9. PvdD - Spreektekst - Alg. Beschouwingen.docx
Tekst van het document
Bijdrage programmabegroting 2022 PvdD Voorzitter, Laat ik beginnen met de lichtpuntjes in de begroting. Groen en dierenwelzijn hebben een plek gekregen in deze begroting. En ook worden er de nodige intenties uitgesproken om verduurzaming door te zetten: de energietransitie van fossiel naar groen, huizen isoleren en daarmee energiezuiniger maken en ook bedrijventerreinen ontkomen niet meer aan plannen om te verduurzamen. Dat is goed en hard nodig. Wat Partij voor de Dieren betreft een stap in de goede richting. Maar ondanks de stappen die we nu zetten, de intenties die er liggen is het tempo van deze verandering te langzaam. Om een paar voorbeelden uit te lichten: Het VN rapport van vorige week waarschuwt ons dat we met het huidige klimaatbeleid afkoersen op 2.8 graden opwarming van de aarde. Ook het Planbureau van de Leefomgeving is stellig over het tekortschieten van het huidige beleid in Nederland en ook ondertekende 800 ambtenaren van de gemeente Amsterdam een brandbrief omdat de gemeente niet genoeg doet om klimaatverandering tegen te gaan. De boodschap van deze berichten is glashelder: het beleid is niet ambitieus genoeg en de realisatie blijft achter. Te lang hebben we alleen het laaghangend fruit geplukt en hebben we de moeilijke keuzes van structurele verandering vooruit geschoven En dat terwijl de wereldwijde opgave die ons voorligt vraagt om structurele oplossingen.
Als we dat niet doen dan gaan we over zogeheten ‘ecologische kantelpunten’ heen – waarvan de effecten onomkeerbaar zijn. Deze zomer merkten we wereldwijd, en ook in Nederland en Europa hier al een voorproefje van: berichten over het smelten van de Alpen gletsjers die essentieel zijn voor onze watertoevoer en regio’s in Frankrijk en Duitsland waar deze zomer al geen water meer uit de kraan kwam. Door extreme droogte en hitte golven hebben bosbranden in Europa een record oppervlakte natuur en ecosystemen verwoest. Wetenschappers over de hele wereld luiden - bij herhaling - de noodklok. We zijn de grip op onze ecosystemen aan het verliezen. En zonder structurele verandering kunnen we die grip niet
behouden. Toen ik deze zomer met mijn familie in zuid-west Frankrijk was, een jaarlijkse traditie, werden we op een vroege ochtend wakker door een sterke geur van brand. In lichte spanning renden we naar beneden en schoven we de gordijnen weg bij het raam om te zien wat er aan de hand was. Het uitzicht over de Dordogne vallei en het stadje Bergerac beneden had plaatst gemaakt voor een enorme rookwolk die zelfs de zon verduisterde. Nog te bedenken dat de branden die deze rook veroorzaakten 80km verderop waren. Het klimaatprobleem is iets dat mij al langere tijd emotioneel zwaar valt. En op dat moment in Frankrijk realiseerde ik mij eens te meer wat het voor mijn toekomst betekent. Een heel leven voor je, mét klimaatverandering – zo luidde de kop van de Volkskrant dit weekend. Overal om me heen hoor ik dat mensen, en vooral jongeren, zich zorgen maken over het milieu en het klimaat. Het is twijfelachtig geworden ook wij in een soortgelijke welvaart en veiligheid ouder kunnen worden met onze toekomstige kinderen. Het optimisme, de vrijwel voortdurend groeiende welvaart, de voorspoed en een almaar beter wordende wereld dat mijn ouders in hun jeugd hebben gekend steekt schril af tegen het toekomstperspectief dat jongeren en ikzelf vandaag de dag hebben.
In mijn persoonlijke leven doe ik zo veel mogelijk om bij te dragen aan een leefbare toekomst. Ik eet plantaardig, koop eten zo veel mogelijk lokaal, koop tweede-hands, vlieg nooit en neem altijd de trein. – het zijn makkelijke maatregelen die ik elke dag neem. En het besef dat het anders kan, maar dat we daar niet voor kiezen gaat mij echt aan het hart. Alle argumenten om dat nu niet te doen wegen minder zwaar als je werkelijk beseft dat we de basis van ons bestaan aan het verwoesten zijn. Ik voel me hierover vaak boos, verward, heel verdrietig en wanhopig. Het kan én moet echt anders! Om de Goudse begroting in lijn te krijgen met het doel van een leefbare toekomst moeten er concretere, toetsbare en ambitieuzere klimaat- en milieudoelen worden geformuleerd. En daarbij is het noodzakelijk om in de gehele breedte te kijken naar de klimaatopgave en oplossingen. De ernst van de situatie dwingt ons namelijk om alles op alles te zetten en duurzaamheid door te laten klinken in alles wat we doen. Het is dan ook mooi dat in het bestuursakkoord is opgenomen dat duurzaamheid alle beleidsdomeinen doorkruist en dat elke wethouder verantwoordelijk is om daar een bijdrage aan te leveren. Helaas zien wij dit niet duidelijk terug in de programmabegroting.
Onze eerste vraag aan het college dan ook of elke portefeuillehouder kan aangeven hoe zijn/haar programma bijdraagt aan duurzaamheid? En waar zien zij kansen om de ambitie op duurzaamheid te vergroten in lijn met de urgentie die de klimaatopgave van ons eist? Afhangend van de antwoorden overwegen wij enkele moties op deze ambities. En voorzitter, tijdens de bespreking van het bestuursakkoord hebben wij de suggestie gedaan om brede welvaartsindicatoren op te nemen in begrotingen en beleid. In reactie daarop is toegezegd dat het college daar naar zou kijken. We willen daarvan graag de stand van zaken weten. En voorzitter, om af te sluiten wil ik opmerken hoe toepasselijk het dat ‘Geef Gouda Door’ het motto van dit bestuursakkoord is. Laten we dan ook alles op alles zetten voor een leefbare toekomst. Want alleen zo geven we Gouda écht door.