CConstaterende datGouda
Koppel je AI →
Document · PDF

8. OBP.aww108.beeldkwaliteit

Raadsvergadering 13 december 2023, gemeente GoudaBij agendapunt: Bestemmingsplan Achterwillenseweg 108a1.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: Beeldkwaliteit Achterwillenseweg 108-b 1 Inleiding Het bestemmingsplan biedt ruimte voor de bouw van een nieuwe woning tussen de bestaande woningen aan de Achterwillenseweg 108 en 110. In 2016 heeft de gemeente aangegeven in principe mee te werken aan de bestemmingsplanwijziging om op deze locatie een extra woning mogelijk te maken. Omdat er eerst een bestemmingplanwijziging plaats vindt en daarna een bouwplan wordt opgesteld, is er een bijlage beeldkwaliteit aan het bestemmingsplan toegevoegd. Deze beeldkwaliteitsbijlage vormt een meer specifieke uitwerking van de algemene eisen uit de welstandsnota. Deze uitwerking biedt de toekomstige eigenaar van het perceel houvast en inspiratie bij de uitwerking van het bouwplan. De AOK (adviescommissie omgevingskwaliteit) zal deze uitwerking bij de welstandstoetsing van de omgevingsvergunning als uitgangspunt nemen. Het advies is om voorafgaande aan de aanvraag omgevingsvergunning een informeel vooroverleg met de stedenbouwkundige van de gemeente Gouda in te plannen. Als de stedenbouwkundige akkoord is met de hoofdopzet van het plan kan er vooroverleg met de AOK plaatsvinden. Dit heeft als doel om het proces richting omgevingsvergunning zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen.

Bij indiening van het plan hoort ook een globale erfinrichtingsplan toegevoegd te worden, waaruit de functionele gemaatvoerde hoofdindeling van het erf blijkt (brug, parkeerplaatsen, bomen en globale tuininrichting (verhouding groen/verharding en erfafscheidingen). 2 Het plangebied Het plangebied en de historie worden uitvoerig besproken in paragraaf 4.3.3. van de toelichting op het bestemmingsplan. Het historische lint Achterwillenseweg was lange tijd grotendeels onbebouwd en is in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw bebouwd geraakt, veelal met tuinderswoningen. Deze kleinschalige bungalows hebben een eenduidig hoofdvolume van 1 a 1,5 bouwlaag met zadeldak. Zij hebben een nokrichting parallel aan de Achterwillensweg of haaks op de oorspronkelijke verkavelingsrichting. Zij hebben een relatief diepe voortuin. Met de nieuwbouw van Middenwillens zijn er nog een aantal percelen aan de Achterwillensweg uitgegeven voor de bouw van vrijstaande woningen. Deze woningen hebben over het algemeen ook een eenduidig hoofdvolume van 1 a 1,5 bouwlaag met zadeldak en een nokrichting parallel aan de Achterwillensweg of haaks op de oorspronkelijke verkavelingsrichting. Ook zijn een aantal woningen in de loop van de tijd gemoderniseerd of was er sprake van sloop-nieuwbouw. Er is daardoor sprake van een variatie aan woningen en stijlen.

Zij hebben als overeenkomst de eenduidige hoofdvorm met zadeldak. De tuinderswoningen zijn wat soberder van uitstraling. De woningen van later periode zijn dat in hoofdopzet ook, maar kennen vaak een verbijzondering bijvoorbeeld van de entreepartij of hebben een grotere overstek. Een enkele woning is echt afwijkend en vormt een uitzondering op de regel.

Locatie plangebied

Overzicht van woningen aan de Achterwillenseweg Foto’s: Kokon architecten 3 Stedenbouwkundige opzet Bij de totstandkoming van het plan is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van de Achterwillenseweg: namelijk het versterken van de kadewerking door de begeleidende sloten weer zichtbaar te maken. Ter plaatse van het perceel is de sloot langs de Achterwillenseweg dichtgeraakt in de loop van de decennia. Het is zaak deze weer open te graven. Ook de sloot op de scheiding met perceel Achterwillenseweg 110 is niet meer open, maar maakt wel onderdeel uit van een doorgaand water vanuit het Goudse Hout tot dwars door de wijk Middenwillens. Het is zaak ook deze sloot open te graven, zodat deze landschappelijke kwaliteiten weer hersteld worden. Voor de oriëntatie van de woning is aansluiting gezocht bij de meest voorkomende oriëntatie van woningen aan het lint. Het betreft een eenduidige hoofdvolume met een nokrichting haaks op de verkavelingsrichting (het noord-zuid gerichte slotenpatroon). Dit aansluitend op de 2 naastgelegen woningen. De maximale bouwhoogte beslaat 1,5 laag met zadeldak met een maximale hoogte van 10 meter. Deze hoogte zorgt dat het bouwplan voldoende aansluit bij het landelijke karakter van de lintbebouwing en tegelijkertijd voldoende tegenwicht biedt tegen de hogere nieuwbouw, die zichtbaar is achter het perceel.

De hellingshoek van de kap ligt tussen de 40 en 55 graden passend bij de landelijke uitstraling van de bebouwing in de omgeving. pagina 2

4. Bebouwing Structuur Doel is voor de massa-opbouw van de nieuwe woning een verwijzing te maken naar de oorspronkelijke landelijke tuinderswoningen (die gebouwd zijn in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw). Uitgangspunten voor de stedenbouwkundige opzet: o Helder en eenduidige hoofdvolume; o Toepassen van een zadeldak; o Hoogte: 1,5 bouwlaag met kap (4m goothoogte en 10m bouwhoogte). Qua hoogte passend bij de meer landschappelijke georiënteerde en vormgegeven woningen aan het lint en tegelijkertijd voldoende tegenwicht tegen nieuwbouw aan de zuidzijde van het perceel; o Nokrichting van de kap haaks op de verkavelingsrichting (de richting van de noord-zuid georiënteerde sloot). Perceel o Beter beleefbaar maken van de oorspronkelijke strokenverkaveling en veenkade door het terugbrengen van waterstructuren rondom. Deze bieden tevens doorzicht naar achteren; o Toegang via een brug aan de oostzijde, die op voldoende afstand ligt van de toegangen tot buurpercelen. Doel is het water beleefbaar te maken; o De woning oriënteert zich met voorzijde naar de Achterwillenseweg. De voordeur zit in de voorgevel; o De rooilijn en de diepte van de voortuin is afgestemd op de buurpercelen.

Massa en vorm Om tot een architectonisch ontwerp te komen zijn de meest voorkomende stijlkenmerken van de oorspronkelijke landelijke tuinderswoningen (die gebouwd zijn in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw) van belang. Het ontwerp kan op een meer traditionele of eigentijdse manier uitgewerkt worden. Het is mogelijk om de woning op een beperkt aantal punten te verbijzonderen conform de woningen van latere periode. Denk bijvoorbeeld aan een accentuering van de entree zoals reeds veel voorkomt in de omgeving. Hieronder staan de belangrijkste ingrediënten voor het ontwerp. Hoofdgebouwen en hiërarchie o De woning kent een eenduidige hoofdvolume zonder hiërarchie tussen de verschillende gevels; o Er is een duidelijke hiërarchie in gevelopeningen (variatie grote en kleine raamopeningen); o De zijgevels hebben een representatief karakter met een of meerdere raamopeningen. Bebouwingstypologie, aantal bouwlagen o 1,5 laag met kap. Kapvorm en kaprichting, kaphelling o De nokrichting van de kap staat haaks op het verkavelingspatroon; o Toepassing van een zadeldak, geen samengestelde kap; o De dakhelling is tussen de 40-55 graden; o In principe geen zware overstekken, tenzij goed onderbouwd. Geleding o Het hoofdvolume kent geen sterke geleding en geen symmetrie. Vormgeving/architectuur o De uitstraling is sober, doelmatig en functioneel in opzet.

Het doel is een eerlijke, rustige architectuur die bijdraagt aan het landschappelijke karakter van deze voormalige veenkade. De architectuur is geïnspireerd op elementen van de oorspronkelijke sobere tuinderswoningen in de omgeving. De architectuur kan daarbij eigentijdse of meer traditionele van aard zijn. Verbijzonderingen (aanbouwen en uitsnedes) o Er is een enkele smalle ondergeschikt doorbreking van het hoofdvolume mogelijk, bv om de entree te markeren of het trappenhuis in op te vangen. Deze zorgt voor een eigentijdse accent aan de bebouwing. Aanbouwen o Aanbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en in architectuur afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw Bijgebouwen pagina 3

o

Bijgebouwen die los staan van het hoofdvolume zijn ondergeschikte in uitstraling. Ze kunnen bijvoorbeeld uitgevoerd worden in hout en krijgen bij voorkeur voorzien van een kap met een flauwe hellingshoek. Dakkapellen o o

Dakkapellen sluiten aan bij de architectuur van de woning. De dakkapellen zijn dusdanig ondergeschikt in vorm en uitstraling dat de hoofdvorm van kap nog voldoende als één geheel wordt ervaren. o De dakkapel kan in de gootlijn geplaatst worden, mits de gootlijn doorloopt. Als er sprake is van een geveloptrekking ter verbijzondering van de entree kan de gootlijn doorbroken worden. o De maatvoering is conform bestemmingsplan Zonnepanelen o Zonnepanelen liggen in een aaneengesloten rechthoekig vlak. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik o Natuurlijk ingetogen kleurenpalet, bruin (evt. bruinrood) of okergele baksteen als hoofdmateriaal. Eventueel is ook hout als hoofdmateriaal denkbaar. o Ondergeschikte elementen in andere materialen zijn mogelijk o Witte/crèmekleurig of naturel houtkleur kozijnen o Keramische pannen, antracietkleur Erfinrichting Parkeren (op eigen erf) o Parkeren vindt plaats op eigen erf. Minimaal 2 parkeerplaatsen o Het erf is toegankelijk middels een brug van maximaal 4 meter breed o De brug is sober en doelmatig en loopt min of meer horizontaal over het water. Erfafscheidingen o Een evt. laag hekwerk ter hoogte van de brug, wordt geplaatst aan de zuidzijde van de sloot langs de Achterwillensweg op het perceel zelf. Dit hekwerk krijgt een sobere en transparante uitstraling aansluitend op de architectuur.

o Voor het overige vormt het water de erfafscheiding en zijn andere erfafscheidingen niet noodzakelijk en niet passend bij het landelijke karakter. Terreininrichting o Het voorerf voor de voorgevel van de woning krijgt een groene inrichting. Verharding wordt vanuit het oogpunt van klimaat adaptatie zoveel mogelijk beperkt. o De groene inrichting is geïnspireerd op elementen uit het veenweidelandschap. Denk bv aan een rij knotwilgen op de zijerfgrens. o Denk aan een plek voor het stallen van de afvalcontainers uit het zicht van de openbare ruimte. o Denk daarnaast aan het toepassen van natuurinclusieve maatregelen op het erf en in de bebouwing. Voor inspiratie zie https://www.bouwnatuurinclusief.nl/particulier

pagina 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Gouda&id=5e267d1a-5cad-4228-8644-13a462f26a88