4. Ruimtelijke onderbouwing Goejanverwelledijk 56-62 (inclusief Omgevingsvisie)
Tekst van het document
5.9
Archeologie en cultuurhistorie
5.9.1 Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die op 1 januari 2024 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken.
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
54
Doorwerking besluitgebied Er heeft een archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek plaatsgevonden. De belangrijkste conclusies worden in deze paragraaf samengevat. De volledige rapportage is opgenomen in de bijlagen van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart is aan het besluitgebied een hoge archeologische verwachting toegekend voor nederzettingsresten vanaf de Romeinse tijd (Figuur 5.10) Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek is deze verwachting nader gespecificeerd per periode/bijgesteld. Op basis van de landschappelijke ligging op de stroomgordel van de Hollandsche IJssel en de archeologische monumenten en onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het besluitgebied een zeer lage verwachting (geërodeerd) toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Late IJzertijd. Aan het besluitgebied is een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd tot en met de Vroege Middeleeuwen. Aan het besluitgebied is een hoge verwachting toegekend voor ontginningsresten vanaf de Volle Middeleeuwen (vanaf de 10e eeuw) en een hoge verwachting voor bebouwingresten vanaf de Nieuwe Tijd Laat (vanaf de tweede helft van de 19e eeuw).
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
55
Figuur 5.10 Het besluitgebied op de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Gouda (Groenendijk 2011)
Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, karterende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat met uitzondering van de boringen 1 en 4 de oorspronkelijke ooivaaggrond is verdwenen. Er zijn geen dieper gelegen bodemhorizonten aangetroffen die zouden kunnen duiden op oudere bewoningsniveaus (ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. Er zijn geen zandige beddingafzettingen van de Hollandsche IJssel aangetroffen. Daarnaast zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen ouder dan de tweede helft van de 19e eeuw. De kans dat binnen het besluitgebied archeologische resten aanwezig zijn die ouder zijn dan de tweede helft van de 19e eeuw wordt klein geacht. Op basis hiervan is de zeer lage verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagersverzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum en de zeer lage verwachting voor nederzettingsresten vanaf het Neolithicum tot en met de Late IJzertijd bijgesteld naar een onbekende verwachting. De hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor nederzettingsresten uit de Romeinse Tijd tot en met de Vroege Middeleeuwen is bijgesteld naar laag. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Volle Middeleeuwen (vanaf de 10e eeuw) tot en met de
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
56
Nieuwe Tijd Midden bij te stellen naar laag. De hoge verwachting voor resten uit de Nieuwe Tijd Laat blijven gehandhaafd. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waarde stelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. Conclusie Het aspect 'archeologie' zorgt niet voor belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling. 5.9.2 Cultuurhistorie Bureau Helsingen heeft in het kader van de onderliggende ruimtelijke visie een cultuurhistorische analyse uitgevoerd voor het besluitgebied en de aangrenzende omgeving. Een dergelijke cultuurhistorische analyse geeft inzicht in de aanwezige cultuurhistorische waarden. De analyse wordt door de gemeente Gouda verplicht geacht binnen de gebieden die zijn gelegen nabij historische weg- of waterlinten. In dit hoofdstuk is de essentie van de analyse opgenomen. De volledige analyse is opgenomen in de bijlagen. Figuur 5.11 toont de cultuurhistorische analyse kaart. Hoge waardering Voor de beoordeling is er gebruik gemaakt van de classificatie opgesteld door de RCE voor bouwhistorisch onderzoek. De classificatie bestaat uit een hoge, positieve en indifferente waardering. Een hoge waardering binnen die classificatie behelst beschermwaardigheid.
Elementen met een hoge waardering zijn: Goejanverwelledijk; Zomerdijk; Jaagpad langs de IJsseloever. Bovenstaande elementen zijn onlosmakelijk verbonden met de ontstaansgeschiedenis van enerzijds het natuurlandschap (de rivier) en het cultuurlandschap (de dijken, uiterwaarden en achterliggende polderlandschap). Deze lijnen zijn lang niet overal goed zichtbaar.
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
57
Figuur 5.11 Cultuurhistorische analyse kaart
Positieve waardering Als positief beoordeeld zijn het kunstmatig verhoogde maaiveld van het bedrijventerrein en het pand Goejanverwelledijk 56-58. Het bedrijfsterrein van Van Ooijen Gouda is een plateau tussen de dijk en de oever. Dit vlak benadrukt de hoogteverschillen van de dijk en de stroomrug. Naast een verbinding tussen de dijk en de oever vormt dit vlak ook een verbinding in de tijd. Het slaat een brug tussen het oude cultuurlandschap en het hedendaagse stedelijk landschap. Daarnaast is het vlak kunstmatig opgehoogd, maar onder die verhoging is de cultuurhistorische uiterwaard nog aanwezig. Vanwege de relatieve verstoring is het vlak als positief gewaardeerd. Het pand is aangelegd aan het begin van de tweede helft van de 20e eeuw. Dit pand is hier gevestigd vóór de aanleg van de wijk Goverwelle. De industriële functie van deze locatie, het ontwikkelen van economische activiteiten op deze plek en de uitbreidingen van de firma Van Ooijen Gouda kunnen worden beschouwd als de laatste ruimtelijke ontwikkelingen van het historische cultuurlandschap. Dit object of punt in het landschap vormt daarmee fysiek de laatste fase van de cultuurhistorische ontwikkeling van het landschap vóór de urbane ontwikkeling van Gouda Goverwelle.
Hierbij dient de kanttekening te worden geplaatst dat de positief toegekende waarde niet betrekking heeft op de fysieke zin, maar wel voor hetgeen het pand representeert. Het pand is niet onlosmakelijk verbonden met het gebied of de omgevingsgeschiedenis. Wel vormt het een onderdeel van de historische ruimtelijke ontwikkeling. Overige gebouwen en elementen zijn als indifferent gewaardeerd. Ongeclassificeerde cultuurhistorische elementen Naast de elementen met een specifieke waardering zijn er overige relevante onderdelen aangehaald in de cultuurhistorische analyse.
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
58
Zichtlijnen Uit de analyse blijkt dat de hoogteverschillen van belang zijn op cultuurhistorisch vlak. Deze hoogteverschillen zijn vanuit bepaalde punten goed beleefbaar. Door de hogere ligging van de Goverwellebrug is de omgeving goed waarneembaar, hierdoor zijn ook de hoogteverschillen goed te zien. Ook de Hollandsche IJssel met aangrenzend jaagpad is duidelijk zichtbaar. Linten Het besluitgebied is ingeklemd tussen twee linten. Het weglint van de Goejanverwelledijk, dat is een rivierdijk met een regionale- en hoofdfietsroute. En het waterlint van de Hollandsche IJssel, de rivier heeft een transport- en recreatieve functie. Beide linten vormen een eenheid, een zogenaamde lintzone. De linten vormen lijnen in de stad en land en vormen landschappelijke en stedenbouwkundige vlakken. Opzichzelfstaande structuur De bebouwingsstructuur van het bedrijfsterrein van Van Ooijen Gouda kent geen overeenkomsten met de structuur of de korrelgrootte in de omgeving, noch met de reeks woningen aan de andere zijde van de Goverwellebrug, noch met de open structuur van de bebouwing van de sportvelden. Daarmee is het, ook gezien de kunstmatige verhoging, een opzichzelfstaande structuur in de omgeving. Conclusie Alle ingrepen en wijzigingen die de hoogteverschillen tussen de winterdijk, de zomerdijk en de stroomrug langs de oever benadrukken, worden uit cultuurhistorisch oogpunt positief geacht.
Zo ook alle ingrepen die de zichtlijnen verbeteren, die op hun beurt ook weer de hoogteverschillen benadrukken. Ook de opzichzelfstaande structuur biedt aanleiding om samenkomst en doorsnijding van de verschillende cultuurhistorische elementen te accentueren. Het aspect 'cultuurhistorie' zorgt niet voor belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
5.10
Duurzaamheid
Gouda wil actief aan de slag met het thema duurzaamheid. Op 22 maart 2016 is het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid Gouda 2016 - 2019 vastgesteld. Hiermee geeft de gemeente invulling aan haar duurzaamheidsdoelstellingen. De belangrijkste ambitie uit het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2019 is Gouda CO2-neutraal in 2040. Deze ambitie vertaald in twee doelstellingen: tenminste 1,5% energiebesparing per jaar (tussendoel: 6 % energiebesparing in 2020); 10% toename van productie van duurzame energie in 2020 ten opzichte van 2015. Daarnaast ligt de focus op de doelstellingen: Afvalscheidingspercentage van 75% in 2020; Naar 1000% duurzaam inkopen; Naar minder vervoersbewegingen in de stad. Duurzame energie Jaarlijks is het streven 1,5% energie te besparen en in 2020 zal er een 10% toename van de productie van duurzame energie ten opzichte van 2015 zijn gerealiseerd. Dit kan de gemeente Gouda niet alleen. Het is daarom belangrijk dat er duurzaam gebouwd gaat worden (zie onder Duurzaam bouwen). De toepassing van hernieuwbare energie, zoals zonnepanelen of een warmtewisselaar, is daarbij essentieel. Andere technieken
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
59
moeten daarbij zeker niet vergeten worden. De energietransitie en mogelijkheden op dit vlak nemen als maar toe. Ook maatregelen aan het huis, door strenger te bouwen dan het Bouwbesluit voorschrijft, dragen bij aan deze ambitie. Duurzaam bouwen Bij nieuwbouw vindt de gemeente Gouda het belangrijk, dat wanneer dit mogelijk is, er duurzamer gebouwd wordt dan wat er in het Bouwbesluit minimaal is voorgeschreven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de "nul op de meter" woning. Het meetinstrument GPR-gebouw wordt in de gemeente Gouda gebruikt als instrument om duurzaamheid te meten. Het streven hierbij is dat nieuwe woningen minimaal een 7,5 scoren (onderscheidend duurzaam). Als extra ambitie wordt de score van 8 gehanteerd ("hoog niveau van duurzaamheid"). Ruimtelijke adaptatie Gouda streeft voor de lange termijn naar een robuust perspectief voor een leefbare stad. Hiervoor is het nodig een integrale benadering te hanteren bijvoorbeeld op het gebied van funderingsherstel, eco-innovation, waterbeheer, infrastructuur en governance. Bij nieuwbouw wordt daarom ingezet op voldoende ruimte voor kwalitatief groen. Wateroverlast moet worden beperkt en stedelijk groen aangemoedigd. Afvalscheiding De doelstelling is om in 2020 de hoeveelheid restafval terug te brengen naar 10 kg per inwoner. Dit komt overeen met 75% afvalscheiding.
Om dit te bereiken wordt onder andere ingezet op hergebruik van ingezamelde afvalproducten. Daarnaast moet afval scheiden makkelijker gemaakt worden. In 2016 zal de gemeente Gouda starten met gedifferentieerde tarieven voor afvalscheiding. Doorwerking besluitgebied Van Ooijen Gouda is gecertificeerd voor de CO2 prestatieladder, trede 5 (voor nu hoogst haalbare). Hieruit spreek de ambitie van Van Ooijen in het algemeen op CO2 gebied, maar ook zeker richting ontwikkeling het nieuwe kantoorpand. Het pand is sterk verouderd en voldoet niet aan de huidige vereisten. De nieuwbouw biedt ook ruimte om ons materieelpark te verduurzamen en te voorzien van groene energie. Daarnaast wordt verwacht dat een duurzaam kantoorpand met uitstraling ook een aantrekkingskracht heeft op het huidige personeel en ook toekomstig personeel. Een nieuw kantoorpand kan naar verwachting een impuls geven aan Gouda als een aantrekkelijk stad voor werkgelegenheid maar ook voor de werknemers in het kader van werknemerstevredenheid. Momenteel is het volledige besluitgebied verhard en puur functioneel ingericht. De komst van het nieuwe kantoorpand biedt de mogelijkheid om de buitenruimte rondom het kantoor van een kwaliteitsimpuls te voorzien. Door de ruimte op een natuurlijke wijze in te richten krijgt de voorruimte een kwalitatieve ruimte die tevens bijdraagt aan de klimaatadaptiviteit.
Door het verhard oppervlakte terug te dringen door het aanleggen van een groene inrichting en bijvoorbeeld halfverharde parkeerplaatsen heeft het hemelwater meer infiltratiemogelijkheid. Daarnaast zorgt het terugdringen van het verhard oppervlakte voor een afname van de hittestress. Naast de klimaatadaptieve baten creëert de natuurlijke inrichting een kwalitatief aanzicht waarin het nieuwe kantoor zich kan etaleren, maar ook de zuidoostelijke entree van Gouda versterkt. De groene en klimaatadaptieve inrichting zijn tevens onderdeel van de visie in het kader van de beleidsregels afkomstig uit de Structuurvisie Groen. Naast het verplicht bevorderen van de leefbaarheid in het kader van de Structuurvisie Groen (paragraaf 4.3.3), heeft de initiatiefnemer op dit gebied ook intrinsieke ambities.
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
60
Zo wordt er beoogd om het kantoorgebouw energieneutraal en klimaatadaptief te maken, dit geldt tevens voor de buitenruimte. In een latere fase worden deze aspecten nader uitgewerkt, maar te denken valt aan het toepassen van onderstaande principes in het ontwerp: behouden van bestaande bomen; aanplanten van verschillende typen inheemse boom- en heestersoorten; aanbrengen van oppervlakte groen; gebruik maken van kruidenrijke vegetatie; toepassen van halfopen verharding; aanbrengen van infiltratiekratten onder parkeerplaatsen en/of gebouw; goten afkoppelen; gevelgroen toepassen; gebruik maken van natuurlijke materialen; energieopwekking door zonnepanelen.
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
61
6
Maatschappelijke en economische haalbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Onderhavige ruimtelijke onderbouwing maakt een bouwplan mogelijk dat is bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond daarvan is de gemeenteraad verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12, lid 1 Wro. De raad kan besluiten daarvan af te zien wanneer het wettelijk kostenverhaal wordt verzekerd met een anterieure grond exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van een particuliere initiatiefnemer. Met deze initiatiefnemer zal de gemeente een anterieure grondexploitatieovereenkomst sluiten zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Met die overeenkomst is verzekerd dat alle wettelijk te verhalen kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Op grond daarvan kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan, omdat het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op de onderhavige aanvraag is (ex artikel 3.10 lid 1, onder a Wabo) de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. In deze paragraaf wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toegelicht. 6.2.1 Tervisielegging De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende een periode van zes weken ter visie gelegd. De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp) omgevingsvergunning. Gedurende de termijn van de ter visie legging kan eenieder een zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van burgemeester en wethouders een definitief besluit over het al dan niet afgeven van de omgevingsvergunning. 6.2.2 Hoger beroep Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden rechtstreeks hoger beroep instellen tegen de omgevingsvergunning bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepstermijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
62
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 2: Bodem vooronderzoek Bijlage 3: Cultuurhistorische analyse Bijlage 4: Externe veiligheid Bijlage 5: Stikstofonderzoek Bijlage 6: Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 7: Watertoets Bijlage 8: Ontwikkeling bedrijfsterrein Van Ooijen Bijlage 9: Verkennend en afperkend bodemonderzoek Bijlage 10: Ecologisch onderzoek
Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
63
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Goejanverwelledijk 56-62 Gouda
64