2026 betreft dit en hoe kan dit als ze al aanbesteed zijn? in plaats van 2027. Deze wijziging wordt nu niet verwerkt in 1ste Bestuursrapportage. Bij de begroting 2027 en/of de actualisatie van het Beheerplan GoVo 2de fase later dit jaar, zal een voorstel worden gedaan voor dekking van de hier genoemde kosten. Het gaat om verschillende projecten: Hoefsbuurt, Ridder van Catsweg, Middenmolenlaan, Turfsingel/Museumhaven, Ronsseweg, Componistenlaan en Achterwillenseweg. Oorzaken zijn tegenvallende aanbestedingen en hogere ramingen als gevolg van kostenontwikkelingen. Een deel van de projecten is dit jaar aanbesteed en in uitvoering.
47 48 49 50 51 52
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
8
Nr
Partij
Blz. Vraag
Antwoord
53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
9
Nr
Partij
Blz. Vraag
Antwoord
93 94 95 96 97 98 99 100
Antwoorden Technische vragen 1e Bestuursrapportage 2026 (op partij)
10